Hoe goedbedoeld ook, onderadvisering zorgt voor afnemende kansengelijkheid in het onderwijs. Hoogleraar en onderwijsinspecteur Inge de Wolf maakt zich grote zorgen over hoe scholen in Nederland omgaan met onderadvisering en dalende kwaliteit van het onderwijs. "Was er maar één knop om aan te kunnen draaien om dit op te lossen."

Als onderwijsinspecteur en hoogleraar aan de Universiteit Maastricht zet Inge de Wolf zich al jaren in voor het verbeteren van onderwijs in Nederland. Zij heeft gezien dat kansenongelijkheid in de afgelopen tien jaar is toegenomen. Zo krijgen steeds vaker leerlingen met gelijke prestaties een verschillend advies. Kinderen van hoogopgeleide ouders hoger, terwijl juist bij kinderen van laagopgeleide het lager wordt geadviseerd. Daarnaast wordt het eindadvies in groep acht steeds bepalender voor de loopbaan van een leerling en gaat veel talent verloren bij een verkeerd advies.

Eén van de redenen waarom de Wolf koos om zich in te zetten voor het onderwijs, kwam door het begeleiden van een meisje uit Utrecht Overvecht. "Het was het jaar dat zij van de basisschool naar het voorgezet onderwijs ging. Een ontzettend slim kind dat toen een vmbo-basis-advies kreeg, want haar leerkrachten hadden lage verwachtingen van haar. Haar leraren dachten dat het met haar nooit iets zou worden.

"Dat was ook het jaar dat mijn eigen dochter de overstap maakt, met een vwo-advies op zak. Op een gegeven moment maakten ze allebei dezelfde rekentoets op de middelbare school. Toen bleek dat ze precies dezelfde score kregen. Ze zaten bij de beste vijf procent van alle leerlingen in Nederland. Ze waren dus ongeveer even slim. Iets is goed mis met ons onderwijsstelsel, bedacht ik me toen."

Tekst gaat door onder de foto

Hoogleraar en onderwijsinspecteur Inge de Wolf

Hoe komt het dat de afgelopen tien jaar de kansengelijkheid is afgenomen?

"Ik denk altijd: was er maar één knop om aan te draaien om het op te lossen. Maar het is een combinatie van zaken. Zo is het diploma steeds belangrijker geworden, zijn er minder brede brugklassen, zitten leerlingen van verschillende niveaus minder vaak bij elkaar in de klas, en stellen scholen steeds meer ingangseisen als je wilt klimmen naar een ander niveau. Dit alles maakt onder andere dat een groep leerlingen steeds slechter af is in ons onderwijssysteem.

Dit alles begint al in het basisonderwijs. We zetten vanaf groep drie leerlingen bij elkaar die niet mee kunnen komen met de rest van de klas. Hierdoor creëer je dus een groep kinderen waarbij je van het begin van de schoolloopbaan al lage verwachtingen hebt. Die kinderen letten vaak niet op, omdat ze weten dat ze straks toch nog één op één uitleg krijgen. Een collega van mij zei altijd: 'We helpen die leerlingen achterblijven.' Ze komen in een gevangenis van lage verwachtingen.

Daar komt bij dat er in toenemende mate sprake is van segregatie in het onderwijs. We zien dat scholen steeds meer een soort bubbels van gelijkgestemden worden. En scholen met leerlingen waarvan de ouders niet hebben doorgeleerd, hebben veel meer last hebben van het lerarentekort. Daardoor wordt de kwaliteit van het onderwijs op die scholen ook minder.''

Dus de onderadvisering begint bij veel kinderen al vanaf groep drie, waarbij dan al lage verwachtingen worden gesteld die het eindadvies beïnvloeden?

"Inderdaad. We zien ook dat er heel voorzichtig en beschermend wordt geadviseerd. Dat is goedbedoeld, maar pakt voor de leerlingen vaak funest uit. Dat is niet alleen een Randstedelijk probleem. Onderadvisering gebeurt buiten de Randsstad meer dan in de Randstad."

''Een collega van mij zei altijd: 'We helpen die leerlingen achterblijven.' Ze komen in een gevangenis van lage verwachtingen.''

Hoogleraar en onderwijsinspecteur Inge de Wolf
Hoe komt dat?

"In de Randstad is al een aantal jaren aandacht voor die onderadvisering. Daar zijn scholen zich van bewust en er wordt veel meer georganiseerd waardoor het minder gebeurt. Daarmee is voor die leerlingen al veel gewonnen.

Buiten de Randstad is die inhaalslag nog niet gemaakt. Dat komt ook omdat veel mensen niet weten dat de problemen daar net zo groot of zelfs groter zijn. Heerlen, de stad waar de uitzending van De Publieke Tribune om draait, is daar een goed voorbeeld van. Daar wordt namelijk 46 procent van de leerlingen ondergeadviseerd en krijgt 22 procent van de leerlingen een advies dat een heel niveau of meer lager is dan de toetsprestaties. Dat is een veel groter deel van de leerlingen dan in andere steden. In de uitzending ontdekte ik dat de leraren, schoolleider, bestuurder en de wethouder deze cijfers niet kenden. Ik vond dat stuitend."

Tekst gaat door onder de foto

Presentator Coen Verbraak met alle gasten op de tribune.

Worden leerlingen buiten de Randstand om andere redenen onder geadviseerd?

"Onderadvisering treft vooral leerlingen met laagopgeleide ouders. Het grote verschil is dat binnen de Randstad kinderen van laagopgeleide ouders vaker een migratie-achtergrond hebben. In plaatsen als Heerlen zijn die er ook wel, maar een stuk minder. Daar gaat het vaker om gezinnen van de vroegere mijnwerkers, waarvan de ouders nooit hebben doorgeleerd. Het heeft iets meer kleur in de Randstad, maar de mechanismes zijn helemaal hetzelfde."

Hoe komt het dat scholen, zoals in Heerlen, achterlopen op de Randstad met het bestrijden van die onderadvisering?

"Je ziet dat de Randstad het sneller heeft opgepakt. Vanaf 2016 is er veel aandacht voor kansengelijkheid. Veel besturen kijken sindsdien met hun schoolleiders naar de situatie op hun eigen scholen, aan de hand van hun eigen cijfers. Dit werkt heel goed. Dan gaat het niet alleen over beloftes of goede voornemens, maar iedereen moet met de billen bloot. De meeste schoolleiders schrikken zich dan rot, omdat ze van tevoren niet het idee hebben dat onderadvisering ook op hun eigen school bij veel leerlingen voorkomt.

Voor de discussies rond onderadvisering is het van belang om de cijfers op een rij te hebben. Scholen denken namelijk heel snel dat zij het wel goed doen. Cijfers maken dat ze inzien in welke mate onderadvisering bij hun eigen leerlingen voorkomt. Met die realisatie beginnen de verbeteringen.''

Tekst gaat door onder de foto

Hoogleraar en onderwijsinspecteur Inge de Wolf (links) in gesprek met Erwin Swampillai (rechts) en Mélanie Monfrance (midden).

''Er wordt te weinig gekeken naar hoe het echt gaat met de leerlingen in Nederland.''

Hoogleraar en onderwijsinspecteur Inge de Wolf
Hoe is het om als onderwijsinspecteur te horen dat er nog te weinig aandacht voor onderadvisering is in steden als Heerlen?

"Na de opnames reed ik naar huis en ik dacht: dit kan toch niet waar zijn? Ik was geschrokken dat ze de eigen cijfers niet kenden. Tegelijkertijd realiseer ik me dan ook hoe belangrijk het is dat we hier het gesprek over hebben. Ergens reken ik het ook mijzelf aan dat onderadvisering blijkbaar nog niet genoeg onder de aandacht is. Dat geeft mij weer de drive om hier mee door te gaan.

Het gesprek heeft me ook doen inzien dat in het onderwijs veelal over intenties wordt gesproken. Hoe het echt gaat met leerlingen, daar wordt te weinig naar gekeken in Nederland. Dit komt ook omdat iedereen in het onderwijs een groot hart heeft, maar te weinig reflectief vermogen om naar de cijfers te kijken.

Het onderwijs zou echt een verbeterslag kunnen maken als ze dat meer zouden doen. Het blijkt toch dat men in een soort mythes of fabels blijft geloven. Feiten helpen dan om het kaf van het koren te scheiden en om te zien waar je kunt verbeteren als school.''

Tekst gaat door onder de foto

Een leerkracht is in gesprek met een leerling op Basisschool de Schakel in Heerlen.

Eigenlijk vertelt u nu best een somber verhaal over de kansengelijkheid in Nederland.

"Dat is waar, maar je kan het ook positief bekijken. We zien namelijk dat het in de Randstad steeds beter lukt om onderadvisering van leerlingen tegen te gaan. Een leerkracht geeft vaak niet meer in z'n eentje het advies, steeds vaker zit daar een begeleider bij. Leerlingen en ouders worden in de Randstad veel meer betrokken bij de adviezen en worden scherp gehouden op het risico van lage verwachtingen.

Daarnaast kijken steeds meer scholen ieder jaar naar de eigen cijfers. We zien dus dat je als school door kleine aanpassingen veel kan doen in weinig tijd, als het gaat om onderadvisering. Ik hoop dat Heerlen na deze uitzending daar ook serieus mee aan de slag gaat."