Van alle ouderen in Nederland voelen ouderen met een migratieachtergrond zich het meest eenzaam. Maar taalbarrières, religieuze ideaalbeelden en een taboe rondom eenzaamheid maken het doorbreken ervan bij dit soort groepen vaak bijzonder ingewikkeld, weet onderzoeker Hanan Nhass: "Het zou mooi zijn als de samenleving deze ouderen een beetje tegemoetkomt."

Nhass benadrukt op voorhand nog maar even: "Het zijn in de eerste plaats ouderen zoals alle anderen, ze zitten in een levensfase waarin je lichamelijke en sociale functies verliest." En toch, wie specifiek deze groep ouderen wil bereiken zal echt op een bepaalde manier te werk moeten gaan. "Marokkaanse ouderen zullen niet snel het woord eenzaamheid in de mond nemen. Zij communiceren hierover liever impliciet en gebruiken er zelfs een ander, verhullend woord voor: el-kant. Het is belangrijk om aandacht te besteden aan die culturele achtergronden."

Interculturele zorg kan daarbij van belang zijn. Nhass: "Dat vereist dat je jouw eigen normen en waarden niet als vanzelfsprekend beschouwt. Als je een activiteit denkt te organiseren voor alle ouderen… vergeet het maar, daar gaan ouderen met een migratieachtergrond niet op af komen."

Tekst gaat door onder de banner

Waarom is het belangrijk deze groep te onderzoeken?

"Dat ouderen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond zich ten opzichte van andere groepen ouderen het meest eenzaam voelen wisten we uit eerder onderzoek al. Tegelijkertijd hebben we een soort blinde vlek voor deze groep, die sterk samenhangt met de secularisatie in Nederland.

Geloof is vrijwel uit beeld, het is naar de privésfeer getrokken. We hebben in die zin een soort religieus analfabetisme ontwikkeld de afgelopen tijd. Voor deze ouderen is geloof juist heel belangrijk omdat het is waar ze mee zijn opgegroeid en waar ze houvast aan hebben. Het is voor hen een belangrijk kader van waaruit ze denken, voelen en de wereld beleven.

In mijn onderzoek naar eenzaamheid heb ik juist die specifieke beleving door culturele en religieuze achtergrond geprobeerd in beeld te brengen. Om dat te doen is het ontzettend belangrijk om die interviews in de moedertaal af te nemen omdat zij het Nederlands vaak niet voldoende beheersen. Ik heb zelf Marokkaanse ouders en spreek de taal, dat was een belangrijke voorwaarde."

Tekst gaat door onder de foto

Bewoners in het Rotterdamse verpleeghuis De Leeuwenhoek.

Had je ook nog een meer persoonlijke drijfveer voor dit onderzoek?

"Mijn vader kwam destijds als een van de eerste groepen arbeidsmigranten naar Nederland. Een paar jaar daarna volgde mijn moeder en werd ik geboren. Ik weet en zie om me heen dat eenzaamheid voorkomt onder deze groep.

Toen mijn vader overleed heeft mijn moeder daar veel verdriet van gehad. Maar ook het leven daarna kon soms best pittig zijn. Je probeert dat als kinderen op te vangen, maar met de jaren kunnen eenzaamheidsgevoelens toch toenemen. Daarnaast zie ik ook familieleden of vrienden die scheiden bijvoorbeeld, en dan eenzaamheid ervaren. Dat zijn allemaal dingen die in mijn eigen sociale omgeving spelen."

Ben je zelf weleens eenzaam?

"Niet structureel, maar net als iedereen ervaar ik op bepaalde momenten wel eens gevoelens van eenzaamheid. Als ik iets niet heel openlijk kan bespreken doordat je het uit discretie of geheimhouding niet kunt delen. Daar kan ik me best weleens eenzaam door voelen, omdat je eigenlijk graag advies wilt."

Hoe zou jij eenzaamheid dan omschrijven?

"De belangrijkste categorieën eenzaamheid zijn sociale, emotionele en existentiële eenzaamheid. Maar het blijft lastig te omvatten, kent vele gezichten en is niet strikt leeftijdsgebonden. Eenzaamheid is bijvoorbeeld iets anders dan sociaal isolement, wat meetbaar en bovendien niet altijd ongewenst is voor de persoon in kwestie. Eenzaamheid is juist subjectief. Bij eenzaamheid is er een ongemak, een onbehagen. Het is het verschil tussen wat je hebt aan sociaal contact en waar je eigenlijk behoefte aan hebt. Zowel qua diepgang als qua aantal."

Tekst gaat door onder de foto

In het gesprek over eenzaamheid in De Publieke Tribune vroeg Fatoş Ipek-Demir al aandacht voor eenzaamheid onder migrantenouderen. "Ze zijn extra kwetsbaar en hebben vaker last van eenzaamheid." Het zette haar aan tot het oprichten van de stichting Oudere Migranten aan Zet (OMAZ), dat voor de belangen van migrantenouderen wil opkomen.

Je zei eerder dat je eenzaamheid om je heen ziet gebeuren, en tegelijkertijd blijkt uit je onderzoek dat deze groep moeilijk over eenzaamheid praat. Hoe kun je het dan toch zien?

"De tekenen van eenzaamheid zijn heel subtiel, het staat niet op iemands voorhoofd. Je moet dus in gesprek gaan om het te ontdekken.

Als je vraagt naar hoe iemand zijn of haar dag doorbrengt en het blijkt dat de oudere nauwelijks activiteiten om handen heeft en de hele dag binnen zit, dan kun je in ieder geval constateren dat er een risico is op eenzaamheidsgevoelens. Als je verder doorvraagt en de persoon blijkt zelf ook niet gelukkig te zijn met zijn of haar situatie, dan kan er sprake zijn van eenzaamheid. Ik heb van met name vrouwen gehoord dat ze zich af en toe best eenzaam voelen, ook de mannen gaven toe zich verveeld te voelen. Maar er openlijk over praten, gebeurt eigenlijk nauwelijks. Ouderen met een Marokkaanse achtergrond vinden die gesprekken over eenzaamheid best lastig. Ze gebruiken niet graag het woord eenzaamheid."

Hoe praten ze er dan over?

"De ouderen die ik heb gesproken gebruiken liever het Marokkaans-Arabische en Berberse woord el-kant. Voor dat woord is geen goede Nederlandse vertaling. Het is een aanduiding voor een spectrum van gevoelens waarmee  de ouderen zeggen zich verveeld te voelen, maar ook neerslachtig en geestelijk benauwd. Verveling klinkt heel onschuldig, dat hebben we allemaal wel eens. Door deze brede betekenis is het gemakkelijker voor hen om dit woord te gebruiken."

Bij deze ouderen speelt dus niet alleen taalbeheersing een rol?

"Het speelt op twee niveaus. Allereerst praktisch: kun je Nederlands spreken. Kun je bij de huisarts je klachten kwijt? We weten bijvoorbeeld uit ander onderzoek dat ouderen met een migratieachtergrond hun klachten van eenzaamheid en depressie vaak als lichamelijke klachten ervaren en dus presenteren. Maar het tweede punt is de impliciete communicatie. Ik kom zelf uit die groep, dus ik ken de communicatiestijlen. Vooral moeilijke onderwerpen worden impliciet besproken. Dat betekent dat je dus moet kijken naar de vraag achter de vraag en naar de klacht achter de klacht.

Er is een emotioneel taboe op ondankbaarheid. Als je vraagt aan een Marokkaanse oudere: 'Hoe gaat het met u?,' dan zegt hij of zij: 'Alhamdoelillah,' wat in het Arabisch zoveel betekent als 'alle lof aan God.' Ze zijn altijd dankbaar aan God voor hun leven. Ze voelen dat ze niet bij mensen moeten klagen, die kunnen hun lot toch niet kunnen veranderen, dat kan alleen God. Je moet dan doorvragen om te horen hoe het werkelijk gaat, maar wel op een impliciete manier, anders kan het als onbeleefd worden ervaren."

Tekst gaat door onder de banner

Is het taboe rondom eenzaamheid voor mensen zonder migratieachtergrond anders dan voor deze met?

"Bij de in Nederland geboren ouderen zie je dat het taboe soms samenhangt met likeability: heeft die eenzame persoon dan geen sociale vaardigheden, dat hij of zij geen nieuwe mensen kan leren kennen? Het krijgt connotaties als 'zielig zijn.'

Maar bij de groep die ik heb geïnterviewd voeren dat soort opvattingen niet de boventoon. Bij hen telt meer de vraag: hoezo ben je met kinderen eenzaam? De kinderen spelen een centrale rol in de levering van de zorg en het sociale netwerk van die ouderen. En vice versa: de ouderen zijn enorm begaan met het wel en wee van hun kinderen. Dat heeft alles te maken met de morele zorgplicht die ze ervaren. Die ouderen zijn opgegroeid met een religieuze notie dat wanneer de kinderen jong zijn de ouders voor hen zorgen, maar dat wanneer de ouders oud worden en hulp behoeven de kinderen weer voor hen zorgen. Deze component van wederkerigheid is erg belangrijk, zowel voor de ouderen als hun kinderen.

Het schept hoge verwachtingen, ook van de kinderen. Hier komen sentimenten als trots, familie-eer en schaamte bij kijken. De kinderen zouden zich schamen als hun moeder of vader naar een verzorgingstehuis zou vertrekken. Dat wordt niet echt geaccepteerd, zowel door de ouderen zelf niet als door de gemeenschap, wat weer tot afkeurende en veroordelende reacties kan leiden.

Een ander aspect is geloof. Sommige ouderen gaven aan: wij hoeven toch niet eenzaam te zijn, we hebben toch een band met God? En dat is heel mooi, maar betekent dus wel dat eenzaamheid moeilijker besproken kan worden. Want, wat betekent het dan als je eenzaam bent? Betekent dat dan dat je geen goede gelovige bent?"

De rol van geloof is belangrijk?

"Ja. Wat betreft de rol van het geloof weten we uit onderzoek dat naarmate mensen ouder worden ze meer teruggrijpen naar het geloof. Het kan een onuitputtelijke bron van troost en steun zijn en zorgen voor een bepaalde innerlijke rust. Maar als er toch eenzaamheidsgevoelens spelen, heeft het een keerzijde. Die bepaalde interpretatie van religie kan het bespreekbaar maken en verhelpen van eenzaamheid bemoeilijken, zeker als we hier geen aandacht voor hebben."

Tekst gaat door onder de foto

In de Haagse El Islam moskee volgt een oudere man een lezing via een livestream.

Wat is de schade als we niet meer oog gaan hebben voor die diversiteit in de beleving van eenzaamheid?

"Dat het aanbod niet goed aansluit bij de behoefte. Dan kunnen mensen verder wegzakken in de eenzaamheid. Natuurlijk vereist het oplossen van eenzaamheid ook iets van de persoon zelf, om over een drempel te stappen. Maar op het moment dat je dan vervolgens niet echt iets aanbiedt wat past bij de behoefte van die groep, dan blijft eenzaamheid in stand."

Hoe denk je dat dit zich in de toekomst gaat ontwikkelen?

"Door globalisering worden steeds meer mensen oud op een andere plek dan waar ze geboren zijn. Er komen nu ook nog mensen met andere migratieachtergronden naar Nederland. Dan kun je wel bedenken dat eenzaamheid ook onder hen zal voorkomen. Die migratieachtergrond is belangrijk, omdat je bij migratie een netwerk van keuze inruilt voor een netwerk van familie. Doordat je vreemd bent in een land en je de taal nog niet beheerst ben je meer aangewezen op je familie. Je hebt geen diversiteit aan contacten, wat eenzaamheid in de hand kan werken. Dat geldt ook voor migranten die afwijken van bepaalde normen in hun groep; zij kunnen ook eenzaamheid ervaren doordat ze 'afwijkend' gedrag vertonen dat door de groep niet wordt geaccepteerd. Dat gebrek aan sociale integratie is een risicofactor voor eenzaamheid. Dat is iets waar we bij deze groepen de komende tijd veel aandacht voor moeten hebben."

Moeten deze ouderen hun verwachtingen bijstellen of moeten we als samenleving veranderen?

"Allebei een beetje. In veel landen kennen ze geen woord als zelfredzaamheid, terwijl het in Nederland een soort verheven speerpunt van beleid is. Ouderen die ik heb geïnterviewd hebben verwachtingen met betrekking tot zorg, van zowel de familie als van de sociale omgeving. Het zou goed zijn om die verwachtingen enigszins bij te stellen, dat klopt. Tegelijkertijd heb ik niet de illusie dat die zorgopvattingen nog heel erg zullen veranderen bij deze ouderen. Als een boom eenmaal geworteld is dan kun je die niet meer zo makkelijk verplaatsen. Het zou goed zijn als ook de samenleving deze ouderen een beetje tegemoetkomt."

Dus wat moeten we doen om deze situatie van eenzaamheid aan te pakken?

"Als je eenzaamheid duurzaam wil oplossen dan moet je op meerdere terreinen werken aan verbetering. In die zin is eenzaamheid een wicked problem, er zijn veel aspecten bij betrokken. Eenzaamheid is gelinkt aan persoonlijke kenmerken, is iemand in staat sociale contacten aan te gaan en te onderhouden? Maar niet alleen dat: ook armoede en gezondheid zijn gerelateerd aan eenzaamheid. Je moet iets doen dat structureel is, wat verduurzaamd kan worden. Ik geloof niet in een snelle simpele oplossing. Eenzaamheid kun je verzachten maar nooit helemaal wegnemen.

Maar begrijp me niet verkeerd: verzachten en de scherpe kantjes eraf halen is ook al heel mooi. Wat je ziet, is dat ouderen het fijn vinden om samen te komen op een plek die voor hen identificeerbaar is, een moskee of buurthuis, dat is heel laagdrempelig. Bovendien is het fijn om samen te komen met mensen met wie je een taal en een cultuur deelt. Ik heb een aantal buurthuizen bezocht waar vrouwen met name samenkwamen, daar zie ik dat ze erg veel aan elkaar hebben, dat verlicht die eenzaamheid. En ze doen met elkaar activiteiten, waarbij het belangrijk is dat je echt ruimte geeft aan geloof. Dat bijvoorbeeld die vrouwen, als het dan gebedstijd is, zich even kunnen terugtrekken op een kamertje om te bidden. Maar ook dat ze onder begeleiding van een geestelijk verzorger over geloof kunnen praten en er steun aan kunnen ontlenen. Dat het leven hier en nu  niet hoeft te concurreren met de activiteiten die ouderen willen doen als voorbereiding op het hiernamaals. Voor hen zijn dit wezenlijke punten.

Over het algemeen vinden ze het gewoon leuk om activiteiten te doen die ze in hun vroegere, actieve leven ook al deden. Dus wandelen, naar de markt, samen koken en eten. Maar geen bingo of sjoelen. Hartstikke leuk, maar je gaat deze groep er niet mee bereiken. Dan zeggen ze: 'Ik ben toch geen kind, waarom moet ik een spelletje spelen?' Je moet echt kijken naar hun specifieke behoeftes."

Je zei dat je dit onderwerp onder het voetlicht wilde brengen op de juiste manier, zonder deze ouderen als zielig of kwetsbaar neer te zetten. Wat zou je mensen het liefste willen meegeven hierover?

"Die impliciete communicatie. Ik hoop echt dat ik met dat sleutelbegrip, el-kant, een inzicht bied waarmee je het gesprek aan kunt gaan met deze ouderen én hun mantelzorger. Door sleutelbegrippen te gebruiken, laat je zien dat je de moeite neemt om je te verdiepen in hun belevingswereld. En vanuit het gesprek kun je toewerken naar interventies die voor deze ouderen werken. Het gaat mij erom dat je elkaars taal leert spreken."