"Eenzaamheid is het lot van de mens." Was getekend: Dirk De Wachter. Wellicht een schril contrast met de vaak zalvende woorden van de Vlaamse psychiater, die afgelopen corona-jaar vele huiskamers, appartementjes en studentenflats bereikten. Onze omgang met eenzaamheid zit 'm namelijk ook in het accepteren ervan. "Maar onze eigen eenzaamheid accepteren kan alleen in de blik van de ander," zegt De Wachter.

Te kort en te weinig. Zo voelde zijn fysieke afwezigheid bij het gesprek over eenzaamheid in De Publieke Tribune. "Dat ik juist bij een gesprek over verbinding en nabijheid via een scherm moest verschijnen… Spijtig."

En toch. Wie door z'n oogharen keek, zag ook daar de meerwaarde van. Centraal in het gesprek stonden namelijk de ervaringsdeskundigen zelf. De Wachter: "Het is belangrijk dat wij, de zogenaamde experts, niet boven de hoofden heen orakelen. Dat we zien dat elk individueel verhaal weer anders is. Grote theorieën zijn nodig voor beleid, maar schieten altijd tekort als je mensen wil bereiken. Het gesprek was een voorbeeld van hoe televisie volksverheffend kan zijn. Mensen het woord geven die normaal niet aan het woord komen."

Moet je weten wat het is om eenzaam te zijn om het echt te begrijpen?

"Dat denk ik niet. Ik denk dat het heel belangrijk is dat mensen zich gehoord en gezien voelen. Dat mensen die zich eenzaam voelen kunnen denken: voilà, eindelijk hebben ze door dat ik hier eigenlijk maar alleen zit."

Bent u zelf weleens eenzaam?

"Iedereen heeft dat wel, maar het valt mee. Ik ben nogal eenzaam geweest in mijn puberjaren, maar dat is natuurlijk herkenbaar voor veel mensen. Het was een gevoel van 'wat is dit leven en deze wereld toch raar' en 'pas ik hier wel in?' Maar ik ben niet gepest of uitgesloten geweest, dus het was niet van het gehalte zoals de jongeman in het gesprek vertelde (Jan Timmers, red.).

Tegenwoordig ben ik gelukkig met een ongelooflijk goede geliefde die mij troost. Voor corona was ik voor mijn beroep veel onderweg naar lezingen, congressen, debatten of televisie-uitzendingen. Dan zat ik soms 's avonds laat urenlang alleen in de auto terug naar huis te rijden. Daar geniet ik ook erg van, omdat ik op dat moment weet dat ik naar mijn geliefde ga, wat maakt dat ik dan toch niet zo eenzaam ben."

Jan Timmers, de jongeman (27) waar Dirk De Wachter het in het interview over heeft.

U wordt door velen gezien als de man die anderen troost biedt. Schuilt daar nog een drukkend gevoel van eenzaamheid achter?

"Tegenwoordig ben ik dus gelukkig met een ongelooflijk goede geliefde die mij troost biedt. Maar troost geven vind ik juist ook heel zingevend en betekenisvol. Zorgen voor mensen geeft mij een goed gevoel, dus dat is geen probleem. Wat mij soms wel ongelukkig maakt, is de mediatisering in onze maatschappij. Soms denk ik: ik doe het niet meer, ik zie gewoon thuis mijn patiënten en voor de rest niets. In Nederland is dat nu niet zo erg, maar in Vlaanderen ben ik, als ik niet oplet, iedere week op televisie.

Ik probeer dat een beetje te temperen, want ik krijg ook weleens kritiek en afgunstige reacties van collega’s die het belachelijk vinden. Die dan zeggen: 'Zorg voor uw patiënten in plaats van met uw stomme kop op tv te komen.' In die termen ook. Dat doet mij erg pijn eigenlijk. Dat in het openbaar verschijnen werkt op den duur bijna contraproductief en eerder vereenzamend dan verbindend. Het is een minderheid van mijn collega's, maar het kwetst mij toch. Ik ben daar gevoelig voor. Tegen mijn patiënten zeg ik dan dat ze zich daar niet zoveel van moeten aantrekken, maar zelf ben ik daar dus ook niet zo goed in.

Enfin, dat geeft mij een eenzaam gevoel. Maar die eenzaamheid zoals in mijn pubertijd heb ik niet meer op die manier gehad eigenlijk. Dat komt ook wel door mijn eigen werk, wat echt als een roeping voelt. Ik kan verder ook niks anders, nooit iets anders gedaan. Maar toch, het voelt als mijn bestemming. Dat wil ik dan ook goed doen. Juist uit die verbinding met patiënten haal ik veel voldoening. Ik denk dat mijn eigen eenzaamheid dus deels door mijn werk wordt gecounterd."

Dirk De Wachter

Er wordt vaak gediscussieerd over of eenzaamheid de laatste jaren nu echt is toegenomen, of dat we het meer zijn gaan erkennen en dus gaan zien. Doet die vraag er überhaupt toe wat u betreft?

"Er is bij mijn weten geen onderzoek van vijftig jaar geleden zoals we dat nu kennen. Ik denk niet dat eenzaamheid in die tijd een issue was. Dat was dan maar zo en daar werd niet over gesproken. Maar probeer u eens voor te stellen: een homoseksuele jongeman in een klein gereformeerd Nederlands dorp in de jaren vijftig. Die moet zich toch onwaarschijnlijk eenzaam gevoeld hebben. In die dorpskern, waar iedereen zo verbonden was, maar waar zo'n jongen dan niet in paste en waar hij niet kon spreken. Het kan haast niet anders dan dat dat toen veel erger was dan nu.

Daar tegenover staat precies dat dorpse leven van vroeger, met zijn vertraging en zijn familiale verbindingen. Die voorspelbaarheid zal toch misschien meer verbinding gemaakt hebben dan het grootstedelijke leven van nu, met onze studio’s en onze manieren van alleen leven. Met de doordrammende samenleving die alsmaar sneller gaat, met veel wisselingen van relaties, van werk, enzovoorts. Hoewel ik er geen cijfers van kan geven, lijkt onze huidige cultuur die eenzaamheid toch eerder in de hand te werken.

Dus inderdaad, doet die vraag ertoe? Stel dat onze eenzaamheid niet per se erger is geworden dan dat het vroeger was, dan is dat toch helemaal geen argument om daar nu niks aan te doen? Ik leef nú met mijn patiënten mee en denk: goh, deze mensen zijn eenzaam, ik moet daar iets aan doen. Niet alleen in gesprek met henzelf, maar ook door daar maatschappelijk de aandacht voor te vragen. Dat vind ik dan wel mijn ethische plicht."

Er wordt vaker gesproken over sociale en emotionele eenzaamheid. De laatste tijd wordt ook steeds vaker over existentiële eenzaamheid gesproken. Wat hebben we eraan om die van elkaar te onderscheiden?

"Existentiële eenzaamheid zou ik definiëren als het fundamentele gevoel waar we allemaal een stuk mee te maken hebben. Het is het lot van de mens. U wordt geboren, u wordt uit de moedersschoot gestoten en daar staat u dan, naakt in het bestaan. Het enige wat we kunnen doen is dan goed verbonden zijn, liefdevol en zorgzaam verbonden zijn met onze medemens. Dat is de enige manier om die existentiële eenzaamheid, die een gegeven is, te counteren. Die wordt nooit helemaal opgelost. Dat is altijd weer een spanningsveld.

Als men met sociale eenzaamheid bedoelt dat mensen alleen en dus niet in familiale band of in relatieverband zijn, dan is dat iets anders dan het subjectieve gevoel van nergens terecht te kunnen. Als mensen die alleen wonen zich goed voelen en bij anderen terecht kunnen als er iets is, is dat geen probleem. Dat is geen eenzaamheid, dat is alleenigheid. Ik gebruik dat woord, omdat daar ook 'lenigheid' in zit. Men kan flexibel omgaan met die status.

Het is de eenzaamheid die geen mogelijkheid geeft tot contact leggen. De ervaringsdeskundigen in De Publieke Tribune definieerden dat ook goed. Die eenzaamheid voelt heel negatief, geeft aanleiding tot depressie, maakt zelfs ziek. Daar moeten wij als maatschappij iets aan doen. In de psychiatrie worden wij overspoeld met vragen waar eenzaamheid de rode draad vormt. Over alle psychopathologische beelden heen - depressie, angst, psychose, verslaving, vermoeidheid, noem maar op - zie ik eenzaamheid terugkomen als een thema."

In het gesprek sprak Anne over haar gevoelens van eenzaamheid. Wat zij zelf het belangrijkst vond, was dat die gevoelens er gewoon mogen zijn, dat het niet continu hoeft te worden opgelost. Dat had iets paradoxaals, omdat daar ook een wethouder uit Rotterdam zat die de eenzaamheid in zijn stad maar al te graag zou willen oplossen.

"Rotterdam is een stad die al veel doet op dit thema. Ik ben niet tegen die initiatieven, maar met alle respect voor de wethouder zou ik tegen hem willen zeggen: focus op verbinding, op samenleving, op mensen niet uitsluiten. Met andere woorden: focus op de positieve kant van de zaak. Focussen op eenzaamheid zorgt al direct voor een soort stigmatisering.

Om een voorbeeld te noemen: er was recentelijk een initiatief in Nederland voor een aparte kassa in de supermarkt, waar men wat meer tijd nam voor een praatje. Maar mensen die aan die kassa staan worden dan meteen gezien als triestige mensen die niemand hebben om mee te praten, die langs de praatkassa moeten. En de succesvolle mensen gaan langs de snelle kassa.

Ik ben kritisch over het al te zeer problematiseren van eenzaamheid, bijna als een psychiatrische diagnose die behandeld moet worden. Dan wil ik dat altijd heel graag in de bredere maatschappelijke context zetten. Dus geen programma maken voor eenzaamheid, maar wel een programma voor buurtwerking. Voor minderheidsgroepen, voor jongeren, voor ouderen. Zonder te focussen op het probleem an sich, want soms maakt dat het al, met de beste bedoelingen, nog erger. Die jongedame uit de uitzending zei dat inderdaad bijzonder goed, veel beter dan ik kan uitdrukken."

Dus dan draaien we het om en zoeken we naar een oplossing via een iets andere route?

"Wat zowel de overheid als de samenleving moeten proberen te doen, is een samenleving maken met inclusie en met verbinding, zodat we dadelijk niet achter de feiten aan moeten lopen en de eenzamen moeten oppikken. Laten we een samenleving maken waar we zo weinig mogelijk collateral damage in de vorm van verstoting, eenzaamheid of niet-verbinding creëren. We hebben hier in het Westen toch heel erg  een samenleving gemaakt waarin individueel succes heel erg voorop staat: je kunt het, je bent fantastisch. Degene die dat niet helemaal voor elkaar krijgt heeft pech en moet maar gebruik maken van de zorg.

We zouden fundamenteler moeten gaan nadenken over een maatschappij die al in de basis minder eenzaamheid creëert. Waar 'het verbondene' een evidentie is en geen therapeutische tool om iemand er ocharme toch mee terug te halen. Waar meneer De Vries niet pas bij het overlijden van zijn echtgenote bezoek krijgt van mensen omdat ze nu eenmaal mensen bezoeken die iemand zijn verloren. Ik denk dat daar de knoop zit."

Meneer De Vries was te gast in de aflevering van De Publieke Tribune.

Toch heeft ook dat weer iets paradoxaals. We moeten het eigenlijk met een omweg zien te voorkomen, via primaire preventie, zo je wilt, volgens u. Toch zegt u ook dat eenzaamheid hoort bij de mens.

"Jazeker."

Is het dan ook niet een kwestie van acceptatie?

"Zeker. Maar als hier een patiënt komt en zegt: 'Dokter, ik voel mij zo eenzaam,' dan ga ik niet zeggen: 'Ja, maar dat moet je eens een keer accepteren.' Dan vraag ik juist hoe het leven is gelopen en wat er allemaal aan de hand is. Ik probeer daar een breder verhaal van te maken. De jongedame in de uitzending zei dat heel goed. Het kunnen omgaan met de eenzaamheid zit 'm ook in het accepteren ervan, u daarin goed kunnen voelen, zeggen dat het geen probleem is.

En toch kan dat ook alleen maar in verbinding met de ander. Het zelf accepteren van eenzaamheid is altijd in de blik van de ander. Onszelf is een zelf in de blik van de ander. Met andere woorden: ik ben hoe ik gezien wordt door de ander. En als ik gezien wordt als iemand die een beetje alleen is, een beetje op zichzelf maar best oké, dan is die verbinding goed. Maar als er niemand is die mij ziet, dan voelt dat niet goed.

Het gaat om het gedijen met anderen, zonder dat je daar de meest sociale mens voor hoeft te zijn die overal voorop staat. Niet iedereen hoeft het hoogste woord te voeren aan talkshowtafels. Ik word soms zo moe van dat soort uitzendingen. Dan zitten daar weer assertieve Amsterdammers te kakelen... Dat is niet de oplossing voor onze eenzaamheid. Integendeel. Het stilletjes bij elkaar kunnen zitten, het niet direct een mening hebben, het niet goed weten, wat twijfelend mogen zijn, onzeker mogen zijn… Dat is wat we moeten nastreven. Laat dat door deze Vlaming gezegd zijn."

De jongedame waar De Wachter over spreekt.

Anne vertelde dat ze ook met name het fysieke contact mist. Ze heeft gelukkig dan wel haar kat om mee te knuffelen, maar dat haalt het nooit bij het contact met een echt mens. Het feit dat we elkaar nu al zo lang niet kunnen aanraken, gepaard met onze drang naar juist dat fysieke contact, wat doet dat met ons?

"Allereerst zet ik graag het woord strelingsstreven naast jullie term huidhonger, wat ik toch wat kannibalistisch vind klinken, maar dat terzijde. Ik hoop eigenlijk dat dit jaar van niet-aanraking ons heel erg heeft doen beseffen hoe belangrijk die aanraking is. Dat we die hechting, die nabijheid en dat fysieke contact na deze periode nog extra in de verf gaan zetten en dat we daar extra op gaan letten. Ik hoop dat we iets leren van wat een tijd verboden was. Dan heeft heel deze miserie nog een positief effect.

Daarnaast moeten we ook eerlijk zijn dat veel van onze ouderen ook voor corona geen bezoek kregen. Nooit iemand. Nu we met z'n allen toch hebben gerealiseerd hoe erg dat is, hoop ik dat we dat zullen gaan meenemen. Dat we volgend jaar, als het party time is, weten hoe belangrijk het is om aangeraakt te worden, om contact te hebben. En hoeveel mensen alleen zijn, ook als de lockdown voorbij is. Ik hoop dat ons geheugen niet te kort gaat zijn."