"Wie van jullie wil de Tweede Kamer in?" wordt aan het begin van het gesprek gevraagd aan de jonge mensen die op De Publieke Tribune hebben plaatsgenomen.

Een paar handen gaan resoluut de lucht in, andere blijven halverwege hangen. Toch wel verrassend, als je deze jonge mensen later in het gesprek bevlogen hoort vertellen over de dingen waar ze zich voor inzetten of zorgen over maken.

Vaak zijn ze al actief, bij politieke jongerenorganisaties of in de gemeenteraad. De Tweede Kamer lijkt dan toch de volgende stap. Dé plek om je idealen te verwezenlijken. En toch twijfelen ze of ze de Kamer in willen. Hoe kan het dat de Kamer aan aantrekkingskracht lijkt te verliezen?

De Tweede Kamer zou het kloppend hart van onze democratie moeten zijn. De plek waar alle burgers vertegenwoordigd worden en de regering waar nodig het vuur na aan de schenen wordt gelegd. Een plek waar verstandige mensen vanuit verschillende perspectieven, toch sámen proberen Nederland verder te brengen. Mooi ideaal.

En toch zien we in de media vooral Kamerleden die elkaar uitschelden, die meer tweets dan wetsvoorstellen schrijven, campagnefilmpjes opnemen tijdens een debat of enkel oog hebben voor de waan van de dag. Boegbeeld en voorzitter van de Tweede Kamer Khadija Arib spreekt regelmatig Kamerleden aan op hun gedrag. Ook op de tribune beaamt ze dat Tweede Kamerleden wel aan "wat zelfreflectie" mogen doen. Maar de schuld bij Kamerleden alleen leggen blijkt te makkelijk.

"Media, burgers en politiek houden elkaar gevangen," zegt politiek verslaggever Kees Boonman. Ze bevinden zich in een soort driehoek. Het succes van Kamerleden blijkt namelijk toch vaak af te hangen van hun zichtbaarheid in de media.

En om het nieuws te halen, moet je vooral problemen aankaarten en heftige taal gebruiken. Journalisten werken dus ook aan de beeldvorming mee, door vooral extreme uitspraken, relletjes en oneliners uit te lichten. Stoere praat haalt dus wel het nieuws, maar lost het wat op? 

"Het succes van Kamerleden blijkt toch vaak af te hangen van hun zichtbaarheid in de media"

Adinda Hijl, redacteur De Publieke Tribune

Veel journalisten spelen ook in op wat het publiek wil. Hier komt de rol van de burger naar voren. Alleen politieke junkies kijken hele debatten, maar het merendeel van de mensen ziet maar heel weinig van wat er écht gebeurt in die Haagse bubbel. Bijvoorbeeld dat het best vaak diepgaand over de inhoud gaat. En dat Tweede Kamerleden wel degelijk het verschil maken.

Maar dat is vaak niet te vatten in de kleine fragmenten die we van journalisten vragen, waar we Kamerleden vervolgens wel op afrekenen. En zo is de cirkel weer rond. Het jonge raadslid Sophie Heesen vraagt zich dan ook af of burgers wel wíllen begrijpen hoe het werkt, en partijen de ruimte willen geven.

Toen we voor de uitzending een jonge vrouw spraken over de Tweede Kamer zei ze: "Als zij met een voorbeeldfunctie niet eens normaal met elkaar om kunnen gaan, hoe kunnen ze dan verwachten dat wij dat in de samenleving wel kunnen?" Terecht. Maar misschien kunnen we dat ook eens omdraaien. Democratie is namelijk niet alleen één keer in de vier jaar naar de stembus gaan.

Tussendoor moeten ook wij als burgers met elkaar zien samen te leven. En dat vraagt om dialoog, compromis, en soms accepteren dat je geen gelijk hebt, óf het niet krijgt. Dat geldt voor zowel burgers als de mensen die hen vertegenwoordigen. Want uiteindelijk, benadrukt oud-Tweede Kamerlid Anne-Wil Lucas: "Hoe de democratie functioneert, is een taak van ons allen."

Laten we hopen dat onze jongeren niet meer twijfelen, wanneer hen over een tijdje opnieuw de vraag gesteld wordt of ze de Tweede Kamer in willen. Dat die handen dan zonder aarzeling de lucht in schieten.