Nu de grootste coronapiek achter ons lijkt te liggen en de druk op de intensive cares afneemt, is er ruimte voor reflectie. Wat betekent deze overweldigende uitputtingsslag voor zorgpersoneel? Met andere woorden: wie zorgt er voor de zorgverlener? We leggen de vraag voor aan humanistisch geestelijk verzorger Ankie Spelbrink en intensivist Ralph So.

"Soms vroeg ik me af: waar ben ik in beland?" Aan het woord is Ankie Spelbrink, die in het Elkerliek Ziekenhuis te Helmond in het zwaargetroffen Brabant werkt. Ze ondersteunt zorgpersoneel en patiënten.

"De overledenen moesten in bodybags worden geplaatst, de verpleging had weinig tijd om de liefdevolle zorg te verlenen die ze gewoon zijn, en families konden in de laatste uren soms zelfs niet bij hun geliefden op bezoek om afscheid te nemen. Als ze op tijd waren mocht dat wel, maar ze durfden vaak zelf niet." 

Tekst gaat verder na afbeelding

Abonneer je op De Publieke Tribune

Abonneer je op de podcast: RSS  Google Podcast. Of luister op Spotify.

Zorgmedewerkster op de intensive care (IC)

Het is emotioneel slopend, zegt ze. Zorgpersoneel is gewend om met leed om te gaan, maar niet zo veel tegelijk en niet onder zulke hoge druk. "Dat leidt tot angst en machteloosheid. Normaal gesproken zie je dat vooral bij patiënten, maar nu zie je dat bij ons allemaal."

Op adem komen

Met de coronapiek achter ons, is er ruimte om op adem te komen. "Als je middenin een crisis zit, heb je bijna geen tijd om te reflecteren," zegt Spelbrink. "Nu is de vraag: wat is er precies gebeurd? Het voelt rauw. Je voelt je voortdurend tekortschieten in de tijd die je niet hebt, en de onmogelijkheid van een klein maar groots gebaar als even de hand vasthouden." 

"Ik heb een ongelofelijke kracht gezien bij de artsen en verpleegkundigen, maar omdat de crisis nog niet voorbij is door de dreiging van een tweede golf, kan je nauwelijks verder. Het ligt nog niet achter je, maar je moet door, want we zijn de gewone zorg inmiddels weer aan het oppakken. En we moeten alert zijn, want corona is nog onder ons. Het is als een veenbrand die doorsmeult."

Tekst gaat verder onder afbeelding

Steunbetuiging voor de zorg

Werken onder extreme omstandigheden

"Hoe lang houden we dit nog vol?" Die vraag speelde ook bij intensivist Ralph So. Hij werkt op de intensive care in het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht, dat de IC-capaciteit verdubbelde van 16 naar 32. Maar extra bedden zonder personeel, daar heb je niets aan. En dus nam de druk op de zorgverleners toe.

"We moeten oppassen dat mensen niet omvallen," zegt So. "Dit is ons werk en we zijn hiervoor getraind, maar werken onder extreme omstandigheden is zwaar. Het ziektebeeld is nieuw, en de onverwachte achteruitgang raakt ons diep. Als je een patiënt op de afdeling hebt bij wie alle controles twee uur geleden nog goed waren, die dan ineens sterk verslechtert en voor opname naar de IC moet, vraag je je af of je iets over het hoofd hebt gezien. Dan moet je tegen die patiënt zeggen: bel nog maar even met je familie, je gaat nu minimaal twee weken slapen, en ik weet niet hoe je eruit komt. Dan kan je je voorstellen dat een verpleegkundige die de controle heeft gedaan, zich afvraagt: hoe kan dit nou, wat heb ik gemist?"

Rituelen bij leven en sterven

Volgens geestelijk verzorger Spelbrink worden de omstandigheden verzwaard door de grote aantallen patiënten en het tijdgebrek niet genoeg warmte bij het afscheid kunnen bieden.

"Rituelen bij leven en sterven zijn heel belangrijk en corona gooit dat overhoop. Je staat volledig ingepakt aan het bed, waardoor mensen je niet herkennen. Normaal gesproken leg je bij het sterven een hand op de arm. Dat is het enige dat je dan kunt doen, maar zelfs dat kan in deze tijd niet. Contact maken kan alleen door elkaar in de ogen te kijken." 

Tekst gaat verder onder afbeelding

Om de rituelen enigzins in stand te kunnen houden, maakte Spelbrink rode harten met de tekst 'je blijft in ons hart' erop. Zorgverleners kunnen die bij de overleden patiënten neerleggen: "een gebaar dat het net iets draaglijker maakt als mensen in een bodybag naar buiten worden gereden."

Posttraumatische stress in de zorg

De werkdruk, de onmogelijkheid om goed afscheid te kunnen nemen en het gevoel niet de zorg te kunnen verlenen die ze gewend zijn: het leidt tot klachten bij zorgverleners die te vergelijken zijn met posttraumatische stress.

"Het is als een filmpje dat op repeat wordt afgespeeld. Mensen hebben nare dromen, of zijn hyperactief,"  vertelt So. "Al voor corona bleek uit onderzoek dat vrijwel iedere zorgverlener daarmee te maken krijgt, en dat klachten veel langer voortduren dan we dachten. Tot wel een jaar langer. Als je dat weet, kan je je voorstellen dat deze crisistijd sporen na zal laten bij het personeel." 

Volgens de internist is het belangrijk om nu na te denken hoe je zorgverleners overeind houdt. "Dit is geen sprint, maar een marathon. We weten niet hoe lang het zal duren. Die onzekerheid maakt het moeilijk om je er goed op voor te bereiden. Een marathon win je in bed, net als wielrenners de Tour de France. Tussen de diensten moet je jezelf dwingen om te rusten, al wil je ook de lawine aan zorgwebinars op de voet blijven volgen om bij te blijven."

Tekst gaat verder onder afbeelding

Een zorgmedewerkster met beschermende kleding

Buddy-systemen in het ziekenhuis

Behalve wat zorgverleners zelf kunnen doen voor hun geestelijke en lichamelijke gezondheid, werken ziekenhuizen ook met zogenoemde buddy-systemen, die ook in het leger worden gebruikt om PTSS tegen te gaan. "Het gaat dan om mensen die elkaar in de gaten houden. Zo houd je in deze tijden oog voor elkaar en kun je elkaar helpen als het even niet goed gaat." 

Het is daarbij belangrijk om elkaar actief tegemoet te treden, stelt So, die in zijn eigen ziekenhuis ervaring heeft met een supportnetwerk waarbij zorgpersoneel kan bellen met vragen. Dat bleek minder goed te werken dan de actieve benadering.

"Wat blijkt: ten opzichte van verpleegkundigen maken dokters daar weinig gebruik van. Ik geloof niet dat het schaamte is, maar misschien zijn het restjes van de oude cultuur. Er hoeft maar iemand te zeggen: 'Doe niet zo soft, dan moet je maar een ander vak kiezen.' Dan houdt het meteen op. We zeggen niet voor niets: 'Dokters zijn zelf de slechtste patiënten.'"

De Publieke Tribune

In de uitzending van het radioprogramma De Publieke Tribune van 25 mei praatte presentator Coen Verbraak verder met humanistisch geestelijk verzorger Ankie Spelbrink en intensivist Ralph So over leven, ziekte en dood in tijden van corona. Uitvaartverzorger David van de Waal schoof ook aan om over rouw en de confrontatie met de dood in deze tijd te praten. Beluister hieronder de uitzending terug.