Hoe diep zitten vooroordelen en racisme? Maken we op jonge leeftijd al onderscheid tussen mensen op basis van willekeurige kenmerken zoals huidskleur? Volgens ontwikkelingspsycholoog Nihayra Leona is het een veelvoorkomende misvatting dat kinderen kleurenblind zouden zijn.

Luister hier de podcast van De Publieke Tribune over waarom we haten

Het poppenexperiment dat de Amerikaanse psychologen Kenneth en Mamie Clark in de jaren dertig ontwikkelden, laat zien dat zij zich op jonge leeftijd al bewust zijn van verschil in huidskleur, en van de eigenschappen die de maatschappij aan die kleur toedicht. Wit - positief. Zwart - negatief.

Kinderen krijgen aangeleerd dat een lichtere huidskleur superieur is

Kinderen krijgen een zwarte en een witte pop voor zich op tafel, die op de huidskleur na identiek zijn. De onderzoekers vragen welke pop zij het slimst, het liefst of het mooist vinden, en welke pop het stoutst, het domst en het lelijkst. Daarnaast wordt gevraagd op welke pop de kinderen zelf lijken, wat moet aantonen of de kinderen weten tot welke groep zij zelf behoren. De Clarks lieten zien dat zowel witte als zwarte kinderen een voorkeur hadden voor een lichtere huidskleur, en dat ze goed wisten tot welke groep zij zelf behoren.

Je zou verwachten dat kinderen een voorkeur hebben voor hun eigen groep, maar dat bleek voor zwarte kinderen niet zo te zijn: ook zij kozen overwegend voor de zwarte pop bij de vraag naar welke pop lelijk of dom was. De vraag is of dit aantoont dat kinderen onbewust aangeleerd krijgen dat een lichtere huidskleur superieur is.

Tekst loopt door onder video

En hoe zit dat in Nederland?

Dit onderzoek werd door de Clarks uitgevoerd in een tijd waarin rassensegregatie in Amerika nog aan de orde van de dag was, en is dus niet zomaar vergelijkbaar met de Nederlandse situatie. Socioloog Armine Stepanyan herhaalde in 2015 het experiment in Nederland met drie verschillende poppen en 159 kinderen, en vond ook dat de meeste kinderen een voorkeur voor de witte pop hebben. 85 procent van de kinderen met een Nederlands, Turks en Marokkaans uiterlijk vond de zwarte pop ‘lelijk’. Kinderen van Surinaamse en Afrikaanse afkomst wezen alle drie de poppen op die vraag ongeveer even vaak aan.

Voor Stepanyan was het nog niet zo eenvoudig om in Nederland drie identieke poppen met verschillende huidskleuren te vinden. Er zou volgens de speelgoedwinkels geen vraag naar donkere poppen zijn, dus heeft zij ze uiteindelijk in de Verenigde Staten moeten bestellen. Inmiddels is daar volgens Nihayra Leona gelukkig verbetering in gekomen, en zijn donkere poppen en barbies makkelijker te vinden.

Tekst loopt door onder afbeelding

Ontwikkelingspsycholoog Nihayra Leona tijdens het poppenexperiment

Kinderen nemen over wat de meerderheid denkt

Het poppenexperiment is inmiddels talloze keren herhaald, maar de onderzoeksresultaten variëren. De context en de manier waarop het onderzoek wordt uitgevoerd, is bepalend voor de uitkomst. Zo maakt het verschil of de kinderen kunnen kiezen tussen twee of drie poppen, of ze moeten kiezen of ook mogen antwoorden dat ze het niet weten, en zou de huidskleur van de onderzoekers sturend kunnen zijn voor de antwoorden die kinderen geven. Ondanks deze variatie is er bij dit experiment over het algemeen toch een voorkeur te zien voor de pop met de lichte huidskleur.

Ontwikkelingspsycholoog Nihayra Leona voerde dit experiment tijdens haar studie psychologie in Nederland in 2008 op kleinere schaal uit. Ook zij zag dat kinderen de witte pop het vaakst positieve eigenschappen toedichtten. "Kinderen zijn onbewust heel goed op de hoogte van wat de maatschappij denkt dat goed en beter is. Zij internaliseren ideeën uit de meerderheidsgroep over intelligentie, schoonheid en moraliteit, en weten dit al op jonge leeftijd," vertelt Leona. Sommige donkere kinderen gaven in gesprek met Leona aan dat ze liever op de witte pop wilden lijken. Niet zo gek, als de meeste helden en prinsessen er ook zo uit zien.

Vooroordelen zitten dieper dan je kunt zien

En hoewel het poppenexperiment als basis wordt voor de conclusie dat we racistische vooroordelen hebben bediscussieerd, wijst ander onderzoek ook op het bestaan daarvan.

Denk aan de impliciete associatietest (IAT) van Harvard, waarbij onbewuste vooroordelen bij volwassenen worden getest. Hoe sneller de reactiesnelheid, hoe vanzelfsprekender mensen twee zaken bij elkaar vinden horen, en hoe trager de reactiesnelheid, hoe ongebruikelijker mensen de combinatie vinden. Zo wordt gekeken of hun reactiesnelheid vertraagt als ze een foto van een gezicht met een donkere huidskleur aan positieve eigenschappen moeten koppelen.

Uit dat onderzoek blijkt dat de meeste mensen het makkelijker vinden om positieve eigenschappen te associëren met gezichten met een lichte huidskleur. Vooroordelen die zo diep zitten, dat we ons er zelf niet altijd van bewust zijn. Dat maakt het aanpakken van racisme extra ingewikkeld.

Luister de hele aflevering terug

Luister hieronder de hele aflevering van De Publieke Tribune terug of check de podcast. Abonneren in Apple Podcasts kan hier. Abonneren in Google podcasts doe je hier. Of luister in Spotify.

In de radio-uitzending van De Publieke Tribune gaat presentator Coen Verbraak verder in gesprek met ontwikkelingspsycholoog Nihayra Leona over de werking van uitsluitingsmechanismen en racisme. Samen met twee andere gasten laat zij haar licht schijnen op de duistere kant van de mens, met als kernvraag: waarom haten we?

Deze uitzending maakt Human parallel aan de serie Why We Hate, geproduceerd door Steven Spielberg, die wij momenteel iedere zondag uitzenden. De andere gasten zijn hoogleraar ecologische determinanten van gedrag Liesbeth Sterck, die onderzoek doet naar sociaal gedrag bij dieren zoals (mens)apen, en Mahmoud Tighadouini, die zich vanachter de computer klaarmaakte voor de jihad, maar dankzij artsen die hem zorgzaam tegen kanker behandelden geen extremist meer is. Hij gaat in op hoe haat vrij spel krijgt, en hoe we het kunnen ontstijgen.