In 'De publieke tribune' op NPO Radio 1 praat Coen Verbraak 30 maart met Hans van der Hoeven. Hij is hoogleraar intensive care en IC-arts in het Radboudumc Nijmegen. Daarnaast coördineert hij alle ic’s in zijn regio. In tijden van coronacrisis zijn genoeg vragen te bedenken voor een IC-arts. We stelden er alvast negen.

#1. Hoe ziet het leven van een IC-arts vandaag de dag eruit?

"Nou, het is wel erg druk en heftig. Er is nog geen eind aan het aantal ic-bedden, maar er zit nu wel behoorlijk druk op en er moet nu overal opgeschaald worden. Het is een beetje de vraag: kun je net voor blijven op het aantal patiënten dat er nog aankomt?

Het aantal patiënten moet nu flink gaan dalen anders ga je het sowieso de komende tijd niet redden. Nu ben ik een optimist hoor, ik denk echt wel dat we er doorheen komen in Nederland zonder dat we hele nare beslissingen hoeven te nemen; dat we geen Italiaanse toestanden krijgen. Maar het is wel een spannende week."

Abonneer je op de podcast van 'De publieke tribune', of luister elke laatste maandag van de maand om 20:30 naar NPO Radio 1.

#2. Kunt u nog de zorg leveren die u gewend bent?

"Ik heb nu wel tegen mijn team gezegd dat we de standaarden die we in normale omstandigheden hebben moeten loslaten. De kersen moeten nu van de taart en misschien moet de slagroom er straks ook nog af. Die extraatjes die we altijd in de Nederlandse gezondheidszorg kunnen bieden, dat gaat even niet. Maar dan kun je nog steeds perfecte gezondheidzorg leveren." 

#3. Welke extraatjes kunt u niet meer leveren?

"Bijvoorbeeld minder aandacht voor de familie van een patiënt. En normaal kan een ic-verpleegkundige af en toe een uurtje zitten met een patiënt en naar hem luisteren. Hartstikke belangrijk, maar nu kan het even niet. Nu moet je misschien zeggen: je hoeft niet iedere drie dagen dat onderdeel te vervangen van het beademingsapparaat, maar iedere zeven dagen. Want dat kost je steeds een uur en we hebben minder verpleging per bed.

Dat zijn dingen die nu niet essentieel zijn voor de zorg en waarmee je toch nog steeds steengoede zorg kunt leveren. We nemen nooit de binnenbocht. We leveren we nog steeds de beste zorg die we kunnen leveren onder deze omstandigheden. Die is nog steeds heel goed en onvergelijkbaar met waar dan ook in de wereld."

#4. Is er nog genoeg ruimte voor begeleiding bij het sterven?

"Steeds minder. Dat is vreselijk, dat is één van die dingen. IC-verpleegkundigen zijn meesters in het prachtig begeleiden van mensen op de IC die het niet halen en prachtig in het begeleiden van familie. De familie is er nu niet, er mag maar één iemand bij, dus dat is al heel zwaar.

Ook verpleegkundigen kunnen niet de aandacht geven die ze gewend zijn. Dat betekent dat je nu niet kunt knuffelen, geen arm om iemand heen kunt slaan, niet dichtbij iemand kan zijn. Dat is ontzettend zwaar. Het is ontzettend zwaar om iemand in zijn uppie te zien doodgaan en die niet de liefde te geven die je normaal gewend bent om te geven." 

Een verpleegster prepareert een IC-unit in een nieuw Covid-19-hospitaal in Verduno, Italië.

#5. Is er sprake van morele stress bij u op de afdeling?

"Morele stress is echt een zwaar en groot ding op de intensive care. Daar besteden we veel aandacht aan, we hebben elke dag moreel beraad op de IC. Waar we met elkaar en onder leiding van een ethicus praten en nadenken over dit soort dingen en mensen de kans geven het uit te spreken.

Er gaan ongetwijfeld nog moeilijke vragen komen, dus het is ook goed om daar vanaf het allereerste begin over na te denken en met elkaar over te praten. Wat is zinvolle zorg?"

#6. Gaat dat ook over om mensen van boven de tachtig niet meer te behandelen?

"Nou, dat is nog niet eens zo ingewikkeld in Nederland. In Italië is het uitgesloten dat je iemand zorg op een IC weigert, hoe oud je ook bent. Dat hebben wij niet. Wij hadden voorafgaand aan corona ook al goede gesprekken met patiënten. 'Wat we op de IC kunnen bereiken, dient dat uw doel nog wel?' Er zijn nu veel initiatieven om die gesprekken al eerder aan te gaan, bij de huisarts bijvoorbeeld.

Als je weet: dit ziektebeeld is ministens vier weken, je komt eruit als een vaatdoek, als je het overleeft ben je al je spieren kwijt, je zult jaren moeten revalideren en de kans dat je ooit nog thuiskomt is ongeveer nul. Dat gesprek hebben we nu ook met mensen en de meeste mensen zeggen: 'Ik wil niet naar de IC als dit mijn voorland is.' We proberen goed in te richten hoe je ook die mensen zo menswaardig mogelijk kunt behandelen."

#7. Welke dilemma's voorziet u?

"Het wordt echt moeilijk als een vijftigjarige op de IC komt en je moet halverwege de rit - omdat-ie niet zo goed gaat- zeggen: 'Laten we maar ophouden'. Terwijl je weet dat er nog een hele hoop mensen beter worden. Dat is voor ons niet te doen. Ik denk dat dat mensen in mijn vak werkelijk zal demotiveren als we niet meer de zorg kunnen leveren die we willen leveren. We moeten er alles, alles, alles op zetten om dat te voorkomen." 

#8. Ervaart u zelf al morele stress?

"Nee, maar als ik er over nadenk dat die situatie zou ontstaan, dan is dat nu al stressvol. Maar zoals ik al zei: ik ben een optimist. Ik probeer me zelf ook wel eens in de arm te knijpen. Ben je nou nog een realist of ben je alleen maar optimist?

Maar ik denk nog steeds echt dat wij het gaan redden. Dat heeft overigens niets meer te maken of we niet voorbereid zijn en of we genoeg spullen hebben. Het hangt er van af of iedereen in Nederland bereid is om zich aan de restricties te houden." 

#9. Hoe belangrijk is optimisme op een IC?

"Er zijn natuurlijk een heleboel mensen die de neiging hebben om ook even het hoofd te laten hangen. Daar heb ik wel begrip voor want het is ook een zware tijd, maar dat trekt zo’n team en alles om je heen naar beneden en dan kun je met elkaar niet meer leveren. Met een houding van ‘schouders eronder en natuurlijk komt het goed’ dan lever je ook daadwerkelijk meer, dan doe je betere dingen, dan zorg je beter voor je mensen."