Voor het grote geld kwam ze al nooit, maar dat ze vorig jaar als sociaal advocaat moest stoppen omdat ze er zelf geen normaal inkomen meer uit kon halen was ronduit cru. Terwijl de vraag naar sociale rechtsbijstand groot was kon ze geen advocaat vinden die het stokje van haar wilde overnemen. Gerritsen: "Het is heel onaantrekkelijk om als advocaat in dat gat te springen. Nieuwe aanwas is er niet. Als het zo doorgaat is er straks niemand meer over."

Petra Gerritsen werkte meer dan jaar 35 jaar lang binnen het sociaal zekerheidsrecht. Eerst als jurist bij Bureau Rechtshulp, de laatste vijftien jaar als sociaal advocaat in het oosten van het land. Andere constructie, zelfde werk: opkomen voor de meest kwetsbare groepen in de samenleving. Bijstandsgerechtigden, chronisch zieken, arbeidsongeschikten, kortom: mensen die niet altijd even makkelijk voor zichzelf op kunnen komen. Mensen die bij juridische geschillen sterk afhankelijk zijn van specialisten in het sociaal zekerheidsrecht. Specialisten zoals Gerritsen.  

Abonneer je op de podcast

Meer De Publieke Tribune Radio? Abonneer je op de podcast via Apple, Google PodcastsNPO Radio 1, of luister via Spotify

Dat juist een sociaal advocaat als zij zich vorig jaar genoodzaakt zag haar toga aan de wilgen te hangen is pijnlijk. Gerritsen: "We hebben gezien aan de toeslagenaffaire hoe belangrijk het is dat er advocaten zijn die problemen aankaarten voor mensen die dat zelf niet kunnen. In Nederland pakken heel veel wetten in de uitvoering niet rechtvaardig uit. Als niemand dat regelmatig onder de aandacht brengt van de rechter wordt dat ook niet duidelijk. Dat bij de toeslagenaffaire de omvang van het probleem lange tijd niet is onderkend, is veelzeggend."

Tegelijkertijd staat niet alleen de rechtszekerheid van kwetsbare groepen in onze samenleving onder druk, maar zijn het ook de sociaal advocaten zelf die met uitsterven worden bedreigd. Gerritsen: “Ik kon geen advocaat vinden die mijn praktijk wilde overnemen, terwijl er juist heel veel vraag was. Niemand durft in dat gat te springen. Over een jaar of tien is een groot deel van de sociaal advocaten met pensioen. Uit onderzoek blijkt dat zeventig procent van de sociaal advocaten overweegt om te stoppen. Door dat gebrek aan perspectief is er ook geen nieuwe aanwas meer. Als het zo doorgaat is er straks niemand meer over."

Petra Gerritsen

Hoe heeft het zo ver kunnen komen? 

"Tot 2004 hadden we nog het Bureau voor Rechtshulp. Dat was een heel laagdrempelige voorziening voor eerstelijns en verdergaande rechtshulp, compleet met bezwaar-, beroeps- en hoger beroepsprocedures. Precies wat een sociaal advocaat ook doet. Toen die bureaus werden wegbezuinigd kwam daar het Juridisch Loket voor in de plaats. Ook laagdrempelig, maar alleen voor de eerstelijns rechtshulp. Daar wordt alleen advies gegeven en doorverwezen als verdergaande hulp, bijvoorbeeld in een procedure, nodig is. Sinds die tijd hebben we een duidelijke scheiding tussen de eerstelijns rechtshulp via het Juridisch Loket en het vervolg via de sociale advocatuur.

Binnen de sociale zekerheid werk je bijna altijd op zogeheten toevoegbasis. Dat betekent dat je voor je werk als sociaal advocaat een vergoeding krijg van de overheid. Die vergoeding is gebaseerd op het aantal punten dat voor iedere zaak die je behandelt wordt toegekend. Iedere punt staat voor een uur werk. Voor de procedure in een bijstandszaak staat bijvoorbeeld acht punten, acht uur dus."

"Allereerst staat de puntvergoeding in de sociale advocatuur niet in verhouding tot wat je als advocaat in de commerciële advocatuur vraagt. Dan hebben we het over rond de honderd euro per punt in de sociale advocatuur, terwijl commercieel advocaten meer dan 250 euro vragen en ver daarboven als ze specialist zijn. Dat ik ook sterk gespecialiseerd was, niks anders deed dan sociaal zekerheidsrecht en dus de meest complexe zaken deed, maakte niks uit. In 2019 was bovendien de vergoeding per punt ook nog eens lager dan in 2009, als gevolg van bezuinigingen en het niet indexeren van de vergoeding. Terwijl alle kosten in die tien jaar gewoon stegen, bleef die vergoeding dus achter.

Naast dat die vergoeding per punt niet is gestegen, staat het puntenaantal per zaak vaak niet in verhouding met de tijd die je eraan kwijt bent. Als ik een simpele zaak deed kreeg ik acht punten, maar als ik een heel ingewikkelde zaak deed kreeg ik ook acht punten. Die punten staan vast. Als je steeds gespecialiseerder wordt, dan krijg je ook de lastiger zaken, die weer meer tijd kosten. 

In het rapport van de commissie-Van der Meer uit 2017 werd al geconstateerd dat die punten in geen verhouding staan tot wat je eigenlijk aan tijd nodig hebt om een zaak goed te doen. Als die vergoeding per punt dan ook nog eens heel laag is en al heel lang niet meer geïndexeerd is, blijft er van die uiteindelijke vergoeding bijna niets meer over."

Commissie-Van der Meer

In 2017 concludeerde de commissie-Van der Meer, in opdracht van het toenmalige kabinet Rutte-II, in haar eindrapport dat het kabinet jaarlijks 127 miljoen euro extra zou moeten uittrekken om een redelijk inkomen te kunnen garanderen voor sociaal advocaten.

In 2019 voerden sociaal advocaten actie bij de rechtbank in Amsterdam tegen de plannen van minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) die de stijgende kosten van de rechtshulp wilde beteugelen. De advocaten legden uit protest het werk korte tijd stil.

Even voor mijn beeld: als u een cliënt voor u had, waarvan u aan het begin al wist dat die acht punten onvoldoende waren, hoe deed u dat dan?

"Dat is het lastige als je sociaal advocaat bent, want dan help je ze toch. Naar wie moeten die mensen anders toe als hun uitkering wordt stopgezet? Als sociaal advocaat word je geacht een eigen bijdrage te vragen van mensen. Maar als iemands uitkering is stopgezet, dan heeft hij of zij daar op dat moment geen geld voor. Dan moet je de knoop doorhakken of je het doet of niet. Als je commercieel denkt, kan je zeggen dat je niet eerder begint voordat de eigen bijdrage is betaald. Als iemand geen uitkering en geen geld meer heeft, maar wel een zaak waarvan je denkt dat je er iets mee kan, dan is dat een heel lastig dilemma. Dat is vaak het geval.

Daarnaast is het in het systeem van de gefinancierde rechtsbijstand zo dat als je een financieel belang van minder dan vijfhonderd euro hebt, je van de overheid geen toevoeging kunt krijgen voor een procedure. Stel je voor dat een alleenstaande moeder in de bijstand een keer niet verschijnt op een afspraak, dan kan ze zomaar een korting van veertig procent op haar uitkering krijgen. Met de huidige bijstandsnorm is dat geen vijfhonderd euro, terwijl dat voor die moeder kan betekenen dat ze door die korting de huur niet meer kan betalen. Dan moet zo’n moeder dus, terwijl ze al in een moeilijke positie zit, zelf zo’n procedure voeren, zonder advocaat."

In de meeste bijstandszaken kreeg ik zo’n toevoeging gelukkig wel, maar kon er een probleem ontstaan met het betalen van de eigen bijdrage, waardoor de uiteindelijke opbrengst van die zaak soms nog lager werd. Dat is gewoon heel lastig opereren."

Eigen bijdrage

Als de overheid via zo’n toevoeging meebetaalt aan de kosten van een sociaal advocaat, betalen mensen nog altijd een eigen bijdrage. De hoogte van die eigen bijdrage hangt af van inkomen en vermogen en ligt ongeveer tussen de tweehonderd en negenhonderd euro.

U nam dat soort zaken dus wel aan? 

"Ja, maar daardoor liep ik dus een financieel risico. Ik had geen enkele zekerheid dat ik dat geld ook echt kreeg. Als ik de zaak won, kreeg ik een tegemoetkoming in de proceskosten die de gemeente in dat geval moest betalen. Maar als ik de zaak verloor, kreeg ik niks. En dan hoefde ik ook niet te denken dat ik dat geld bij de cliënt kon halen voor de tijd die ik in die zaak had gestoken, want dat had die cliënt niet.  

Los van die eigen bijdrage ben je als advocaat dan nog steeds niet helemaal zeker. Je hebt ook nog de zaken van cliënten met schulden bij de gemeente – dat zijn een heleboel mensen, om wat voor reden dan ook. Als jij een zaak wint en je krijgt een proceskostenvergoeding van diezelfde gemeente, dan mag de gemeente ook zeggen: ik verreken dat met de openstaande schuld van de cliënt. Dan krijg je dus alsnog niks. Gelukkig heeft die cliënt daar wel weer wat aan, want zijn schuld wordt dan lager. Maar je loopt als sociaal advocaat dus allerlei risico's. Dat kan je niet te vaak doen, anders kom je in de problemen. Maar ja, dat is wat ik wel deed, als het nodig was."

Hoe moeilijk is het om als sociaal advocaat het hoofd boven water te houden? 

“Als sociaal advocaat sta je vaak mensen in kwetsbare posities of met financiële problemen bij. Die zijn dan ook vaak niet of weinig zelfredzaam. Dat betekent dat ik als advocaat ook meer moet doen dan wanneer ik een multinational bijsta. Als ik die laatste vraag om mij gegevens aan te leveren, dan krijg ik ze de volgende dag. Mijn cliënten kwamen met een boodschappentas vol papieren die ze op je bureau uitstorten, waarna ik zelf mocht gaan uitzoeken hoe het allemaal zat.

Vaak moest ik dan een dossier inzien bij de gemeente omdat ze niet precies konden vertellen wat de situatie was. Dat kost gewoon veel meer tijd, vaak veel meer dan het aantal uur dat ervoor stond. Ik krijg nooit mijn kosten echt vergoed. Als je daar als advocaat nog een inkomen uit wil halen, moet je heel veel uren draaien of betalende nevenfuncties hebben. Anders is het op een gegeven moment niet meer te doen. 

Wij zijn als kantoor verhuisd naar een goedkoper pand, ondersteuning uitgekleed tot bijna niks. Dat betekent dat je ook als advocaat de telefoon op zit te nemen als je secretaresse een dagje vrij heeft of dat je hele dossiers staat te kopiëren omdat er niemand anders is om dat voor jou te doen. Dat zijn niet de werkzaamheden waarvoor je in de advocatuur bent gegaan. Je wilt je tijd besteden aan je zaken en niet aan de administratieve dingen. Op een gegeven moment kwam ik dan toch op een punt dat ik zei: 'Op deze manier kan en wil ik niet verder'."

Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) in 2020 tijdens een debat over het stopzetten van de kinderopvangtoeslag. Door het accuut stopzetten van toeslagen kwamen veel ouders die onterecht waren aangemerkt als fraudeurs in zware financiële problemen. Naar aanleiding van de problematiek rondom de toeslagenaffaire onderzocht het kabinet alternatieven voor de toeslag.

Hoe cru is het om op te willen komen voor de armen, maar uiteindelijk zelf te moeten stoppen omdat het werk niet loont?

“Dat is ontzettend cru. Het is niet zo dat mijn cliënten hun zaken zelf wel kunnen oppakken, daar zijn ze niet toe in staat. Ook in de Participatiewet zie je dat soort onrechtvaardigheden, zoals onlangs nog bij een vrouw in de bijstand die 7.000 euro moest terugbetalen omdat ze boodschappen kreeg van haar moeder en de inlichtingenplicht schond door dit niet te melden. Gelukkig heeft dat geleid tot een initiatiefvoorstel om die wet aan te passen, maar dat probleem speelt echt al sinds de invoering van de Fraudewet in 2013.

Dat was mijn praktijk. Die zaken deed ik, vaak nog wel ernstiger. Voor die zaken is het gewoon heel belangrijk dat er mensen zijn die dat onder de aandacht brengen, procedures erover voeren en de rechter voorleggen dat regelgeving heel onrechtvaardig uitpakt en dat er iets aan gedaan moet worden. Keer, op keer, op keer. Voordat dat in de rechtspraak ergens toe leidt, moet echt duidelijk zijn dat er een ernstig probleem is waarvoor de uitvoering van de wet geen passende oplossingen biedt.” 

Kunt u een voorbeeld noemen? 

"Neem mantelzorgers in de bijstand. Als iemand mantelzorg verleent aan zijn vader en ook de beschikking heeft over de bankpas van zijn vader om boodschappen te doen, betekent dat in de Algemene Bijstandswet dat je beschikking hebt over de rekening van iemand anders en dat het tegoed van die rekening in principe aan jou wordt toegerekend. 

Dat weten heel veel mensen niet, dus die geven dat helemaal niet door. Die denken: ik verleen mantelzorg, dat is het geld van mijn vader of moeder en niet van mij. Als dat op enig moment aan het licht komt, kan dat enorme consequenties hebben voor hun uitkering. Dat kan leiden tot enorme terugvorderingen. 

Vooral in situaties waarin iemand eerlijk zegt dat hij zijn vader altijd naar het ziekenhuis reed en wel eens benzinevergoeding van hem kreeg, of een pak koekjes als dank voor het doen van de boodschappen. Dat is in principe inkomen en kan door de gemeente worden gekort op de uitkering. Als iemand dan zegt dat dat al tien jaar zo gaat, dan zijn er situaties waarin de gemeente zegt het recht op uitkering over die tien jaar niet te kunnen vaststellen.

Die gemeente ziet alleen maar een bron van inkomsten waarvan het niet weet hoeveel er nu precies van die persoon is. Dat heeft in zaken geleid tot vorderingen van meer dan honderdduizend euro, omdat je gewoon jaren uitkering moet terugbetalen. Dat soort dingen zijn inherent aan de Participatiewet en gebeuren dus regelmatig."

Petra Gerritsen: "Zaken met vorderingen van meer dan honderdduizend euro, omdat mensen gewoon jaren uitkering moesten terugbetalen, zijn inherent aan de Participatiewet en gebeuren dus regelmatig."

Wordt er te vaak volgens de letter van de wet gehandeld en te weinig vanuit de geest van de wet? 

"Dat begint nu te kantelen. En dat verschilt ook erg per gemeente. Gemeenten met financiële problemen kunnen de neiging hebben om te kijken naar oplossingen die geen geld kosten, zoals een uitkeringsaanvraag buiten behandeling stellen. Maar het hangt ook af van hoe er in zo’n gemeente gedacht wordt over de rol die het heeft. Is dat om zijn burgers te helpen of om er vooral voor te zorgen dat de regels worden uitgevoerd? Dat is nogal een verschil.

Dat maakt heel veel uit voor de burgers die het betreft. Sinds de invoering van de Fraudewet in 2013 is de nadruk op het bestrijden van fraude en de roep vanuit de samenleving om fraude streng te straffen veel groter geworden. Dat heeft geleid tot een uitvoering van de wet die in mijn optiek niet meer in balans is. Van fraude is in de bijstandswet namelijk ook sprake als je niet bewust regels overtreedt. Ook als je onbewust iets niet doorgeeft wat achteraf belangrijk blijkt te zijn krijg je meestal een boete en moet je de uitkering terugbetalen. Geen fraudeur dus, en toch een boete. De Nationale ombudsman wees hier in 2014 al op."

Gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire stonden in 2020 voor het Catshuis in Den Haag voor een gesprek met premier Rutte en staatssecretaris Van Huffelen. De ouders werden onterecht aangemerkt als fraudeur en moesten tienduizenden euro's kinderopvangtoeslag terugbetalen.

In zestig procent van dit soort zaken is de overheid de wederpartij, klopt dat? 

"De toename van het beroep op gefinancierde rechtsbijstand is vooral toe te schrijven aan procedures tegen de overheid. Dat zegt ook iets over wat de overheid doet in haar regelgeving. Dat maakt het voor gemeenten vaak ook niet makkelijk. Gemeenten moeten die wet vaak wel uitvoeren en als er in de wet staat dat jij iets moet terugvorderen als iemand iets niet doorgeeft ongeacht de vraag of die persoon dat bewust of onbewust doet, dan is zo’n gemeente met handen en voeten gebonden.

Dan moet je als gemeente heel creatief zijn en er echt voor kiezen om de ruimte in de wet te zoeken. De overheid zou veel kritischer moeten kijken naar de manier van wetgeven. Als je een wet maakt is het heel goed om niet alleen te kijken of deze uit te voeren is door een gemeente, maar ook om te kijken of het doenlijk is voor de burgers om aan die wet te voldoen. Dat mist denk ik heel vaak."

We hebben sinds 2017 Sander Dekker als eerste minister van Rechtsbescherming. Hoeveel heeft zijn aanstelling de sociale advocatuur geholpen? 

“Er is nog steeds niet structureel geïnvesteerd in de sociale advocatuur, terwijl het al eerdergenoemde rapport Van der Meer, wat in opdracht van diezelfde overheid is gemaakt, heel duidelijk zegt dat er wél geld bij moet. Dan wordt de oplossing gezocht in rechtshulppakketten. Maar ja, ik zie niet zo heel goed hoe dat een bijstandsgerechtigde van wie de uitkering wordt stopgezet gaat helpen. Die moet gewoon binnen zes weken een bezwaarschrift indienen en die kan dat niet zelf. Wat helpt een triage dan vooraf? Dat is alleen maar een extra stap, terwijl het voor mensen heel vaak al een hele stap is om bij dit soort problemen aan de bel te trekken, laat staan een advocaat op te zoeken.

De plannen die ik tot nu toe heb gezien zijn geen verbetering voor de sociale advocatuur. Onderzoeken of het huidige stelsel van rechtsbijstand moet worden hervormd is natuurlijk prima. Maar als je tijdens dat onderzoek de financiële nood binnen de sociale advocatuur niet verhelpt, heeft de minister straks geen advocaten meer over die in dat nieuwe stelsel willen participeren."

Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) trok in 2019 eenmalig 73 miljoen euro extra uit voor de gesubsidieerde rechtsbijstand. Uit het rapport van de commissie-Van der Meer uit 2017 bleek dat de vergoedingen voor sociaal advocaten niet meer van deze tijd waren en dat de kwaliteit van de dienstverlening soms tekortschiet.

In de aanloop naar de verkiezingen is de bescherming van de rechtsstaat best eens voorbijgekomen. Interessant genoeg ging het dan vaak om het beschermen van rechters en het tegengaan van ondermijning. Is het kunnen halen van je recht ook niet een wezenlijk onderdeel van diezelfde rechtsstaat? 

"Het draait allemaal om tegenmacht. Je moet je eigen tegenmacht organiseren. Dat hoort bij een fatsoenlijke rechtsstaat. Daar heb je dus ook advocaten voor nodig. Die mensen worden niet gehoord. En dat is precies wat je in de toeslagenaffaire hebt gezien. Burgers worden vaak niet gehoord. 

Er zit ook een andere kant aan, want naast het versterken van de sociale advocatuur, kun je natuurlijk ook zorgen voor beter uitvoerbare besluiten. Gemeenten moeten niet klem komen te zitten, daar werken over het algemeen toch echt mensen die ook voor dat beroep gekozen hebben omdat ze burgers willen helpen. Die mensen help je niet met wetten die daar geen ruimte voor bieden. 

Dus: tegenmacht en betere wetgeving, zodat burgers niet door die regelgeving vermalen worden. Het zou het mooiste zijn als sociaal advocaten niet meer nodig zijn, ideaal, maar sociaal advocaten zijn er niet primair om dure procedures te voeren. Die zijn er om problemen op te lossen. Om vaak kwetsbare mensen te helpen een oplossing te vinden, niet voor eigen gewin. Het is dus heel zorgelijk als die groep, die over het algemeen heel sociaal betrokken is, z’n toga aan de wilgen gaat hangen. En dat is wat we zien."

Luister de hele aflevering

Luister hieronder de hele aflevering terug, en vergeet niet te abonneren op de podcast via Apple, Google PodcastsNPO Radio 1, of Spotify. Elke maand ontvang je een nieuw gesprek in je favoriete app.