Tussen de jaren vijftig en tachtig moesten meer dan 13.000 vrouwen gedwongen hun kind afstaan. Een trauma dat van generatie op generatie wordt doorgegeven. Waarom is dit in Nederland zo recent en op zulke grote schaal gebeurd? Valt betrokken instanties iets te verwijten? Journalist en schrijver Christel Don en afstandsmoeder Renée de Bode willen dat de waarheid boven tafel komt, fouten worden toegegeven en deze vrouwen eindelijk de erkenning krijgen waarop ze hebben gewacht.

Op haar achttiende raakte Renée de Bode zwanger van haar baas. “Ik dacht niks, ik was in totale paniek. Hij was getrouwd en had zelf een kind. Ik mocht van hem niet tegen mijn ouders vertellen dat ik zwanger was.”

Dat geheim droeg De Bode met zich mee tot haar verjaardag. “Toen mijn moeder vroeg wat voor cadeau ik wilde hebben, zei ik: 'Babykleertjes'. Mijn moeder was ongelofelijk boos. Uiteindelijk kwam de huisarts en zonder mijn inspraak werd besloten dat ik naar een tehuis voor afstandsmoeders zou gaan.”

Haar zus stak daar een stokje voor. “Zij wilde niet dat ik naar zo’n tehuis ging," zegt De Bode. "Dus ging ik bij haar in Spijkenisse wonen. Dat was een eind weg van Rotterdam, zodat niemand uit mijn omgeving doorhad wat er speelde.” 
Eenmaal in Spijkenisse moest ze langs de Elbrecht Stichting. “Dat is een stichting voor 'gevallen' meisjes. Medewerkers drongen aan dat het beter voor mij en mijn kind zou zijn als ik het zou afstaan. Zo ging dat midden jaren zestig. Ik kreeg verder totaal geen hulp of voorlichting. Niemand vroeg wat ze voor mij konden doen.”

Renée de Bode

Een leven lang verdriet

Het lijkt onvoorstelbaar, maar nog geen halve eeuw geleden was het een schande als een jonge vrouw ongetrouwd in verwachting raakte. Dikwijls moest zij haar pasgeboren kindje ter adoptie afstaan, onder druk van onder meer ouders, maatschappelijk werkers en geestelijken. Dat zou beter zijn voor moeder én kind, was de gedachte.

Deze vrouwen worden afstandsmoeders genoemd, naar schatting waren het er zo'n 13.000. Volgens Stichting Fiom en stichting De Nederlandse Afstandsmoeder dragen nog altijd een paar duizend vrouwen deze gebeurtenis als geheim met zich mee. Uit schaamte durven ze hun verhaal niet te delen met hun omgeving, ook al is het lang geleden. 

Toch is het belangrijk dat deze vrouwen en hun kinderen een stem krijgen. Kinderen willen antwoorden, terwijl getraumatiseerde moeders soms een leven lang blijven zoeken naar hun kind. Hoewel steeds meer vrouwen hun verhaal delen, blijft bij velen het schuldgevoel, de schaamte en het verdriet groot.

Mislukt onderzoek

Het is dus niet zonder reden dat het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) in 2017 opdracht gaf tot een verkenning en in 2019 een grootschaliger onderzoek startte naar de omstandigheden waaronder duizenden vrouwen in de periode 1956-1984 afstand deden van hun kind en de rol van hulpverleners en overheidsinstanties. Maar dat onderzoek is een bende, vertelt journalist Christel Don. “Het ligt nu al een aantal maanden stil. Na Kamervragen werd zelfs een commissie ingesteld naar de gang van zaken rondom het oorspronkelijke onderzoek.” 

Vervolgens presenteerde de commissie van onafhankelijke experts een snoeihard rapport. Procedures waren niet “oprecht, eerlijk en zorgvuldig” verlopen. Daarnaast was niet of onvoldoende “sensitief, respectvol en fatsoenlijk” gecommuniceerd met belangengroepen en “de overheid leek wederom fouten te bagatelliseren of te verhullen.”

Er wordt zelfs gezegd dat de bejegening richting de vrouwen hen mogelijk heeft gehertraumatiseerd. “Sommige vrouwen die ik spreek hebben alle hoop en vertrouwen verloren," zegt Don. "Het voelt voor hen als een herhaling van wat zij vroeger hebben meegemaakt.” 

Doordat het overheidsonderzoek is stilgelegd, zijn nu alle ogen gericht op de rechtszaak van de afstandsmoeders. Op 24 september stelt Trudy Scheele-Gertsen als eerste afstandsmoeder de Nederlandse Staat aansprakelijk voor de “mensonterende manier” waarop zij destijds van haar zoon is gescheiden - een zaak die inmiddels namens alle afstandsmoeders wordt gevoerd. Zal deze zaak eindelijk leiden tot erkenning en gerechtigheid van het leed dat al deze vrouwen en hun kinderen is aangedaan?

Abonneer je op de podcast

In De Publieke Tribune Radio heeft Coen Verbraak een diepgravend gesprek over een actueel onderwerp. Ervaringsdeskundigen geven een kijkje in de binnenkamers van Nederland. Luisteren staat voorop, pas daarna komt de opinievorming. Luister de podcast van De Publieke Tribune Radio via RSSApple Podcasts, Google PodcastsNPO Radio 1Spotify.

Een traumatische bevalling

Het was een zaterdag in 1966 toen de Bode moest bevallen. "Daar lag ik dan, moederziel alleen, zonder idee wat er zou gebeuren. Ik ben altijd blijven geloven dat ik mijn kind mocht houden, maar na de bevalling werd mijn zoon gelijk bij me weggehaald. Het enige wat ik kon doen was huilen. Het verplegend personeel zei tegen me dat ik beter het verhaal kon vertellen dat mijn zoon was overleden. Dat was niet zo, maar dan hoefde ik niet te vertellen wat er echt was gebeurd."

Op de dag dat haar zoon werd opgehaald mocht De Bode héél snel haar kind bekijken. Eén keer voelen. Even ruiken. “Mijn ogen dwaalden niet meer van mijn zoon af. Ondertussen luisterde ik aandachtig naar de voeten die over de gang liepen. Dadelijk zou de deur openvliegen en zouden ze hem weer van me afpakken. En dat gebeurde. Ze namen hem mee en ik bleef alleen achter.”

Na de tiende dag in het ziekenhuis nam ze een taxi naar huis en moest ze verder met haar leven. “Ik mocht niet vertellen wat er gebeurd was. Dat was vreselijk.” Zoals iedere moeder had ze negen maanden lang tegen haar buik gepraat en gezongen. “Plots wist ik niet meer waar hij was of hoe het met hem ging.”

Renée de Bode (rechts) met haar moeder en zus.

Afstandsmoeders, het boek

Journalist Christel Don sprak uitvoerig met tien afstandsmoeders over hun leven, de ingrijpende zwangerschap die ze hebben doorstaan en over gedwongen afstand doen van hun kind. Mede als eerbetoon aan al die vrouwen en kinderen die dit ongewild hebben moeten meemaken schreef ze een boek: Afstandsmoeders. “Ik wilde laten zien wat het betekent als anderen bepalen dat jij je baby niet zelf mag grootbrengen, want voor veel vrouwen gold dat deze gebeurtenis bijna alles heeft beïnvloed wat daarna kwam." 

Moeders mochten hun kind na de bevalling vaak niet meer zien of vasthouden. Dan zouden ze zich zogezegd niet hechten aan het kind en zou de verwerking minder zwaar vallen. “Was de bevalling eenmaal achter de rug, dan werden vrouwen regelmatig geïnstrueerd nooit meer over het gebeurde te praten,” zegt Don.

Dat dit levenslange gevolgen zou kunnen hebben op de levensloop van de vrouwen, leek niemand zich te realiseren. “Over moeilijke dingen sprak men vaak niet, de vrouwen verdrongen hun verdriet en het leven ging ogenschijnlijk verder alsof er niets gebeurd was.” 

Veel vrouwen kampten levenslang met schaamte, schuldgevoelens, depressies en zelfs gedachten aan zelfdoding. Zo vertelt Renée de Bode dat haar leven volledig in puin lag, nadat ze haar kind gedwongen moest afstaan. “Ik was compleet uit het veld geslagen, kreeg meerdere depressies en op een gegeven moment wilde ik er een eind aan maken. Het ging gewoon niet meer.”

Een verzuilde, patriarchale samenleving

“Altijd geloofde ik dat het mijn eigen schuld was en dat ik nu eenmaal met deze straf moest leven,” zegt De Bode. Een burgerlijk huwelijksideaal en de christelijke moraal waren namelijk de norm in die tijd. “Als je als jonge vrouw in deze periode opgroeide werd je simpelweg geacht ‘het’ niet te doen voordat je getrouwd was."

“Deed je het dan toch en raakte je dan ook nog onbedoeld zwanger, dan was dat een ongehoorde schande. Je kreeg dan het label ‘gevallen vrouw’ op je geplakt, een categorie die gelijkstond aan andere maatschappelijke problemen, zoals prostitutie en alcoholisme," zegt Don. 

“Om die schande tot een minimum te beperken werd er in eerste instantie vaak aangestuurd op een huwelijk met de aanstaande vader. Soms werd een kindje als broertje of zusje toegevoegd aan de kinderschare, want in een groot gezin viel een extra kind niet zo op,” legt journalist Don uit. “Maar als dat allemaal niet mogelijk of wenselijk was, kwam al snel de optie van adoptie om de hoek kijken.”

Onvervulde kinderwens

Afstand doen leek een oplossing voor alles: het probleem was de wereld uit en een vrouw kon verder met haar leven – en vaak was een gezin met een onvervulde kinderwens ook nog geholpen. “In die tijd was de belangstelling voor adoptie enorm. Door het in werking treden van de Adoptiewet (1956) werd adoptie als wettelijke kinderbeschermingsmaatregel gelegaliseerd en steeg het aantal vrouwen dat afstand deed aanzienlijk," zegt Don.

"Het kind kreeg een nieuwe achternaam en kon niet meer worden teruggeëist door de biologische ouders, want het juridische ouderschap van een kind werd overgedragen aan de adoptieouders. De wet versterkte dus de rechtspositie van adoptieouders, maar had geen betrekking op de vrouwen die afstand van hun kind deden," zegt Don. 

Het zou namelijk in het belang van de samenleving zijn om moeder en kind zo snel mogelijk na de bevalling uit elkaar te halen. "Volgens invloedrijke psychiaters als Han Heijmans en Kees Trimbos waren deze vrouwen psychisch labiel, dus kon een kind beter opgroeien in een stabiel gezin met een moeder én een vader."

Lessen voor nu

Volgens De Bode en Don is de geschiedenis van afstandsmoeders in Nederland direct te linken aan de misstanden die nu spelen bij adoptie in het buitenland. “We weten vaak nog steeds niet zeker dat de biologische ouders vrijwillig en goed geïnformeerd hun kind hebben afgestaan. We moeten daarom kijken naar wat we kunnen leren van deze geschiedenis en we moeten heel goed luisteren naar de ervaringen van afstandsmoeders en hun kinderen,” zegt Don. 

We kunnen een voorbeeld nemen aan landen als België en Australië waar dezelfde geschiedenis speelde, stellen Don en De Bode. “In België krijgen de aspirant-adoptieouders ook het verhaal van de afstandsmoeder te horen,” vertelt Renée de Bode. “Daarnaast is er in Australië recent een rapport gepubliceerd met meer dan vijftig aanbevelingen voor ‘herstel’ voor de afstandsmoeders, -vaders en -kinderen. Dit rapport is gemaakt in samenspraak met alle belangengroepen, dus zo kan het ook," zegt Christel Don.

“Het is de hoogste tijd dat ook in ons land een onafhankelijke instantie zich uitspreekt over deze geschiedenis. Veel vrouwen zijn op leeftijd, een groot deel is er inmiddels al niet, straks is het te laat," zegt journalist Don. “De ingrijpende gevolgen op hun leven zijn niet af te doen met het argument dat het toentertijd nu eenmaal zo ging, want eenieder die hun verhalen hoort en leest, moet constateren dat het nooit zo had mogen gaan en zal zich mogelijk zelfs afvragen waarom geen wet of instantie deze vrouwen wist te beschermen tegen de hardvochtige tijdsgeest."

Onder meer excuses en een nieuw overheidsonderzoek kunnen volgens Don bijdragen aan de erkenning waar zoveel vrouwen op hopen.  “Bovendien geeft het meer rust en kunnen de vrouwen het dan wellicht enigszins afsluiten." De Bode en Don hopen dan ook dat de rechter niet mee zal gaan met het verjaringsargument van de Staat. De Bode: "Het mag dan lang geleden zijn, maar mijn trauma en verdriet zijn niet verjaard.”

Luister de hele aflevering

In de radio-uitzending van De Publieke Tribune van HUMAN spreekt Coen Verbraak verder met afstandsmoeders en kinderen die ter adoptie zijn afgestaan. Naast journalist Christel Don en psychiater Jan Swinkels schuiven ook  Will van Sebille en Jessica Bijvang aan voor het gesprek. Beluister de uitzending hieronder terug, en abonneer je op de podcast.