Historicus en oud-politicus Zihni Ödzil

Durven twijfelen

In de podcast van Brainwash interviewen afwisselend Floortje Smit en Johan Fretz denkers en makers aan de hand van muziek. Welke nummers zijn vormend geweest voor hun denken? Deze keer: Historicus Zihni Özdil.

Tot voor kort zou hij het nooit zo hebben gezegd, maar nu denkt historicus en oud-politicus Zihni Özdil: heb ik het wel bij het rechte eind? Vroeger twijfelde hij helemaal niet. Met tomeloze ambitie richtte hij zich op zijn academische en politieke carrière, en het verbeteren van de wereld. Nu vraagt hij zich af of dat een manier was om zijn eigen demonen niet onder ogen te hoeven komen. 

Brainwash podcast

Abonneer je op de podcast van Brainwash via Apple, NPO Radio 1, of luister via Spotify.

Je staat erom bekend dat je kritisch bent en pittige meningen durft te hebben. Leon Verdonschot noemde jou ooit 'een dwarsdenker'. Je komt sterk en zelfverzekerd over. Maar vragen we je liedjes te kiezen, dan zeg jij dat je het wilt hebben over twijfel. Waarom?

"Heel eerlijk: in mijn jonge jaren heb ik mezelf nooit als dwarsdenker gezien. En ik denk dat het met het intellectuele klimaat in Nederland te maken heeft dat anderen dat wel zo zien. Cabaretier Wim Kan zei: 'In Nederland moet je altijd precies weten hoe ver je te ver kan gaan.' Als je in een land met een lange geschiedenis van verzuiling en polderen de boel te veel opschudt, don't rock the boat, dan ben je al meteen een dwarsdenker. Zo moedig ben ik niet.

Maar om op je vraag naar twijfel terug te komen: toen jullie mij vroegen om muzieknummers te kiezen die met mij persoonlijk te maken hebben, dacht ik: Zihni, je moet wel eerlijk zijn. De afgelopen twee jaar ben ik steeds meer aan mezelf gaan twijfelen. Ik weet niet of het een midlifecrisis is, ik ben 39 geworden, of dat het iets anders is, maar ik merk dat ik niet meer zo zeker ben van dingen die ik vroeger dacht of vond. Daar schrok ik van, want dat was ik niet gewend.

Een jaar geleden, toen dit al gaande was, was ik in Amersfoort voor Fvckup Nights. Dat is een festival over dingen die misgaan in de wereld, oftewel fuck-ups. Een vriend van mij, Henk Willem Smits, gaf een lezing over zijn boek Het Belastingparadijs: je kent het wel, grote bedrijven die belasting ontwijken, en dat soort rare dingen. Dat gaat vaak niet eens expres mis, maar veel van dat soort dingen blijken uit domheid te gebeuren: bijvoorbeeld door ambtenaren die weinig begrijpen.

Op dat festival was ook een muzikaal intermezzo, van singer-songwriter en kleinkunstenaar Twan Vet. Ik kende hem niet, maar ik moest bijna janken van het liedje. Het greep me zo aan. Het nummer heet The Blues Voorbij. De Amerikaanse term voor the blues is ontstaan in de zeventiende eeuw in Engeland.

Daar waren toen nog protestantse salafisten, dat waren extreme christenen die naar Amerika gingen. Zij bedachten de term the blue devils, wat verwees naar depressie door het drinken van alcohol. Daar komt de term vandaan. Later in de negentiende eeuw werd het de benaming van Afro-Amerikaanse, melancholische muziek. Het nummer van Twan Vet gaat erover dat je deze blues, de triestheid, of het onbehagen over jezelf voorbij gaat. Ik trilde van vervoering. Het raakte het gevoel dat ik op dat moment had."

Weet je nog waar het gevoel van twijfel is ontstaan? Je gaf aan dat het een midlifecrisis zou kunnen zijn, maar je hebt ook het een en ander meegemaakt. Je politieke carrière bij GroenLinks is abrupt afgelopen, en je hebt een burn-out gehad.

"Ja, dat ging niet van een leien dakje. Ik vind het lastig om één moment aan te duiden. Ik vond de politiek heel erg leuk, en het was een enorme eer om te doen. Maar ik ben wel tegen een aantal dingen aangelopen. Dat zeg ik zonder met vingers te wijzen, want dat heeft ook met mijzelf te maken. In die periode kreeg ik een burn-out. Ik kwam in gewetensnood, en toen ging het mis." Lachend: "Ok, dit begint wel een beetje Dr. Phil te worden."

Je bent kritisch geweest op de partij en hebt je naar buiten uitgesproken.

"Ik kwam in gewetensnood over het schuldenstelsel in het hoger onderwijs, ook wel bekend als het sociaal leenstelsel. Mijn fractievoorzitter Jesse Klaver heeft het destijds ingevoerd. Dat werd een clash, en dat heeft iedereen kunnen zien. Toen heb ik gezegd: 'Bedankt voor de zetel, en ik stop ermee.' Ik brak niet zozeer met de partij: GroenLinks was nooit een grote voorstander van het leenstelsel, en dan heb ik het over de leden en lokale afdelingen. Ik ben niet boos, en er zijn geen verwijten. Ik ben blij en trots dat ik dit heb mogen doen."

Had je toen je gewetensnood had gedacht dat je je naar buiten kon uitspreken?

"Nee, ik wist dat dat niet kon. Ik heb anderhalf jaar lang intern geprobeerd om met fractienotities en opmerkingen te zeggen: 'Lieve mensen, het werkt niet. De progressieve doelen die wij, ik zeg expres wij, hadden met het leenstelsel blijken niet waar te zijn. Laten we daarop terugkomen.' Maar dat mocht niet. Dus heb ik zelf de vlucht naar voren genomen met een interview in Trouw, en afscheid genomen van het leenstelsel. En the rest is history."

Wat heeft je teleurgesteld in de politiek?

"Ik weet niet of het teleurstelling is geweest. Maar ik heb daar wel iets ontdekt dat mij verbaasde. Ik snap dat mensen soms denken: het zijn zakkenvullers in Den Haag. Ik heb dat ook gedacht. Maar alle 150 kamerleden, ook van partijen waar ik het niet mee eens ben, werken dag en nacht keihard om Nederland vanuit hun perspectief beter te maken.

Tegelijkertijd heb ik gemerkt dat de Nederlandse Tweede Kamer zichzelf de afgelopen twintig jaar heeft wegbezuinigd, vanuit een soort neoliberalisme. Wist je dat van alle Westerse democratieën Nederlandse Tweede Kamerleden de minste beleidsondersteuning hebben?

Stel je voor: je hebt een debat over onderwijs. Dat wordt geagendeerd en moet je voorbereiden. Weet je wat er dan gebeurt? Ministers hebben honderd ambtenaren die meteen aan de slag gaan om alle mogelijke vragen en antwoorden uit te zoeken. En als kamerlid moet je daarmee het debat aan, en je hebt dan als je geluk hebt 0,8fte beleidsondersteuning.

En dit is nog maar één debat, terwijl je daar misschien twintig of dertig debatten mee moet doen. Het is zo'n oneerlijke strijd, het is bijna niet te doen. En dat had ik achteraf misschien toch moeten doen, maar ik ben dan niet iemand die één debat uitkiest en zich daarop focust. Ik probeerde alles zelf te doen. Dat was een fout, en dan kom je in een burn-out."

Te bevlogen, eigenlijk?

"Dat is weer te optimistisch. Ik moet ook de hand in eigen boezem steken. Hoe ouder ik word, hoe meer ik leer dat 'nee' zeggen ook een kunst is."

Het is moeilijker dan "ja" zeggen?

"Voor sommigen wel, voor iemand zoals ik wel. Dat is niet goed. Je kan het loyaal en ideologisch noemen, maar als je jezelf in een burn-out werkt, bereik je helemaal niks. Het is een leermoment voor mezelf."