Erbij willen horen

Actrice Naomi van der Linden

In Brainwash, een podcast van Human, interviewen afwisselend Floortje Smit en Johan Fretz denkers en makers aan de hand van muziek. Welke nummers zijn vormend geweest voor hun denken? Deze keer: actrice Naomi van der Linden


Lifechanging was het voor theatermaker en actrice Naomi van der Linden om de rol van Celie in The Color Purple te spelen. Om avond na avond als zwarte vrouw tegenover een grotendeels wit publiek te zingen: ‘Ik ben mooi, en ik ben hier.’ Simpele woorden, maar met grote kracht. Aan de hand van muziek spreekt ze erover met Johan Fretz.

Toen jij afstudeerde van de toneelschool ging je als een komeet. Heb je dat zelf ook zo ervaren?

"Na de toneelschool mocht ik gelijk in de televisieserie StartUp spelen, maar die werd na 80 afleveringen van de buis gehaald. Het kijkcijfer was niet hoog genoeg. Van de ene op de andere dag zat ik thuis, was ik afgestudeerd en waren alle audities voor het komende seizoen al geweest. Het geldt voor velen: na de toneelschool komt een jaar waarin je geen werk hebt en iets anders moet gaan zoeken. Ik ben in een wijnwinkel gaan werken. Dat tussenjaar gaf ruimte, ik had een jaar de tijd om te bedenken welke voorstelling ik het liefst wilde maken. Dat was eigenlijk de voorstelling die ik op school niet durfde te maken. Nu was ik er klaar voor. Het werd de voorstelling Moederland, die gaat over de vraag 'waar kom je vandaan'."

"Dat is een vraag die ik nog steeds hoor en ook deze week al twee keer heb gehoord. Ik antwoord normaal gesproken altijd 'Den Haag'. Mijn moeder is geboren in Zambia. Ik was er nog nooit geweest, maar ik had wel een rijke fantasie over die plek. De voorstelling gaat over een reis naar Zambia, door het oerwoud, naar het geboortedorp van mijn moeder waar ik het stamhoofd zou ontmoeten. Uiteindelijk kom ik uit bij mijn moeder in het weeshuis. Dat heb ik tot in de puntjes verzonnen, ik had die reis nooit gemaakt. Dat is voor mij wat de kracht van theater is: zolang ik niet was gegaan, mocht ik er alles over bedenken. Zo kon ik er een soort utopische plek van creëren."

Naomi van der Linden tijdens de Sing-a-Long van het culturele festival De Uitmarkt in 2019

Twee jaar later maakte je de reis wel. Hoe zag de fantasie eruit en wat was de realiteit?

"Het was mijn Haagse fantasie, mijn beeld van een stamhoofd was een man in traditionele kleding in een hutje. Toen ik daar aankwam, in het geboortedorp van mijn moeder, had iedereen voetbalshirtjes aan, van Arsenal en Manchester United. Ik heb mijn familie gevonden, onder andere een volle nicht van mijn moeder. Dingen die ik nooit had durven dromen, die dan toch opeens werkelijkheid worden. Een reis stopt nooit, je stopt nooit met leren. Het is niet dat als je eenmaal de reis hebt gemaakt dat het hoofdstuk is afgesloten. Er opent zich weer een hele nieuwe zoektocht en dat merkte ik toen ik mijn familie daar ontmoette."

"Opeens ben je daar in het dorp en de dag daarna krijg je een SMS met: 'mama Naomican you please send us money to this bank account.' Dat je je opeens realiseert: shit, ik heb hier twee jaar naartoe geleefd, maar voor deze mensen is het alsof ik opeens uit het niets even langs kom. Wat is dan familie, en wat is helpen? Moet ik de familie helpen en elke maand geld sturen, of niet? Mensen zeiden: 'Don't give them a fish, give them a hook.' Dan dacht ik, moet ik die vrouw niet een kaarsenmaker geven, zodat zij kaarsen kan maken en die kan verkopen in het dorp? Maar wie ben ik om tegen een vrouw van vijftig te zeggen: ga jij maar lekker een handeltje beginnen? Ik ben in Nederland geboren, waar je kan studeren, en zorgtoeslag hebt. Het gaat daar ook al vijftig jaar goed, dus wie ben ik om te denken met mijn westerse blik dat ik jou ga helpen?"

Naomi van der Linden tijdens de try-out van Atelier Oerol 2017

Maakt het je eenzamer, dat je ook daar anders bent?

"Daar was ik bang voor, daarom heb ik de reis lang uitgesteld. Als ik me daar niet thuis voel, en hier soms ook niet, waar hoor je dan wel thuis? Het gekke is, hoe meer ik over mezelf te weten kwam, hoe meer ik met mezelf in peace kwam. Ik wist: dit ben ik. Ik voel me wel weer steeds meer thuis. Ook door de Black Lives Matter-protesten. Dat is wel iets wat ik bijzonder vind. We hebben de afgelopen maanden samen tegen corona gestreden en het voelt voor mij nu ook als samen tegen racisme en samen voor cultuur. Dit is wel echt een doorbraak."

"Wat ik bijzonder vind is dat veel mensen, ook witte mensen, zich uitspreken. Opeens is wit privilege iets waar mijn vrienden zich bewust van worden, terwijl ik het al twee jaar gil. Het is niet meer een one issue thing, het is nu iets waar jonge mensen, oude mensen, witte mensen, homo of hetero, zich bewust van worden. Ze worden zich bewust van hun kleur. Dat is mainstream geworden. Het raakt me echt, ik vind het zo tof. Het is niet zo dat institutioneel racisme daarmee is afgelopen of dat we ineens veel verschillende mensen in de politiek hebben, maar je merkt wel dat er iets in het denken aan het veranderen is. Ik heb het gevoel dat mensen het probleem nu erkennen."

Hoe heb jij het ervaren als acteur om die toch wel behoorlijk witte theaterwereld in te stappen?

"Ik zat in het jaar waarin veel leraren bijna met pensioen gingen, ik had veel witte oude mannen die mij lesgaven. Ontzettend goede mensen hoor, mensen waar ik veel van heb geleerd, maar de stap tussen mij en mijn docent was best wel groot. Ik heb me vaak aangepast aan de situatie, wilde erbij horen. Ik zong zo goed mogelijk Annie M.G Schmidt-liedjes."

"Na de toneelschool mocht ik auditie doen voor Dreamgirls, en voor Sister Act, want je wordt toch op kleur gecast. The Color Purple was voor mij een omslag en lifechanging. Alles kwam daar samen. Die rol geeft me veel kracht, ik voel me empowered als ik hem speel. Ik had niet verwacht dat ik op mijn zeventwintigste mijn droomrol zou krijgen, maar ik wist dat ik het kon. Het mooie aan theater vind ik dat je mensen iets kan laten ervaren. Dit kan hun kijk op de wereld veranderen. Net zoals het mijn kijk op de wereld veranderd heeft."