Journalist Fernande van Tets

Wat is er nog over van Syrië?

In de podcast van Brainwash interviewen afwisselend Floortje Smit en Johan Fretz denkers en makers aan de hand van muziek. Welke nummers zijn vormend geweest voor hun denken? Deze keer: Journalist Fernande van Tets

Een jaar lang werkte schrijver en journalist Fernande van Tets in een land waar het leven niet vanzelfsprekend is: het door oorlog geteisterde Syrië. Nog altijd is het er niet veilig, en toch ijvert Nederland om Syrische vluchtelingen terug te sturen. In haar boek Vier Seizoenen in Damascus stelt Van Tets de vraag wat er nog is om naar terug te keren.

Brainwash podcast

Abonneer je op de podcast van Brainwash via Apple, NPO Radio 1, of luister via Spotify.

Als VN-medewerker zag Van Tets met eigen ogen welke verschrikkingen bijna tien jaar 'tactiek van de verschroeide aarde' van dictator Bashar al-Assad teweeg heeft gebracht. Een voortslepend conflict, een land in puin en mensen de wanhoop nabij. Assad houdt het land in een ijzeren greep, en slaat met behulp van bondgenoten als Rusland ieder verzet tegen zijn macht genadeloos neer.

Wat bewoog jou om in 2018 naar het gevaarlijke oorlogsgebied dat Syrië is te gaan?

"Ik zat toen in Libanon, wat niet zo ver is van Damascus. Ik was voor het laatst in Syrië geweest in 2010, en wilde heel graag terug. Als ik door de oude stad van Damascus loop, gaat mijn hart sneller kloppen. Ik had een tijd geprobeerd om als journalist het land in te komen, maar ik kreeg geen visum van de Syrische overheid. Als dat wel lukt, krijg je als journalist hooguit een visum voor tien dagen, en dan krijg je een oppas mee van de regering.

Toen kwam ik iemand tegen die in Damascus voor de VN werkte. Die zei: 'Ik heb iemand nodig die van aanpakken weet.' Ik weet hoe ik dingen gedaan krijg, en ik had al langere tijd geopereerd in de Arabische wereld, waar dingen soms wat stroperig gaan. Het leek me een mooie manier om als communicatiemedewerker voor de VN langere tijd toegang te krijgen tot een land dat zo afgesloten is."

Was het moeilijk om je aan te passen aan een oorlogssituatie?

"Toen ik aankwam was het offensief in Ghouta in volle gang, op tien kilometer afstand van waar ik sliep. Vliegtuigen die overvliegen, die je niet kan zien, en je merkt dat jij de enige bent die nog opkijkt. Alle anderen letten er niet meer op, voor hen is het doodnormaal. Dan hoor je een knal en weet je dat er bommen zijn gevallen, er waarschijnlijk een huis in puin ligt, en mensen gewond zijn of overleden. Maar je ziet het effect er niet van, ook niet op Syrische media, want daar wordt alleen maar gepraat over het uitroeien van terroristen. Dat was een bizar gevoel."

Een verwoest pand in de wijk Al-Zahraa in Aleppo in 2020.

"Ghouta werd lang uitgehongerd, er mocht geen eten naar binnen, terwijl ik met mijn collega's in een vijfsterrenhotel verbleef. Dat moest op last van de regering. Omringd zijn door luxe terwijl op kilometers afstand mensen verhongeren: het is een groot contrast.

Je moet je kunnen afsluiten voor de ellende om je werk te kunnen doen, om iets voor mensen te kunnen betekenen. En je merkt ook hoe snel dat gaat. Na een paar dagen zat ik niet meer met tranen in mijn ogen te luisteren naar de verhalen van mensen die geen eten hadden of geliefden kwijt waren geraakt."

Wat zag je van de 'tactiek van de verschroeide aarde', die dictator Assad gebruikt om het land in een ijzeren greep te houden?

"Dat is heel effectief gebleken. Het is Middeleeuws belegeren: een gebied totaal afsluiten, geen eten en medicijnen meer naar binnen. Dan komen er nog wel kleine beetje binnen, want er ontstaat een parallelle economie, waarbij mensen veel geld betalen of tunnels graven. Als mensen uithongerd zijn, volgen bombardementen uit de lucht, tot wel honderden keren per dag.

En dan komt het aanbod, wat geen 'overgave' wordt genoemd, maar 'verzoening'. Eigenlijk geef je mensen geen echte keuze als je ze eerst uithongert en bombardeert, en dan zegt: 'Kom terug naar ons, laten we onderhandelen.'

De bevolking die nog in het gebied over is, staat dan zó onder druk, dat ze tegen de rellengroeperingen zeggen dat ze het niet meer volhouden en ze een deal met de regering móeten sluiten. Op die manier heeft Assad, met luchtsteun van de Russen, bijna het hele land teruggenomen. Het resultaat heb ik daar gezien.

Mensen met jukbeenderen die uitsteken, al jaren geen vlees meer hebben gegeten, wiens familieleden zijn vermoord. Mensen sterven aan medische problemen vanwege het gebrek aan gezondheidszorg. Bij de weinige transporten die wel naar binnen mochten, werden bijvoorbeeld de naalden eruitgehaald. Dan kan je niets met de medicijnen als je ze niet in een arm kan spuiten. Het is echt heel schrijnend."

In Duitsland werd op 24 februari 2021 een rechtszaak gehouden tegen Eyad al-G., een voormalig Syrische inlichtingenofficier. Al-G. werd veroordeeld tot 4,5 jaar cel, wegens medeplichtigheid in misdaden tegen de menselijkheid. Het was de eerste rechtszaak over martelingen door het Syrische regime.

Je kwam voor de duivelse dilemma's van humanitaire hulpverlening te staan.

"Ik ben de puinhopen van de oorlog ingegaan. Dan zie je het resultaat van bombardementen. En je denkt vaak niet aan wat er daarna gebeurt: de enorme plunderingen van wat er nog over is. In de geraamtes van huizen staan nog meubels en ijskasten, en die werden systematisch leeggehaald. Mijn collega's zagen soldaten een gebouw in lopen, die vroegen of er nog kinderkleren binnen waren. Maar je denkt: dit is geen winkel, iemands huis. Maar dat kan je niet zeggen, want de soldaat heeft macht.

Regelmatig denk je: dit klopt toch niet. En je wil het aankaarten, dus ik ging ermee naar mijn baas: 'We moeten hier iets mee doen!' Maar dan kom je bij de andere kant van het dilemma. De mensen die nu in kampen zonder eten en matrassen op straat slapen, willen we graag hulp verschaffen. Als wij enorme stennis gaan schoppen over de plunderingen die er gaande zijn, betekent dat waarschijnlijk dat we geen toestemming krijgen om de mensen, die letterlijk op straat slapen, te helpen. Die afweging is heel duivels, en ik heb daarmee geworsteld."

Wat doe je in die spagaat?

"Ik werd er wanhopig van. Dat is de reden dat ik na een jaar weg ben gegaan. Ik kon het voor mezelf niet goedpraten. Er gebeurt goed werk: de hulp komt voor een groot deel bij de mensen terecht die het nodig hebben, maar ik vond het onbestaanbaar dat Assad bepaalt bij wie. Het land is verscheurd. Mensen zijn moe gestreden en durven niet meer. En de mensen die er anders over denken zijn vertrokken."

Voor deze podcast koos je onder meer het nummer Zamilou van Bu Kolthoum.

"Hij is een hiphopproducent uit Syrië, die in Amsterdam woont. Hij heeft het voor elkaar gekregen om hits te scoren in het Arabisch, wat bijzonder is. Hij is onderdeel geworden van de Nederlandse samenleving. Als we het hebben over integratie bedoelen we vaak assimilatie, maar het is hem gelukt om heel succesvol te zijn en toch zichzelf te blijven."

Sommige Nederlandse politici vinden dat Syrische vluchtelingen, zoals Bu Kolthoum, terug zouden moeten keren. Een groot deel van het Nederlandse volk schaart zich daarachter: volgens het Rode Kruis vindt zestig procent van de Nederlanders dat Syriërs terug moeten keren. Kan dat?

"Nee. En dat zeg ik niet alleen, maar de VN en de EU ook. Als je rondkijkt in het land is dat snel duidelijk. Je moet je ogen in je zak hebben of het gewoon niet willen zien, als je zegt dat het wel kan. Je hebt te maken met een staat die het eigen land heeft verwoest, en dat geen enkel middel schuwt om aan de macht te blijven. Het is: Assad, of we verbranden het land.

De VN zeggen dat we met de mensen daar moeten praten om te kijken hoe het gaat, als je mensen vanuit hier wil terugsturen. Dat mag niet van Syrië. Er is geen vrijheid van meningsuiting, er is geen goede rechtsstaat, je kan niet in beroep als je veroordeeld wordt. Er zijn gevallen bekend van mensen die na terugkeer zijn verdwenen."

"Denk aan Mazen Hamada, een bekende Syrische activist die vastgezeten heeft in de Syrische gevangenis. Hij zat in Nederland en is vorig jaar vrijwillig teruggekeerd naar Syrië, maar na zijn terugkeer in Damascus is er nooit meer wat van hem gehoord. Hij is waarschijnlijk dood. Het grote gevaar is dus dat je wordt opgepakt en verdwijnt. Maar het is ook de vraag: staat je huis er nog?

Er is geen werk, er is geen benzine en een tekort aan brood: dus geen toekomstperspectief. Nu zijn er er weer nieuwe sancties, waardoor het economisch nog slechter gaat dan toen ik daar wegging. Tachtig procent van de mensen leeft in armoede, en meer dan negen miljoen mensen zijn hulpbehoevend.

Dat is de schuld van de man die nog steeds aan de macht is. En hij zit steviger in het zadel dan ooit, door de steun van zijn bondgenoten. Oppositie is überhaupt niet welkom. Er worden brute uitspraken gedaan, zoals: 'We hebben nu een meer harmonieuze samenleving.' Of: 'Ik heb liever tien miljoen gehoorzame burgers dan dertig miljoen ongehoorzame.'

Als we het in een veilig land als Nederland hebben over het terugsturen van Syriërs, schrijft Van Tets in Vier Seizoenen in Damascus, hoeveel weet men van het land waar deze mensen naar terug moeten? Want als je weet hoe het er werkelijk aan toegaat, zou je deze mensen dan echt nog terugsturen?"