De Wmo werkt niet

Het moest de zorg dichterbij de mensen brengen, maar de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) leidt juist tot het tegenovergestelde. Nu de verantwoordelijkheid voor hulp aan ruim één miljoen ouderen en mensen met een beperking of chronische ziekte bij gemeentes ligt, zijn de lokale verschillen groot.

Vanaf 2015 zijn gemeentes verantwoordelijk om burgers zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen en deel te laten nemen aan de maatschappij. Die gemeentelijke verantwoordelijkheden bestaan onder andere uit vergoeding voor dagbesteding, vervoer, huishoudelijke hulp en maatschappelijke opvang.

Uit onderzoek van Argos, in samenwerking met Investico, De Groene Amsterdammer en dagblad Trouw, blijkt dat betrokkenen vaak niet weten waar ze aan toe zijn en is er sprake van rechtsongelijkheid. Gemeentes verschillen onder meer van inzicht over de omvang van persoonsgebonden budgetten, de noodzaak van hulpmiddelen en regels voor het verlenen van huishoudelijke hulp.

Over de schutting gegooid

Yolan Koster, oud-wethouder van gemeente Woerden, zegt in Argos (het onderzoeksjournalistieke programma van Human en VPRO op NPO Radio 1) dat het Rijk een ‘schoenendoos’ over de schutting gooide, en dat de gemeente het vervolgens zelf maar moest uitzoeken. Tegelijkertijd werd er bezuinigd.

‘Je hebt amper tijd om uit te zoeken wat in die doos zit,’ zegt Koster. ‘En dat maakt het ook moeilijk om het te begroten. Terwijl de verbouwing gaande was, ging de winkel open. Het is respectloos naar inwoners.’

Deze gang van zaken zorgde voor grote verschillen. Dit laat de situatie van Elianne en Jet goed zien. Elianne heeft een assistentiehond, die River heet. ‘Het is het verschil tussen leven en dood,’ zegt ze. Elianne heeft een eetstoornis en een posttraumatische stressstoornis. ‘River was nog de enige hulp, in klinieken was ik al uitbehandeld.’

Elianne vroeg via een persoonsgebonden budget financiering aan voor het trainen van de hond. Het duurde een jaar voordat het geregeld was. De gemeente Soest wilde eerst duidelijk weten wat de meerwaarde van de hulphond zou zijn. Omdat de gemeente nog nooit eerder zo’n aanvraag kreeg, duurde het proces lang. Uiteindelijk kreeg Elianne toch de financiering.

Jet heeft minder geluk. Zij zit in soortgelijke situatie, maar krijgt in Zoetermeer geen trainingen voor haar hulphond gefinancierd. Zij werd naar de zorgverzekeraar gestuurd, maar die vergoeden alleen een hulphond als je doof of blind bent. De gemeente wil nu toch in gesprek.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Afhankelijk van postcode

Volgens Illja Soffer, directeur van Ieder(in), de koepelorganisatie voor mensen met een beperking of chronische ziekte, ben je nu afhankelijk van je postcode of je in aanmerking komt voor een Wmo-voorziening. 

‘Dat er verschillen zijn die lokaal uitlegbaar zijn, dat vonden we een goed idee,’ zegt Soffer. ‘Maar je ziet nu dat die beleidsvrijheid heeft geleid tot een lappendeken aan verschillende opvattingen, meningen en beleidsregels, dat je daarom in de ene gemeente niet je hulpvoorziening krijgt, en in de andere wel.’

'Verschillen zijn onvermijdelijk,' zegt voormalig wethouder Koster. ‘Als dezelfde casussen in verschillende gemeenten tot andere beslissingen leiden, dan kan dat liggen aan de verordening. Die wordt vastgesteld door de gemeenteraad en daar heb jij op gestemd. Maar er mag geen sprake zijn van onrechtvaardigheid, dat mag nergens gebeuren.’

Ronkend taalgebruik

Sinds de invoering van de Wmo in 2015 hebben burgers 6.861 rechtszaken aangespannen tegen gemeentes, blijkt uit cijfers van de Raad voor de Rechtspraak. In ruim veertig procent van die zaken kregen de klagers gelijk, een bovengemiddeld percentage volgens de Raad.

Gijsbert Vonk, hoogleraar socialezekerheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, stelt in Argos dat de Wmo nu zorgt voor een juridisering van het systeem. ‘Uiteindelijk worden onder de streep voorzieningen afgenomen. Dat wekt conflicten op. Burgers stappen dan naar de rechter om zich te beschermen. Om die rechter in te schakelen moet je een juridische procedure beginnen en voor je het weet begint dus dat hele juridiseringsproces.’

Hoe kon het zo ver komen? Vonk heeft wel een idee. ‘Het probleem is dat er veel ronkend taalgebruik werd gebruikt om de decentralisatie te verkopen. “De gemeente aan zet”, “maatwerk”, “humaniseren”, “dejuridiseren”. Dat heeft de suggestie gewekt dat gemeenten heel veel vrijheid hebben, die ze juridisch gesproken eigenlijk nooit hadden.’

Luister de hele Argos-uitzending hieronder: