Deze oorlogsmisdaden heeft Defensie verzwegen

, Niels van Nimwegen en Huub Jaspers

Vier jaar na het Nederlandse bombardement en pas nadat journalisten het drama onthulden, lichtte Defensie de Tweede Kamer in over de zeventig burgerdoden in Hawija, Irak. Argos toonde eerder al aan dat het ministerie incidenten en misstanden wel heel gemakkelijk onder het tapijt veegt.

Defensieminister Ank Bijleveld (CDA) trok in haar brief van maandag 25 november het boetekleed aan. "De Kamer is in 2015 onjuist geïnformeerd over de Nederlandse betrokkenheid bij gevallen waarbij er zeer waarschijnlijk sprake was van burgerslachtoffers." Defensie zal de Kamer in de toekomst sneller en transpanter informeren, zo beloofde de minister. 

Een vertrouwd geluid, zo maakt de eerdere Argos-berichtgeving over Nederlandse militaire operaties duidelijk. De Tweede Kamer is niet voor de eerste keer op het verkeerde been gezet over Nederlandse betrokkenheid bij oorlogsgeweld.

Luister hier de hele podcast over de zwijgcultuur bij defensie. Met Bert Bakker, voormalig voorzitter van de parlementaire enquête Srebrenica, Hans Hillen, voormalig kamerlid voor het CDA en Sadet Karabulut, huidig Tweede Kamerlid van de SP.

Vuurgevecht in Afghanistan

Nederlandse soldaten worden in 2007 naar Afghanistan uitgezonden voor een 'wederopbouwmissie'. Niet zoveel mogelijk Taliban doodschieten, maar het winnen van de 'hearts en minds' van de lokale bevolking was het doel, zoals generaal Hein Scheffer in 2007 in Trouw bezweert. In werkelijkheid wordt er hevig gevochten. 24 Nederlandse militairen komen in de vier jaar die de Uruzgan-missie duurt om het leven.

De hevigheid van de strijd wordt door Defensie achtergehouden voor de Tweede Kamer, blijkt in 2010. Argos vindt in de door klokkenluiderssite Wikileaks geopenbaarde documenten een Amerikaans verslag van een grote veldslag. Nederlandse militairen blijken in 2007 zestig vijandelijke strijders te hebben gedood bij een urenlang vuurgevecht. In de rapportages van Defensie is van die strijd vrijwel niets terug te vinden. De 'Slag bij Deh Rawod' wordt in een weekoverzicht eenvoudig afgedaan als ‘een vuurcontact’.

Luister hier naar het Amerikaanse verslag over de slag bij Deh Rawod

Executie van gevangenen

In 2009 bewijzen Argos en het Duitse televisieprogramma Monitor dat een ernstige oorlogsmisdaad in de door Nederlandse ISAF-militairen beveiligde regio in Afghanistan bewust is verzwegen. Het gaat om de executie van elf ontsnapte gevangenen in augustus 2002, uitgevoerd door de Afghaanse veiligheidsdienst NDS. Nederlandse militairen wisten hiervan. Ze maakten kort na de executie zelfs foto’s van de dode gevangenen, foto’s die via bronnen bij de krijgsmacht in bezit komen van Argos.

Eén van de foto’s die Argos in handen kreeg. Hieruit bleek dat er Nederlandse militairen aanwezig waren op de plaats waar kort daarvoor elf gevangenen door de Afghaanse veiligheidsdienst waren geëxecuteerd.  

Uit geheime documenten, via een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur verkregen, blijkt dat ook de minister op de hoogte is gesteld. De foto’s van Nederlandse militairen bij de groep geëxecuteerde gevangenen baren Defensie zorgen. De Chef Defensiestaf suggereert daarom een zogeheten 'passieve woordvoeringslijn'. Omdat 'een betrokkenheid van Nederland in de media tot heden niet ter sprake is gekomen'. GroenLinks-Kamerlid Mariko Peters in de Argos-uitzending van 2009: "Een passieve woordvoeringslijn is dat je daar je mond over houdt, tenzij je er direct naar wordt gevraagd."

Mariko Peters - Argos 3 oktober 2009

En dus wordt ook de Kamer niet geïnformeerd over de moordpartij. Onwetend stemmen Kamerleden ermee in gevangenen in het door Nederland beveiligde gebied over te dragen aan de Afghaanse veiligheidsdienst NDS, terwijl binnen Defensie bekend is dat gevangenen door diezelfde NDS zijn geëxecuteerd.

Pas na de publicatie van Argos en onder druk van de Kamer, geeft het Ministerie van Defensie meer openheid van zaken. Twee NDS-generaals blijken aanwezig te zijn geweest bij de executie van de 11 gevangenen. Over de rol die Nederlandse commando's hebben gespeeld bij de klopjacht na de ontsnapping van de gevangenen, geeft het Ministerie van Defensie slechts zeer summier informatie.

Verzwegen missies

Ook in 2007 doet Argos een schokkende ontdekking. Op basis van geheime documenten en duizenden foto’s, tonen Argos-journalisten aan dat Nederlandse commando’s in 2002 zonder toestemming vanuit de regering meevochten in operatie Enduring Freedom  in Afghanistan. 

Na 9-11  hebben de Amerikanen hun vizier gericht op het Taliban-regime, dat bescherming biedt aan de bedenkers van de aanslagen in New York en Washington. Eenmaal verdreven uit de hoofdstad Kabul wordt een nieuwe Afghaanse regering geïnstalleerd, beschermd door de internationale troepenmacht ISAF. Ook Nederland stuurt militairen naar Afghanistan, op voorwaarde dat ze alleen in of vlakbij Kabul opereren. Meedoen aan missies erbuiten, waar de oorlog nog in volle hevigheid woedt, valt niet onder dat mandaat.

Uit de documenten waarop Argos de hand weet te leggen, blijkt echter dat Nederlandse commando’s wel degelijk betrokken zijn bij missies buiten Kabul. Defensieminister Frank de Grave werd bewust onwetend gehouden over de operaties buiten het mandaatgebied, blijkt uit de stukken. Opnieuw hoort de Tweede Kamer pas vijf jaar later over de precieze rol van Nederlandse militairen in het buitenland.

De geheime briefing waarmee Nederlandse commando’s in Afghanistan in 2002 werden voorbereid op een bezoek van minister Frank de Grave. Vooral interessant is wat ze niet aan de minister willen vertellen. Onder het kopje 'Wat willen wij niet kwijt?' (linksboven) staat onder meer 'hoe is het geregeld met US?'. Daarmee wordt mogelijk gedoeld op de operatie Enduring Freedom waar de Verenigde Staten toen nog volop mee bezig waren en waar Nederlandse militairen stiekem aan meededen, terwijl dat van de Nederlandse regering niet mocht.

Srebrenica en ‘Het Debriefingsrapport’

Al voor het jaar 2000 verzwijgt Defensie informatie over militaire missies. Na de val van de moslim-enclave Srebrenica, waar Nederlandse militairen onder VN-vlag waren gestationeerd, laat Defensie een zogeheten ‘debriefingsrapport’ opstellen. Veel van de vastgelegde getuigenissen van teruggekeerde Dutchbatters worden gecensureerd. Verwijzingen naar misstanden en mogelijke fouten, begaan door Nederlandse militairen, worden geschrapt. Andere rapporten, zoals een feitenrelaas van de Koninklijke Marechaussee, verdwijnen in de la.

In de jaren daarna volgt de ene na de andere onthulling, waaruit blijkt dat de top van Defensie zich intensief heeft bemoeid met deze rapportages. Militairen en ook marechaussees verklaren dat hun getuigenissen niet of onvolledig zijn opgenomen, bijvoorbeeld die over het beruchte 'tankincident'.

Wanneer Srebrenica in 1995 valt, verzamelen zich tienduizenden vluchtelingen bij het hoofdkwartier van Dutchbat. De chaos is enorm. Servische troepen beschieten Nederlandse observatieposten in het gebied en ook zijn moslimsoldaten onderling in gevecht. Wanneer enkele Dutchbatters zich in de avond van 11 juli 1995 in een pantservoertuig terugtrekken naar hun hoofdkwartier in Potocari, worden ze door een menselijke haag van gewapende moslimstrijders tegengehouden. Een kapitein geeft het bevel: 'Doorrijden', berichtte het NOS-journaal in 1998.

Ex-Dutchbatters zeggen dat bij dit incident twintig tot dertig doden zijn gevallen, maar hun verklaringen staan niet in het officiële debriefingsrapport. Voormalig PvdA-kamerlid en vakbondsbestuurder Ton Heerts is op dat moment voorzitter van de Marechaussee Vereniging. "Een aantal mensen uit de top van de krijgsmacht, en met name de landmacht, heeft bewust een ander beeld van de werkelijkheid geschetst dan militairen en marechaussees daar ervoeren ten tijde van de inzet van de Nederlandse krijgsmacht."

Luister hier naar Ton Heerts over Srebrenica