Gemeenten doen maar wat bij anti-radicaliseringsbeleid

Theatervoorstellingen, weerbaarheidstrainingen en fakenews lessen. Miljoenen worden uitgegeven aan het anti-radicaliseringsbeleid van gemeenten. Maar of deze preventieve programma’s effect hebben, wordt nauwelijks gemeten.

Het blijkt uit onderzoek van Argos in samenwerking met het Algemeen dagblad. Sinds Nederlandse jihadi’s zijn vertrokken naar brandhaarden als Syrië en Irak, wordt gepoogd radicaal gedachtengoed bij voorbaat de kop in te drukken. 

Nederlandse gemeenten hebben ruim twintig miljoen euro gekregen voor de aanpak van radicalisering en met name gericht op preventie.

Meten is heel complex

Argos stelde de twintig gemeenten die jaarlijks zeven miljoen euro krijgen voor de programma’s, vragen via de mail. Welke activiteiten ondernemen zij? Wordt het resultaat gemeten, en zo ja, is er ook een nulmeting gedaan?

Zestien gemeenten reageerden. Een deel van hen stelde dat het heel moeilijk is om een relatie te meten tussen de gemeentelijke activiteiten en radicalisering die je hebt voorkomen.

Dat stelt ook Amy-Jane Gielen in Argos, het onderzoeksjournalistieke programma van Human en VPRO. Gielen is wetenschappelijk onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam en schrijft momenteel een proefschrift over het toetsen van het anti-radicaliseringsbeleid. ‘Je probeert te meten of je iets hebt voorkomen. Het is mogelijk om dat te meten, maar het is heel erg complex.’

Een ander deel van gemeenten dat reageerde, op de vragen van Argos, verwees naar de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Deze organisatie is verantwoordelijk voor de verdeling van het geld aan gemeenten. Daarnaast monitoren zij jaarlijks de gegevens.

Via een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur, kreeg Argos NCTV-documenten over de lokale aanpak van radicalisering in handen. Daarin staat ook of de aanpak effectief is. Wat blijkt? Er wordt amper effect gemeten.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Pieter-Jaap Aalbersberg, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid

Negatieve neveneffecten

Gielen stelt dat het wel heel belangrijk is om te weten wat voor effect de activiteiten hebben. Volgens haar kunnen namelijk negatieve neveneffecten optreden. Ze verwijst naar een weerbaarheidstraining waar in 2013 wél onderzoek naar is geweest. De training moest de identiteit en weerbaarheid van jonge moslims versterken, maar bij sommige mensen leidde de training tot narcistische trekjes.

‘Over het algemeen wordt de training als positief beoordeeld, maar dat is dan een ongewenst neveneffect.’ Gielen vindt wel dat die trainingen gewoon door moeten gaan maar: ‘Het toont wel het belang aan van evaluatieonderzoek.’

Ook naar Jihad de voorstelling is onderzoek gedaan, in 2017. In de voorstelling reizen drie vrienden af naar Syrië om daar te strijden, maar dat blijkt anders dan ze zich hadden voorgesteld. Ook deze voorstelling had negatieve neveneffecten.

‘Leerlingen die eigenlijk niet bezig zijn met radicalisering, of vatbaar zijn voor radicalisering, worden op deze manier op ideeën gebracht.’ Gielen benadrukt dat dit weer om hele kleine aantallen gaat, maar dat het niet verwaarloosbaar is. Zeker als er meer van dit soort voorstellingen worden georganiseerd. ‘Dit is wel een aspect dat je in je achterhoofd moet houden, en waar je bijvoorbeeld in een nagesprek nog iets mee moet doen.’

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Meer kwaad dan goed

In de uitzending duikt Argos ook in de zogeheten detectie-trainingen. Dat zijn trainingen waarbij je leert radicalisering te herkennen en hoe je daarna moet handelen. De training duurt een dag.

Marion van San onderzocht het effect van deze trainingen. Ze vindt het goed dat er nu meer aandacht voor detectie is dan vroeger, maar vindt wel dat we zijn doorgeslagen. ‘Je zou denken dat het goed is, er is niks met detectie. Maar het heeft ook schaduwkanten. Het gevaar is dat je schijnexpertise gaat creëren, dat je zogenaamde experts krijgt. Die doen soms meer kwaad dan goed.’

Maarten van de Donk geeft dit soort trainingen. Hij stelt dat Van San te cynisch is, maar geeft ook toe dat er te weinig onderzoek is naar de effecten.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Franse politie op straat na aanslag Parijs

Stap terug nemen

Het lijkt er dus op dat het anti-radicaliseringsbeleid maar wat doormoddert. We weten niet of het werkt, omdat daar weinig aandacht voor is. En wanneer die aandacht er wel is, blijkt het soms averechts uit te pakken.

Van San vindt dat we een stap terug moeten doen. ‘We weten eigenlijk niet zo goed hoe we het moeten aanpakken, omdat we niet zo goed weten wat radicalisering nou eigenlijk is. Over waarom iemand radicaliseert is nog veel onduidelijk.’ Wel stelt ze dat het mogelijk is om radicalisering aan te pakken, maar dan moet het veel serieuzer worden genomen.

In Argos komt ook Bente Becker aan het woord, Tweede-Kamerlid van de VVD. Zij pleit voor meer landelijke regie, en had dit al een jaar geleden aangekaart bij minister Koolmees, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Becker zal dit woensdag 5 juni in een debat nogmaals aankaarten.

Luister hier de hele uitzending:

Lees meer over publieke opinie

6 items

Hoe publieke opinie tot stand komt en wat de gevolgen van deze meningsvorming zijn op ons alledaagse leven.

Dossier