Het Filosofisch Kwintet

Europa: een bedreiging voor de verzorgingsstaat?

zondag, 8 juli 2012 12:10 Nederland 1

Presentatie: Clairy Polak en Ad Verbrugge

Bookmark and Share

Naar de online stream: klik hier

Vijf weken lang Het Filosofisch Kwintet met als thema de kwaliteit van de verzorgingsstaat.

Journalist Clairy Polak en filosoof Ad Verbrugge nodigen steeds drie gasten uit om dit thema vanuit filosofisch perspectief te onderzoeken.

Europa: een bedreiging voor de verzorgingsstaat?
Het beeld is: Europa eet 'onze' verzorgingsstaat op. Maar wat is de werkelijkheid? Hoe solidair zijn we met elkaar en met onze mede-Europeanen?

Gasten in deze uitzending zijn: 

Willem Schinkel, universitair hoofddocent Theoretische sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In maart 2012 verscheen van hem 'De nieuwe democratie. Naar andere vormen van politiek'. Hij pleit daarin voor een herwaardering van de natiestaat.

Mathieu Segers, universitair docent en onderzoeker Europese integratie aan de Universiteit Utrecht. Hij vond de dagboeken van Europa-pionier Max Kohnstamm en publiceerde deze in twee boeken (2008, 2011).

Monique Kremer, onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en aan de Universiteit van Amsterdam. Ze is gespecialiseerd in verzorgingsstaten in Europa en arbeidsmigratie.

Discussieer mee op facebook.com/filokwintet.

Op de foto presentatoren Clairy Polak en Ad Verbrugge (foto: Tjebbe Venema)

Naar de website: http://www.filosofischkwintet.tv

E-mail: hetfilosofischkwintet@human.nl

De Europese Gemeenschap en de Nederlandse Verzorgingsstaat
Weer een buitengewoon boeiende en degelijke discussie over twee typisch naoorlogse fenomenen: Europa en de Verzorgingsstaat. De akkoorden van Bretton Woods uit 1944 opende demogelijkheid tot het vormen van Verzorgingsstaten. In Nederland was er de commissie van Rhijn. Op 9 mei 1950 lanceerde de Franse Minister van buitenlandse zaken Robert Schumann zijn beroemde plan dat een einde moest maken aan het Duits-Franse tweestrijd dat tot de twee voorbije oorlogen heeft geleid. Door integratie van de kolen- en staalindustrieën moeten gemeenschappelijke belangen worden gerealiseerd. Het plan zou de basis vormen voor de in 1951 met het verdrag van Parijs opgerichte Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal of de EGKS die bedoeld was om een ononderbroken voorziening van staal en kolen te garanderen. Het toezicht over de 6 deelnemende landen was in handen van de Hoge Autoriteit. Hoewel de Franse topambtenaar Jean Monnet een eenvoudig en technocratisch mechanisme had voorgesteld, werd het verdrag uitgebreider. De deelname van Nederland aan de EGKS is nooit van harte geweest. Het belang van de Hoogovens en de Staatsmijnen speelde een rol en ook de sterke wens van Washington om een trouwe en loyale bondgenoot aan de Europese tafel te hebben. Bij mijn bezoek aan de Hoge Autoriteit in 1957 werd al snel duidelijk dat Nederland werd beschouwd als pro-Atlantisch en niet als pro-Europees, zoals later in wetenschappelijk onderzoek zou worden bevestigd. Van meet af aan is de Nederlandse inzet geweest om vooral Groot-Brittannië tot elke prijs bij de Gemeenschap te betrekken. Daarin speelde ook de Nederlandse vrees voor een katholieke overheersing in Europa een rol. Niet voor niets mocht in het nieuwe kabinet Drees in 1952 de katholieke Luns geen Minister van buitenlandse zaken worden, maar moest hij "Zonder Portefeuille" fungeren onder de partijloze Hervormde Jan Beyen [paradoxaal genoeg bekeerde deze zich na zijn ministerschap tot het katholicisme]. De Nederlandse houding ten opzichte van Europa kan het best worden weergegeven met het "dogma van Kuyper: samen waar het moet, alleen waar het kan", gevoegd bij de oude Hollandse koopmansgeest om met de geringst mogelijke inzet het maximaal mogelijke resultaat te boeken. In 1952 zat de Nederlandse Verzorgingsstaat nog – bij wijze van spreken – in de luiers. De mogelijkheid om gelijktijdig twee ontwikkelingen op de schaal van de West-Europese 6 vorm te geven, is een historisch ernstig gemiste kans. Het feit dat we toen niet hebben willen bouwen aan een degelijke politieke en sociale gemeenschap, breekt ons tot op de dag van vandaag op. Wij zien nog steeds Europa als de vijand van de eigen natie. De bedreigingen van de arbeidsmigratie, etc. Maar dat is het hoofdprobleem niet. De Verzorgingsstaat is een ideologisch geschilpunt geworden. De financieel-economische elite ziet de Verzorgingsstaat als een concurrentienadeel en wenst versobering en uitsluiting van nieuwkomers. In Europa zijn de grenzen en de culturen permeabel. Het overeind houden van de Verzorgingsstaat is geen specifiek Nederlands probleem, maar en Europees. De huidige overconcentratie op de financiële kant, op de overheidsbudgetten belemmert de Europese integratie. Want hoe dan ook zullen de deelnemende landen in de Europese Unie hun Verzorgingsstaten moeten convergeren. Daar ligt de politieke kernvraag. Gaan we uit van een ontwikkelingsmodel waarbij de zwakkere staten door de sterkere worden geholpen. Of gaan we uit van een nivelleringsmodel, waarbij de zwakste de norm wordt en de sterke verzorgingsstaten gaan afbouwen. De ideologie van de minimale staat, en het minimaliseren van de overheidsbudgetten wijzen eerder op de laatste tendens dan op de eerste. De prijs die daarvoor zal moeten worden betaald is met het huidige Griekenland vergelijkbare sociale onrust. En dat gaat uiteindelijk ten koste van een Economisch herstel, maar dan zijn de antistaatsegoïsten al lang "binnen".

0

Pieter Fokkink

08 juli 2012


kleiner | groter

security image
Schrijf de security code over


busy