K W A L I T E I    V A    L E V E N...................... .............................

HET EI VAN
ERASMUS

       I N L E I D I N G    T O T    H E T    H U M A N I S M E HET EI VAN 
ERASMUS
 

   MENU

   BOEK

  
BESTELLEN

   LITERATUUR


DE
HUMANISTISCHE

OMROEP

HELPPAGINA 
REAL - AUDIO

.........................

 

   D E E L 6
Dit deel heeft als thema 'De Middeleeuwen en Renaissance'. Een gesprek hierover met dr. Peter Derkxs, docent historische humanistiek aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.   LEZEN   LUISTEREN  

In humanistisch perspectief moeten de Middeleeuwen (ca. 500-ca. 1450) beschouwd worden als een terugval in het denken over moraal en wetenschap. Onder invloed van het zich verbreidende christendom en de macht van de kerk werd in deze periode van bijna duizend jaar het geestelijk en maatschappelijk leven beheerst door de overtuiging dat alles van bovenaf gegeven is.
De opkomst van het christendom zette vooral door na de val van het West-Romeinse Rijk in 476. De omvangrijke bevolking van het immense Romeinse rijk, waaronder vele oosterlingen, werd op het laatst door de machtselite zodanig uitgebuit en onderdrukt dat zij troost en heil zocht in oosterse religieuze stromingen, waarvan het christendom er één was. Dat christendom had, evenals de meeste andere strikt monotheïstische (op één God georiënteerde) godsdiensten, een universele strekking. De leer (de openbaring) en de verlossing golden voor alle mensen. En dat maakte deze godsdienst voor velen aantrekkelijk.

De vroege Middeleeuwen (tot de twaalfde eeuw) worden wel de `duistere eeuwen' genoemd. De katholieke kerk nam in West-Europa de bestuursstructuur van de voormalige Romeinse staat over en vulde hiermee een politiek en staatkundig vacuüm. Mede dankzij de kloosters en abdijen speelde zij een rol in het bewaren van de antieke cultuur, zij het in een christelijk perspectief. Geletterdheid en geleerdheid vond men eerst uitsluitend, later hoofdzakelijk bij de clerus. Het was de periode van de priesterklasse. Wereldlijke heersers, wier heerschappij uitsluitend op militaire macht stoelde, schaarden zich graag bij de kerk en maakten dankbaar gebruik van de clerus voor het voeren van hun administratie.

De meest gelezen en invloedrijkste figuur uit deze periode was Aurelius Augustinus (354-430), bisschop van Hippo in Noord-Afrika. Ook hij voelde zich geconfronteerd met het conflict tussen christendom en de antieke cultuur, die zoveel andere inzichten had opgeleverd. De dialogen die Augustinus aanvankelijk schreef, liepen alle uit op een alleenspraak met de Schepper. De waarheid was voor hem niet langer een kwestie van woorden, van redeneren, zoals bij de sofisten en bij Plato, maar een innerlijk gebeuren van goddelijke aard. Dit innerlijk gesprek met God of het gebed was een nieuw genre van spreken in vergelijking met de retorische monoloog bij de sofisten of de platoonse dialoog.

Toch maakte de rede deel uit van zijn visie op mens en wereld. Waar een Tertullianus (160-230) uitriep: `Ik geloof omdat het absurd is', stond Augustinus aan de wieg van de opvatting `Ik geloof teneinde te begrijpen'. En hoewel hij het uitgangspunt van Genesis (`En God schiep de mens naar zijn beeld') volledig onderschreef, meende hij tegelijk dat de aarde en al wat zij bevat aan de mens onderworpen is en dat de mensen er daarom als rentmeesters verantwoording over verschuldigd zijn. Zijn Belijdenissen behoort tot de weinige literatuur uit de christelijke oudheid die de tand des tijds heeft doorstaan. Nog altijd speelt Augustinus een rol in het denken van de katholieke kerk.

Het wetenschappelijke denken in die tijd wordt wel aangeduid met de term `scholastiek': filosofie en theologie vielen samen. Uiteraard is hiermee niet gezegd dat de bestaande ideeën over rechtvaardigheid geheel uit het gezichtsveld verdwenen. Maar over het algemeen overheerste een besef van de nietigheid van de mens en de opvatting dat de mens alleen met behulp van de goddelijke genade tot het goede in staat is. En dat die God ook zou bepalen wat rechtvaardig is.

De discussievraag
bij deze uitzending luidt:
"Erasmus was zijn levenlang katholiek; toch is hij vooral bekend als humanist, vindt u dit terecht?"

Presentatie: Rina Spigt
Samenstelling: Bert Boelaars
Foto's :
  © 1999 Peter Derkx