In Argentinië is het sinds de verkiezing van paus Franciscus not done om ongelovig te zijn. Het roept bij jurist Oscar Martínez herinneringen op aan het verleden. Journalist Peter Scheffer doet verslag vanuit het Latijns-Amerikaanse land.

Afgewezen worden voor een baan omdat je niet in God gelooft. Het overkwam Oscar Martínez uit Tigre, een voorstadje van de hoofdstad Buenos Aires. Vers van de universiteit solliciteerde hij in 1998 als jonge jurist voor een baan bij een klein advocatenkantoor.

Oscar herinnert zich het bewuste sollicitatiegesprek nog als de dag van gisteren. “Het was een raar gesprek, het ging niet over mijn kwalificaties maar mijn geloofsovertuigingen”, vertelt Martínez. Zijn chef bleek streng katholiek te zijn en kon de ongelovige Oscar moeilijk pruimen. Twee dagen na het gesprek kreeg hij een telefoontje: “je past niet binnen ons team”, was de mededeling.

Kerk en staat
Zeggen dat je ongelovig bent is in sociale én professionele kringen opnieuw not done. Geloven is in Argentinië sinds de verkiezing van de Argentijn Paus Franciscus weer helemaal in.
De invloed van de Rooms-Katholieke kerk in Argentinië was lange tijd tanende. Zo werd in 1994 het grondwetsartikel geschrapt dat vereiste dat de president van het land lid van de Rooms-Katholiek kerk was. Het presidentskoppel Néstor en zijn vrouw en opvolger Cristina Kirchner namen verder afstand van de kerk —in woord en daad.

Zo besloot Néstor Kirchner vanaf 2003 niet meer naar de jaarlijkse paasviering te gaan in de kathedraal van Buenos Aires. Naar eigen zeggen vond Kirchner dat kerk en staat gescheiden behoren te zijn en het staatshoofd niet thuishoort bij één enkele religieuze viering.

Zijn echtgenote Cristina Fernández de Kirchner liet de Paasviering ook aan zich voorbij gaan. Tot aartsbisschop Jorge Bergoglio op 13 maart 2013 werd benoemd tot Paus. Een Argentijn op de Heilige Stoel, als plaatsvervanger van God op aarde. Kirchner zat de volgende Paasviering weer netjes vooraan en luisterde geëmotioneerd naar het kerkkoor dat het Te Deum door de kathedraal deed galmen, alsof ze nooit was weggeweest.

Trotse Argentijn
“Ik neem daar dus geen aanstoot aan, dat de president dikke maatjes is met het Vaticaan”, vertelt Martínez terwijl hij door wat oude kranten pluist die hij bewaart in een kartonnen doos. “Kijk”, terwijl hij wijst naar een oude voorpagina van dagblad La Nación, “ik ben ook een trotse Argentijn”. Zijn vinger tikt op het papier, wijzend naar de foto van Paus Franciscus die op het balkon in Rome op zich presenteerde aan de menigte.

Terwijl de oude krant weer netjes wordt opgeborgen vertelt Martínez dat praten over politiek en religie sinds de dictatuur niet gebruikelijk is. “Je weet nooit wat de consequenties zijn. Je kan er vrienden mee verliezen”, aldus de inmiddels 41-jarige jurist. Zijn afwijzing bij zijn sollicitatie ziet hij niet als incident.

Zijn vrouw Isabel —die zich wel ‘spiritueel’ noemt— werkte een tijdje als huishoudelijk hulp bij een bejaard echtpaar, verderop in de wijk. Bij de maaltijd werd gebeden, Isabel deed niet mee. “Tot op een dag de vrouw des huizes me vertelde dat ik niet meer hoefde te komen. Ik had duidelijk geen goede opvoeding gekregen en was Onze Lieve Heer niet dankbaar voor het leven”, vertelt ze terwijl ze met haar ogen rolt. “Het ontaarde in een discussie en een paar dagen later wist iedereen in de wijk ervan. Sommige buren kijken nog steeds langs me heen, alsof ik een heks ben”, vervolgt ze.

Zeurpieten
De euforie van een landgenoot op de Heilige Stoel heeft het praten over het geloof —en de activiteiten van de Katholieke Kerk in het bijzonder— niet makkelijker gemaakt. Journalisten die zich in de dagen na de benoeming van Franciscus vragen stelden over de rol van de Katholieke Kerk tijdens de militaire dictatuur onder Jorge Videla [1976-1982], werden op de Argentijnse televisie weggezet als zeurpieten en mierenneukers.

Mensenrechtenactivisten vroegen de nieuwe paus de archieven in het Vaticaan te openen in de hoop meer te weten te komen over het lot de vermiste priesters en andere politieke tegenstanders tijdens de dictatuur. Ze kwamen bedrogen uit, de Heilige Vader hield het slot op de kast en bleef zwijgen.

Evangelische bewegingen
Toch verliest de katholieke kerk haar grip op met name de jonge Argentijn. Volgens onderzoek van de Universiteit van Buenos Aires [UBA] gaat nog geen 10 procent van de Argentijnen onder de 30 jaar oud naar de kerk. Maar de cijfers laten wel een flinke groei zien van de leden van evangelische bewegingen, die name afkomstig zijn uit buurland Brazilië. Deze nieuwe kerken bemoeien zich niet direct met politiek maar houden hun leden wel streng bij de christelijke leer. Een deel van het inkomen dient te worden geschonken en progressieve thema’s als abortus, homohuwelijk of transgenders wijzen ze af of worden openlijk bestreden.

Het zijn de armen uit de sloppenwijken die —met een gebrekkig toekomstperspectief— worden opgevangen door deze kerken. Volgens de UBA bieden de leden praktische hulp aan de armen: voedsel, kleding en dekens. Loyaliteit aan de evangelisten en hun overtuigingen is dan een kleine prijs die betaald moet worden. “Je hoeft niet te geloven in God, roomser dan de paus of een goede president te zijn, een luisterend oor is vaak voldoende”, aldus Isabel.