De vrije moraal vraagt door

Datum: 10 juli 2012
De vrije moraal vraagt door

Comazuipers, XTC-doden of breezersletjes: allemaal de schuld van de vrije moraal? Of zit het anders? In het boek 'De vrije moraal: seks, drank en drugs in de Tweede Kamer' verdedigt Boris van der Ham de vrije moraal, zonder zijn ogen te sluiten voor de dilemma's ervan. "Je moet je telkens afvragen wat jouw keuze betekent voor anderen."

De basis van de vrije moraal is keuzevrijheid: het recht over je eigen lichaam te beschikken en het recht op risico. Deze vrijheid wordt begrensd door de vrijheid van een ander. Van der Ham: "Belangrijk is het schadebeginsel van John Stuart Mill: je mag met jouw keuze de ander niet beschadigen. De wetgever zorgt ervoor dat Mills beginsel ook in wetten wordt toegepast", vertelt Van der Ham aan de webredacteur van het Humanistisch Verbond.

De wet alleen is niet voldoende. "Je moet je telkens afvragen wat jouw keuze betekent voor anderen. Stel je gebruikt cocaïne; dan dient zich een moreel probleem aan als je weet dat productie en verkoop van cocaïne alleen mogelijk is door onderdrukking van en geweld tegen lokale boeren."

150 jaar vrije moraal
Het boek is een analyse van de vrije moraal aan de hand van 150 jaar parlementaire geschiedenis. Van der Ham is politicus (D66) - hij nam onlangs afscheid van de Tweede Kamer - en is ook historisch geïnteresseerd. De eerste ideeën rond persoonlijke vrijheden werden al in 1811 in de wet geïntroduceerd. Nederland nam toen de Franse wetgeving over: kerk en staat werden gescheiden (Laïcité). De kerk bemoeide zich niet met de staat en omgekeerd, waardoor de keuzevrijheid centraler kwam te staan, ofschoon de informele macht van kerk en christelijke politiek nog steeds groot was.

Felle debattten
Hoewel de politiek aan het begin van de 19de eeuw gedomineerd werd door een teruggetrokken overheid, kozen ook liberale politici vanaf het midden van de 19de eeuw voor beteugeling van misstanden, bijvoorbeeld bij alcoholmisbruik en het seksueel misbruik van jongeren. Van der Ham stelt vast dat die bescherming juist voortkwam uit liberale principes. Christelijke politici wilden veel verder gaan. Soms vonden deze verschillende stromingen elkaar, maar ook ontstonden er felle debatten tussen christelijke politici aan de ene kant, en sociaaldemocraten, vrijzinnigen en liberalen aan de andere kant.

Leve de moraal, dood aan de kinderen?!
Zo hield het vrijzinnige Kamerlid Treub de roomskatholieke minister van Justitie Regout in 1911 voor een kindermoordenaar, omdat deze een verbod op voorbehoedsmiddelen wilde instellen. Treub vond dat grote gezinnen tot kindersterfte en armoede leidden. De christelijke moraal stond lijnrecht tegenover de vrije moraal toen Treub aan Regout vroeg: "Vive la morale, périssent les enfants?!" Ofwel: Leve de moraal, dood aan de kinderen?!

Lees het volledige interview met Boris van der Ham op de site van het Humanistisch Verbond.

Meer informatie
Boris van der Ham ging op 20 juni in Nieuwsuur in debat met Gert-Jan Segers van de ChristenUnie. John Stuart Mill is een van denkers in de nieuwe tv-serie Durf te Denken van HUMAN, gebaseerd op de Humanistische Canon van het Humanistisch Verbond.

Bron: Webredactie HUMAN / Humanistisch Verbond