Aristoteles Bookmark and Share

Aristoteles (384-321 voor Chr.) was een uiterst veelzijdig filosoof, van wie op menig deelgebied van de filosofie teksten zijn overgeleverd die nog steeds het bestuderen waard zijn. Een daarvan is de zogenaamde Nicomachische Ethiek.

Die ethiek wordt meestal aangeduid als een deugdethiek: Aristoteles propageert het aanleren van deugden, van karaktereigenschappen die de mens in staat stellen om zijn taken optimaal te vervullen.

Anders dan bij de dieren is bij mensen hun streefvermogen nogal ongeordend. Vaak eten ze te veel, en soms ook te weinig. Ze willen excessieve rijkdom verzamelen, of ze willen integendeel al hun geld over de balk smijten. Ook in hun sociale leven zijn mensen ongeordend: wanneer ze beledigd worden, kunnen ze in hun woede overdreven reageren, dan wel angstig in hun schulp kruipen en zich die belediging laten welgevallen (deze voorbeelden ontleen ik aan Aristoteles).

Tegen dit alles brengt Aristoteles de deugden in de aanslag. Wanneer  strevingen de mens, zoals blijkt uit de gegeven voorbeelden, in de richting sturen van een teveel of een te weinig, dan ligt het voor de hand dat de deugden de mens juist sturen naar het midden. Zo heeft Aristoteles het over moed in onderscheid tot roekeloosheid en lafheid; over matigheid (tussen losbandigheid en ongevoeligheid); over vrijgevigheid (tussen verkwisting en gierigheid); over gepaste woede (tussen lichtgeraaktheid en gelatenheid); over vriendelijkheid (tussen vleierij en chagrijnigheid); over waarachtigheid (tussen opschepperij en geveinsde onwetendheid); over gevatheid (tussen aanstellerij en lompheid).

Lees verder