Neurose op de loer

woensdag, 04 januari 2012
Bookmark and Share

Het jaar is 2012. Het grote einde nadert. Dat zeggen niet alleen de Maya's met hun kalender waarop de tijd zelf op 21 december eindigt, dat stelt óók cultuursocioloog Stef Aupers van de Erasmus Universiteit Rotterdam deze week in de Volkskrant. Hiermee verwoordt hij het 'apocalyptische getob' dat eigen aan de mens is.

Aupers legt zijn vinger op de zere plek. Hij beschrijft namelijk mijn eigen dilemma: hoe optimistisch te leven in de huidige sfeer van wanhoop en wantrouwen? Sluit je je ogen voor de duistere toekomst, dan leef je onder een glazen stolp. Ben je constant bezig met het komende einde, dan ligt neurose op de loer.
Zelf vermoed ik dat de aanslagen van 11 september de huidige obsessie met Armageddon en het apocalyptische inluidden. Op die dag zagen we voor het eerst live op televisie hoe zich een catastrofaal event ontvouwde. Omdat het echt was, maar toch ook symbolisch want ‘verbeeld’ op televisie, nestelde het idee zich in ons onderbewustzijn dat massale menselijke vernietiging een reële mogelijkheid was.
Socioloog Aupers wijst erop dat veel moderne Amerikanen sindsdien geloven dat het einde nabij is. Overigens blijkt dat ook uit de verkoop van apocalyptische boeken die omhoog is geschoten en uit de nieuwe reeks rampenfilms, ook van Europese makelij, met Lars von Triers Melancholia als recent voorbeeld.
De cinema. Daar zijn antwoorden te vinden. Voor onze collectieve angsten, voor mijn dilemma.
Nevil Shutes roman On The Beach (1957) is briljant, net als Stanley Kramers verfilming ervan. Na de atoomoorlog drijft een dodelijke gifwolk naar Melbourne, Australië, de enige nog leefbare plaats op aarde. Het einde nadert. De regering deelt zelfmoordpillen uit. Dodelijke injecties zijn gratis verkrijgbaar.
Een onderzeeër, uitgestuurd om te speuren naar leven in Noord-Amerika, keert onverrichter zake terug.
http://www.youtube.com/watch?v=upg2eqNbF3w&feature=related
Het blijft een mysterie: hoe dit euforische einde te verklaren. Ava Gardner, haar wapperend in de wind. Gregory Peck, kaak recht, majestueus op het dek van zijn onderzeeër. Triomfantelijk klinkt ‘Waltzing Matilda’. Je krijgt tranen in je ogen van opwinding. En toch: het einde van de wereld.
Terug naar Aupers die stelt dat mensen zich niet meer thuis voelen in de wereld. ‘Het vertrouwen in instellingen als de staat, de kerk en het moderne kapitalisme wordt minder (...) We leven in een samenleving die voortdurend apocalyptische fantasieën produceert.’
De ironie is wel dat deze droombeelden over het grote einde vooral de mythe van een nieuw begin bevatten. Zie On The Beach waarin het beeld van Ava Gardner erotiek en vernieuwing combineert, zie Melancholia waarin het einde van de wereld in werkelijkheid een gewelddadig, evolutionair begin representeert.
Deze films bieden dus vooral hoop en verlichting van de spanning. Daarom zijn ze er, daarom kijken we ernaar. Misschien hebben we simpelweg niets anders dan dit soort verhalen.
Het glorieuze aan de rampenfilm: het kan een rookscherm zijn.

Aupers legt zijn vinger op de zere plek. Hij beschrijft namelijk mijn eigen dilemma: hoe optimistisch te leven in de huidige sfeer van wanhoop en wantrouwen? Sluit je je ogen voor de duistere toekomst, dan leef je onder een glazen stolp. Ben je constant bezig met het komende einde, dan ligt neurose op de loer. 

Zelf vermoed ik dat de aanslagen van 11 september de huidige obsessie met Armageddon en het apocalyptische inluidden. Op die dag zagen we voor het eerst live op televisie hoe zich een catastrofaal event ontvouwde. Omdat het echt was, maar toch ook symbolisch want 'verbeeld' op televisie, nestelde het idee zich in ons onderbewustzijn dat massale menselijke vernietiging een reële mogelijkheid was.

Socioloog Aupers wijst erop dat veel moderne Amerikanen sindsdien geloven dat het einde nabij is. Overigens blijkt dat ook uit de verkoop van apocalyptische boeken die omhoog is geschoten en uit de nieuwe reeks rampenfilms, ook van Europese makelij, met Lars von Triers 'Melancholia' als recent voorbeeld.

De cinema. Daar zijn antwoorden te vinden. Voor onze collectieve angsten, voor mijn dilemma.

Nevil Shutes roman 'On The Beach' (1957) is briljant, net als Stanley Kramers verfilming ervan. Na de atoomoorlog drijft een dodelijke gifwolk naar Melbourne, Australië, de enige nog leefbare plaats op aarde. Het einde nadert. De regering deelt zelfmoordpillen uit. Dodelijke injecties zijn gratis verkrijgbaar.

Een onderzeeër, uitgestuurd om te speuren naar leven in Noord-Amerika, keert onverrichter zake terug.

Het blijft een mysterie: hoe dit euforische einde te verklaren. Ava Gardner, haar wapperend in de wind. Gregory Peck, kaak recht, majestueus op het dek van zijn onderzeeër. Triomfantelijk klinkt 'Waltzing Matilda'. Je krijgt tranen in je ogen van opwinding. En toch: het einde van de wereld.

Terug naar Aupers die stelt dat mensen zich niet meer thuis voelen in de wereld. "Het vertrouwen in instellingen als de staat, de kerk en het moderne kapitalisme wordt minder (...) We leven in een samenleving die voortdurend apocalyptische fantasieën produceert."

De ironie is wel dat deze droombeelden over het grote einde vooral de mythe van een nieuw begin bevatten. Zie 'On The Beach' waarin het beeld van Ava Gardner erotiek en vernieuwing combineert, zie 'Melancholia' waarin het einde van de wereld in werkelijkheid een gewelddadig, evolutionair begin representeert.

Deze films bieden dus vooral hoop en verlichting van de spanning. Daarom zijn ze er, daarom kijken we ernaar. Misschien hebben we simpelweg niets anders dan dit soort verhalen.

Het glorieuze aan de rampenfilm: het kan een rookscherm zijn.


kleiner | groter

security image
Schrijf de security code over


busy