Homorechten zijn mensenrechten: vorderingen in de zomer van 2010

Door André Hielkema

De humanistische beweging spant zich er sinds jaar en dag voor in dat de universele mensenrechten ook gelden voor homoseksuele mannen en vrouwen. Nog steeds is dat niet overal vanzelfsprekend, want op tal van plaatsen in de wereld worden homo’s en lesbo’s niet beschouwd als volwaardige mensen. Homoseksualiteit is in veel landen strafbaar (gevangenisstraf, soms zelfs de doodstraf) en in nog veel meer landen worden homo’s en lesbo’s maatschappelijk achtergesteld.

Homohuwelijk
Een van de ijkpunten voor de door de humanistische beweging bepleite verbetering van de positie van homo’s en lesbo’s in een land, dat wil zeggen hun decriminalisering en non-discriminatie, is, als in dat land vrouwen met vrouwen en mannen met mannen mogen trouwen. Kortweg: als het huwelijk opengesteld wordt voor geslachtsgenoten, of als het zogenoemde 'homo-huwelijk' mogelijk is. De zomer van 2010 liet op dit vlak van de verwerving van gelijke rechten van homo’s en lesbo’s enkele bemoedigende ontwikkelingen zien.

Portugal
In mei 2010 keurde de president van Portugal een nieuwe wet goed, waardoor homo's kunnen huwen. Portugal werd daardoor het zesde Europese land waar stellen van hetzelfde geslacht in de echt kunnen treden, na Nederland, België, Zweden, Noorwegen en Spanje. Tot 1982 was homoseksualiteit nog een misdrijf volgens het Portugese wetboek van strafrecht. De wet werd al in februari 2010 aangenomen door het Portugese parlement, maar wachtte nog op goedkeuring van de rooms-katholieke president. Zijn kerk heeft zich er altijd tegen verzet. Getrouwde homostellen krijgen in de nieuwe wet echter niet het recht om kinderen te adopteren.

Op 7 juni dit jaar is in Lissabon het eerste Portugese 'homo-huwelijk' gesloten, tussen Teresa Paixao en Helena Pires. 'Het is een grote overwinning, een droom die uitkomt,' zei Pires. 'Nu zijn we familie, dat is belangrijk.' Ze zei ook dat zij en haar echtgenote zullen blijven vechten voor gelijke rechten voor homoseksuelen, waaronder het recht op adoptie. Pires en Paixao voerden al sinds 2006 actie voor het 'homo-huwelijk'. De vrouwen werden dat jaar weggestuurd bij een kantoor van de burgerlijke stand, toen ze met elkaar wilden trouwen. Ambtenaren zeiden dat de wet voorschreef dat het huwelijk alleen kon worden gesloten tussen mensen van verschillend geslacht. De vrouwen gingen in beroep bij het Portugese constitutionele hof, omdat de grondwet discriminatie op grond van seksuele voorkeur verbiedt. Het hof wees hun beroep af, maar linkse partijen in het parlement steunden een wetswijziging waarmee de verwijzing naar de geslachten uit de wet werd geschrapt.

IJsland
In IJsland is op 11 juni 2010 door de Aling (IJslands parlement) unaniem goedgekeurd dat de huwelijkswetgeving wordt opengesteld voor paren van gelijk geslacht. Het was voor het eerst dat een land unaniem instemde met het 'homo-huwelijk'. De wet, waarin het huwelijk voortaan gender-neutraal wordt ingevuld, ging in op 27 juni 2010.
De IJslandse premier Johanna Sigurdardottir (68) heeft op die dag direct gebruikt gemaakt van de nieuwe wet die het 'homo-huwelijk' in haar land mogelijk maakt. De lesbische premier huwde haar partner Jonina Leosdottir, met wie ze al jaren samenwoont en al sinds 2002 een samenlevingscontract had. Die regeling gaf dezelfde rechten en plichten als een huwelijk, maar mocht eerder nog geen huwelijk heten. Sigurdardottir is het eerste openlijk homoseksuele regeringsleider ter wereld. Ze is sinds februari 2009 aan de macht.

Argentinië
Argentinië werd op 15 juli 2010 het eerste land in het overwegend katholieke Latijns-Amerika dat het huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht legaliseerde. De senaat nam daartoe toen met een krappe meerderheid een wetsvoorstel aan na een 15 uur durend marathondebat in het parlement. 33 senatoren stemden voor het wetsvoorstel van de centrum-linkse regering van president Cristina Kirchner, 27 stemden tegen en 3 senatoren onthielden zich van stemming. Het wetsvoorstel was fel bekritiseerd door de katholieke kerk in Argentinië. Daarom was er volgens een van de senatoren sprake van een historische dag. Bij deze openstelling van het huwelijk voor geslachtsgenoten volgde Argentinië op dat moment Nederland, België, Spanje, Canada, Zuid-Afrika, Noorwegen, Zweden, Portugal en IJsland.

De nieuwe Argentijnse wetgeving geeft getrouwde homoparen het recht om van elkaar te erven en te adopteren. Het eerste 'homo-huwelijk' op grond van de nieuwe wet werd voltrokken op 13 augustus 2010 in de hoofdstad Buenos Aires, tussen de 60-jarige Ernesto Rodrguez Larrese en de 61-jarige Alejandro Vanelli. Dit stel woont al 34 jaar samen en diende 3 jaar geleden bij de gemeente ook al een verzoek in om te mogen trouwen, maar dat werd toen nog afgewezen. Het Argentijnse Lagerhuis stemde al in mei 2010 voor het toestaan van huwelijken van mensen van hetzelfde geslacht.

Costa Rica
In het Zuid-Amerikaanse land Costa Rica was het de bedoeling dat op 5 december 2010, wanneer er ook gemeenteraadsverkiezingen worden gehouden, een referendum over het 'homo-huwelijk' zou plaatsvinden. De katholieke kerk, die in het land een sterke positie heeft, stond achter dat voorstel. Het zou immers te verwachten zijn dat het 'homo-huwelijk' verboden zou worden, aangezien homoseksuele mannen en vrouwen altijd slechts een minderheid van de bevolking en de kiezers vormen.

Op 11 augustus 2010 is dit goed begrepen door het Costa Ricaanse Constitutioneel Hof in San José dat besliste dat er geen referendum over het 'homo-huwelijk' in Costa Rica komt. Het Hof meende dat het niet aan de kiesgerechtigden is om te beslissen, of mensen van hetzelfde geslacht - die altijd in de minderheid zijn - al dan niet officieel met elkaar mogen trouwen in Costa Rica. Dat is een zaak voor de wetgever, aldus het Hof. Het Hof stelde dat de toch al gediscrimineerde minderheid van homo’s en lesbo’s in het rooms-katholieke Costa Rica door een dergelijk referendum nog verder in het nauw zou worden gedreven. De regering en de wetgever moeten de rechten van homo’s beschermen, aldus het Hof. Die rechten mogen niet ter beoordeling aan het volk worden voorgelegd.