Coen Simon
Coen Simon is filosoof en publicist. Hij is auteur van verschillende filosofische boeken. Maart 2011 verschijnt van hem 'En toen wisten we alles'.
Verder schrijft hij voor Filosofie Magazine, nrc.next, NRC Handelsblad en Trouw.
Dus ik ben op: home ›› meedenker ›› coen simon

Coen Simon is filosoof en publicist. Hij is auteur van verschillende filosofische boeken. Maart 2011 verschijnt van hem 'En toen wisten we alles'.
Verder schrijft hij voor Filosofie Magazine, nrc.next, NRC Handelsblad en Trouw.
"We zijn gewend geraakt aan het idee dat alles meetbaar is. Maar onderzoeksresultaten kunnen nooit écht laten zien wat wij persoonlijk ervaren. Deze schilderijen brengen die onmacht aan het licht." Dat zegt filosoof Coen Simon. Hij bespreekt voor 'Dus ik ben' de schilderijen van het kunstenaarsduo Komar en Melamid waarvan je er hierboven een aantal ziet. Het duo maakte voor veertien landen het 'minst gewilde' en 'meest gewilde' schilderij. Bekijk alle schilderijen hier.
Waarom dit beeld?
Dit kunstproject is al ruim tien jaar oud, maar zegt enorm veel over onze tijd. Het bekritiseert de kennis die we uit statistieken denken te kunnen halen. Er is vrijwel geen beleid dat zich niet laat leiden door de onderzoeksresultaten van de sociale wetenschappen. De cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau bepalen het maatschappelijk debat. Maar deze cijfers hebben grote beperkingen.
Wat zie je? Vertel…
Eind jaren tachtig verkeerde de kunst in crisis en moest er een nieuw publiek gevonden worden. De kunstenaars Komar en Melamid kwamen op het idee het publiek direct te benaderen middels vragenlijsten. Ze stelden inwoners van veertien landen dezelfde specifieke vragen. Houd je van moderne of traditionele kunst? Welk seizoen prefereer je? Gaat je voorkeur uit naar scherpe hoeken of gebogen lijnen? Met behulp van deze resultaten maakten ze het ‘meest gewilde’ en ‘minst gewilde’ schilderij van al deze landen.
Jij koos dit beeld, wat zegt dit beeld over jou?
Ik erger me al jaren aan de grote invloed die statistieken en peilingen hebben op het maatschappelijk debat. In mijn boek ‘En toen wisten we alles’ (maart 2011, red.) schrijf ik over het geluksonderzoek van Ruut Veenhoven, emeritus hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij verzamelt van een representatieve groep Nederlanders gegevens over hun tevredenheid over vrienden, werk, familie et cetera en zet deze resultaten om in een algemeen cijfer voor de hele bevolking. Hij vraagt zich niet af of geluk überhaupt meetbaar is. Ook gebruikt hij een verkeerde en armzalige definitie van geluk: de ‘voldoening over je leven als geheel.’ Verkeerd omdat een mens het leven nooit als een geheel kan ervaren; we kennen onze toekomst niet en maken onze dood niet mee. En armzalig omdat het voor iedereen iets anders betekent.
Nederland scoort bij Veenhoven voor geluk een 7,6 geloof ik. Maar wat betekent dat voor mij? Ik heb geen idee. En niemand weet daar het antwoord op natuurlijk. Het individu weet zich geen raad met een gemiddeld cijfer voor geluk. Het verschil tussen dit gemiddelde en mijn eigen geluksgevoel kan niet door de sociale wetenschap aan het licht worden gebracht.
Wat zegt dit beeld volgens jou over onze samenleving?
Het is een hilarische kritiek op de kennis die we uit statistieken halen. Als we de resultaten van statistiek onderzoek uitdrukken in zulke schilderijen, voelt iedereen op zijn klompen aan dat er iets niet klopt – smaken verschillen nu eenmaal. Maar als resultaten in cijfers worden uitgedrukt dan nemen we deze voetstoots aan. Die zijn echter even subjectief en geconstrueerd als het werk van deze kunstenaars. Wetenschappers interpreteren cijfers en maken er vervolgens zelf een compositie van.
Vrijwel alle media hebben zich van hun onderzoek afhankelijk gemaakt. Sommige tijdschriften drijven er zelfs volledig op; ze presenteren ieder willekeurig statistisch feit als de onmiddellijke waarheid. De redactie zoekt een of twee bevestigende voorbeelden en voilà, het staat gedrukt, dus het is waar.
Welke vraag, welk dilemma roept dit beeld op over ons mens-zijn?
We zijn gewend geraakt aan het idee dat alles meetbaar is. Maar onderzoeksresultaten kunnen nooit écht overeenkomen met wat wij persoonlijk ervaren.
Deze schilderijen brengen die onmacht aan het licht. De statistische schilderijen van Komar en Melamid zijn nu nog een grap, maar omdat de trend in het kunst- en cultuurbeleid bestaat om steeds meer in een meetbare behoefte te voorzien is het tegelijkertijd een reëel en afschrikwekkend toekomstperspectief.
Stel je voor dat de Mona Lisa niet zou bestaan en we zouden via vragenlijsten onder een representatief deel van de wereldbevolking de behoeften in kaart brengen, dan zou niemand kunnen bedenken dat hij of zij behoefte heeft aan een Mona Lisa. Kunst kan alleen maar bestaan als het door de kunstenaar, vaak intuïtief, bedacht en gemaakt is. Niet omdat het publiek het van te voren heeft bedacht.
Ik …, dus ik ben.
Ik pas in een statistiek, dus ik ben.
@MarkOldengarm ja indeed. Denk ook dat het eindigt in een blog zoals bij #dusikben http://t.co/yK8G28LO
Nieuwe blog: 'ik ben stuurbaar, jij ook' nav het boek #dusikben en diverse gesprekken http://t.co/yK8G28LO
Just finished reading the book #DusIkBen. Interesting philosofical insights in human behaviour. Another piece added to my empathic puzzle.