Leo Wentink koos voor een filmpje van Chris Crocker, een jongen die hysterisch huilt en het opneemt voor Britney Spears, nadat zij slechte kritieken kreeg bij een optreden. Wentink: “Ik denk dat dit filmpje exemplarisch is voor hoe wij omgaan met onze identiteit en die van anderen op internet.” Zij formuleerde daarbij de frase: Ik ben online, dus ik ben.
Waarom dit beeld?
"Ik ben nu bijna 15 jaar online. Ik kan me werkelijk niet voorstellen hoe mijn werk en leven eruit zou zien als er geen internet zou zijn geweest.
We staan nog maar aan het prille begin van wat later de geschiedenisboeken in zal gaan als het ‘digitale tijdperk’. Volgens mij onderschatten we de enorme invloed die het massamedium internet heeft op de wereld, ons leven maar vooral ook op onze identiteit.
Chris Crocker (een artiestennaam) werd wereldberoemd door dit filmpje. Het is rond de 100 miljoen keer bekeken en er zijn tientallen parodieën van gemaakt. Ik denk dat dit filmpje exemplarisch is voor hoe wij omgaan met onze identiteit en die van anderen op internet. Het medium wekt de suggestie transparant te zijn maar het werkelijke leven achter al die online imago’s zullen we nooit helemaal kennen.
Wie ben je online en wie ben je offline?”
Wat zie je, vertel…
“We zien een vrij androgyne jongen die met door tranen uitgelopen make-up recht in de lens kijkt. Een witte doek plooit om hem heen alsof je samen met hem onder zijn dekbed zit. De setting, het licht; het heeft ook allemaal iets weg van een impulsieve, nachtelijke emotie. Het filmpje start midden in een geëmotioneerd betoog waarin Chris Crocker het opneemt voor Britney Spears, die kort daarvoor zeer slechte kritieken kreeg naar aanleiding van haar optreden op de MTV Video Music Awards in 2007.
In eerste instantie denk je getuige te zijn van een hele pure, oprechte emotie. Weliswaar van een volkomen hysterische, puberale freak, maar desalniettemin echt verdriet. Maar na een paar keer kijken begon ik daar toch aan te twijfelen. Waarom houdt hij zijn rechterarm omhoog? Houdt hij de camera vast? Of het witte doek? Hoe kun je zulke emoties hebben terwijl je in zo’n gekunstelde onhandige houding zit? Heb je überhaupt wel zin om gefilmd te worden bij zoveel verdriet?
Maar los van de vraag of de tranen van Chris al dan niet geacteerd zijn, is de vraag naar zijn motivatie om dit filmpje op internet te zetten minstens zo interessant. Was het een wanhopige daad van een Britney fan of een weloverwogen poging van iemand die heel graag beroemd wilde worden? Wie is Chris Crocker en wie is de jongen die hem creëerde?”
Jij koos dit beeld, wat zegt dit beeld over jou?
“Ik houd vreselijk veel van mijn laptop. Het is een zwarte macbook genaamd ‘mijn oogapple’ en hij staat altijd aan en gaat bijna overal mee naartoe. Mijn vriend houdt er eenzelfde liefde op na. We zijn het soort mensen dat avonden slijt aan de keukentafel of op de bank waar we ieder onze eigen ‘content’ ‘on demand’ bekijken. We hebben nauwelijks papieren abonnementen en afschriften en zelfs de klusjes in huis staan buitengewoon overzichtelijk in een digitale mindmap. Buienradar bepaalt of ik met de fiets of de tram ga en in onze automatisch synchroniserende agenda zie ik wanneer het mijn kookbeurt is. Waarna ik niet in de koelkast, maar op onze online boodschappenlijst kijk wat ik zou kunnen maken…..
Mijn privéleven is online beperkt of slechts voor bekenden zichtbaar. Ik probeer stil te staan bij dat wat ik over mezelf schrijf en wat ik her en der ‘post’. Ik gebruik online een paar nauwkeurig geselecteerde foto’s, vaak zwart-wit want dat flatteert zo fijn. Dit voorkomt tevens misverstanden in verband met mijn jongensnaam.
Maar waarom die mooiere foto’s en in bovenstaande alinea al die ontboezemingen? Denk ik werkelijk dat er iemand zit te wachten op details uit mijn privé-leven? Is dat de ijdelheid waar Frank Meester (Ik ben ijdel, dus ik ben) over sprak? Net als de vreemde, lichte trots over mijn meer dan 100 friends, connections en vrienden op respectievelijk facebook, linkedin en hyves?”
Wat zegt dit beeld volgens jou over onze samenleving?
“Internet heeft de wereld verbonden. Miljoenen mensen presenteren zichzelf (of een afgeleide) daarvan online. Al die zorgvuldig samengestelde profielen vol met zelfdefiniëringen in de vorm van muzikale voorkeur, lievelingskostjes en favoriete merk tandpasta. Opgeleukt met allerlei prachtige, onherkenbare en semi-nonchalante foto’s, vaak uit eigen hand geschoten. Met hier en daar nog een blog, vlog, gadget of linkje. Een testimonial of recommendation van één of andere ex-collega die (eerlijk oversteken) een minstens zo interessant verhaal terugverwacht. Niet te vergeten de ooit fanatiek opgestarte, maar inmiddels al lang doodgebloede, geestig bedoelde briefwisseling met die verre vriend. Miljarden berichtjes, krabbels, chats, postings, smalltalk, respects gelardeerd met olijk dansende emoticons. Om nog maar niet te spreken over al die alterego’s in de vorm van een avatar in de meest uiteenlopende spellen en online werelden.
Wie zijn toch al die mensen op internet? Welke eigenschappen hebben ze aangedikt en wat is wijselijk verzwegen? Gek genoeg hebben de minst bekende mensen de meeste invloed op het beeld dat van hen rondgaat. Je zou verwachten dat je bij deze grote meerderheid enige vorm van eigenheid zou kunnen vinden, een digitale vertolking van de dagelijkse mens. Ook al speelt deze volgens Maarten Doorman (ik ben niet wie ik ben dus ik ben) per definitie een rol. Maar ook bij de onbekende mensen treffen we online vaak een haast glamorous smetteloos imago. Blijkbaar is de drang naar online erkenning groot. Zegt het aantal contacten of google-hits iets over je ware ik? In hoeverre wijkt je online versie af van je echte imago? En verandert je offline ik erdoor?
Het klinkt alsof we weinig authentieks aantreffen op internet.
Maar is dat dan zo verwerpelijk?
Vele onhandige ‘offline’ stappen kunnen worden overgeslagen. In een paar seconden krijg je een overzicht van de vrienden die je deelt met je nieuwe geliefde. Wanneer je gaat solliciteren kan een werkgever meer van je zien dan je in een cv of brief kunt vertellen. Je internetwerk helpt je bij het vinden van een huis, baan of nieuwe contacten. Chris Crocker heeft mogelijk de ogen van vele pubers geopend die met vragen over hun seksuele geaardheid en gender rondlopen. Voor sommigen is internet een plek waar ze juist meer zichzelf kunnen zijn. Waar internet wellicht een vervlakte plastic variant van de mens toont is het anderzijds een verrijking van het leven en een bindmiddel tussen gelijkgestemden.”
Welke vraag, welk dilemma, roept dit beeld op over ons mens-zijn?
“Zijn we offline iemand anders dan online. En is dat erg?”
Vul in: Ik …, dus ik ben.
“Ik ben online, dus ik ben.”