Dus ik ben op: home ›› meedenker ›› rob wijnberg

Meedenker uitgelicht

Rob Wijnberg

Rob Wijnberg

Rob Wijnberg (1982) is hoofdredacteur van de nrc.next. Samen met Stine Jensen schreef hij het boek 'Dus ik ben' (2010) in navolging van een artikelenreeks in de nrc.next.

Hij schreef verder onder andere: 'In Dubio - Vrijheid van meningsuiting als het recht om te twijfelen'(2008), 'Nietzsche en Kant lezen de krant' (2009) en 'En mijn tafelheer is Plato' (2010).

15 juli 2009

Het 'ik' wil altijd iemands Idol zijn

Filosofen Stine Jensen en Rob Wijnberg onderzoeken in de serie ‘Dus ik ben’ deze zomer in nrc.next de vraag: hoe definiëren wij onszelf? De artikelen uit de krant verschijnen ook op dit blog.

Op zoek naar identiteit - aflevering 3: de mens als verlangen naar bevestiging. Hoe erkenning onze identiteit bepaalt. 


Op de, en, ja en eh na, is ik het meest gebruikte woord uit de Nederlandse taal. Niet dat alleen Nederlanders grote ego’s hebben. In bijna alle talen spreken mensen het vaakst over zichzelf. De term ik is dan ook niet onbelangrijk: ze onderscheidt ons van alle andere diersoorten op aarde. Dieren hebben immers wel een bewustzijn, sommigen zelfs een beperkt zelfbewustzijn, maar alleen de mens is zelfbewust genoeg om daadwerkelijk te kunnen spreken van een ‘ik’.

Hoe dat zelfbewustzijn is ontstaan, is een van de grootste raadsels waar de filosofie en wetenschap zich voor gesteld zien. Evolutionair bekeken is het duidelijk dat het vermogen tot zelfreflectie grote voordelen biedt. Doordat de mens zich niet alleen bewust is van de wereld om hem heen, maar ook van zijn eigen plaats daarin, kan hij bijvoorbeeld, anders dan dieren, beloftes doen (’ik ben om drie uur weer terug’) of afspraken maken (’als jij mij dat geeft, geef ik jou dit terug’). Dit vergroot zijn overlevingskans aanzienlijk. Maar waarom alleen de mens het simpele bewustzijn is ontstegen, blijft onduidelijk.

Toch zijn er filosofen die zich aan een verklaring hebben gewaagd. Een van de meest interessante theorieën over het ontstaan van zelfbewustzijn is afkomstig van de Duitse denker Georg Hegel (1770-1831) en zijn Russische volgeling Alexandre Kojève (1902-1968). Zij vonden dat hun Franse voorganger René Descartes (1596-1650) weliswaar terecht had geconstateerd dat het zelfbewustzijn een fundamentele waarheid over ons bestaan blootlegt (’ik denk dus ik ben’), maar bekritiseerden het feit dat hij vergat te verklaren hoe dat zelfbewustzijn tot stand is gekomen. Of, zoals Kojève zegt: “Descartes richtte zich volledig op het denken en negeerde zo het ‘ik’ dat denkt.”

Nu is hun theorie te complex om volledig uit de doeken te doen, maar een schets is wel te maken. Kort samengevat stellen Hegel en Kojève dat het zelfbewustzijn van de mens is voortgekomen uit een permanent verlangen naar erkenning. Dat klinkt abstract, maar kan als volgt worden begrepen.

De kiem van zelfbewustzijn is volgens Hegel en Kojève gelegen in een biologisch verlangen dat voortkomt uit een gebrek. Dieren die bijvoorbeeld een gebrek aan eten hebben, krijgen honger – oftewel, een verlangen dat gebrek te vervullen. En dat verlangen, zo luidt de theorie, gaat noodzakelijkerwijs gepaard met een vorm van zelfbewustzijn.

Want, zodra het dier zich bewust is van het verlangen, beseft hij dat er een gebrek is in zichzelf, dat vervuld moet worden door iets buiten zichzelf. Een verlangen, zoals honger of dorst, veroorzaakt dus automatisch een “gevoel van zelf”, aldus Hegel – een gevoel van een ‘ik’ dat in gebreke is.

De biologische verlangens van dieren zijn echter altijd tijdelijk – en het ‘gevoel van zelf’ die ze veroorzaken dus ook van beperkte duur. Zodra de honger gestild is of de dorst gelest, vervalt het dier weer in zijn normale bewustzijn, aldus Hegel. Mensen daarentegen zijn hun bewustzijn permanent ontstegen. Hoe kan dat? De oorzaak moet volgens Hegel gelegen zijn in een permanent soort gebrek dat uniek is aan de mens – een menselijk verlangen dat niet te vervullen is.

En dat verlangen is: een verlangen naar een ander verlangen. Of simpeler gezegd: een verlangen om ‘verlangd te worden’. Dit verlangen is nooit te vervullen: ze richt zich immers op een ander verlangen, dat zélf ook een gebrek is – en een gebrek kan niet worden vervuld met een gebrek.

Men zou dit liefde kunnen noemen (het verlangen dat een ander naar jou verlangd), maar dat is niet waar Hegel op doelt: het betreft eerder een onderlinge machtsstrijd; een strijd om erkenning. Of, anders gezegd: de mens wil onophoudelijk in zijn bestaan als individu bevestigd worden door anderen. Zo is de mens zijn bewustzijn definitief ontstegen: het ‘ik’ is een permanent gebrek.

Dit klinkt ingewikkeld, maar onlogisch is het niet. Zou een mens in totale afzondering opgroeien, dan zou hij waarschijnlijk geen ‘ik’ ontwikkelen. Het besef dat je een individu bent, is pas mogelijk in relatie tot anderen. De Franse filosoof Jean Paul Sartre (1905-1980) illustreerde dit ooit door een situatie te schetsen waarin iemand een ander mens bekijkt door een sleutelgat. Zolang de voyeur onopgemerkt blijft, is hij slechts bewust, zegt Sartre. Maar wordt de voyeur betrapt door een ander, dan wordt hij zich onmiddellijk bewust van zichzelf: hij beseft dat hij zélf bekeken wordt. Hij beseft kortom: ik word erkend, dus ik ben.

Die stelling gaat niet alleen in filosofische zin op. Op psychologisch niveau geldt in ons dagelijkse leven hetzelfde. Ons zelfvertrouwen hangt sterk samen met de erkenning die we ontvangen van anderen. Je zou kunnen zeggen: hoe meer erkenning we krijgen, des te zelfbewuster we worden. Daarom willen mensen graag beroemd worden, een populair product uitvinden of een grote vriendenkring hebben: zulke erkenning geeft een egoboost.

De populariteit van programma’s zoals Idols, Popstars of Sterretje gezocht hoeft dus geen verbazing te wekken. Bevestiging van bekende juryleden en een groot publiek kweekt zelfbewustzijn. Dat verklaart deels waarom het vaak juist de minder getalenteerden zijn die zich het liefst voor zulke talentenjachten opgeven: hen heeft het tot dan toe waarschijnlijk het meest aan erkenning van anderen ontbroken, waardoor hun behoefte aan erkenning dit soort (publieke) vormen aanneemt.

Diezelfde behoefte vinden we terug op internet. Het web is vergeven met zingende tienermeisjes en beginnende jongensbands die hopen ontdekt te worden door een bekend platenlabel. Maar ook mensen die niet per se beroemd willen worden, melden zich massaal aan voor profielensites, waarop ze zich aan de wereld presenteren. Dat is niet zozeer een kwestie van narcisme, maar eerder een verlangen naar erkenning.

Cruciaal aan de meest populaire vriendennetwerken is immers dat je op allerlei manieren je waardering kunt tonen. Zo kan men op Hyves ‘respect’ betuigen aan iemands profiel, of aangeven dat men die persoon heeft ‘gespot’ (’ik word gezien, dus ik ben’). Op fora en sites als Facebook is het uitdelen van kudos populair – digitale complimenten. En hoe groter het aantal volgers van jouw profiel op Twitter, des te groter is ook de bevestiging dat je ertoe doet. Dan heb je, als het ware, bestaansrecht (’ik word gevolgd, dus ik ben’).

Overigens is erkenning niet synoniem aan waardering. Het kan ook verwijzen naar het formelere begrip ‘respect’. In deze zin betekent erkenning een vorm van morele inachtneming, of zoals Verlichtingsdenker Immanuel Kant (1724-1804) het formuleerde: “De erkenning van de waardigheid van ieder mens als doel op zichzelf”. In tegenstelling tot de erkenning als vorm van waardering, waarbij beter zijn dan anderen essentieel is, speelt bij erkenning als respect gelijkwaardigheid juist een belangrijke rol: het idee dat alle mensen dezelfde morele status hebben en daarom evenveel erkenning verdienen.

Door het Verlichtingsdenken werd erkenning dus niet alleen een voorwaarde voor mens-zijn, maar ook een recht dat met het mens-zijn gepaard ging. Ieder mens kreeg ‘bestaansrecht’. Niet voor niets vragen historisch achtergestelde groepen, zoals vrouwen, homo’s of zwarten, sindsdien om ‘erkenning’ van hun rechten. Zij stellen: ik moet worden erkend, wánt ik besta. Volgens Hegel is dit verlangen naar universele erkenning zelfs de drijvende kracht achter onze geschiedenis: het is waar alle oorlogen om worden gevoerd en waar alle politieke strijd om draait.

Hoezeer erkenning van anderen bepalend is voor onze identiteit, blijkt dan ook met name wanneer die erkenning uitblijft. Mensen die zich buitengesloten, genegeerd of miskend voelen, hebben meestal een zeer laag zelfbewustzijn – en trekken zich vaak terug uit het sociale leven.

Dit soort einzelgängers (denk aan Karst T.) omschrijven we vaak als ‘op zichzelf gericht’ of ‘in zichzelf gekeerd’, maar dat is een misleidende formulering. Het is eerder omgekeerd: ze zijn niet zelfbewust genoeg om relaties met anderen aan te durven gaan. De meest extreme gevallen gaan daarom niet zelden over tot (zelf)destructie. Ze plegen zelfmoord – of schieten eerst hun klasgenootjes door wie ze werden uitgesloten overhoop, als ultieme poging om erkenning te verwerven.

Dat de zucht naar erkenning inherent is aan mens-zijn, zoals Hegel stelt, is dus evident. Hegels filosofie heeft echter wel aan geloofwaardigheid moeten inboeten door het idealisme dat erachter schuilging. De Duitse filosoof dacht namelijk dat het bereiken van universele erkenning mogelijk was en dat mensen hun strijd dus op den duur zouden staken. Hij voorzag, met andere woorden, “het einde van de geschiedenis”. Die hoop is tamelijk ijdel gebleken. De strijd om erkenning duurt immer voort. Bewijzen daarvan – of het nu in Iran is of tijdens een zwarte Koninginnedag – zien we iedere dag op het journaal.

En op Hyves natuurlijk.

Reacties

  • Een oude ziel is het laatste wat je zou verwachten te vinden binnen Justin Bieber. Maar al het neemt is een luisteren naar de 15-jarige soul-zingen fenomeen te

    Reactie door martinwang - 30 juni 2010 - 11:11
  • Ja ik ben, is het zelfde als bewustwording.Ik zal dit wel anders benaderen als op de universiteit,mijn impulsen komen spontaan van binnenuit.Ik ben het roerend met de evolutie theorie van Darwin eens,alleen hij vergeet de inwerking van geestelijke impulsen.Geestelijke energie is van een andere dimensie,(dus niet te controleren).
    Geestelijke energie is een mysterie, alleen haar gevolgen zijn te ervaren.
    Bewustwording is geestelijke energie maar in verschillende fasen,het begint reeds bij aantrekken en afstoten.
    Ik vergelijk geest vaak met een piano iedere noot is weer anders.De geringste impuls veroorzaakt reeds reacties.
    De eerste impulsen hebben prikkels doen ontstaan en daaruit is het ego voortgekomen. Het ego heeft vele duistere
    gevolgen opgeroepen.Dat heeft bij mensen de hel en duvel doen ontstaan.De tegenstelling van donker is licht.
    Moederliefde en gevoel voor schoonheid hebben de lieve God doen ontstaan.Ik noem de lichtkant Goddelijk,deze
    kan ook worden opgeroepen.Indien het positieve(het meerdere)bewust wordt, herkent de mens veranderingen. Naarmate de gevolgen van het donker heftiger worden zal het licht doorbreken..

    Reactie door Geert Nijboer - 20 maart 2010 - 11:11
  • Nog een toevoeging op mijn reaktie hierboven: het woord "mag" in "ik mag mijzelf zjn" wekt de indruk dat het om een goedkeuring gaat, maar zoals gezegd is meditatie oordeelloos. Misschien geeft het fijne verschil tussen de woorden "accepteren" en "aanvaarden" de betere oplossing of misschien is "overgave" wel een betere keuze geweest. In onze taal blijkt het lastig te zijn iets aan te schouwen zonder oordeel, omdat taal begrensd is door het denken. In het Zenbuddhisme wordt dit denken gesmoord middels het woord "mu". Dit antwoord wordt bijvoorbeeld gegeven als een leerling een koan (onmogelijke kring/paradox) stelt ala "heeft deze hond een Buddha karakter?" Een zeer treffende anekdote of koan vind ik deze:

    Een nieuwsgierige monnik vroeg aan een meester: 'Wat is de Weg?"
    "Hij ligt pal voor je neus"
    "Waarom zie ik hem zelf niet?"
    "Omdat je aan jezelf denkt"
    "En u, ziet u hem?"
    "Zolang je dubbel ziet en zegt "ik niet" en "u wel?" enzovoort, zijn je ogen vertroebeld"
    "Kun je hem zien als er geen ik en geen u is?"
    "Als er geen ik en geen u is, wie wil de weg dan zien?"

    Reactie door Ronny Sudiono - 18 december 2009 - 16:04
  • Volgens Hegel heeft ieder mens last van een permanente verlangen naar erkenning door anderen. Volgens Tolle moet het ego (ik, mijn, mij) zich identificeren om zelfbewust te worden, geheel in de lijn van Heidegger wanneer hij het had over de mens als een zijnde-in-de-wereld. De mens ontleent zijn eigenwaarde of bestaansrecht (wat een woord!) door zich met dingen in zijn wereld te identificeren (idem=zelfde; facare=maken ;identificeren=gelijkmaken van iets anders aan het ik). De mens kan zichzelf niet articuleren, uitdrukken of begrijpen zonder te moeten verwijzen naar de wereld waarin hij leeft, waarbij de wereld niet de wereld is van de fysicus, bioloog, of andere wetenschapsman, maar de verzameling betreft van alle dingen waaraan hij zichzelf mee verbindt (mijn naam, mijn lichaam, mijn beroep, mijn nationaliteit, mijn speelgoed, mijn creatie, mijn huis, mijn vrouw, kinderen, vrienden, mijn bankrekening, mijn telefoonnummer). Heidegger was in dialoog met de eerdere filosofen die beweerden dat het bestaan van een wereld buiten ons eerst bewezen moest worden (film The Matrix als voorbeeld). Dat een te grote ego conflicten met zich meebrengt kan iedereen zien in de wereld. Een oplossing daarvoor is de meditatie in het Buddhisme.

    Buddha heeft de 5 skanda’s genoemd als de inhoud van het ego, en spoort ons aan om in rust en vrede te kijken naar de werking van ons eigen ego’s (=meditatie). Deze skanda’s zijn: vormen, gedachten, gevoelens, wil of drijfveren, en bewustzijn of gewaarzijn. Meditatie is het in vrede/rust/stilte deze skanda’s bekijken of onderzoeken. De kenmerk “in vrede/rust/stilte” is hierbij belangrijk, dat betekent: we geven daarbij geen enkele oordeel, zelfs niet een neutrale (dat is namelijk ook een oordeel). Waarom de Buddha, Krishnamurti en alle andere spirituele goeroe’s dat oordeelloze prediken versta ik nog niet, maar hoop wel in de loop der tijd meer verstaanbaarheid van te krijgen. Krishnamurti zei alleen “hoe kan ik mijzelf psychologisch vermoorden?” als hij het bijvoorbeeld over de angst had. “Ik ben de angst zelf; dat zijn niet twee verschillende dingen”. Een andere uitspraak was “ik stoor me niet aan wat er gebeurt”, wijzend naar het oordeeloze leven en mediteren. Ik vind dat iets moois, het heeft met balans te maken in het beleven van dit zijn-in-mijn-wereld die volledig gespiegeld is aan de kosmische cyclus van geboorte en sterfte: een gedachte of een gevoel/sensatie komt aanzwellen, wordt beleefd en gadegeslagen, om uiteindelijk weer uit te doven op een natuurlijke wijze. Het is een constante verandering van de werkelijkheid zonder enige vorm van conflict te zaaien. Als je oordeelt over je ego dan wordt zijn kracht tegengewerkt of juist aangemoedigd. Hier geldt blijkbaar ook de wet van behoud van energie die van A naar B vloeit: het moet ergens naar toe leiden.

    Dat ik mijn spieren wil ontwikkelen ala Mr. Olympia (waarvan ik verwacht dat sommige mensen het mooi of machtig vinden) is de werking van mijn ego. Ik hecht me blijkbaar aan de band met mijn spieren (vormen = 1e skanda). Ik identificeer mijn bestaan aan de vormen van mijn spieren. Via meditatie kan ik het gevaar van een alsmaar groeiende ego in balans brengen met mijn omgeving door me niet aan die gekte te storen: ik mag mijzelf zijn, als een gek persoon die spieren kweekt.

    Overigens werkt de moderne kapitalistische consumptiemaatschappij natuurlijk aan een eeuwigdurende onvervulde gebrek aan zelf-bewustzijn; we blijven ons identificeren met onze idolen en/of onze bezittingen als een surogaat van ons-zelf. We blijven hiermee gevangen in illusies. Als dat idool nu mijn geliefde is dan kan er geen sprake zijn van een echte liefde, maar gebruik ik haar slechts als een object voor mijn tekort aan erkenning en waardering door een ander. Ik kan me daarmee identificeren, maar nooit haar persoon als een zelfstandige mysterie in glorie eren, net zoals ik een boom kan (waard)eren als een mysterie zonder direkt “ah..een eik” te roepen doordat ik mijn kennis gebruik om de boom een etiket te plakken.

    Reactie door Ronny Sudiono - 18 december 2009 - 15:03
  • Deze week ging over zelfbewustzijn. Volgens mij werd dit woord hier op 2 manieren door elkaar gebruikt waardoor het geheel niet meer klopte.
    Iemand wordt door veel erkenning zelfbewuster (in de zin van met meer zelfvertrouwen) maar niet bewuster van zichzelf. Immers juist een uiterst onzeker iemand met weinig erkenning kan zich zeer bewust van zichzelf en zijn doen en laten zijn, uit angst voor afkeuring. Deze laatste is dan dus zelfbewust in de ene zin en niet zelfbewust in de tweede betekenis (met veel zelfvertrouwen).

    Reactie door D. L. van der Waerden - 28 augustus 2009 - 10:10
  • En toevallig is het verlangen van een beessie ook vaak onvervuld. Want we zien ze als eten. Of huisdier.Als huisdier behandelen we ze te vaak als mens zonder ze die eigenschappen daadwerkelijk toe te dichten.
    En dus niet als emotionele zelfstandige wezens. Hegel leefde in een tijd dat negers nog van hetzelfde niveau als edele apen werden gezien. Nietsche ook.Leren van de natuur:
    http://www.nrcnext.nl/blog/2009/08/07/kijk-eerst-naar-de-natuur-voor-oplossingen-als-je-een-probleem-hebt/

    Reactie door sya - 13 augustus 2009 - 04:04
  • De biologische verlangens van dieren zijn echter altijd tijdelijk – en het ‘gevoel van zelf’ die ze veroorzaken dus ook van beperkte duur. Zodra de honger gestild is of de dorst gelest, vervalt het dier weer in zijn normale bewustzijn, aldus Hegel. Mensen daarentegen zijn hun bewustzijn permanent ontstegen. Hoe kan dat? De oorzaak moet volgens Hegel gelegen zijn in een permanent soort gebrek dat uniek is aan de mens – een menselijk verlangen dat niet te vervullen is.

    Ja sorry hoor. Ik pas dus net op het parkietje van mijn broerke. En die heeft net geleerd: " Hallo Beessie" te zeggen. En dat deed ie puur uit plezier, jaloezie wellicht en liefde. Plus dat ie zichzelf totaal kaal plukt als ie eenzaam is. Hij mist mensen als ze er niet zijn. Hij is gehecht aan mensen en wil niet alleen zijn. Volgens deze theorie kan een beest ' beestbewust' zijn. Een soort van mensonvriendelijk dierbewust is dat en dat is een nu zo langzamerhand ouderwets soort van dierbenadering. Woody wil wel degelijk erkenning. Ja. Er is een dierenpartij inmiddels, hoor ik je zeggen. Jaja. Duh. Kan Woody niet lezen. (een dierenpartij is wezenlijk lulkoek. Dat moeten die dieren zelf doen. Mits de dierenpartij de landbouwsubsidies kan afschaffen en biologisch boeren mainstream kan maken. Maar dat kunnen ze niet dus gaan ze over goudvissenkommen mieremaaien)

    Maar ik stel namens de Woodster. En momo (kat) die naast me ligt, dat zij wel degelijk een zeer gefundeerd en langdurig bewustzijn hebben van alles wat er om zich heen gebeurt, inclusief liefde voor hun verzorgers. Maar geen mailtjes kunnen schrijven.

    Woods en Momo en Sya

    Reactie door sya - 13 augustus 2009 - 04:04
  • Het formuleren wil vandaag niet echt helder hehe

    Reactie door Renée - 20 juli 2009 - 23:11
  • @Rob Lindhout: Komt zelferkenning echt wel van jezelf? Waarom zou de interne criticus wel ontstaan zijn door mensen om je heen (zo wordt wel vaak gedacht) en een positieve houding naar jezelf niet?
    Als vrouwen hun benen scheren voelt het ook alsof ze het voor zichzelf doen, maar eigenlijk doen ze het om aantrekkelijk te zijn voor mannen en om niet met afkeur bekeken te worden door de vrouwen en de mannen en dan mogelijk nog omdat ze het prettiger vinden voelen/eruitzien. Maar dat laatste stukje zou pas ´echt´ zijn en los te maken van de rest van de wereld als ze dezelfde keus hadden gemaakt jaren terug toen haar nog ´in´ was. In hoeverre komt die wens dan uit die vrouw zelf voort?

    Nog een voorbeeld. Complimenten bouwen je gevoel van erkend worden op. Dan bedoel ik complimenten in de brede zin van het woord, dus als iemand iets positiefs van je benoemt. Als iemand mij een compliment geef en ik ben het ermee eens, bv. hij noemt een bepaalde eigenschap, ga ik op basis daarvan mijn zelferkenning opbouwen. Als veel mensen zeggen dat ik veelzijdig ben, en ik vind dat een positieve eigenschap (en waarom vind ik dat, toch grotendeels omdat mij dat zo geleerd is), dan beschrijf ik mezelf voortaan als veelzijdig. Ik implementeer die eigenschap als het ware in mijn zelfbeeld. En als ik mezelf dan erken, dan is dat zelfbeeld daarin onmisbaar. Ook de negatieve eigenschappen zijn belangrijk bij zelferkenning omdat zelferkenning die ook mee kan nemen. Je kan zeggen, ik erken mezelf op basis van die en die goede eigenschap. Of ik erken mezelf met alles erop en eraan. Je kunt jezelf dan erkennen omdat je een bepaald beeld hebt van jezelf en je omgeving. Die zelferkenning kan er dan zijn omdat wat je voelt strookt met wat de rest van de wereld vind. Het kan ook een zelferkenning zijn waarbij je ´ondanks´ wat de rest vindt jezelf top vindt. Dan heb je die ontkenning/afwijzing van de wereld om je heen nodig om jezelf op die manier te kunnen erkennen. Maar hoe het dan met het zelf zit...Dit klinkt alsof het alleen echt van jezelf kan komen als je het niet eens bent met andere mensen..Ik praat mezelf weer lekker vast! ;P

    Reactie door Renée - 20 juli 2009 - 23:11
  • Wat betreft de einzelgängers: Volgens mij zijn velen onder hen eerder té zelfbewust. Van te bewustzijn van jezelf gecombineerd met gebrek aan zelfvertrouwen (en die twee gaan vaak samen), kunnen ze moeilijk contacten leggen met een ander. Juist omdat mensen hun zelfvertrouwen ontlenen aan de erkenning van de ander, is het voor zo iemand confronterend, eng, mogelijk pijnlijk om met andere mensen om te gaan. Die ander kan hen namelijk kwetsen. Einzelgangers die vaak gekwetst zijn in hun leven, zullen dus logischerwijs hier meer moeite mee hebben. Als zelfbewustzijn gepaard gaat met een laag zelfbeeld komt dat harder aan. Als je niet zo bewust bent van jezelf zul je bv. een afwijzing minder snel persoonlijk nemen.

    Bovendien, als je erg zelfbewust bent wordt je juist extra geconfronteerd met je minder goede eigenschappen, en als je dan juist sociaal gezien moeite hebt én je daar bewust van bent, lukt dat helemaal niet meer. Sociaal contact werkt niet als het geforceerd wordt, daar is een zekere spontaniteit bij nodig. Hoe minder zelfbewust, hoe spontaner, hoe makkelijker het contact. Hoe minder je met jezelf bezig bent, hoe beter je ook naar een ander kan luisteren en hoe beter het contact zal verlopen.

    Als je heel erg zelfbewust bent ga je ook niet makkelijk uit je dak op een concert. Dat wordt sociaal gezien niet erg gewaardeerd.

    Reactie door Renée - 20 juli 2009 - 23:11
  • Oldendirty .. je nickname .. wat wil je daarmee zeggen ? En dualisme .. is een verouderd begrip .. het is twee uitersten (duaal) EN een geheel .. simple as that ..

    Reactie door Grootmeester - 16 juli 2009 - 21:09
  • Door te zeggen dat er reden bestaat om zelfbewustzijn te hebben, is niet eens naief rationeel te noemen, maar misschien zelfs religieus. Vat me niet verkeerd op, je mag van me best op religieuze of teleologische gronden in iets geloven, maar ik kan je argumenten dan op filosofische manier niet serieus nemen. En trouwens, het geven van de reden is een manifestatie van zelfbewustzijn: het verklaren van het bestaan van de innerlijke-en buitenwereld.

    En wat betreft de 'differentiatie van ik en niet-ik', oftewel binnen-buiten dualisme, dat is geen oorzaak voor het bewustzijn van de ruimte-tijd. Ik denk meer andersom, anders zou je ook eventueel kunnen stellen dat er zoiets als zelfbewustzijn bestaat zonder dat er sprake is van ruimte-tijd...dat gaat mij te ver, net als tellen van het aantal 'maren' in een tekst.

    Tot slot, ook ik wil graag het begin-einde denken doorbreken, maar 'ermiddenin vallen' is natuurlijk een vaag begrip, want de situatie is: er was geen, nu is er een, of, toen was er een. Dus luidt de vraag: hoe? of filosofischer: waarom?

    Reactie door oldanddirty - 16 juli 2009 - 20:08
  • Naast Hegel en Kojève bestaat er nog een groot denker die in het verlangen, een belangrijke factor voor ons zelfgevoel (het fenomeen Ik) heeft blootgelegd. Boeddha Gautama. 2500 jaar geleden! Maar naast het verlangen naar erkenning, al dan niet aangespoord of gevoed door de medemens, noemt boeddha een aantal meer algemene factoren die ons (de illusie van) een Ik voorspiegelen. Wie ik ben (of meen te zijn) wordt bepaald door de vijf groepen van het hechten’ (skanda’s -synoniem met het begrip reactieve formaties uit de westerse psychologie): lichaam, gevoel, waarneming, ambitie (wil) en bewustzijn. Elk van deze skanda’s is overigens een verzamelnaam voor mentale reacties die samengesteld en complex zijn, maar grote invloed hebben op wie wij zijn of menen te zijn. Ieder mens is een samenstel van deze factoren waarmee hij zich, al naar gelang zijn karakter of aanleg, vereenzelvigt. “Het is mijn waarneming.” “Het is mijn bewustzijn.”
    Over de persoonlijke resultante van de gehechtheden (het Ik) is hiermee nog niet veel gezegd. Ieder mens is anders. Maar zoveel is duidelijk: het Ik is een uiterst complex samenstel van gegevenheden waar de gemiddelde mens maar weinig directe controle over heeft. Een persoonlijkheid (al dan niet erkend of gewaardeerd door een ander) ben je voor een boeddhist pas wanneer je enig besef hebt hoe je door de genoemde reactieve formaties bent geconditioneerd. Alleen door geconcentreerde introspectie (meditatie) kun je volgens Boeddha je eigen wil (en gekleurde waarneming) betrappen. Met andere woorden: wie zijn zelfrespect ontleent aan zijn verlangen, zijn wil en gewoontes kan op het persoonlijke vlak nauwelijks vooruitgang boeken. Net als Plato hecht Boeddha een groot belang aan zelfkennis.
    Voor de mens in de (post)moderniteit is zelfkennis een schier onmogelijke opgave. Zeker wanneer ‘ons zelfvertrouwen sterk samenhangt met de erkenning die we van anderen ontvangen’ zoals Rob W. stelt. Dan staat niet de persoonlijke groei voorop, maar worden we gestuurd en gedreven door wat onze vrienden en onze bazen van ons verlangen. Hoe moet je een dergelijk Ik, dat in zijn motivatie vooral afhankelijk is van externe factoren, definiëren?
    Deze vraag komt terug in enkele van voorgaande reacties. De politiek/economische belangen botsen in onze maatschappij steeds vaker met zowel het algemeen belang als met het belang van de enkeling -die zich soms terugtrekt als Einzelgänger, maar zich vaker nog afkeert van de politiek, die het Ik als burger (en dus als mens) niet meer in het vizier heeft.
    Ik verlang niet meer, ik besta.

    Reactie door Math Geominy - 16 juli 2009 - 17:05
  • 'Er midden invallen' is een poging om het éénzijdige "begin - eind" denken te doorbreken. Chinese filosofie geeft aan dat het óók om de betekenis van (zelf)bewustzijn gaat. Dat we bewustzijn hebben met een reden.
    Een reden is dat we ons bewust zijn van 'dingen die om ons heen gebeuren', bijvoorbeeld het smelten van polen en dat daar actie op nodig is.
    Een reden dat we zélfbewustzijn hebben .. tsja .. es over nadenken.

    Reactie door Grootmeester - 16 juli 2009 - 13:01
  • Ik vraag me af in hoeverre Hegel en Kojève rekening hebben gehouden met huisdieren in hun onderzoek. Terwijl ik het artikel las sprong namelijk mijn kat op mijn bed voor de nodige ochtendaandacht. Naast de praktische overwegingen van het beestje - aaien voor ontharing en kopjes geven voor het masseren van tandvlees - heb ik de neiging om aan te nemen dat hij ook aandacht nodig heeft. Niet alleen dat hij het gezellig vindt (hij blijft maar spinnen) maar misschien ook een bevestiging van zijn zelfbewustzijn?

    Dan nog over mezelf (een mens dus). Ik vind mezelf vrij populair, met veel vrienden op Hyves en best vaak dubbelgeboekte avonden. Mijn zelfvertrouwen vind ik groot, in ieder geval groter dan anderen. Laatst ontving ik van iemand het grootste compliment van mijn leven tot nu toe. Ze zei tegen mij: "Weet je Lieven, volgensmij is het niet moeilijk voor anderen om jou aardig te vinden". Dat was naast een enorme egoboost natuurlijk ook iets om over na te denken.
    Volgensmij ben ik zo aardig omdat ik me als een cameleon kan aanpassen aan de sociale omstandigheden. Ik kan me verlagen of verhogen tot een gespreksniveau, en vaak ook dermate provocerend zijn dat het gesprek ook spannend blijft. In principe leef ik dus in de omstandigheden waarin mensen mij willen hebben.

    Maar als ik alleen maar leef naar hoe mensen mij aardig vinden, wie ben ik dan? Het 'ik' van mijzelf wordt gevormd door anderen, een bevestiging van het zelfbewustzijn dus. Bovendien: als ik streef om een goede schrijver te worden is dat streven een onderdeel van 'mij'. Maar het criterium 'goede schrijver' is volgens mij afhankelijk van wat anderen denken. Wanneer ben ik dan mezelf? Wanneer anderen mij 'mezelf' vinden? Misschien is het wel als jouw strevens overeenkomen met wat anderen van je vinden: een bevestiging van het zelfbewustzijn dus.

    Wat dat betreft zou Hegel dus nog best eens gelijk kunnen hebben.

    Reactie door Lieven - 16 juli 2009 - 12:12
  • En dan over woordgebruik. In het artikel van Rob Wijnberg komt het woord "maar" tenminste 14 x voor. Alom bekend is dat een lezer alleen oppikt wat ná het woord "maar" staat, wat er vóór staat wordt ahw. overschreven.
    Tevens is bekend dat het woord "maar" in bijna alle gevallen beter kan worden vervangen door 'en' en het kan ook vaak gewoon worden weggelaten.

    Ik communiceer én ik ben ..

    Reactie door Grootmeester - 16 juli 2009 - 10:10
  • over het beginpunt van het zelfbewustzijn kun je zeggen dat het er misschien niet altijd was zoals een kind nog niet beseft dat het is, wie het is en dan de naam de aanspreektitel is van het ik

    grootmeester zegt terecht dat door de differentiatie tussen ik en niet- ik ruimte en tijd zichtbaar worden; ik kan denken aan al die plaatsen waar ik niet ben en de communicatie-industrie helpt me daarbij, en ik kan denken aan de tijden waarin ik er niet was, vooruit en achteruit, ik kan beide tegelijk door b.v. in gedachten rond 1500 door europa te dwalen.
    ik kan zelfs denken over de eindigheid van mijn zelf, ervoor en erna, en de betrekkelijkheid van mijn zijn.

    ik kan ook denken over wie ik wel ben en wie niet en over of het anders moet (het andere leven) - dan is denken niet meer genoeg en moet ik iets doen.
    zodra ik iets doe ben ik aanwezig en spelen een heleboel andere dingen een rol die verband houden met uiterlijk, presentatie, bevestiging, zelfvertrouwen (dat is niet het zelfde als zelfbewustzijn), en dan: doe ik wat ik van plan was? en doe ik dat goed? krijg ik een beloning? etc.
    zoiets.

    Reactie door suzanne - 16 juli 2009 - 09:09
  • @Grootmeester

    Hoe kan je ergens middenin vallen als er geen begin is?

    Reactie door oldanddirty - 16 juli 2009 - 03:03
  • Heb ik het mis, of heeft Rob Wijnberg dit stuk om 6.25 uur in de ochtend geplaatst? De zon is net op, en dan al aan de Hegel...

    Dan nu mijn gedachten over de vragen/opmerkingen in de andere posts. Mijn excuses voor de lengte, trouwens.

    @Amber: Hallo, Amber!
    Trots. Laten we het (althans de positieve variant ervan) omschrijven als zelfbewustheid of eergevoel (Van Dale). De tweede omschrijving impliceert een zelfbewustzijn, de eerste is hier wat explicieter over.
    De oorzaken van een gevoel van trots zijn mijns inziens dan ook zaken die die zelfbewustheid of het eergevoel versterken; erkenning van anderen voor het feit dat jij bestaat, wat op hetzelfde neerkomt als erkennen dat jij niét iemand anders bent. (mijn 'IK' kan ik ook omschrijven als een 'NIET-IEMAND- ANDERS-DAN-CARLO') Als dit onderscheid wordt bevestigd geeft dit kracht en bevestiging aan het gevoel dat jij een uniek persoon, een unieke entiteit 'in de wereld' bent. Amber Maessen welteverstaan.
    Jij hebt het echter over iets wat (ogenschijnlijk) iets anders is, trots op een ander. Je geeft eigenlijk zelf het antwoord al. Door goede prestaties van anderen met wie jij je kunt identificeren (zus, hockeyteam), groeit ook jouw zelfbewustzijn! Let er maar eens op, het gevoel van trots is er alleen als je spreekt over 'mijn zus' die medicijnen gaat studeren, of het hockeyteam uit 'mijn land' dat van een sterke tegenstander heeft gewonnen.
    Wellicht een wat egocentrisch aandoende conclusie, maar toch; trots op een ander is een indirecte trots op jezelf. Daar ben ik van overtuigd tenminste.

    @Rob Lindhout: Dag Rob!
    Jouw stuk geeft mij het gevoel dat jij het begrip 'erkenning' voornamelijk in positieve zin verstaat; zelferkenning is bijvoorbeeld de erkenning 'dat je goed bent in al je facetten'. Een stelling die m.i. suggereert dat er ook mensen bestaan die wellicht 'niet goed zijn in al hun facetten'. Niet wat je bedoelt volgens mij. Ieder mens zou het gevoel moeten hebben dat hij of zij gelijkwaardig is aan ieder ander mens, met bijkomende, gelijke rechten.
    Ten tweede over de staat van Zijn die jij beschrijft (lijkt veel op het Boeddhistische Nirwana) waarbij de 'interne criticus stilvalt'. Ontwikkeling van de persoonlijkheid of de Ziel is, voor mij althans, het hoogst bereikbare in het leven. Iets waar ik die 'interne criticus' juist voor nodig heb!
    Tenslotte wil ik het nog hebben over de rode draad in jouw post, namelijk een oproep om minder van erkenning uit de buitenwereld afhankelijk te zijn. Op zich kan ik hier niets tegenin brengen, behalve dat ik ervan overtuigd ben dat iemand eerst door de buitenwereld erkend zal moeten worden, voordat hij ook maar in staat is om hier niet meer van afhankelijk te zijn. De voldoening van die onafhankelijkheid ligt juist in de KEUZE om de afhankelijkheid van de buitenwereld te laten voor wat-ie is! Graag jouw gedachten hierover.

    @M: Goeieavond!
    Ik denk dat je een goed punt hebt wat betreft instituties als de Katholieke kerk als AANJAGER van het gevoel van afhankelijkheid, en de bedrijven als profiteurs van een dergelijk verlangen. Alleen, veel wijze mensen die nog nooit van de erfzonde hebben gehoord (de Stoicijnen bijvoorbeeld) waarschuwen ook al voor ijdelheid en behaagzucht, en een paar honderd jaar vóór Christus was er ook nog geen marketing zoals deze op de huidige schaal wordt bedreven.
    Buiten dat erkent Hegel juist dat de mens niet geheel autonoom is, maar juist onderworpen is aan dat 'verlangen naar verlangen'. Zo begrijp ik het tenminste.

    Jouw post vertelt mij dat de zucht naar erkenning wordt misbruikt om macht te bewerkstelligen (Kerk, bedrijven), maar heb jij ook een idee waar die zucht vandaan komt? Ik ben benieuwd.

    @Grootmeester: Hallo!
    Begrijp ik het goed als ik zeg dat jij het bewustzijn van een individu ziet als de mogelijkheid om 'terug te kijken en vooruit te visualiseren'? Interessant, je betrekt ruimte/tijd erbij. Kun je dat iets specificeren?
    En welke rol zie jij voor erkenning van anderen als bevestiging voor jezelf weggelegd? En tot slot, hoe maakt iemand volgens jouw onderscheid tussen wat al is geweest en wat er nog gaat komen? (moet ineens aan een indianenstam denken die onze 'toekomst' juist als het 'verleden' beschouwen)

    @Anthony68: Hi!
    Ik vind het erg sterk dat je jouw verhaal hier in het kort met mij en alle anderen deelt. Door te vertellen wie jij bent, weet ik weer ietsje beter wie ik ben.

    Ik wens je veel succes en geluk!

    Reactie door Carlo Wijers - 15 juli 2009 - 22:10
  • Volgens mij lijkt de kern op:
    Een verlangen om verlangd te worden door iemand die volmaakt is, dus boven het gebrek van je zelf uitstijgt en je gebrek even oplost. Maar gegeven beperkingen in het algemeen is niet te verwachten dat je vindt wat je zoekt: een echt mens heeft hetzelfde tekort en vol walging keer je je weer af van de ander, net als een W.Marx die nooit lid van een club wilde worden die hem als lid zou accepteren. En de tragicus accepteert die tragiek als onvermijdbare gekte. Of sluit zich maar af en blijft in zichzelf en in berusting. Of pleegt bewust zelfbedrog ?
    Of maakt zijn zelf niet tot vraag van/aan de ander, accepteert en vertrouwt de ander tot .... en prikt zijn tragiek door?
    Net als de troost die gegeven wordt in: "je kan pas echt iemand missen als je hem/haar niet (meer) kunt missen"?
    Heel schraal en nietszeggend en toch een troost die wel verlichting kan geven.

    Reactie door Timon - 15 juli 2009 - 20:08
  • Dank je voor het artikel.
    Door mijn ziekte schizofrenie en zware depressie heb ik een minderwaardigheidscomplex gekregen en weinig zelfvertrouwen. Veel vrienden op facebook, hyves en twitter voel ik idd dat ik besta en dat er naar me geluisterd wordt. Ik word blij als ik reacties krijg erkenning dat ik er ook toe doe...
    Ik ben vaak alleen dus ben veel op het net, ik heb idd diep verlangen naar bevestiging en wordt happy als ik die krijg. Maar ik hoef niet van iedereen bevestiging ik ben er gewoon blij mee als ik het krijg koester ik het net als liefde ik voel me vereerd...

    Reactie door anthony68 - 15 juli 2009 - 17:05
  • Hoe zelfbewustzijn is ontstaan ? het is er altijd al geweest ..
    niet alles heeft een begin .. we vallen ergens middenin .. en kunnen dan terugkijken en vooruit visualiseren en we zijn ons van ons zelf bewust .. simple as that.

    Reactie door Grootmeester - 15 juli 2009 - 16:04
  • Mooie theorie, die Hegel. Hij doet het ook wel goed met zijn Hegeliaanse dialectiek waar tegenwoordig gretig van gebruik gemaakt wordt door onze wereldleiders, maar nu even naar de erkenning.

    Hij stelt dat de behoefte naar erkenning dus vanzelf is ontstaan. Wie zegt mij dat die behoefte niet juist is ingeprent bij mensen? Eerst door ze via het geloof te vertellen dat ze in zonde geboren waren, niets voorstelden en vooral hun best moesten doen om bij de heer - en zijn machthebbers op aarde - in de smaak te vallen? En wie zegt mij dat die geïndoctrineerde drang tot externe erkenning vervolgens niet verder is uitgebuit door bedrijven; de maatschappij?

    Als ik Hegel was, zou ik er maar eens ernstig aan gaan twijfelen in hoeverre de mens die hij observeerde authentiek en autonoom was, en in hoeverre opgelegde en zwaar bevochten wereldbeelden de "basis" van diezelfde mens vormden.

    Reactie door M - 15 juli 2009 - 16:04
  • Circa twee weken geleden heb ik met een paar mensen in een zg. ComCafé sessie (toegepast binnen de Geweldloze Communicatie, het gedachtengoed van Marshal Rosenberg) stilgestaan bij het woord 'erkenning'. We hebben gedeeld wat dat woord, dat begrip bij ons opriep. Niet door erover na te denken maar door na te gaan wat er in ons zelfbewustzijn opkwam. En daar vervolgens woorden aan te geven.
    Behalve de behoefte aan externe erkenning kwam er bij ons ook zelferkenning op. Erkenning voor dat jij bent wie je bent. Dat je goed bent in al je facetten. Dat je er zo mag zijn. En dat je dus bestaansrecht hebt. Als je jezelf helemaal kunt erkennen komt er iets als een gevoel van ontspanning door je lichaam en kun je er eenvoudigweg Zijn. Je interne criticus valt stil.
    Hierdoor zou je minder uit zijn op erkenning uit de buitenwereld. Waardoor het jezelf richten op die buitenwereld mogelijk ook minder nodig is. In elk geval niet om erkenning van anderen binnen te halen. Zodat je weer meer simpel kunt Zijn. Je sociale leven zou hiermee best wel eens rustiger kunnen worden.
    Houd ik een vraag over: Wat is de relatie tussen zelferkenning en zelfbewustzijn?

    Overigens valt me op dat bij de genoemde thema's alleen 'Ik word erkend ' een thema is waarin de 'ik' direct afhankelijk is van de buitenomgeving.

    Ik hoor er graag de filosofen nog eens over.

    Reactie door Rob Lindhout - 15 juli 2009 - 14:02
  • Hoe erkenning van anderen, waarmee je je verbonden voelt, onze identiteit bepaalt

    Na het lezen van het stuk "Ik word erkend, dus ik ben!" in de nrc next, bladerde ik terug en zag dat de Nederlandse hockeyvrouwen hebben gewonnen van het Duitse elftal. Toen ik dat las, voelde ik me trots.

    Dat mijn zus geneeskunde studeert, omdat zij op de middelbare school keihard gewerkt heeft om toegelaten te kunnen worden, maakt mij trots.

    Ik ben trots omdat anderen iets hebben gepresteerd. Wat is trots? De erkenning van anderen (of waardering?) voelen alsof het ook erkenning is voor jezelf? Omdat je je op de een of andere manier verbonden voelt met iemand?
    Ik voel me verbonden met mijn zus. We hebben dezelfde ouders, dezelfde genen, en we houden van elkaar. Maar waarom voel ik me verbonden met de Nederlandse hockeyvrouwen? Ik ken ze niet persoonlijk. Voel ik me verbonden omdat ik eigenschappen of interesses deel; omdat ik toevallig uit hetzelfde land kom en ook hockey?


    Ik kan niet wachten op de komende artikelen! Ik verheug me vooral op "Ik heb lief, dus ik ben" en "Ik hoor erbij, dus ik ben".

    Reactie door Amber Maessen - 15 juli 2009 - 12:12