Dus ik ben op: home ›› meedenker ›› rob wijnberg

Meedenker uitgelicht

Rob Wijnberg

Rob Wijnberg

Rob Wijnberg (1982) is hoofdredacteur van de nrc.next. Samen met Stine Jensen schreef hij het boek 'Dus ik ben' (2010) in navolging van een artikelenreeks in de nrc.next.

Hij schreef verder onder andere: 'In Dubio - Vrijheid van meningsuiting als het recht om te twijfelen'(2008), 'Nietzsche en Kant lezen de krant' (2009) en 'En mijn tafelheer is Plato' (2010).

1 juli 2009

Dit is geen tijd voor twijfelaars

foto: Paulien Oltheten

Filosofen Stine Jensen en Rob Wijnberg onderzoeken in de serie ‘Dus ik ben’ de komende twee maanden in nrc.next: hoe definiëren wij onszelf? De artikelen uit de krant verschijnen ook op dit blog.
Aflevering 1: de mens als zijn morele principes. Wie ‘zichzelf’ is, verkoopt zich het beste.

„U draait.” CDA-lijsttrekker Jan Peter Balkenende had tijdens de verkiezingen in 2006 maar twee woorden nodig om zijn opponent Wouter Bos een verkiezingsnederlaag te bezorgen. Maandenlang lag de PvdA-leider riant voor op zijn tegenstanders – in mei stond hij virtueel zelfs op vijftig zetels. De beschuldiging van Balkenende dat hij van mening was veranderd aangaande de versoepeling van het ontslagrecht, werd hem echter fataal. De week erop kelderde de PvdA liefst tien zetels in de peilingen. Niet zijn standpunt op zich, maar dat Bos van standpunt was gewisseld, bleek onacceptabel: hij kwam te boek te staan als ‘zwak’ en ‘onbetrouwbaar’.

Die stempels lijken in eerste instantie nogal rigoureus. Een politicus die van mening verandert, is toch niet meteen slap of leugenachtig? Toch heeft deze reactie wel een logische verklaring. Die verklaring heeft alles te maken met de manier waarop mensen zichzelf – en anderen – definiëren. Of anders gezegd: heeft alles te maken met wat wij verstaan onder identiteit. Nu betekent identiteit in de meest strikte zin van het woord: ‘gelijk zijn aan’ of ‘samenvallen met’. Daarom noemen we twee dezelfde dingen ook identiek. De vraag naar de menselijke identiteit betekent dus in feite: waar valt een mens mee samen?

En een van de meest wijdverspreide antwoorden op die vraag luidt: met zijn morele principes. Of simpeler geformuleerd: wat ik vind, is wie ik ben. Deze definitie van identiteit maakt dat wij iemand met sterke, consistente morele opvattingen beschouwen als een sterke en betrouwbare persoonlijkheid. Zo iemand laat zijn oordelen niet afhangen van de situatie of van anderen. Hij is, zegt men dan, altijd zichzelf. Het woord ‘zichzelf’ betekent hier dus eigenlijk principieel – iemand die volledig samenvalt met zijn morele wereldbeeld.

Andersom geldt dat iemand die gemakkelijker van opvatting verandert, gezien wordt als een zwakke en onbetrouwbare persoonlijkheid. Men weet niet wie hij is, omdat men er niet van op aan kan wat hij vindt. Dat gebrek aan duidelijkheid kostte Wouter Bos in 2006 de verkiezingen en bezorgde de PvdA afgelopen maand wederom een fikse nederlaag tijdens de stemming over Europa.

De PvdA-leider had dit kunnen voorzien. De mens als zijn principes is een definitie van identiteit die immers met name geldt voor politici. Zij definiëren zichzelf (en wij hen) expliciet in termen van hun denkwijze – liberaal, democraat of socialist. Hoe genuanceerder en twijfelachtiger een politicus zijn opvattingen uitdraagt, des te zwakker hij dus overkomt.

Talkshows en actualiteitenrubrieken lijken tegenwoordig helemaal op deze definitie van identiteit geënt. Ze nodigen vooral mensen uit die het ‘goed doen op tv’, wat een andere manier is om te zeggen dat iemand eenduidige oneliners moet kunnen formuleren en situaties snel kan kenschetsen als ‘goed’ of ‘fout’. Wie hapert, twijfelt of genuanceerd en langdradig is, is geen geschikte ‘tv-persoonlijkheid’, heet het dan.

Maar deze vorm van identiteit beperkt zich niet tot de politiek en media alleen: veel mensen vereenzelvigen zichzelf met wat ze vinden. De extremere gevallen veruitwendigen die opvattingen ook: bij hen kun je aan het uiterlijk zien of iemand links (hippie), rechts (kakker) of juist anti- establishment (kraker) is. Hetzelfde gaat vaak op voor aanhangers van een godsdienst. Een moslim, christen of boeddhist definieert zichzelf bovenal als de verzameling opvattingen die zijn geloof omvat – en draagt dat ook duidelijk uit in zijn voorkomen.

Hier geldt dan ook: hoe sterker het geloof, des te directer de relatie met iemands identiteit. Dat verklaart waarom orthodoxe godsdienstigen zich vaak zo snel gekwetst voelen door kritiek op hun geloof. Een aanval op hun opvattingen wordt ervaren als een aanval op hun persoon. Die relatie tussen persoon en geloof geldt voor mensen met zwakkere overtuigingen veel minder. Er zijn bijvoorbeeld weinigen die zichzelf expliciet definiëren als agnost of pragmatist – en dat ook actief uitdragen. Kritiek op die denkwijzen zal daardoor minder snel persoonlijk worden opgevat.

Nu lijkt deze definitie van identiteit zo vanzelfsprekend dat je zou denken dat ze altijd al gemeengoed is. Dat is echter niet het geval. Lange tijd werd, zoals bij de Oude Grieken, een persoon eerder gedefinieerd in termen van deugden. Iemand had een ‘sterk karakter’ als hij moedig, wijs en onbaatzuchtig was. Zijn morele principes speelden daarbij een rol, maar waren niet allesbepalend.

De vraag was in ieder geval niet, zoals nu, of iemand qua morele opvattingen consistent was. Een mens werd namelijk niet uitsluitend als rationeel wezen gezien, maar eerder als een ‘bezield lichaam’, dat bestond uit twee even belangrijke delen: een rationele kant (het denken) én een irrationele kant (de verlangens). Beide kanten strijden voortdurend om voorrang en veroorzaken dus inconsistente wensen en opvattingen, zo luidde lange tijd de communis opinio.

Pas vanaf de zeventiende eeuw kwam daar, met name in het Westen, verandering in. De Brit John Locke (1632-1704) was de eerste die expliciet een relatie legde tussen de menselijke identiteit en een ‘moreel agentschap’. Een persoon is, anders dan dieren en dingen, „eigenaar van zijn morele handelen”, stelde hij.

Rond dezelfde tijd bracht de Franse filosoof René Descartes (1596- 1650) een definitieve omslag teweeg in het denken over identiteit, door de mens volledig te ‘reduceren’ tot zijn redelijke vermogen. Middels een gedachte-experiment was Descartes tot de conclusie gekomen dat niets wat hij dacht onbetwijfelbaar was, behalve dan het denken zélf. Dit bracht hem tot zijn stelling: ik denk, dus ik ben. Hiermee vereenzelvigde Descartes de mens volledig met zijn ratio. Of anders gezegd: mens zijn werd gelijkgesteld aan rationeel zijn.

Immanuel Kant (1724-1804) ten slotte bracht de theorieën van Locke en Descartes samen. Hij stelde, net als Locke, dat onze identiteit bestaat uit ons ‘vermogen tot moreel handelen’, maar voegde eraan toe dat een handeling alleen moreel is voor zover zij rationeel is. Dat wil zeggen: voor Kant is een moreel principe ‘waar’, wanneer deze universaliseerbaar is: hij moet voor ieder redelijk wezen, in iedere omstandigheid, evenzeer opgaan.

Daarom is moorden, stelen of liegen volgens Kant ook nooit te billijken. Getoetst aan de eis van universaliteit zou dat namelijk leiden tot rationele tegenspraak: als iederéén zou moorden, stelen of liegen, zou er geen leven, privébezit of waarheid meer zijn – en moorden, stelen of liegen dus logisch onmogelijk worden.

Zo raakte identiteit verbonden met een universele moraal. Kant definieerde het begrip autonomie dan ook als het „rationele vermogen om jezelf te onderwerpen aan een universele wet”. Ergo: wie niet principieel handelt, maar zijn beslissingen laat afhangen van toevallige omstandigheden of mogelijke gevolgen, is in Kantiaanse zin niet autonoom – of, vrij vertaald, niet altijd ‘zichzelf’.

Deze ‘rationele ik’ is later hevig bekritiseerd, maar niettemin nog altijd diepgeworteld in onze cultuur. Dat blijkt niet alleen uit het feit dat politici die in universele waarden denken ‘daadkrachtiger’ worden gevonden dan hun pragmatische tegenhangers. Het is ook te zien aan ons onderwijs. In bijna de hele Westerse wereld kent het onderwijssysteem namelijk een horizontale structuur naar analogie van het rationalisme: hoe hoger het onderwijs wordt genoemd, des te meer het gericht is op het bovenste deel van ons lichaam – ons hoofd.

Zo bevinden scholen die gericht zijn op het aanleren van praktische of lichamelijke vaardigheden (vmbo, kunstacademie, toneelschool) zich onderaan de pikorde (‘lager onderwijs’), terwijl academische instellingen die zich richten op het intellect (gymnasium, universiteit) het hoogste in aanzien staan (‘hoger onderwijs’). Hoezeer dat samenhangt met onze kijk op identiteit, blijkt hieruit: wanneer we spreken van zelfontplooiing, doelen we meestal op de ontwikkeling van ons denkvermogen – niet op het leren dansen of timmeren.

De frase ‘ik denk, dus ik ben’ heeft, kortom, grote invloed gehad op onze samenleving, politiek en zelfbeeld. In de huidige politiek is die invloed trouwens zichtbaarder dan ooit: principiële politici hebben duidelijk de electorale wind mee.

Dat is niet verwonderlijk. In onzekere tijden, met moeilijk te beheersen ontwikkelingen als terrorisme, globalisering, klimaatverandering en de economische crisis, hebben veel burgers logischerwijs meer behoefte aan zekerheid – en dus aan stellige politici, waarmee ze zich kunnen identificeren. Net als Descartes vragen kiezers nu ook weer om onweerlegbare (morele) grondslagen waarop zij hun identiteit kunnen baseren. Op die vraag zal vooral het politieke establishment dringend een antwoord moeten vinden.

Het liefst een principiële.

Reacties

  • MJCo1l , [url=http://tkzjufqsalxf.com/]tkzjufqsalxf[/url], [link=http://ezzklblorpca.com/]ezzklblorpca[/link], http://twmdzqmbknsa.com/

    Reactie door JIvGOYqeTtldyH - 29 augustus 2011 - 14:02
  • YAgUgU cdoeygaairgt

    Reactie door kgcXwxIeNjtTZNwfi - 18 augustus 2011 - 13:01
  • frcGYm , [url=http://fplrhrfthpde.com/]fplrhrfthpde[/url], [link=http://fjpqcdlxvrsu.com/]fjpqcdlxvrsu[/link], http://jiukwmtnesdq.com/

    Reactie door JbGtNkGinvcMyKmh - 16 augustus 2011 - 14:02
  • Pin my tail and call me a dnokey, that really helped.

    Reactie door HhlYYGVgcyHLAlEM - 15 augustus 2011 - 09:09
  • Wat betreft “ik denk, dus ik ben”: het lijkt mij niet logisch dat het subject en object een en dezelfde zijn in een bewijsvorming.
    Volgens mij mag je hoogstens concluderen: “Er zijn gedachten en die worden waargenomen” maar door wie of wat?

    Reactie door D. L. van der Waerden - 28 augustus 2009 - 10:10
  • [...] dat de kern van het probleem laat zien stond in het eerste artikel van Rob Wijnberg ‘Dit is geen tijd voor twijfelaars‘ op deze website. Rob omschrijft daarin hoe premier Balkende het Wouter Bos verweet dat hij [...]

    Reactie door Dus Ik Ben » Maarten Doorman: ‘de gedachte dat we onszelf zouden kunnen zijn, is een heel naïeve gedachte’ - 5 augustus 2009 - 06:06
  • @Bert, zwak en onbetrouwbaar zullen sommigen je vinden als je veel twijfelt en van mening verandert. Je kan evengoed als open minded gezien worden, iemand die niet meteen alles aanneemt, die durft na te denken. Is ook een kracht.

    En als je het praktisch bekijkt, ik neem even aan dat je geen politicus bent. Een politicus heeft een probleem als hij constant van mening verandert. Maar in je dagelijks leven, in je sociale relaties, kun je evengoed een rots in de branding zijn als je twijfelachtig bent. Niet elke mening heeft zijn weerslag op alles en iedereen.

    Reactie door Renée Damstra - 26 juli 2009 - 23:11
  • @Bert Janssens .. "morele grondslagen" ?? Confucius en Lao Tze hadden daar al es discussie over dat wil zeggen Confucius werd uitgelachen.
    Je kunt "morele grondslagen" het beste vervangen door 'maatschappelijk verantwoord bezig zijn'.

    Reactie door Grootmeester - 10 juli 2009 - 11:11
  • Van standpunten, meningen en opvattingen verander ik dagelijks. Ik twijfel, dus ik ben. Maakt dat me zwak en onbetrouwbaar? Wat veel minder verandert -hoop ik- zijn de morele grondslagen, waarop ik die standpunten baseer. Standpunten vallen dan ook op zich maar beperkt samen met identiteit, lijkt me. Dat zie je aan het voorbeeld van Bos. Hij werd niet zozeer weggezet door Balkenende omdat hij van standpunt veranderde, Balkenende weet dat hij zelf ook permanent de geldigheid van zijn standpunten moet ijken. Een politicus doet zijn werk goed als hij daarbij helder en duidelijk is over hoe zijn veranderende standpunten zich verhouden tot zijn morele en ideologische principes. Dat kon Bos niet, omdat Balkenende hem niet zozeer op een veranderend standpunt aanviel, maar op het breken van een expliciet gedane belofte, een morele grondslag. En dat voedde veel meer dan dat AOW-standpunt de twijfel aan de sterke identiteit, die je als kiezer bij een politicus zoekt.

    Reactie door Bert Janssens - 10 juli 2009 - 09:09
  • Tot nu toe lees ik veel interessante reacties. Vandaar even mijn eigen antwoord daarop:

    @ E van den Broek: met 'zwakke' overtuiging bedoeling ik niet zozeer een 'slappe' overtuiging (als in: kan je niet kiezen ofzo?), maar juist precies wat je daarna zegt: dat je er niet sterk mee identificeert. Het is een overtuiging, waarvan je net zo overtuigd bent of kan zijn als iemand die gelooft in God, alleen je internaliseert het minder. Overigens ben ik het volledig eens met wat je daarna zegt: het is helemaal niet gezegd dat je door 'sterke' overtuigingen ook een 'sterke' identiteit creeert: juist orthodox gelovigen staan zeer zwak als het bijvoorbeeld gaat om kritiek kunnen verdragen op hun opvattingen. Ik ben zelf dan ook expliciet géén aanhanger van de Kantiaanse defintitie van autonomie - integendeel (lees mijn kritiek daarover in mijn boek In Dubio).

    @ Roeland: over drie weken volgt het essay 'ik werk, dus ik ben'. Dus nog eventjes geduld!
    Groet,
    Rob Wijnberg

    Reactie door Rob Wijnberg - 9 juli 2009 - 23:11
  • Vaak worden mensen geidentificeerd met hun werk. Als je vraag 'wie ben je?' volgt vaak het beroep dat ze uitoefenen. Nu zal een politicus de inhoud van zijn vak kwalificeren als een stelsel van overtuigingen, opvattingen of idealen die hij wil verwezenlijken. Betekent dit dat als we weet hebben van deze principes dat we iemand kennen? Kennen we minister Bos als we zijn opvattingen kennen? Kennen we hem even goed als zijn vrienden, familie of andere naasten. Of terwijl, maken interesses, karaktereigenschappen, verlangens etc van niet-morele aard niet ook deel uit van de identiteit? Als het niet het geval zou zijn zou een amoreel persoon geen identiteit hebben.

    Wat betreft politici is het niet verwonderlijk dat we vooral zijn geinteresseerd in zijn politieke opvattingen. Buiten de politiek hebben we weinig met ze van doen. Dat is ook de reden dat Balkenende werd afgerekend op het sturen van een 'persoonlijk' smsje naar Jan-Smit.

    Wat mij betreft is bovenstaande definitie van identiteit dan ook onjuist. Alsof iedereen maatschappelijk geëngageerd is. Alsof iedereen een morele opvatting over wat dan ook heeft. Het feit dat mensen een paspoort hebben met hun naam of de familie die ze om zich heen hebben is veel bepalender voor hun identiteit dan morele principes. Deze factoren zijn namelijk bijna onlosmakelijk met iemand verbonden en altijd consistent, in tegenstelling tot opvattingen die van tijd tot tijd kunnen veranderen.

    Reactie door roeland - 7 juli 2009 - 18:06
  • Beste Rob,
    als overtuigd agnost zit ik toch een beetje met je bewoording voor mijn "zwakkere overtuiging". Mijn overtuiging is niet zozeer zwak, ik identificeer me er alleen niet zo sterk mee. Hier mijn alternatieve verklaring voor de koppeling tussen religie en identiteit, geinspireerd door een net gepubliceerd artikel in Psychological Bulletin (http://www.apa.org/journals/releases/bul1354555.pdf). Proefpersonen die minder zeker zijn van hun ideeen, proberen informatie die conflicteert met hun overtuigingen te vermijden. Door het bewust opzoeken van bevestigende informatie proberen ze hun overtuiging (en identiteit) te versterken- hun twijfel leidt dus tot sterke identificatie met hun geloof. Toch zou ik dat geen 'sterke overtuiging' willen noemen- en mijn overtuiging niet zwak.

    Reactie door E. van den Broek - 6 juli 2009 - 09:09
  • @Anneke Wedemijer: boek (Bezige Bij) en tv-programma (HUMAN) verschijnen in 2010 en zullen ook de bijdragen van blog etc. in research opnemen.

    Zie hier meer info over het crossmediale project: http://weblogs.hollanddoc.nl/dusikben/about/
    Ga naar deze pagina om ook bij te dragen: http://weblogs.hollanddoc.nl/dusikben/denk-mee/

    Of reageer op Stephan Sanders ('Ik ben (g)een neger, dus ik ben') of Rob Wijnberg ('Ik denk, dus ik ben') als je beelden hebt die een van die 2 frases uitdrukken.

    Reactie door Redactie - 1 juli 2009 - 15:03
  • Erg fijn dat aan dit onderwerp eens goed gekloven wordt. Dat wij 'los' beginnen te raken van onze identiteit door ontzuiling, het wegvallen van allerlei verbanden etc. is niet alleen prettig. Zeker, het heeft geleid tot meer vrijheid, uiterlijk, innerlijk, maar ook tot een grotere verantwoordelijkheid. En dat is even wennen. Veel van de problemen in de samenleving die dagelijks in de krant worden besproken, hangen hiermee samen naar mijn idee. Pas wanneer we na een overgangsfase weer allemaal diep geworteld zijn, maar dan in onze eigen identiteit ipv onze 'groeps'-identiteit, kunnen we de samenleving opbouwen die nu bij ons past. Dan kom ik op mijn kritiek op het stuk van Rob Wijnberg, die ik overigens graag lees en zeer waardeer. Zijn observaties van het scorend vermogen van politici zijn in orde. Maar hoe kan de pragmaticus Alexander Pechtold het dan ook zo goed doen. Hij voelt zich met het liberale denken verbonden, maar orienteert zich vooral aan de zaak zoals die zich aandient en zoekt redelijke standpunten en oplossingen. Naar mijn idee gaat het er nu om 'duurzaamheid' centraal te stellen (in de betekenis van op lange termijn vol te houden gedrag of beleid). Kant in de woorden van Rob Wijnberg: "..dat dat onze identiteit bestaat uit ons ‘vermogen tot moreel handelen’, maar voegde eraan toe dat een handeling alleen moreel is voor zover zij rationeel is. Dat wil zeggen: voor Kant is een moreel principe ‘waar’, wanneer deze universaliseerbaar is: hij moet voor ieder redelijk wezen, in iedere omstandigheid, evenzeer opgaan." Duurzaam gedrag is daarvan een van de mooiste voorbeelden, bijvoorbeeld in de vorm van schone energieopwekking, Fair Trade, biologische vormen van landbouw, preventieve gezondheidszorg etc. Maar dat is nog ver weg voor veel consumenten en politici. Alle fraaie maar achterhaalde woorden over socialistische, christelijke of liberale principes ten spijt is het korte termijn (eigen belang) denken of regeren met de flitspuit en de rekenmachine nog lang niet voorbij. Helaas. Ik ga met grote interesse het vervolg lezen. Ben eigenlijk ook wel benieuwd wie ik ben!

    Reactie door Ted van den Bergh - 1 juli 2009 - 11:11
  • Interessant project "dus ik ben". Naar aanleiding van het verhaal in de NRC Next vind ik dat de Oude Grieken nog niet zo'n slechte voorstelling van zaken hadden: een mens is meer dan een optelsom van morele/rationele principes. Deze principes gaan voortdurend de strijd aan met gevoelens en verlangens. Mijn eigen ervaring is dat wanneer je die strijd goed doorleeft, er uiteindelijk weer een sterker standpunt uit naar voren komt. Ik zou ons allemaal daarom toewensen ruimte te geven aan de strijd tussen gevoel en verstand om er uiteindelijk beter uit te komen!

    Reactie door Gabrielle - 1 juli 2009 - 10:10
  • ik las vanmorgen het artikel in NRC Next. Op zoek gegaan naar het genoemde boek en het tv-programma, maar via Google was er nog niets over te vinden. Komt daarover nog iets in een volgend artikel?

    Reactie door Anneke Wedemeier - 1 juli 2009 - 10:10