Tijdens de Nacht van de Filosofie traden Rob Wijnberg en Stine Jensen, schrijvers van het boek ‘Dus ik ben‘, op met onder andere filosoof en politicoloog Erno Eskens. Erno publiceerde onlangs het boek ‘Democratie voor dieren‘ waarin hij pleit voor dierenrechten. De redactie vroeg hem meedenker van ‘Dus ik ben’ te zijn. De filosoof koos een video van een ‘pratende’ gorilla. Erno: “Het ‘Ik denk, dus ik ben’ gaat voor meer dieren op. Dat onderscheidt ons niet van het dier.”
Op deze video zie je iets opmerkelijks: een gorilla vertelt over de dood van zijn moeder. Michael – zo heet de gorilla – herinnert zich hoe zijn moeder door stropers is doodgeschoten. Hij vertelt over het schieten ‘scherp hard geluid’ en over de schotwond - ‘geslagen vlees gorilla’. Hij vertelt wat er door hem heenging: ‘denk probleem’ en hij maakt het gebaar voor snijden en nek. In het wild levende chimpanzees worden gestroopt vanwege hun vlees. De hoofden worden doorgaans afzonderlijk verkocht.
Dat Michael dit alles kan vertellen komt hij door de stropers aan een Amerikaanse dierentuin is verkocht, waar hij de officiële Amerikaanse gebarentaal heeft geleerd van – weer iets opmerkelijks – zijn soortgenoot Koko. Deze laatste heeft de gebarentaal onderwezen gekregen door Amerikaanse wetenschappers.
Bij het zien van het filmpje kwam bij mij de vraag op of we dit soort dieren niet standaard een taal moeten onderwijzen. Waarom zouden wij hen het elementaire taalonderwijs onthouden? Omdat ze ‘slechts dier’ zijn? Dat zou toch een gek criterium zijn. Gebarentaal is deze dieren, die in gevangenschap leven en veel met mensen omgaan, van groot belang.
Veel mensen zullen het niet met mij eens zijn. Taalonderwijs voor apen, het moet niet gekker worden. Deze reactie is begrijpelijk. wij zijn allen opgegroeid met de gedachte dat de mens het enige dier is dat kan denken, dat taal heeft en dat oprechte emoties kan koesteren. Deze gedachten zitten diep in onze cultuur verankerd. Ze zijn terug te voeren op Aristoteles, die al stelde dat de mens ver boven de andere dieren staat omdat hij een animal rationale is. Wij zijn het redelijke dier, de rest van het dierenrijk is stom. Mensen hebben intellect, dieren zijn ‘beesten’, heet dat nu bij ons. Dat woord ‘beest’ is afgeleid van het woord ‘bête’, wat stom en ontalig betekent.
Persoonlijk heb ik grote moeite met deze visie op dieren. Waarom wij ze eeuwenlang als ontalige wezens hebben gezien, is voor mij een van de grote mysterien uit de menselijke geschiedenis. Overal om ons heen zien we immers dieren communiceren. Honden blaffen naar elkaar, katten miauwen, vogels kwetteren ingewikkelde patronen en kikkers hebben allerlei geluiden om elkaar te lokken. Dat moet toch opgevallen zijn?
Het lijkt wel alsof men het niet heeft willen zien. Het paste niet ons zelfbeeld dat in feite een zelfverheerlijkingbeeld was. We leefden in de heerlijke waan dat wij fundamenteel anders waren dan alle andere dieren. Wij konden praten, wij konden denken! Waar dieren blijk gaven van enig denkvermogen, was men niet te beroerd om tot geweld over te gaan. De geschiedenis van de kat is hiervan een treffend voorbeeld. Middeleeuwers wantrouwen katten omdat ze keer op keer een vrije wil leken te hebben. Ze lieten zich niet commanderen en bleken slim te handelen. Een eigen wil konden ze niet hebben, dus moesten ze wel ‘bezeten’ zijn. Heksen en duivels hadden bezit genomen van de lege bovenkamer van de kat. Dit inzicht bracht het Vaticaan ertoe om het knuppelen van de ketterse kat aan te moedigen. Als gevolg hiervan stierf de Europese kat volledig uit (onze katten zijn later uit Afrika geherintroduceerd). Wij hebben onze eigen variant op het katknuppelen: wij zetten denkende dieren in afgesloten stallen en slachthuizen waar we hun slimheid niet kunnen zien. En we kijken de andere kant op.
In mijn boek ‘Democratie voor dieren‘ stel ik voor om definitief te breken met de dieronvriendelijke traditie. Wij mensen moeten ons niet steeds, ten koste van de dieren, willen voordoen als de ‘betere partij’. Natuurlijk zijn er grote verschillen tussen mens en dier, natuurlijk is onze taal verder ontwikkeld dan die van veel dieren, maar we moeten niet zo door die verschillen geobsedeerd raken dat we de overeenkomsten niet meer zien.
Het zou beter zijn om eerst maar eens goed te kijken en te luisteren naar de dieren. Laten we hun gedrag en hun taal bestuderen. Laten we het gedrag van dieren zien als een vorm van gebarentaal. Dieren maken er iets mee duidelijk. Het is zoals de Franse filosoof Destutt de Tracy (Destutt de tracy op Wikipedia - red.) in 1803 schreef: ‘Dit lijkt mij het unieke van de taal van het dier: ze bestaat in haar geheel uit proposities, uit oordelen die worden geuit. Ideeën hebben in de dierentaal geen namen. Maar zeker, dieren voelen, onthouden, oordelen en willen. Dat valt niet te ontkennen. Zelfs de minder intelligente onder hen manifesteren dit zo duidelijk en energiek, ik zou haast zeggen zo eloquent, dat ik moet concluderen dat alle bewijs voor iets dergelijks bij de mens ontbreekt. Hun gestes, de geluiden die ze voortbrengen, zeggen heel duidelijk: ik voel, ik oordeel, of ik wil dit.’
Wij zijn niet het enige dier dat zich kan uitdrukken. De meeste dieren denken in meer of mindere mate. Het ‘Ik denk, dus ik ben’ gaat dus voor meer dieren op. Dat onderscheidt ons niet van het dier. Wat ons wel onderscheidt is onze macht. Wij zijn de heersers over de natuur. Nu kunnen we ons daarbij als dictator gedragen. Maar wordt het niet eens tijd om de talige uitingen van de dieren serieus te nemen en te zeggen: ‘Ik luister, dus ik ben’?
PS: nog niet overtuigd dat dieren kunnen denken? Zie deze video over de papagaai Alex
PS2: Meer weten over taal bij apen? Zie deze video’s