Dus ik ben op: home ›› meedenker ›› stine jensen

Meedenker uitgelicht

Stine Jensen

Stine Jensen

Stine Jensen is filosoof, schrijver en literatuurcriticus voor NRC Handelsblad. Ze schreef samen met Rob Wijnberg het boek 'Dus ik ben' (De Bezige Bij, 4 maart 2010) in navolging van een artikelenreeks in de nrc.next. Daarnaast zoekt ze in de vier afleveringen van het tv-programma van 'Dus ik ben' naar de filosofische wortels van onze identiteit.

Iedere maand schuift ze aan bij 'OBA Live' van HUMAN om te discussiëren over politiek, cultuur en de actualiteit. Verder publiceerde ze onder mee de roman 'Dokter Jazz' en de non-fictie boeken 'Goddelijke Brulapen', 'Leugenaars' en 'Turkse vlinders'. Zie www.stinejensen.nl.

5 augustus 2009

We zijn niet meer als Romeo en Juliet

Liefde is laveren tussen het ego en de ander

Filosofen Stine Jensen en Rob Wijnberg onderzoeken in de serie ‘Dus ik ben’ deze zomer in nrc.next de vraag: hoe definiëren wij onszelf? De artikelen uit de krant verschijnen ook op dit blog. Op zoek naar identiteit - aflevering 6: Ik heb lief, dus ik ben. 

In een grote Amerikaanse slee rijden Sandy en Danny in de laatste scène van Grease (1978) samen naar de hemel. Dat ze samen een gelukkig liefdespaar zouden vormen, was al op te maken uit eerdere scènes waarin ze zongen over warme zomernachten. Wat Sandy (Olivia Newton John) en Danny (John Travolta) voor mijn generatie zijn, zijn Kate Winslet (Rose) en Leonardo da Caprio (Jack) voor een andere. Liefde is samen op de boeg van een grote boot staan die op het punt staat te zinken, je armen spreiden en roepen: ‘I am the King of the World!’ (Titanic, 1997).

Films, boeken en series vormen de romantische blauwdruk van de menselijke zoektocht naar liefde. Als we ergens naar op zoek zijn in het leven, dan is het immers wel de liefde. De meesten van ons streven er naar om van een single een double te worden – zie de vele zelfhulpboeken die ons helpen bij het zoeken naar de ware. En meteen onder onze naam vermelden we op allerlei identiteitsformulieren onze burgerlijke status, net als op Facebook en op Hyves (’single’, ‘relatie’, ‘het is ingewikkeld’, ‘getrouwd’).

Waarom is liefde zo cruciaal voor onze identiteit? We menen dat liefde ons ‘compleet’ maakt en, als we het niet vinden, dat we falen in het leven. De Duitse filosoof Richard David Pecht (1964) zei onlangs naar aanleiding van zijn boek ‘Liebe. Ein Unordentliches Gefühl’ (2009): “Liefde is niet alles in het leven, maar zonder liefde is alles niets.” Zonder liefde, ben je niets.

Misschien is liefde zo belangrijk voor mensen, omdat kenmerkend voor de liefde is dat er een ander is die je bestaan erkent. Jij hebt mij lief, dus ik ben. Volgens de Franse filosoof Emmanuel Lévinas (1906-1995) is in het westerse denken het belang van deze Ander echter stelselmatig veronachtzaamd. In de westerse filosofie staat immers altijd het ego centraal, zoals in Descartes’ ‘ik denk, dus ik ben’ (Lévinas noemt dit “egologie”).

Het ‘ik’ is in de westerse wijsbegeerte zelfs het centrum van het denken, voelen en handelen. In zijn filosofie van de alteriteit plaatst Lévinas de Ander centraal. In plaats van de Ander te willen bezitten of veroveren (’jij bent van mij, dus ik ben’), zou je het anders-zijn van de Ander – datgene wat je dus zelf niet bent – moeten erkennen. Het gelaat van de ander doet een moreel appèl op je en doet zo het ego vergeten.

Voor Lévinas vindt moraal dan ook zijn oorsprong in de verantwoordelijkheid voor de Ander. Daarmee staan zijn ideeën haaks op die van Verlichtingsdenker Immanuel Kant (1724-1804) die de oorsprong van de moraal juist lokaliseert in een –rationele, principiële en universele – plicht die het individu zichzelf oplegt. Voor Lévinas is moraal nu juist niet zelfopgelegd: ze komt voort uit compassie en liefde voor een Ander.

Zo bezien is de liefde, die meestal via het gelaat tot stand komt (’liefde op het eerste gezicht’), het ultieme appèl van de Ander op je ego. Die morele verbondenheid met de ander komt tot uitdrukking in een gedachte-experiment van de Britse filosoof Bernard Williams (1929-2003). Stel er zitten twee mensen op een boot: je geliefde en een onbekende. De boot gaat zinken, beiden kunnen niet zwemmen en jij mag één iemand redden. Wie kies je? De meesten zullen dit een non-dilemma vinden: je geliefde natuurlijk! Maar wat is daarvoor de reden? Dat het je geliefde is. Oftewel: de liefde is de reden.

In ‘The Reasons of Love’ (2004) stelt ook de Amerikaanse filosoof Harry Frankfurt (1929) dat de liefde zich voornamelijk concentreert op de ander en het ego kleiner maakt. Sterker nog, in Frankfurts definitie van de liefde, werkt een teveel aan ‘ego’ vervuilend. Volgens hem is ware liefde voor de ander namelijk grotendeels belangeloos.

Dat wil zeggen, je hebt geen andere doelen of externe redenen voor je liefde (status of geld) – het gaat dus niet om bezitsdrift. Ten tweede gaat het speciaal om deze persoon en die is niet zomaar vervangbaar; het gaat dus niet om een type. In dat opzicht Theo van Goghs uitspraak ‘ik val alleen op meisjes met pennyshoes en parelkettingen’ een uitspraak die betrekking heeft op lust, niet op liefde.

Ten derde worden de belangen van de geliefde de jouwe. Als je geliefde lijdt, wil je dat oplossen. Jij lijdt daar ook onder. Ten vierde werkt ‘de wil’ niet op volle kracht. Het is niet aan ons wat we liefhebben en wat niet. Je kiest niet voor liefde, de liefde kiest jou. Liefde is dus niet te koop, al vormt liefde wel een markt. Je kunt als man bijvoorbeeld een girlfriend experience kopen, maar omdat je haar gekocht hebt, is de ervaring niet echt.

Tot slot heeft liefde één belang: ze hoopt op op beantwoording, op wederkerigheid. Je hebt dus lief, omdat je in je liefde beantwoord wilt worden. Daarin verschilt de liefde voor een ander dus van de liefde voor een zaak of ding: die geven niets terug.

Nu gaan veel films, boeken en liedjes niet alleen over de poging de ware te vinden, maar net zo vaak over het stranden daarvan. Wie alleen roddelbladen zou lezen, zou zelfs kunnen denken dat de wereld bestaat uit liefdespech en dat overspel en tranen onafwendbaar zijn. Denk aan de stiekeme kussen tussen Yolanthe Cabau van Kasbergen en Wesley Sneijder gesnapt in een garage of Georgina Verbaan en Pieter van de Wielen betrapt in een donker café. De beelden zijn niet helemaal duidelijk: ze zijn met een mobieltje of een beveiligingscamera gefilmd. Het zijn ongeoorloofde overspelige kussen die zich letterlijk en figuurlijk in de schemerruimte van de liefde afspelen.

Waarom gaat het zo vaak mis? Met Lévinas in gedachten zou je kunnen zeggen dat het toebehoren aan een ander tegenwoordig uit zwang is geraakt, juist door het individualisme dat het westerse gedachtegoed zo kenmerkt. Mensen geven vaak aan alleen een relatie te willen als ze ‘zichzelf’ kunnen blijven en geven het voor het mislukken van de liefde vaak als reden: ‘ik kon mezelf niet zijn’. Daarom gaan mensen misschien steeds vaker uit elkaar: jezelf zijn wordt opgevat als apart staan van anderen – niet ermee samensmelten.

Volgens sommige filosofen is Levinas’ notie van zelfverlies ten behoeve van de ander echter een romantische, corrumperende illusie. Friedrich Nietzsche (1844-1900) bijvoorbeeld, meende dat liefde altijd gaat over “woeste hebzucht” en “egoïsme”. Het is niet zo dat je verdwijnt ten behoeve van de ander, maar eerder dat een andere, verbeterde, maar leugenachtige versie van jou zichzelf manifesteert om die ander te imponeren en in bezit te krijgen.

Of, zoals Nietzsche zegt: “De liefde is de toestand waarin de mens de dingen het meest ziet zoals ze niet zijn. De liefde brengt de nobele en verborgen eigenschappen in een minnaar naar boven, zijn zeldzame en uitzonderlijke karaktertrekken: zij geeft dus waarschijnlijk een vertekend beeld van zijn ware karakter.” Liefde maakt blind, heet dat in de volksmond, omdat niet mijn waarachtige ik, maar mijn ik 2.0 liefheeft, en die super-ik verslapt na loop van tijd en blijft altijd hongeren naar nieuwe bevestiging.

Daarom hebben andere filosofen pogingen ondernomen om de mens te bevrijden uit de ‘romantische leugen’ en te accepteren dat het ego ruimte behoeft. Simone de Beauvoir (1908-1986) en Jean-Paul Sartre (1905-1980) bijvoorbeeld hadden een open relatie. Hun visie op liefde kwam voort uit hun existentialistische levensfilosofie. Liefhebben? Dat is elkaar van de vrijheid beroven!

In ‘De Tweede Sekse’ (1949) stelt De Beauvoir daarom dat de vrouw niet aan de man toebehoort, maar aan zichzelf – en dat het klassieke huwelijk tussen man en vrouw als een fuik kan werken, omdat de vrouw hier in een economisch afhankelijke positie van de man terechtkomt die kan overslaan op het innerlijk.

Hazel Rowley laat in de dubbelbiografie ‘Tète-à-tète. Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre. Portret van een relatie’ (2006) echter zien dat ook een open relatie geen garantie biedt – voor individuele onafhankelijkheid noch voor geluk in de liefde. Als er iemand profiteerde van het ‘vrije huwelijk’, dan was het namelijk Sartre, die er vele liefjes op na hield, terwijl de Beauvoir vooral leed.

Daarbij vergeleken lijkt hét iconische Levinaanse paar van de liefde, Romeo and Juliet, een vrij overzichtelijke probleem te hebben: zij willen volkomen in elkaar opgaan, elkaars naam zijn. Hun conflict bestaat ‘louter’ uit dwarsliggende families, maar ligt niet diep in henzelf. Maar voor de moderne mens blijft het in de liefde toch schipperen tussen het ego en de ander.

YouTube-video: fragment uit de film Grease (1978)
Op de foto:
Leonardo di Caprio en Kate Winslet als Jack en Rose in Titanic (1997)

Reacties

  • De reactie van Jan Drost over de illusie van de versmelting in de relatie met de ander.. Bij Levinas gaat het niet zozeer om \\\'de geliefde\\\', de discrete ander, maar vooral om de indiscrete ander, de ongewenste bij uitstek die mijn egoïsme bekritiseert. Mijn conatus essendi: ik eerst, dan jij!

    Reactie door Jan Rietveld - 30 april 2012 - 15:03
  • Nicoline, wat is dan je niets aantrekken van de buitenwereld? Dat doet iedereen nl, zich iets van anderen aantrekken.. Romantische liefde is iets voor in boeken trouwens. En voor de fantasie vaN MENSEN,. Jammer dat vrouwen in sprookjes geloven.

    Reactie door renzo - 20 oktober 2009 - 14:02
  • Jan, ik ga het nalezen bij Levinas, bedankt voor je reactie!

    Reactie door Stine Jensen - 30 september 2009 - 01:01
  • Beste Stine Jensen,

    Goed geschreven stuk, mijn complimenten. Maar wat je schrijft over Levinas klopt niet.
    Als je jouw stuk leest, krijg je de indruk dat Levinas een door en door romantisch denker is, wat hij niet is, juist niet. Dat wil zeggen, zijn denken zou je integendeel kunnen opvatten als een strijd tegen de valse romantiek. Dat Romeo en Juliet een Levinaans paar van de liefde zouden zijn, zoals jij schrijft, had niet meer bezijden de waarheid kunnen zijn.
    Als Levinas ergens van gruwt, is het wel de idee van samensmelting, het volledig in elkaar opgaan en een eenheid worden. Op verschillende plaatsen in zijn werk wijst hij op het gevaarlijke en illusoire van dit ideaal. Dus eerder dan tot zelfverlies, zou de ontmoeting met de ander mijns inziens bij Levinas tot een zichtbaar worden van je zelf moeten leiden, tot een afgrenzing van je ik, een eindig maken van je oneindigheidsstreven.

    Reactie door Jan Drost - 22 september 2009 - 14:02
  • L’amour c’est beau et ça mène le monde.
    Oui, mais la vie passe à chaque seconde.

    Natuurlijk zijn we nog steeds zoals Romeo en Juliette. Waarom niet? Wat we niet moet verwarren is verliefd zijn en een relatie hebben voor de rest van ons leven. Verliefd zijn zoals Romeo en Julliet, Kate en Jack, Sandy en Danny zal altijd blijven bestaan. In alle bekende liefdesverhalen draait het namelijk om alleen zijn, de bliksemslag, samen zijn, moeilijkheden, het overwinnen van moeilijkheden en ze leefden nog lang en gelukkig of het eindigt met de dood. Romeo en Juliette gaan dood. Jack gaat dood en Kate blijft alleen achter. Sandy en Danny rijden in hun Firebird de horizon tegemoet. Ergo: aan ieder liefdesverhaal kleeft een zwart randje. En: we weten nooit hoe het ‘ze leefden nog lang en gelukkig’ er dan uit ziet.
    In het liefdesverhaal van Shakespeare waren het omgevingsfactoren die ervoor zorgden dat twee geliefden hun liefde voor elkaar niet vrij konden uiten naar de buitenwereld toe. Ondanks de twee rivaliserende families was hun liefde voor elkaar puur. Vanaf het eerste ogenblik dat ze elkaar zagen, wisten ze het. Allebei. Dit is echt. Dit wil ik. Jou wil ik. Zonder angst voor hun familie of twijfel aan hun prille gevoelens, kozen ze voor elkaar.
    Pure liefde is altijd een inspiratiebron geweest en zal dat ook altijd blijven vormen. Voor dichters, schrijvers, schilders, beeldhouwers, musici, actrices, danseressen, fotografen, voor alle kunstenaars die op zoek zijn naar iets wat absoluut en onveranderlijk is. Maar dat is het nu juist: absoluut kan een liefde zijn, maar onveranderlijk is ze niet. Dat bewijst het verhaal van Romeo en Juliette ook. Aan hun liefde voor elkaar geen twijfel: het zijn factoren van buitenaf die de loop van hun liefde bepalen en die uiteindelijk leiden tot de bekende tragische samenloop van omstandigheden. Alleen door de dood wordt hun liefde bezegeld met de eeuwigheid.

    Waarom zoeken we naar liefde als we weten dat het niet gevonden kan worden, maar dat het ons vindt? Momenten kun je sturen en laten ontstaan, maar je kunt niet een verliefdheid vanuit je wil sturen of laten ontstaan. Er zijn zoveel factoren voor nodig om in één willekeurig ogenblik te ervaren dat je in vuur en vlam staat. Bestaat er een recept om verliefd te worden? Helemaal open staan voor alles en iedereen? Maar ja, dan is alles even mooi en schoon, dat is geen verliefdheid. Verliefd wordt je op iemand in het bijzonder. Iemand waar je iets in ziet: een beeld, een visioen, een droom. Of een prikkelende geur, de smaak van een zoen, het timbre van een stem of de aanraking van een hand. Meestal is het een complexe mengelmoes, een magische cocktail, een volmaakt recept, dat alleen ervaren en niet beredeneerd kan worden, met alle juiste ingrediënten. Miljoenen complexe verbindingen tussen lichaam en geest. Het overvalt je. Waarom zijn we er naar op zoek? Naar overvallen worden?

    Een oud gevoel dat je terugvoert naar de tijd van ridders en prinsessen en sprookjesfeeën. Het heeft iets magisch, verliefd zijn, het tilt ons op, werpt een allesomvattend licht op ons. Straal op straal, dubbele straling. Verliefdheid voelt als absoluut. Het beheerst en overheerst alles. Iedere gedachte, ieder gevoel, iedere stap die we zetten staat opeens in verbinding tot die ander, het gevoel dat die ander jou geeft. Het voelt als onveranderlijk. Terwijl we weten: liefde leeft en het leven is altijd in beweging.
    Alleen een onbeantwoorde liefde is werkelijk absoluut en onveranderlijk. Onbeantwoord betekent zonder reactie. Zonder reactie blijft de liefde voor de ander in één lichaam en geest. Geborgen en veilig. De liefde verandert niet door interactie met een ander. Het wordt eenzaam gevoed door enkel de fantasie. Het is bijna een ascetische liefde, vergeleken met de liefde voor God, die immers ook vanuit één kant gevoed wordt. Een onbeantwoorde liefde kan nooit de volmaaktheid van eenwording bereiken. Het is ook een laffe liefde. Uit angst voor het werkelijk aangaan van contact vanuit jezelf met een ander.
    Zonder liefde ben je niets. Maar wordt daaronder alleen verstaan de liefde voor een ander of ook de liefde voor jezelf? Kenmerkend voor de liefde is dat een ander je bestaan erkent. Maar een ander kan je bestaan ook op een niet liefdevolle manier erkennen door zich te irriteren, kwaad te worden of verdrietig te worden van iets wat je doet of bent. Is dat dan ook liefde? Nee, dat neigt eerder naar haat. Het uitlokken van reacties, positief dan wel negatief, is een uiting van een groot verlangen naar aandacht. Aandacht of erkenning is een kenmerk van zowel liefde als haat. Dat is opmerkelijk en interessant.
    Erkenning is alles. Een kenmerk van liefde is de ander niet alleen erkennen, maar ook waarderen in het anders zijn. Toch bestaan er genoeg liefdes die eerder ontstaan zijn vanuit overeenkomsten dan vanuit verschillen. Op die manier erkennen en waarderen we de ander vanuit herkenning. De herkenning van een overeenkomstige eigenschap van de ander met onszelf. Meer vanuit de liefde voor het Zelf dus, dan vanuit liefde voor de Ander. Is dat een egocentrische liefde?

    Iets wat ik me blijf afvragen: waarom willen we vaak worden zoals de ander? Voelen als de Ander, denken als de Ander, de vervulling van de fantasie van de Ander zijn? Het verlangen naar eenwording, dat uit zich niet alleen in een fysieke vorm, maar ook in de geest. Waar denkt die ander aan? Hoe kleedt die ander zich? Zou die ander mij zo mooi vinden of leuk. De liefde maakt ons inlevend. Inlevend in een speciale Ander. We willen weten hoe die ander is en hoe die ander zich voelt. Maar de wil om ons in te leven in een ander is wel de wil van de IK. IK voel liefde JOU. Ik ken jou niet, maar ik wil jou leren kennen. Jij bent belangrijk voor mij. De IK persoon vind de Ander van belang, toont interesse in de Ander en hoopt op een soortgelijke reactie van de Ander. Het IK wil een verbinding aangaan met de Ander. Het wil de Ander verbinden met het Zelf. Dat maakt liefde een onderdeel van onze identiteit. Het is een verbinding. Maar die verbinding is niet belangeloos en ook aan verandering onderhevig.

    In mijn ogen bestaat de romantische liefde tussen Romeo en Juliette vandaag de dag nog steeds. De omgevingsfactoren zijn alleen veranderd. De moderne samenleving is nu de vijand met zijn overvloed aan mogelijkheden, keuzevrijheid, zelfkennis- en ontwikkeling en de grenzeloze hang naar meer. Vooral meer geld. Hoewel ik me afvraag of dat in de tijd van Shakespeare zo anders was. Daar staan de families immers ook voor macht. Maar omdat ik, heel modern, geloof in de kracht van individuen, geloof ik dat er altijd wel twee mensen zullen blijven bestaan die zich niets aantrekken van de buitenwereld en zich voor zolang als het duurt laten overvallen door wat echt en puur is. L’amour, c’est beau et ça mène le monde. Oui, mais la vie passe à chaque seconde.

    Reactie door Nicoline Simons - 11 augustus 2009 - 17:05
  • "Maar ... Stine Jensen! Hoe looft een pen haar eer! Geen boeken las zij, zij las planken vol boeken; geen boeken vertelde zij na, zij vertelde na planken vol boeken, zij de hooggebouwde, met de zwarte oogen onder de zwarte wenk-brauwbogen, zij Stine ... met Hellas in haar zak, met Nietzsche op haar rug, met Simone onder de arm. ‘Het gehele ijsveld van wat er in de navertellende eeuwen is naverteld, omvatte haar reusachtig brein. Theologie, geschiedenis, literatuur, esthetica, wijsbegeerte."

    Reactie door mescaline - 6 augustus 2009 - 01:01
  • De laatste zin in dit artikel zegt waarschijnlijk iets over het feit dat de moderne mens vooral een strijdplek is tussen de genoemde de westerse filosofiën. Een "strijd" dat misschien wel eeuwig zou duren, want zolang de strijd duurt blijven (nieuwe) filosofen komen met hun eigen nieuwe kijk op de zaak. De westerse filosofie is immers te zien als een ketting van akties-reakties: filosofen zijn in historisch opzicht altijd in gesprek met hun voorgangers.

    Rest "de gewone man" die niet filosoof is om te bepalen wie hij/zij kiest als zijn/haar filosofie voor de partner liefde (want hier gaat het in dit artikel vooral over).

    Voor mij is het steeds duidelijker dat ik Heideggeriaans/Levinaans ben. De liefde kiest mij; ik kies niet voor de liefde. De ontmoeting met de Ander heeft mij doen leven, inderdaad in de roes die de werkelijkheid ontstijgt, zoals Nietsche dat zo mooi formuleerde. De werkelijke-ik bestaat namelijk grotendeels, geheel Heideggeriaans, uit "het Men" die mij domineert in de door mij te vervullen rollen in-deze-wereld.

    Filosofie en kunst proberen met omtrekkende bewegingen alles wat niet correct in een medium te vatten is toch te proberen te articuleren. Daarom vind ik Heidegger en Levinas echte filosofen. Ze deden iets wat volgens de wetenschap al bijvoorbaat gedoemd is te mislukken: het Zijn en de Ander proberen te omschrijven.

    Reactie door Ron Sudiono - 5 augustus 2009 - 11:11