Dus ik ben op: home ›› meedenker ›› stine jensen

Meedenker uitgelicht

Stine Jensen

Stine Jensen

Stine Jensen is filosoof, schrijver en literatuurcriticus voor NRC Handelsblad. Ze schreef samen met Rob Wijnberg het boek 'Dus ik ben' (De Bezige Bij, 4 maart 2010) in navolging van een artikelenreeks in de nrc.next. Daarnaast zoekt ze in de vier afleveringen van het tv-programma van 'Dus ik ben' naar de filosofische wortels van onze identiteit.

Iedere maand schuift ze aan bij 'OBA Live' van HUMAN om te discussiëren over politiek, cultuur en de actualiteit. Verder publiceerde ze onder mee de roman 'Dokter Jazz' en de non-fictie boeken 'Goddelijke Brulapen', 'Leugenaars' en 'Turkse vlinders'. Zie www.stinejensen.nl.

22 juli 2009

Ik rook Gauloises en shop bij Zara

Filosofen Stine Jensen en Rob Wijnberg onderzoeken in de serie ‘Dus ik ben’ deze zomer in nrc.next de vraag: hoe definiëren wij onszelf? De artikelen uit de krant verschijnen ook op dit blog.
Op zoek naar identiteit - aflevering 4: Ik consumeer, dus ik ben.

Jort Kelder trekt een paar witte handschoentjes aan. Voorzichtig pakt hij een pen uit een glazen vitrine. "Dit is de Rolls Royce Bentley onder de pennen", fluistert hij. “Kan ik er even mee schrijven?”

De verkoper schudt zijn hoofd. “Niet met deze. We zouden het heel erg jammer vinden als er al mee geschreven is. Dat doe je met een auto ook niet.” De Prins Reinier – zo heet de pen – is afgezet met duizend diamanten en robijnen, kost 230.000 euro en kent een oplage van 81 stuks. Er gaat geen gewone inkt in, maar inkt met een rozengeurtje.

Bij ons in de PC, het tv-programma waarin Jort Kelder de PC Hooftstraat afstruint op zoek naar unieke aankopen, is spullenvoyeurisme bij uitstek. De vermakelijke perversiteit zit hem niet alleen in het prijskaartje dat aan de pen hangt, maar ook in het feit dat mensen een vermogen kunnen ‘verspillen’ aan zoiets ‘onnuttigs’. “Maar dan ben je wel héél uniek”, glimlacht de verkoper.

Door bezittingen kun je je onderscheiden van anderen. De vraag ‘wie ben je?’ wordt tegenwoordig vaak beantwoord aan de hand van consumptiepatronen (ik winkel bij Zara, draag een Ray-Ban, rook Gauloises). Wil je weten wie iemand is, dan kijk je in de eerste plaats naar zijn of haar materiële bezittingen. Volvo? Familieman. Gucci-tas? Gooisch meisje. Bril met zwart montuur? Creatieveling. Sandalen met sok? Milieuridder. Vespa-scooter? Carrièremaker. Wat je hebt, is wie je bent.

Conspicuous consumption: zo noemde de socioloog Thorstein Veblen (1857-1929) in zijn standaardwerk ‘The Theory of the Leisure Class’ (1899) het fenomeen dat mensen goederen aanschaffen om hun status, macht en rijkdom uit te drukken – spullen die niet noodzakelijk zijn voor het primaire levensonderhoud. Het belang van deze spullen voor het definiëren van onze identiteit nam een enorme vlucht na de Industriële Revolutie, toen goederen op grote schaal toegankelijk werden voor een grotere groep mensen.

De koppeling tussen consumptie en identiteit is filosofisch echter vooral een voortbrengsel van de achttiende-eeuwse Romantiek, waarin de belangstelling voor het ‘authentieke zelf’ gecultiveerd werd. Uiterlijke schoonheid en esthetiek waren van belang voor emotionele expressie en konden via materiële bezittingen worden uitgedrukt.

De Amerikaanse historicus en filosoof Peter N. Stearns laat in zijn boek ‘Consumerism in World History’ (2001) zien hoe spullen in de loop van de negentiende eeuw van een praktische steeds meer een romantische, niet-materiële betekenis kregen. De mate van affectie kon je via een geschenk uitdrukken (hoe duurder het cadeau, hoe belangrijker de persoon voor je is); bij erfenissen ging het niet langer om de geldwaarde van de spullen, maar om de emotionele waarde.

Een kleine groep maakte het consumentisme zelfs tot dé drijfveer van het leven: de dandy. Deze dandy zocht schoonheid in objecten en ontdekte ook zichzelf als object van schoonheid. Hij richtte zich op het ontspannen, plezierige en creatieve leven en had een afkeer van werken. Anders dan de bohemien, voor wie arm zijn geen schande was en soms zelfs een pre, vertoefde de dandy liever in de hogere klasse en sprong kwistig om met geld.

In zekere zin schuilt in alle moderne consumenten een dandy. In ‘The Romantic Ethic and the Spirit of Modern Consumerism’ (1987) typeert de schrijver Colin Campbell vooral de tieners, twintigers en dertigers als consumptiegeneraties. Het zijn generaties die zich met merken en producten proberen te onderscheiden. Uit recent onderzoek bleek bijvoorbeeld dat tieners tussen de 13 en 17 jaar gemiddeld 145 keer per week over merken praten – twee keer zoveel als volwassenen. Ze bediscussiëren welke merken het populairst zijn en dus de meeste status geven.

Deze interesse in merken is niet verwonderlijk. Jongeren staan de hele dag aan (visuele) verleidingen bloot. In reclames wordt consumptie gekoppeld aan identiteit. De suggestie is, net als in de Romantiek, dat identiteit maakbaar is: als wat je koopt bepaalt wie je bent, dan kun je kopen wie je bent. ‘Zelfstilering’ en ‘lifestyle’ zijn de woorden waarmee dit proces wordt aangeduid: met behulp van kleding, auto’s, sigaretten en parfum is het mogelijk om een beeld van jezelf te scheppen.

Bedrijven proberen daarbij hun exclusiviteit of juist hun toegankelijkheid te benadrukken. Een van de succesvolste merken van de laatste jaren, Apple, profileert zich ten opzichte van Microsoft bijvoorbeeld als exclusiever, individueler. Producten als de iPhone en de iPod brengen het streven naar individualiteit zelfs in hun merknaam tot uitdrukking: de ik-telefoon.

Nu stellen critici dat die maakbare identiteit slechts een illusie is: niemand vindt via consumptiegoederen een unieke zelf. De ‘unieke’ lifestyle is immers compleet uitgedokterd door bedrijven. Zij verkopen niet het product zelf, maar fantasieën, dromen, verlangens en idealen. De aankoop van een product leidt dus niet tot opheffing van het verlangen, omdat het product zelf niet het voorwerp van verlangen is, maar dat symboliseert. Zo ontstaat een vicieuze cirkel: verlangen – kopen – gebruiken – desillusie en teleurstelling – nieuwe verlangens, enzovoort. Colin Campbell noemt dat de tragiek van de consumptiemens: hij is eeuwig gefrustreerd.

Nu is in sommige culturen het schooluniform een gebruikelijke manier om deze onderscheidingsdrift via bezit te temperen. Maar het eerste dat kinderen doen is toch een mooie broche op het uniform spelden om zich te onderscheiden van de rest. Voor de meeste critici van de westerse consumptiemaatschappij is hét antwoord op consumentisme dan ook eerder: ’slow consumption’, als in slow food, slow clothing, slow cooking. Bewust en langzaam consumeren opdat je niet in de hedonistische val van het onvervulbare verlangen tuint.

Niet alle denkers zijn echter zo mistroostig over het consumentisme. Identiteiten worden in het proces van massaproductie gefabriceerd, maar de consument ondergaat dit proces niet machteloos en passief, stellen zij. De Franse filosoof Michel Onfray (1959) bijvoorbeeld benadrukt het hedonistische, egocentrische plezier. Genieten is de opdracht van de mens en het lijden moet worden vermeden. Mooie spullen kopen en lekker eten – kooklessen volgen bij Onfray zelf! – helpen daarbij.

De immens populaire serie Sex and the city is een mooi voorbeeld van hoe dagdromen, winkelen en identiteit probleemloos samengaan. Vier singles uit New York gaan in iedere aflevering shoppen: het gebrek aan de ware liefde wordt gecompenseerd door de juiste schoen, en dat lukt prima – tenminste bijna altijd. “I realized I was in the throes of an existential crisis. One that not even the sight of this season’s Dolce & Gabbana strappy sandals could lift me out of”, aldus Carry.

Vrouwen die op Carry willen lijken, nee, Carry willen zijn, kunnen kopen wat zij draagt (Prada’s) en drinken wat zij drinkt (Cosmopolitans). Op het internet kun je zelfs de Sex and the City shopping game spelen: je bent Carry Bradshaw en het doel is om zoveel mogelijk Carry Bradshaw-items in een tas te stoppen.

De paradox van de hedendaagse consumptiecultuur is dus dat zij enerzijds massaproducten levert en anderzijds geheel gericht is op de cultivering van individuen. Maar hoe kunnen wij onszelf als uniek en autonoom ervaren, wanneer we allemaal hetzelfde consumeren? De Amerikaanse filosofe Susan Sontag (1933-2004) gaf in haar essay ‘Notes on Camp: How to be a dandy in the age of mass culture’ (1964) een antwoord op die vraag: camp.

“Zoals de dandy het negentiende-eeuwse surrogaat is voor aristocratie in culturele kwesties, zo is camp het moderne dandyisme.” Sontag stelt dat camp extravagant, apolitiek, grensoverschrijdend en dwars is: het omarmt de vulgariteit van massaproducten door alles te overdrijven en tussen aanhalingstekens te zetten. Camp is, kortom, massaproducten consumeren met een knipoog. Ik bewaar mijn boeken in een Billy-kast, een ‘Billy’!

Maar de kracht van camp is allang over zijn hoogtepunt heen: zie het pijnlijke verlies van De Toppers op het afgelopen EuroSongfestival. Echte exclusiviteit blijft dus voorbehouden aan de dandy. Maar de ware dandy is in dit land eenzaam: de calvinistische erfenis drukt ons op het hart niet te verspillen. Het verzamelen van goederen louter voor zelfverrijking wordt afgewezen – het spirituele en het delen dient voorop te staan in de christelijke traditie. Zelden hoor je een Nederlander dan ook met trots horen verkondigen hoe puissant zijn of haar bezittingen zijn.

Ooit van Nederlandse dandy’s gehoord? Misschien Pim Fortuyn, of – leve de maakbaarheid! – Marijke van Helwegen. En Jort Kelder. Hoewel? We zien hem nooit de spullen uit zijn programma afrekenen en mee naar huis nemen. Kijken, kijken, niet kopen. Het blijft toch een beetje Nederdandy.

Op de foto: actrice Sarah Jessica Parker als Carry Bradshaw in Sex and the City

Reacties

  • Iedereen uniek? welnee, Iedereen is ontzetten doorsnee, wat we ook doen! allemaal dezelfde ideeen en wensen. Mensen zijn doorsnee. Als we dat toch eens zouden beseffen.
    Jezelf zijn, de meest misbruikte term van deze tijd...
    het kan niet eens...er is nl geen 1 zelf.

    Verder heet Carrie in sex and the city dus Carrie en echt geen Carry (vast foutje redactie, want de schrijfster van het artikel weert dit wel)

    Reactie door renzo - 22 oktober 2009 - 12:12
  • Ach.....allemaal mannetjes en vrouwtjes die hun eigenbeeld laten bepalen door niet kloppende argumenten
    Vandaag de dag denk ik wel eens dat de meeste mensen de slogan hanteren"je bent wat je hebt"
    Wat een armoede.
    En wat het image betreft, dit is bij veel mensen zo kunstmatig dat ze er zelf last van hebben met als gevolg gevoelens van onzekerheid die bijvoorbeeld soms weer weggekocht moeten worden.
    Jezelf zijn?????vergeet het maar, wie zichzelf probeert te zijn wordt afgemaakt.
    Het leven is 1 groot toneelspel en ieder speeld zijn rolletje en de meeste mensen denken hoofdrol spelers te zijn omdat ze menen bij de "hogere klasse " te behoren
    Is het niet zo dat er meer "rotsooi" zit in de bovenlaag dan in de onderlaag van de samenleving?.

    Reactie door Henk - 13 augustus 2009 - 19:07
  • Identiteit = zijn + de variabelen

    Waarom vinden we het zo belangrijk om te ervaren dat we verschillend en uniek zijn?

    We weten dat geen mens hetzelfde is. Toch is de bevestiging daarvan tegenwoordig essentieel. Het heeft te maken met het verlangen naar meer, groter en verder dan onszelf. Een verlangen dat er altijd is geweest, maar als we het over het westen hebben, pas echt vorm heeft aangenomen vanaf de tijd van de ontdekkingsreizen en daarna de industriële revolutie. Maar ook die tijd is een gevolg van een blijkbaar in ieder mens en van iedere tijd geworteld verlangen naar anders. Als we eenmaal stoppen met overleven, hebben we de rust en de tijd om verder te kijken dan onszelf. We willen meer van de wereld zien dan ons eigen dorp of stad of ons eigen land. We willen meer produceren dan we zelf nodig hebben, want dan maken we winst. Terwijl als dat verlangen dan eindelijk in vervulling is gegaan in de vorm van verre, exotische reizen en massaproductie- en consumptie, het tegengestelde verlangen naar de eigen identiteit herleeft.

    Maar ja, wat is dat dan de eigen identiteit? Naar mijn ervaring een combinatie van wie we zijn en wat we daar van buitenaf mee verbinden. Ik ben. Het zijn drukt voor mij een constante uit. Iets wat er is. Het verandert nooit, maar is wel in beweging. Een beetje zoals de wiskunde identiteit uitlegt: ‘het begrip identiteit is een type vergelijking, waarvan de waarde of betekenis steeds dezelfde blijft, ook al worden er andere variabelen ingevoerd.’ Ik ben geen wiskundige, maar ik vond het een passende vergelijking. Identiteit = zijn + de variabelen. De variabelen zijn de gedachten, gevoelens, het verlangen naar erkenning, het consumeren, het liefhebben, het werken, het lijden, het geloven, het dromen en alles wat buiten het zijn staat. Het is een wisselwerking, een spel om alles in balans te houden. Iedere actie heeft een reactie tot gevolg heeft. En die is meestal tegengesteld.

    Consumeren is iets tot je nemen. Het consumptieartikel staat buiten je en heeft niets met jou te maken. Toch willen we het verbinden met onszelf.

    Wat zijn onze primaire levensbehoeften? Eten en drinken, kleding en een huis. Dus in den beginne moesten we eten en drinken om in leven te blijven. We droegen iets om ons lichaam te beschermen tegen warmte of kou. We bouwden een huis om in te slapen. We werkten om dat allemaal te kunnen doen. We sliepen met elkaar om ons te vermenigvuldigen. Simpel. Waarom leven we nu niet meer zo? Omdat op het moment dat we stoppen met overleven gaan leven en dan kijken we graag verder dan onze primaire levensbehoeften.

    Nu eten en drinken we met plezier. Het hoort bij het goede leven. Joie de vivre, genieten van het moment en leven in het moment zijn nog nooit zo belangrijk geweest. Jamie Oliver leert ons over verse pasta en Italiaanse truffelolie, terwijl Sonja Bakker ons gematigd houdt. Het kledingmerk ‘We’ start een campagne met ‘Create your own style’. De gedachte: ‘we’ kunnen allemaal hetzelfde lapje katoen dragen, maar dan wel met een onderscheidende bloem, ketting, een streepje of een sjaaltje. Het concept past precies in deze tijd: een goede prijs-kwaliteitverhouding gecombineerd met een individual touch: een beetje van mezelf en een beetje van Maggie. De Zweden snappen dat ook met IKEA en H&M. Een huis is niet meer alleen een huis, maar het zegt iets over wie ze zijn. Een riante villa aan het water of een flat in een buitenwijk? Een bank van IKEA, Riviera Maison of maken we de bank zelf? Wat het vermenigvuldigen betreft: seks is een consumptieartikel geworden. Je mag ervan genieten en het kinderen krijgen stellen we graag zo lang mogelijk uit. We zijn de noodzaak voorbij: genieten, dat is wat we willen.

    Toch merk je dat er al weer een tegenreactie is in de vorm van: terug naar de zelfvoorziening. Consumptie is achterhaald blijkbaar, want vandaag staat in de krant dat eigen rucola verbouwen helemaal hip wordt. Als we dan alles kunnen, waarom dan niet groenten in eigen tuin verbouwen? Of zelf een tafel timmeren? Of zelf van een mooie stof een jurk maken. We kunnen het ook zelf maken! Wat een herontdekking van onze eigen mogelijkheden. Het opmerkelijke is wel dat we er nu voor kiezen. In een tijd waarin we bijna niets meer zelf hoeven te doen, verlangen we naar zelfvoorziening. Ondanks dat er talloze andere mogelijkheden zijn en we de hele dag geprikkeld worden door de telefoon, de i-pod, de laptop, de televisie, de radio en de krant, kiezen we er toch voor om bij onszelf te blijven. We kiezen voor de tegenreactie. En dat is misschien wel iets wat echt altijd zo zal blijven.

    Reactie door Nicoline Simons - 29 juli 2009 - 23:11
  • "Uit recent onderzoek bleek bijvoorbeeld dat tieners tussen de 13 en 17 jaar gemiddeld 145 keer per week over merken praten."

    Nou, dat lijkt me stug. Tieners praten volgens mij meer over vervelende leraren, ouders en leuke jongens/meisjes van het andere (of zelfde) geslacht. Ik zal sowieso een uitzondering zijn, heb 't misschien 1x per jaar eens over een merk, maar die 145 keer lijkt me schromelijk overdreven. Hoezo, 145 keer? 145 keer een gesprek van een kwartier? 145 keer een bepaald merk genoemd? 145 keer als je 145 tieners bij elkaar neemt?

    Ik geloof best dat er een aantal tieners zijn die waarde hechten aan merken, of eigenlijk meer aan niet buiten de boot vallen, maar ze hebben echt geen 145 gesprekken per week over 'hun' merken.

    En de grote vraag "Maar hoe kunnen wij onszelf als uniek en autonoom ervaren, wanneer we allemaal hetzelfde consumeren?"

    Mensen willen helemaal niet zo uniek zijn. Ze willen erbij horen, niet voor lul staan en zich kwetsbaar en belachelijk (gemaakt) voelen omdat ze de foute zonnebril hebben uitgekozen.
    Tegelijk willen we bijzonder zijn, willen we dat anderen ons 'zien', ons waarderen.
    De truc is dus, iets consumeren wat wel binnen de categorie 'hip' of 'acceptabel' valt, (afhankelijk van je eigen eisen), maar wat je ook echt leuk/mooi vind en wat een ander niet heeft.
    Je gaat dus niet samen met je beste vriendin in de H&M dezelfde rode jurk kopen. Nee, je koopt beide een andere jurk die in de mode is en hoopt dat je niemand tegenkomt met dezelfde jurk. En aangezien we zoveel hebben om te consumeren gebeurt dat ook zelden en voel je je uniek zat met je nieuwe jurk. Mensen die het nog unieker willen en het geld hebben nemen dan een exclusiever merk.

    Overigens zijn er ook nog zat mensen die zich wat minder aantrekken van merken en consumeren.

    Reactie door Renée Damstra - 26 juli 2009 - 23:11