Dus ik ben op: home ›› meedenker ›› stine jensen

Meedenker uitgelicht

Stine Jensen

Stine Jensen

Stine Jensen is filosoof, schrijver en literatuurcriticus voor NRC Handelsblad. Ze schreef samen met Rob Wijnberg het boek 'Dus ik ben' (De Bezige Bij, 4 maart 2010) in navolging van een artikelenreeks in de nrc.next. Daarnaast zoekt ze in de vier afleveringen van het tv-programma van 'Dus ik ben' naar de filosofische wortels van onze identiteit.

Iedere maand schuift ze aan bij 'OBA Live' van HUMAN om te discussiëren over politiek, cultuur en de actualiteit. Verder publiceerde ze onder mee de roman 'Dokter Jazz' en de non-fictie boeken 'Goddelijke Brulapen', 'Leugenaars' en 'Turkse vlinders'. Zie www.stinejensen.nl.

8 juli 2009

De moderne mens is een emoticon

Waarom we gevoelsmensen oprechter vinden.

Filosofen Stine Jensen en Rob Wijnberg onderzoeken in de serie ‘Dus ik ben’ deze zomer in nrc.next de vraag: hoe definiëren wij onszelf? De artikelen uit de krant verschijnen ook op dit blog. Op zoek naar identiteit - aflevering 2: Ik voel, dus ik ben.

De vorstin zuchtte. Kort na het drama in Apeldoorn op Koninginnedag 2009, waarbij acht mensen om het leven kwamen, verscheen koningin Beatrix op de Nederlandse televisie om haar medeleven te betuigen met de slachtoffers. Wat ze precies zei, weet ik niet meer. Maar ik herinner me wél die zucht. Misschien omdat ik de koningin nog nooit zo had gezien: aangeslagen en heel even zonder een kant-en-klare, formele tekst. Maar het was ook een merkwaardige zucht. Toen ik de zucht voor de derde keer in de herhaling zag, moest ik lachen.

Zelden is een zucht zo uitvoerig becommentarieerd. „Het was hartverwarmend dat ze zich zo wilde laten zien, het kon niet authentieker”, zei Ed van Thijn, oud-burgemeester van Amsterdam. De columnisten Joost Zwagerman en Theodor Holman typeerden de zucht respectievelijk als „onkoninklijk” en een uitdrukking van „diep verdriet”. De Zucht is inmiddels meer dan 50.000 keer bekeken op YouTube. „Recht uit het hart”, meent de een, terwijl een ander noteert dat ze haar nog nooit „zo emotioneel” heeft gezien en nu pas beseft dat de majesteit een “lieverd!!” is . „RESPECT voor ONZE koningin!”.

Bijna iedereen was het erover eens dat de vorstin nu definitief van haar koele imago af was doordat ze zich van deze ‘menselijke’ kant had laten zien. Deze reactie suggereert dat wie zijn emoties laat zien, menselijker wordt. Wie rechtstreeks vanuit het gevoel reageert, is oprecht. Een zucht ‘ontsnapt’ immers – die is niet gepland of geregisseerd. En dat wat ontsnapt aan controle van de rede – verdriet, woede, vreugde –, móet wel echt zijn.

Emoties verraden dus wie een persoon is. De persoonlijkheid wordt als het ware ‘betrapt’, wanneer de mens ongecontroleerd handelt. Deze opvatting van menselijkheid gaat er vanuit dat de mens het meest zichzelf is als die samenvalt met zijn gevoel. We typeren elkaar niet voor niets vaak op grond van onze meest voorkomende emotie: ‘driftkikker’, ‘blije vogel’, ‘melancholicus’, ‘verlegen’, ‘overbezorgd’. Wat ik voel , is wie ik ben.

De stelling dat iemand menselijker wordt als hij zijn gevoelens uit, gaat echter alleen op wanneer die emoties oprecht en echt worden gevonden. Aan de echtheid van de traan van presidentskandidate Hillary Clinton – vlak voor de verkiezingen – werd door velen bijvoorbeeld getwijfeld. Was dit een ingestudeerde verkiezingstraan om meer sympathie bij de kiezer te winnen en van haar koele imago af te komen? Twijfel over de oprechtheid van emoties maakt iemand niet menselijker, maar juist strategisch, koel, manipulatief, berekend, vals en nep.

De mens als zijn gevoelens is een definitie die haaks lijkt te staan op de klassieke Cartesiaanse opvatting ‘ik denk dus ik ben’. Immers, ‘ik voel dus ik ben’ stelt niet de rede als motor voor het menselijk handelen centraal, maar dat wat daaraan ontsnapt: het gevoel. Oftewel: de onredelijkheid.

Opvattingen van de mens als denkend wezen of als gevoelswezen strijden in de geschiedenis van de filosofie dan ook om voorrang. Economen werkten aanvankelijk met de opvatting dat de mens een homo economicus is: een wezen dat rationeel en calculerend handelt bij de aanschaf van goederen. Daar tegenover stelde critici de homo emoticus: de mens handelt over het algemeen, zelfs of juist in geldzaken, zonder na te denken – impulsief en emotioneel.

De opvatting dat de mens primair een gevoelswezen is, dateert van recente datum. De oude Grieken gaven het gevoelsleven weliswaar een plek in hun beschouwingen, maar meenden dat de rede het gevoel kon en diende te beteugelen. Ook de Stoïcijnen propageerden een leven volgens de rede. Zelfs de Epikuriërs, die ‘genot’ als een belangrijke drijfveer van het menselijk handelen erkenden, waren van mening dat de rede die impuls diende te beteugelen.

De Griekse wijsgeer Aristoteles (384-322 v. Chr.) zag daarbij een bijzondere functie weggelegd voor het toneel: in de tragedie werden de noodlottige gevolgen van de menselijke emotie (wraak, verdriet) uitgebeeld. De bedoeling was dat de toeschouwer ‘gelouterd’ (catharsis) zou worden door naar uitgebeelde emoties te kijken. De toeschouwer zou niet tot het kopiëren overgaan, want hij zou begrijpen dat wie zich louter door emotie laat leiden, uiteindelijk tot geweld komt.

De meeste Verlichtingsdenkers hadden weliswaar oog voor het belang van het gevoel, maar meenden net als de oude Grieken dat de rede leidraad diende te zijn. Het zijn de Romantische filosofen, met als aanvoerder Arthur Schopenhauer (1788- 1860), die in de negentiende eeuw definitief de rede van zijn voetstuk stootten. Het hyperindividuele gevoelsleven kwam centraal te staan en termen als spontaniteit, intuïtie en authenticiteit werden bepalend in het denken over de mens.

De Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) voerde ‘de edele wilde’ zelfs als ideaalbeeld op: een primitieve mens die vrij, onafhankelijk en gezond was, omdat deze een taalloos bestaan zonder reflectie leidde. Beschaving, ja de rede, „corrumpeerde” slechts de natuurlijke aard van de mens, aldus Rousseau.

De rede wordt ook tegenwoordig door postmoderne filosofen als onbetrouwbare houvast en zelfs als gevaar beschouwd. De Franse filosoof Jean-François Lyotard (1924-1998) muntte in de jaren tachtig van de vorige eeuw de term „rationalistische terreur” om aan te geven hoe producten van de reden, zoals technologie en massaficatie, tot vernietigingspraktijken (oorlog, concentratiekampen) hadden geleid. Tegelijkertijd herwaardeerden feministen het gevoel als een belangrijke factor bij ethische beslissingen en bekritiseerden de wijze waarop de rede onder meer wetenschappelijk racisme legitimeerde, door aan bepaalde ‘primitievere’ volken minder verstand toe te bedelen. Ook maakten zij duidelijk dat vrouwen en het vrouwelijke ten onrechte vereenzelvigd werd met het ‘emotionele’ en mannen met het ‘rationele’.

Voor mannen ligt er echter nog altijd een groter taboe op het uiten van emoties. No drama Obama kon zich weliswaar een traan permitteren toen zijn grootmoeder overleed, maar toen was hij al gekozen tot president. Louis van Gaal die met natte ogen zijn ontslag bij FC Barcelona beweende, werd al aanstelleriger gevonden, al is sport wel een domein waar meer mannelijke emotie is toegestaan (denk aan de snikkende tenisser Roger Federer na het verliezen van de Australian Open). Terwijl er voor mannen als emotioneel wezen veel emancipatoir terrein te winnen valt, zijn vrouwelijke filosofen echter nog altijd druk bezig om zich als denkend wezen te presenteren, getuige recente boektitels als Zij denkt dus zij bestaat en Ik denk dus zij is.

Nu hebben postmoderne denkers het primaat van de rede weliswaar bekritiseerd, maar emoties zijn volgens hen evenmin betrouwbaar. Wie zijn eigen emoties vooropstelt, kan immers ook onmenselijker worden, namelijk egoïstisch, koket en manipulatief. Het veinzen van emoties vindt zijn hoogtepunt in de beeldcultuur. Als een Palestijnse vrouw ziet dat de camera op haar gericht is, weet zij precies hoe zij haar verdriet het beste kan vormgeven om aandacht te generen voor het geweldsconflict in het Midden-Oosten. Zelfs het orgasme, een domein dat zich volkomen aan de rede lijken te onttrekken, blijkt een ‘bemiddelde’ ervaring: in de roman Politics laat Adam Thirwell op grappige wijze zien hoe de media zijn seksleven beïnvloeden. Bij iedere vrijpartij denkt de hoofdpersoon: kreun ik zó goed?

Anno 2009 zijn we, volgens bijvoorbeeld hoogleraar Henri Beunders, die het boek Publieke tranen – De drijfveren van de emotiecultuur schreef, dan ook doorgeslagen in de opvatting dat de mens samenvalt met zijn gevoelens. We zijn totaal gefixeerd op emotie: de regie bij de traan van prinses Maxima tijdens haar huwelijk met prins Willem-Alexander (‘ja, inzoomen, nu, nu!’) demonstreert dat. We leven volgens Beunders in een „emocratie” en een „emotiecultuur”, waarin het uiten van emoties een dwang en zelfs een gezamenlijke opdracht is geworden. Zie het publieke rouwen bij André Hazes, Pim Fortuyn, Jos Brink en Martin Bril.

Beunders heeft een punt. Want, is ons taalgebruik niet eveneens overgenomen door emoties? Via de emoticon (die dateert uit 1982), voegt de chatter, sms-er en emailer, aan vrijwel iedere zin een gevoelsuiting toe: blij, verdrietig, boos, verbaasd, twijfelend, sarcastisch, geschokt, beledigd, verward, onzeker. We hoeven dat niet heel serieus te nemen – het relativerende knipoogje is het meest gebruikte emoticon. Toch houden we vast aan de idee dat de mens het meest oprecht is als die zijn emoties uitdrukt.

Dat we vasthouden aan de oprechtheid van het gevoel is mede te danken aan de invloed van het vakgebied dat zich, anders dan de filosofie, niet op de wijsheid en de kennis richt, maar op het emotionele: de psychologie. De invloed van Sigmund Freud (1856-1939), die het id (de driften) van de mens aanwees als bron voor ons handelen, is enorm geweest. Zo zag de moderne psychotherapie het licht: om de waarheid over jezelf te weten, moet je bij je gevoel komen. En dat lukt alleen door horizontaal gaan liggen en het licht te dempen: het bloed trekt uit hoofd weg; het verstand mag ‘uit’ – en de V/verlichting ook.

In deze tijd is de stap van echt naar onecht echter steeds sneller gemaakt en de scheidslijn dun. Van publieke figuren worden emoticons gemaakt: koningin Beatrix is er inmiddels een. Die kan je gebruiken als je iets ‘koninklijks’ of ‘hoogdravends’ hebt geschreven. Tot voor kort. Nu kan je iemand er ook mee troosten, respect betuigen of laten zien: ‘kijk, ik ben een mens’.

Ik zucht, dus ik ben.

Reacties

  • Emoties in de digitale wereld worden eerder gebruikt om de bedoeling van een boodschap bij te staan omdat we op dat moment niet in staat zijn de gezichtsuitdrukking of lichaamstaal af te lezen van de zender. In dit opzicht wordt taal denk ik niet overgenomen door emoties, het is meer een middel ter verduidelijking. Om verkeerde interpretaties te voorkomen

    Reactie door Merel - 5 maart 2010 - 17:05
  • Wat een interessant onderwerp!

    Na alle reacties gelezen te hebben wil ik zelf ook nog graag reageren. Het is voor de discussie inderdaad van wezenlijk belang om de termen gevoel en emotie uit elkaar te houden. Daarnaast kan men zich afvragen of een bloemlezing zoals in de colum gepresenteerd enig filosofisch gehalte kan hebben. Het weergeven van bijvoorbeeld Descartes in 1 zin is in mijn ogen onmogelijk als je de originele gedachte recht wilt doen, om maar te zwijgen van de miskleun door alle "ouwe Grieken" op een bult te gooien.

    Bij het onderzoeken van de verhoudingen tussen gevoel en verstand moet in eerste instantie gerealiseerd worden dat de onderzoeking het vertrekpunt heeft vanuit het verstand. In die zin zou je kunnen zeggen dat de queste samen te vatten valt onder 'het zichzelf bevragende verstand'. Het verstand namelijk creeert een opening naar eventueel andere zijnsbepalers. Waarom zou het verstand dit doen? Soms komen mensen (op een ingrijpende manier of zomaar) tot de conclusie van de verstandelijke beperkingen en kunnen niet anders dan er iets mee doen. Een zeer paradoxale gewaarwording.

    Door de benadrukking van de rede en de identificatie van het verstand met zichzelf en allerlei zaken buiten het zelf is het uiterst onduidelijk waar gevoel en emotie op gebaseerd is. Je voelt je namelijk zus en zo op een bepaald moment, maar, is dat een noodzakelijk zo zijn? Zijn de gronden waarop een gevoel gebaseerd is niet gecreerd door een te hard schreeuwend verstand? Ik kan verklappen dat het niet noodzakelijk zo moet zijn dat men als ware in de top van een hoge boom heen en weer geslingerd moet worden van de ene in de andere emotie. Bij het loslaten van het denken opent zich namelijk een andere wereld. Een wereld waarin de voorgestelde gespletenheid tussen gevoel en ratio, subject object etc niet bestaat. Zonder mijzelf hier als boedhistische monnik af te willen schilderen kan ik uit eigen ervaring doorgeven dat de wereld van het verstand hierdoor in eerste instantie zijn gewicht verliest (de druk, het serieuze) maar tegelijkertijd een stuk authentieker overkomt.

    Voor meer informatie hierover lees "De Kracht van het NU" van Eckhart Tolle.

    Reactie door Guus Heijnen - 13 augustus 2009 - 15:03
  • Ik vind het onderscheid dat Slobbe naar aanleiding van Damasio maakt tussen gevoel en emotie zeer nuttig in deze context. Hoewel ik 'voel' dat dit wel eens valide zou kunnen zijn, is het wel belangrijk niet te vergeten dat emotie zoals dit wordt in gezet in de figuur van de emoticon als synoniem voor gevoel fungeert. Door de emotie en het geexpliciteerde gevoel op elkaar af te stemmen ontstaat er een vorm van authenticiteit.

    Een goed voorbeeld uit de literatuur is de roman Disgrace, van Coetzee, waarin de hoofdpersoon - een blanke hoogleraar in Kaapstad, die een korte affaire heeft gehad met een van zijn gekleurde studentes - voor een raad moet verschijnen alwaar hem wordt gevraagd zijn schuld te betuigen. Hij zou zijn macht hebben misbruikt (hoogleraar/studente, maar ook blank/machtig tegenover zwart/onderdanig) en moet laten zien dat hij een authentieke vorm van schuld ervaart, oftewel: zijn gevoelsuiting (ik voel me schuldig) moet in overeenstemming zijn met zijn emotie (de 'lichamelijke', nog niet gesocialiseerde, prikkel die hij ervaart en onder woorden moet brengen). Het probleem is hier dat de emotie en het gevoel nooit in volledige overeenstemming kunnen komen, omdat de emotie een uiterst dynamisch gebeuren is, een soort spectrum misschien, zoals kleur; terwijl de gevoelsuiting een sociale constructie is, een essentie, net zoals een deel uit het kleurenspectrum onder één gezamenlijke noemer wordt gevat, bv. geel.

    Ook heeft bijvoorbeeld Roland Barthes een goede studie gemaakt naar het gevoel, bijvoorbeeld in zijn werk 'fragments d'un discours amoureux' (in het NL. vertaald als 'Uit de taal van een verliefde' bij uitgeverij IJzer). Dit is een specifieke studie in een bredere vraagstelling die Barthes in de jaren zeventig heeft onderzocht, namelijk: de vervlechting van taal en het lichaam, welke begint? Hij beschrijft het gevoelsleven van een verliefde, in een primaire taal. Hij herproduceert de gevoelsuitingen van een verliefde ik. Bijvoorbeeld de overpijnzingen bij een uiting zoals 'ik hou van je'. Hierbij laat Barthes constant zien hoe veel van deze gevoelsuitingen intertekstueel teruggrijpen op grote verhalen (Goethe), sociale vertogen en doxa, waardoor sterk de vraag wordt gesteld: waar beginnen de vertogen en waar eindigt de emotie (gezien als pure lichamelijke prikkel)? Het is letterlijk een vervlechting en waar emotie leidt tot gevoelsuitingen, zijn het wellicht ook gevoelsuitingen die leiden tot emotie.

    Door dit onderscheid duidelijk te stellen wordt duidelijk dat de eis van authenticiteit in de zaak van het gevoel of de emotie een subcategorie is van een subjectpolitiek, die uitgaat van een essentialistisch subject, dat niet dynamisch is, maar juist zeer stabiel en goed onder te brengen in een taxonomie. Zoals Michel Foucault (een denker uit dezelfde tijd als Barthes) in zijn latere werk opmerkt, zou politiek en ethiek moeten worden gebaseerd op praktijken van mensen (welke altijd dynamisch zijn) en niet op een of andere essentie (in dit geval een emotie, gestructureerd door een sociaal idee dat hiervan bestaat, zoals een welomschreven vorm van schuld, die vervolgens wordt geprojecteerd op een lichamelijk gevoelsleven). Wij zijn wat we willen, we zijn wat we voelen en we zijn wat we doen. Maar dit is een dynamisch zijn, dat constant verandert, waarin constant een dialoog plaatsvindt tussen de emotie en het gevoel, tussen een handeling of keuze en de sociale positie die deze keuze onderbouwt. Dat onderscheid beschrijft Foucault door een onderscheid te maken tussen een subject (statisch, politiek) en subjectiviteit (dynamisch en ethisch).

    Reactie door M.L. van der Grijn - 11 juli 2009 - 15:03
  • Herma Lourens plaatste elders op dit blog deze reactie op dit artikel:

    Ik reageer op het 2e artikel "De moderne mens is een emoticon".
    Ik moest denken aan wat Otto de Bruijne zei, onder andere, over emotie. Ik wil het jullie niet onthouden. Otto noemt de psychologisch driehoek als voorwaarde om als mens tot ons doel te komen. Deze is Kracht, Liefde en Bezonnenheid (Wijsheid). De Liefde is de top van de driehoek. De Kracht en de Wijsheid zijn de armen van de Liefde. Ik bedoel niet Liefde in de vorm van hartstocht. De hartstocht is een emotie en als zodanig op jezelf gericht. Dit kun je trouwens van iedere emotie zeggen. Liefde is bij uitstek geen emotie maar een eigenschap. We hebben het over een liefdevolle, warme persoonlijkheid. Otto zegt: Liefde zonder wijsheid is sentimentaliteit. Wijsheid zonder liefde kan harteloos zijn. Liefde zonder kracht functioneert niet. Allen zijn ze betrokken op elkaar (symbiose) en kunnen niet zonder elkaar. Als 1 van de 3 wegvalt krijg je een psychologisch probleem (ook in relaties). Liefde betekent ook grenzen stellen (kracht)

    Grote afwezige in deze tijd is de wijsheid (sofron), levenswijsheid, inzicht. Dit ruikt naar discipline. Een impopulair begrip in onze tijd. Een tegenbegrip is de Emotie. Afgeleid van emoveren (bewegen uit). bewegen uit je ratio. Voor de klassieke denkers was emotie een negatief begrip. Men loopt weg uit zichzelf (uit je denken). Emotie is ondergeschikt aan wijsheid. Maar de emotie is een zelfstandig leven gaan leiden. in het klassieke denken is de emotie verdacht. Deze houdt men onder de teugels van de bezonnenheid, wijsheid.

    We denken nu vanuit het authenticiteitsideaal. het individu moet echte zijn. Ook al is het een schurk.

    Reactie door Redactie - 10 juli 2009 - 17:05
  • Een mens bestaat zowel uit verstand als gevoel, beide even belangrijk. En als je ze afwisselend kan toepassen .. tsja dan wordt je completer.
    Graag stoppen met éénlijnig denken óf voelen .. betere is denken én voelen tegelijk.
    Nog anders gezegd .. rationeel zijn met veel gevoel en emotioneel zijn met veel verstand.

    Reactie door Grootmeester - 10 juli 2009 - 11:11
  • Dit onderwerp spreekt mij zeer aan. Mijn debuutroman "Weg van mijn moeder" gaat o.a. hier over. Althans, hoe gevoelens niet geuit worden. Hoe pijn ingeslikt wordt. Hoe liefhebben wordt onderdrukt.
    En hoe er gehunkerd wordt naar troost, erkennig en liefde.

    Mijn moment was (om het dicht bij huis te houden) de begrafenis van prins Claus. Daar zag ik een gebroken koningin en vond ik het bijna pijnlijk dat die beelden tot mij kwamen.

    Foto van Beatrix bij de begrafenis van Prins Claus (van internet) heb ik opgestuurd en is hier te vinden: http://www.elsevier.nl/web/Artikel.htm?contentid=27836&forum=27767&post=true#article_form

    Reactie door Ellen ten Bruggencate - 10 juli 2009 - 01:01
  • Door steeds in lange teksten gebruik te maken van een zeer beperkte woorden-/begrippen-schat zoals "morele grondslagen, identiteit, gevoelens en verlangens, samenleving opbouwen, definitie,moeten, maar" .. dat daarmee teksten last krijgen van tunnelvisie .. zeg maar jezelf vast denken.. jezelf enorm beperken in het beschrijven van de wereld om ons heen.

    Beter is originele, authentieke woorden te gebruiken en de standaard woorden te vermijden, de Nederlandse taal is rijk genoeg.

    Reactie door Grootmeester - 9 juli 2009 - 18:06
  • "De Franse filosoof Jean-François Lyotard (1924-1998) muntte in de jaren tachtig van de vorige eeuw de term „rationalistische terreur” om aan te geven hoe producten van de reden, zoals technologie en massaficatie, tot vernietigingspraktijken (oorlog, concentratiekampen) hadden geleid."

    Nou weet ik weinig van de beste man, maar het lijkt mij toch dat juist de emotie naar oorlogen e.d leidt met behulp van die technische zooi. Ik bedoel....je voert toch oorlog onder emoties, van haat of afgunst of wanhoop of weet ik veel wat. Of door bepaalde eigenschappen zoals hebzucht (ik wil jouw land/grondstoffen/goud enz.). Hebzucht neigt meer naar emotie dan rede, m.i.
    Als we die gevoelens niet hadden was er geen oorlog. Of we nu wel of niet de technische middelen hebben maakt dan niet uit. Als we wel technische middelen hebben, of juist niet: zonder de drang/emoties naar oorlog, komt er geen oorlog.

    Kortom, of die meneer gaat aan dit simpele feit voorbij (lijkt me stug voor een filosoof maar goed) of hij heeft dit probleem getackled maar dat wordt hier niet genoemd.

    Overigens, de één vind emotie centraal staan in identiteit, de ander zijn principes, enz.
    Wat staat er dan nog centraal?
    Of is het weer het simpele 'voor iedereen staat weer iets anders centraal'. (eigenlijk een makkelijke manier om onder zo'n vraag uit te komen, afschuiven op het relatieve)

    Reactie door Renée - 9 juli 2009 - 09:09
  • Een sterk beeld van 'ik voel dus ik ben' vind ik de huilende dochter van M. Jackson op de herdenkingsdienst voor haar vader. Typisch een voorbeeld ook van emotiecultuur.

    Ik heb niets met M. Jackson, afgezien van een afkeer van zijn muziek. Maar ook ik zap gisteren even (met opzet) langs een van 5! zenders waarop ik deze herdenkingsdienst kan zien. Erger nog ik val net in de climax, en nog erger, ook ik voel een snik opkomen. Snel doorzappen helpt gelukkig.
    Het is lastig je er aan te onttrekken al die emoties.

    Dat drukt de foto ook wel aardig uit. Het kind wendt haar hoofd af, alsof ze eigenlijk niets wil zeggen, of haar emoties niet prijs wil geven. Maar haar ooms en tantes staan nogal dwingend, en met veel om haar heen. Die lijken niet helemaal ter goeder trouw, immers ze durven hun ogen niet te laten zien.

    Hoe het arme kind dat allemaal moet verwerken? Eerst je vader verliezen, en dan voor een miljoenen publiek je emoties moeten (?) tonen. Ik ben bang voor haar dat dat niet goed meer gaat lukken.

    Reactie door Frans - 8 juli 2009 - 16:04
  • Geinteresseerd in de mens en zingeving volg ik de artikelenreeks ...dus ik ben.
    Vandaag IK VOEL dus ik ben. Helaas mis ik een verwijzing naar het boek met exact dezelfde titel van Antonio R. Damasio. Een boek wat genuanceerd ingaat op emoties, bewustwording ervan door lichamelijke reacties te ervaren, waarna we deze emoties als gevoelens kunnen weergeven. Gevoelens als bewust geworden emoties dus.
    'Neuroloog Antonio Damasio heeft opnieuw de critici verbluft met zijn theorie over emotie als basis van het bewustzijn', aldus de Volkskrant.
    Een aanrader.

    Reactie door Maria Slobbe - 8 juli 2009 - 15:03
  • Blijkbaar hangt het in de lucht want zo-even postte ik deze column http://www.pvda.nl/opinie/opinie/Mijn+beeld+van+Nederland.html. Ik ga deze site met belangstelling volgen!

    Reactie door Marije van den Berg - 8 juli 2009 - 14:02
  • Goed idee dit onderwerp. Het loopt inderdaad de spuitgaten uit met de verering van de goedkope direkte emotie. Het is zo ingeburgerd dat het zelfs voor politici heel normaal zo niet voor sommigen zelfs gewenst is om via de onderbuik zich te positioneren en stemmen te vergaren. Dat daarbij het werkelijk belang van de bevolking en het land wordt verkwanseld is bijzaak geworden voor een steeds grotere groep burgers.
    Het is onderdeel van de ontwikkeling van onze cultuur- we worden gebombardeerd met goedkope emotie. Tv, film, video, politiek, reclame, het stikt van de direkte oppervalkkige emoties. Geweld, destruktiviteit, sadisme, pijn, gejank en gezucht, met af en toe een lach. Wat hierbij ondergesneeuwd raakt is inderdaad de vraag wie zijn we? Onze oppervlakkige emoties of niet? Ik ben geen boeddist, maar het boeddisme geeft hierin wel een duidelijk antwoord. We zijn NIET onze emotie, en werkelijk geluk ligt in het loskomen van die emoties, niet in erin zwelgen. Ook de hang naar spiritualiteit is een teken van een behoefte naar diepere zingeving. De diepere gevoelens als liefde en mededogen zijn lastiger te ervaren, daar moet je aan werken. Naar jezelf durven kijken. Oordelen is veel gemakkelijker. dat voelt snel comfortabel. Jij slecht, ik goed.
    Jij moet dus weg. Dood, naar de gevangenis, terug naar Marokko, allemaal goed.
    En zo zijn we op weg naar de volgende oorlog ....

    Reactie door Rob Jansen - 8 juli 2009 - 11:11