Dus ik ben op: home ›› meedenker ›› frank meester

Meedenker uitgelicht

Frank Meester

Frank Meester

Frank Meester (1970) is actief als schrijver, spreker en musicus. Samen met zijn broer Maarten publiceerde hij 'Meesters in de filosofie' (2005) 'Meesters in religie' (2006) en de roman 'Descartes’ dochter' (2007). Als publicist is hij actief voor onder andere De Volkskrant, Trouw, NRC Handelsblad, Filosofie Magazine en HUMAN

Hij formeerde daarnaast zijn eigen orkest, Hot Club de Frank, waarmee hij op festivals als North Sea Jazz en Montreux Jazz stond en zeven cd’s opnam. 

7 oktober 2009

Ik ben ijdel, dus ik ben

"IJdelheid is misschien wel een van de fundamenten van het mens-zijn", zegt schrijver, filosoof, meedenker en musicus Frank Meester. Op 'Dus ik ben' dragen verschillende 'meedenkers' beelden aan die volgens hen veel zeggen over ons mens-zijn van nu. Meester kiest voor 'Dus ik ben' een foto van zichzelf waarop fotografe Valerie Granberg hem portretteert als geleerde. De filosoof kiest bij de foto de frase: Ik ben ijdel, dus ik ben.


Waarom dit beeld?

"Omdat het zo gênant is een foto van jezelf te kiezen voor een project als ‘Dus ik ben’ - zoals ik nu doe. Als je dat doet, word je uitgemaakt voor vreselijk ijdel. Maar is ijdelheid juist niet een belangrijke karaktereigenschap van de mens? Ik denk dat heel wat meedenkers van ‘Dus ik ben’ ook een foto van zichzelf hadden willen kiezen, maar dat niet hebben gedaan omdat het gênant gevonden zou worden. Mensen willen graag aandacht, maar mogen dat niet hardop zeggen.”

Wat zie je? Vertel…
“Deze foto is gemaakt door Valerie Granberg en zet mij in de traditie van geleerden. Granberg portretteert mij zoals Hans Holbein in de zestiende eeuw geleerden schilderde. Linksonder in beeld zie je het portret dat Holbein maakte van Desiderius Erasmus. Net als Erasmus zie je mij en profiel, serieus en schrijvend op mijn laptop. Ik speel hier de rol van geleerde.”

Jij koos dit beeld. Wat zegt dit beeld over jou?
“Als kind keek ik graag naar de televisiequiz van de AVRO ‘Babbelonië’. In het panel zat Lous Haasdijk, die op dat moment erg bekend was. Maar eigenlijk wist niemand waarom zij in het panel zat of waarom ze beroemd was. Dat was mijn ideaal: ik wilde ook zonder enige duidelijke reden in zo’n panel terecht komen. Uit mijn omgeving bleek toen dat men dat heel raar vond. Het was ijdel. Men vindt dat je er iets voor gedaan moet hebben om in zo’n panel te zitten. Zo merkte ik dat je voor je ijdelheid niet mag uitkomen.”

Wat zegt dit beeld volgens jou over onze samenleving?
“In deze onttoverde wereld is het lastig om glans aan je leven te geven. Een van de manieren die rest is met je hoofd op televisie of in de krant te verschijnen. Dat geeft je in de ogen van anderen een soort aura. Maar het lastige is dat je dat niet hardop mag zeggen. In de oudheid was iets doen voor de eer een legitieme reden, maar het christendom maakte die motivatie verdacht. De gedachte ‘alles op aarde is ijdel en dus onbelangrijk’ zit er bij ons nog steeds in. Met als gevolg dat we nu graag in de media verschijnen, maar daar niet voor uit mogen komen.

In het verleden werd je positie in de maatschappij bepaald door factoren die nu grotendeels verdwenen zijn: je hoorde bij een gilde, was van adel etc. Je kreeg erkenning en aandacht voor de rol die je vervulde in de maatschappij. Die rollen mogen dan door de veranderende arbeidsverhoudingen en de opkomst van de bourgeoisie minder duidelijk zijn, de behoefte van de mens aan erkenning en aandacht is er niet minder om. Rob Wijnberg haalde in het artikel ‘Het ‘ik’ wil altijd iemands idol zijn‘ al de filosoof Hegel aan en stelde dat ‘het zelfbewustzijn van de mens is voortgekomen uit een permanent verlangen naar erkenning’.

Volgens Charles Taylor (zie Taylor op Wikipedia) gaf de Romantiek antwoord op de vraag waar we met het wegvallen van de rollen nog waardering en aandacht voor kunnen krijgen: niet voor het spelen van een rol, maar voor het uitdrukken van ons unieke zelf. De hang naar authenticiteit, die inherent is aan die periode, deed ons geloven dat als we maar diep in onszelf zoeken we uiteindelijk onze unieke zelf kunnen weergeven. Maarten Doorman laat in zijn bijdrage aan ‘…dus ik ben’ ‘De gedachte dat we onszelf zouden kunnen zijn is een heel naïeve gedachte‘ goed zien dat we nog steeds met die Romantische erfenis zitten opgescheept. ‘Gewoon jezelf zijn’ is een imperatief van de tijd. Doorman laat ook zien dat de mens tegelijkertijd niet anders kan dan rollen spelen. De mens wordt zichzelf door anderen na te doen. Wij leren door te imiteren. Als kind brabbelen we onze ouders na en zo leren we praten. Sinds de Romantiek staat imitatie in een slecht daglicht, mensen die als iemand anders willen worden zijn ‘ijdeltuiten’.

IJdelheid kan juist een drijfveer zijn om de wereld te verbeteren. Een wetenschapper die een medicijn wil ontdekken tegen AIDS is ook gedreven door ijdelheid. Er is niets mis mee als een van zijn motivaties is dat hij dat middel op zijn naam wil hebben. Als er brand is, dan wil jij toch ook die held zijn die dat brandende gebouw binnen gaat om een baby te redden? Veel van de boeken, films en schilderijen die belangrijk zijn in mijn leven, komen naar mijn mening voor een deel voort uit ijdelheid. Ze stellen een voorbeeld dat mij inspireert.”

Welke vraag, welk dilemma, roept dit beeld op over ons mens-zijn?
“Als mens ben je in de wereld geworpen en moet je keuzes maken terwijl je de consequenties van je keuzes niet precies kunt overzien. Je zou denken dat mensen daarom maar bij de pakken neer gaan zitten, of alleen voor hun eigen hachie zorgen. Dat veel van ons meer doen dan dat, komt misschien wel door onze ijdelheid. We fantaseren over ons leven, proberen er een mooi verhaal van te maken waarin we zelf een heldenrol spelen. Dat noemen we dan ijdel. En daar is niets mis mee.

Overigens moet je ijdelheid niet met narcisme verwarren. Dat ik het gênant vind om deze foto van mezelf te kiezen komt doordat ik me bewust ben van anderen en wat die van me zouden kunnen vinden. Een ijdel iemand erkent dat hij of zij een kuddedier is en houdt rekening met de waarden die in die groep heersen. Alleen iemand die zich bewust is van hoe mensen naar hem kijken ervaart het kiezen van zijn of haar eigen foto als gênant. Een narcistisch persoon had die gevoelens niet gehad. Daarom is ijdelheid misschien wel een van de fundamenten van het mens-zijn. Het werk van Helmuth Plessner (zie Plessner op Wikepedia) sluit hierbij aan: de mens is niet een centrisch, maar een excentrisch wezen. De mens kan een beetje buiten zichzelf staan, naar zichzelf kijken en zich voorstellen hoe anderen naar hem kijken.”

Vul in: Ik … dus ik ben.
“Ik ben ijdel, dus ik ben.”

Reacties

  • Briljante foto door het tekstballonnetje dat uit zijn mond komt.

    Reactie door Francis - 6 mei 2012 - 23:11
  • IJdelheid als een soort \\\'juiste midden\\\' tussen narcisme en bescheidenheid. Leuke Aristotelische vondst. Maar heb je het dan gewoon niet over phronèsis? Praktisch inzicht. Het hebben van bewustzijn van de context en de eigen plaats daarin? Vanwaar deze opwaardering (!) van een door met name christenen geformuleerde negatieve waarde, die eigenlijk staat voor leegte, niet authentiek mens zijn? Je snapt het al, ik mis nog wat gedachtenstappen om de uitbreiding van deze connatie echt te kunnen volgen. Misschien een klusje als je eens tijd over hebt. Succes met je werk en muziek. Vriendelijke groet, Peter.

    Reactie door Peter Willegers - 13 januari 2011 - 16:04

  • Ik ben ijdel, dus ik ben liefde

    Reactie door Akin - 7 januari 2011 - 20:08
  • Een verdomd fraai stuk, mijn complimenten.

    Reactie door Ronald Versluis - 11 oktober 2009 - 19:07