Jan van den Berg kiest als meedenker van ‘Dus ik ben‘ een beeld uit dat volgens hem iets wezenlijks zegt over ons mensen. Hij koos voor een foto waarop een nieuw type supernova te zien is, “een verschijnsel waarbij een ster op spectaculaire wijze explodeert”. Hij formuleert daarbij de frase: Ik weet niet wat ik zie, dus ik ben.
Waarom dit beeld?
“Omdat ik nauwelijks weet wat ik zie en omdat ik er – daarom? – zoveel mogelijk over te weten wil komen.”
Wat zie je, vertel…
“Wat ik zie, is een foto van enkele elliptische vormen tegen een gitzwarte achtergrond met witte puntjes. Iets stuurt mijn associaties richting begrippen als heelal, sterren, licht en krommingen in de ruimte-tijd, maar wat het precies is, wat er op de foto te zien is? Ik heb geen flauw idee! Het bijschrift vertelt me dat het een nieuw type supernova betreft. En dat hij – of is een supernova vrouwelijk? – al twee jaar geleden is voorspeld, maar nog niet eerder werd waargenomen. Mijn hersenen proberen die informatie te duiden, maar mijn ogen zijn daar nog lang niet aan toe. Die weten namelijk, volstrekt en vooral, níet wat ze zien. Omdat ze zoiets nog nooit eerder zagen.
Het licht in het midden van de foto oogt zó sterk dat het wel lijkt alsof het uit het beeld naar buiten straalt. En alsof het bolvormige rode aanhangsel, rechtsboven in het beeld, ervan gaat ademen. Dat is overigens niet zo vreemd, voor wie weet dat een supernova het verschijnsel is waarbij een ster op spectaculaire wijze explodeert. En dat zo’n uitbarsting een lichtkracht heeft van enkele honderden miljoenen tot meer dan een miljard zonnen. Dat heb ik moeten opzoeken. Maar dan nog. Wat weet ik nu helemaal, als ik lees dat ik geacht word een nieuw type supernova te zien? Ook daarom vind ik het zo’n fascinerend beeld. Omdat het niet alleen een uitzonderlijk fenomeen tóónt, maar het dat verschijnsel ook fysiek ervaarbaar maakt; tót en mét zijn onbegrijpelijkheid.
Bovendien vertellen mijn ogen me, dat ze het een foeilelijk beeld vinden, die combinatie van kleuren en vormen. Terwijl ze er tegelijkertijd maar niet vanaf kunnen blijven, diezelfde ogen van mij.”
Jij koos dit beeld. Wat zegt dit beeld over jou?
“Ik maak voorstellingen over actuele ontwikkelingen in de natuurwetenschappen. En binnenkort debuteer ik als filmmaker, in co-regie met Hannie van den Bergh, met een documentaire over de zoektocht naar het Higgs deeltje bij het laboratorium van CERN (Genève). Het maken van die voorstellingen begon, zo’n twaalf jaar geleden, vanuit een irritatie over het feit dat ik nauwelijks weet had van de natuurwetenschappelijke ontdekkingen en inzichten die ten grondslag liggen aan de verworvenheden van de wereld van nu. ‘Het zal me toch niet gebeuren’, dacht ik, ‘dat ik daar zo onwetend over blijf als ik tot op dit moment ben geweest’. ‘En zou ik er niet juist als kunstenaar bij betrokken moeten zijn’, bedacht ik me ook, ‘als er onderzoek wordt gedaan naar de grenzen van ons kijken en begrijpen?’
Dus ging ik op ontdekkingsreis. Niet zozeer naar witte plekken op de wereldkaart, maar naar wetenschappelijke experimenten. Naar projecten waar onderzoek wordt gedaan naar werelden, werkelijkheidsniveaus, die ver voorbij de grenzen van het blote oog en het naakte verstand liggen.
Ik merkte dat ik me tijdens mijn expedities vooral aangetrokken voelde tot fundamentele wetenschappers. Onderzoekers die gedreven worden door pure nieuwsgierigheid, passie en verbeeldingskracht om dingen te ontdekken waar we nog volstrekt niets van weten. Die ‘tijd maken en ruimte creëren voor belangrijke zaken die niet urgent zijn’, zoals één van hen het me ooit uitlegde. Wetenschappers die projecten bedenken waarvan volstrekt onbekend is wát er uit zal voortkomen. Laat staan of de mogelijke uitkomsten ervan ooit concreet, bruikbaar of toepasbaar zullen zijn.
Vanuit het besef dat hun onderwerp, van nature, een veel langere adem heeft dan zijzelf, zijn fundamentele wetenschappers bereid om deel te nemen aan projecten die meer tijd vergen dan een mensenleven lang is. Er spreekt een zeldzaam soort optimisme en toewijding uit zo’n fundamentele onderzoeksmentaliteit. Een optimisme dat me mateloos inspireert.
De Nijmeegse astronoom Gijs Nelemans heeft wat dat betreft geluk gehad. In 2007 berekende hij samen met een Amerikaanse collega dat er naast de al bekende supernova-explosies ook zwakkere varianten kunnen optreden. Maar zolang het fenomeen niet werd waargenomen, was er nauwelijks of geen aandacht voor zijn theorie. Totdat recentelijk iemand zo’n nieuw type superexplosie zag. Temidden van waarnemingen die nota bene al in 2002 waren verricht. Maar ja, ook voor astronomen zal wel gelden dat als je niet weet wát je ziet, het nog knap lastig is om te zeggen wat het is. Goed kijken en begrijpen vragen tijd.
‘Behoorlijk spectaculair,’ aldus Nelemans. ‘Een nieuw sterrenkundig fenomeen voorspellen wat dan ook nog gevonden wordt is echt enorm zeldzaam.’”
Wat zegt dit beeld volgens jou over onze samenleving?
“De foto vertelt me dat er her en der nog avonturiers van de geest bestaan die oog hebben voor de schoonheid en inspiratie die er kan uitgaan van wat we bij-lange-na-nog-niet weten. En dat er hele andere perspectieven op ruimte-tijd bestaan dan die welke de 24-uurs logica van de beursvloer beheerst. Die de hooguit-4-jaren visie in de politiek domineert. En die je beschamend genoeg ook steeds meer in onderwijs, kunst en wetenschap tegenkomt. In die zin confronteert het beeld ons en onze samenleving met het reductionistische, korte termijn denken dat veel van ons dagelijkse doen en laten kapotmaakt.
Maar in opbeurende zin zegt dit beeld me óók dat er scenario’s bestaan waarbij de ons bekende vertellingen volkomen verbleken. Scenario’s die ons bijvoorbeeld vertellen dat de materie waaruit wij bestaan slechts een minieme minderheid van 4% van het geheel uitmaakt. En meer van die dingen waar ik vrolijk van word en inspiratie aan ontleen.”
Welke vraag, welk dilemma, roept dit beeld op over ons mens-zijn?
“Eén van de grote vraagstukken in de moderne natuurwetenschap betreft de kloof tussen de theorie van het allergrootste en die van het allerkleinste. Afzonderlijk beschouwd zijn beide theorieën – over de zwaartekracht en het quantumniveau – overtuigend en kloppend, maar ze passen niet op elkaar. Hoewel ze wel degelijk twee polen van dezelfde werkelijkheid beschrijven.
Zo plaatst dit supernova-beeld mij voor het dilemma van de schier onverenigbare wijze waarop er, enerzijds, in fundamentele wetenschap met de noties ruimte en tijd wordt omgegaan en hoe dat, anderzijds in de dagelijkse praktijk van het ’spullen en meninkjes produceren’ gebeurt.
Natuurlijk, ook de fundamentele wetenschap wordt regelmatig beheerst door tijdsdruk en ellebogenwerk. Maar toch. Wie weet heeft van de oceanen van ruimte en tijd die gelden op het evolutionair niveau, in de nanowereld en in de kosmos, beseft veel sterker dan de meeste van ons, dat tijd niet alleen maar geld kóst. En dat het begrip ruimte, niet slechts bestaat in de betekenis van ‘zo spoedig mogelijk te bebouwen’.”
Vul in: Ik …, dus ik ben.
“Ik weet niet wat ik zie, dus ik ben.”
Lees meer over de documentaire ‘HIGGS - Into the heart of imagination’ op het DocBlog ‘Higgs’.