Dus ik ben op: home ›› meedenker ›› maarten doorman

Meedenker uitgelicht

Maarten Doorman

Maarten Doorman

Maarten Doorman is bijzonder hoogleraar Journalistieke Kritiek van Kunst en Cultuur. Verder is hij filosoof aan de Faculteit Cultuur- en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Maastricht. Zijn meest recente boek is Paralipomena. Opstellen over kunst, filosofie en literatuur (2007).

Doorman was redacteur van verschillende literaire tijdschriften, daarnaast schreef hij over filosofie, literatuur en geschiedenis voor NRC Handelsblad (1987-2005), Vrij Nederland (1988-1990) en de Volkskrant (1993-95) waarvan hij sinds 2006 weer medewerker is. Zie ook de website van Maarten Doorman.

5 augustus 2009

Ik ben niet wie ik ben, dus ik ben

“Je zult altijd een rol moeten spelen. Het is verstandiger dat te erkennen dan dat je er altijd naar blijft streven jezelf te zijn.” Dat zegt filosoof, dichter en bijzonder hoogleraar Maarten Doorman, meedenker van ‘Dus ik ben’. Hij koos een fragment uit de film ‘Dangerous Liaisons’ van Stephen Frears (1988) waarin Madame de Merteuil (Glenn Close) uitlegt hoe ze is geworden wie ze is. Haar standpunt klinkt hypocriet, zegt Doorman maar hij vraagt zich af of dat wel zo is.

Waarom dit beeld?
“Ik koos het fragment waarin Madame de Merteuil uitlegt hoe ze is geworden wie ze is, omdat ik gefascineerd ben door het onderscheid tussen echt en onecht. We leven in een tijd waarin je geacht wordt zoveel mogelijk ‘jezelf’ te ontdekken en te realiseren. We geloven in een vorm van oprechtheid die stamt uit de Romantiek. In die periode - eind achttiende eeuw - is de fascinatie voor authenticiteit en ‘echtheid’ ontstaan. Maar de gedachte dat we onszelf zouden kunnen zijn, is een heel naïeve gedachte.

Echtheid is uiteindelijk altijd nep, de puurheid van een individu is een fictie. Ook een kind is niet puur. Wie je bent wordt al vanaf het eerste moment bepaald door opvoeding en andere culturele factoren. In het sociale verkeer is het onmogelijk om, zoals dat heet, ‘jezelf’ te zijn, terwijl de maatschappij dat wel van je eist.”

Wat zie je? Vertel…
“Dit is een fragment uit Dangerous Liaisons van Stephen Frears uit 1988 waarin de grote actrice Glenn Close de rol speelt van Madame de Merteuil. Ze legt hier uit hoe ze is geworden wie ze is en wat ze is. Vandaag de dag vinden we haar standpunt - dat je jezelf zou kunnen ‘maken’ - hypocriet. Sinds de Romantiek vinden wij dat we onszelf moeten zijn. Dat is een pijnlijke vergissing,  want het is niet altijd goed om te zeggen wat je denkt of te uiten wat je voelt.

Madame de Merteuil zie je aanvankelijk en face, je ziet haar mooie make-up. Zo begint overigens ook de film: de Merteuil en haar tegenspeler burggraaf de Valmont, gespeeld door John Malkovich, maken zich op. Ze trekken als het ware hun wapenrusting aan. In dit fragment is haar wapen haar decolleté.

Merteuil spreekt niet in de richting van de Valmont, maar ze spreekt in de ruimte, waardoor ze iets van een nieuwslezeres krijgt. Ze vertelt hoe ze is geworden wie ze is. “I consulted the strictest moralists to learn how to appear, philosophers to find out what to think, novelists to see what I could get away with.” Ze las de moralisten niet om te leren hoe ze moest leven, maar hoe ze het beste kon verschijnen. Ik las hen allen, zegt ze, zodat ik weet hoe ik me moet gedragen. Want, het is ‘win or die’, aldus de Merteuil.

Dat lijkt cynisch, maar volgens mij is dat het niet. Je zult altijd een rol moeten spelen. Het is verstandiger dat te erkennen en te begrijpen dan dat je er altijd naar blijft streven jezelf te zijn.”

Jij koos dit beeld. Wat zegt dit beeld over jou?
“Ik ben geobsedeerd door vragen over authenticiteit en de vragen die het begrip oproept. Vragen die je jezelf steeds moet stellen in het leven - ook als filosoof - zijn: is dit echt? vind ik dit goed, rechtvaardig, interessant? of niet? Maar de vraag naar authenticiteit is altijd een onmogelijke. Het is die paradox die mij interesseert. Ik hou van de ambivalentie en ambiguïteit.

Het is moeilijk om te zeggen in hoeverre en wanneer ik zelf het dichtste bij mijn authentieke zelf kom. Dat verschilt per moment. Als je alleen bent, hoef je niet sociaal te zijn. Als je slaapt zit je misschien het dichtste bij ‘jezelf’, maar als je wakker wordt ben je er alweer een heel eind vandaan.”

Wat zegt dit beeld volgens jou over onze samenleving?
“De maatschappij eist van ons dat we ‘echt’ proberen te zijn. Een goed voorbeeld dat de kern van het probleem laat zien stond in het eerste artikel van Rob Wijnberg ‘Dit is geen tijd voor twijfelaars‘ op deze website. Rob omschrijft daarin hoe premier Balkende het Wouter Bos verweet dat hij ‘draaide’, waarmee hij suggereerde: ‘Bos is onecht en ik ben ‘echt!’. Politici proberen ‘echt’ te zijn en de ander te ontmaskeren, maar ook dat is een spel. Net zo nep is de zogenaamde echtheid van populistische politici; ook zij spelen slechts dat ze echt zijn.

In de beeldcultuur zijn we continue onderhevig aan televisie- en filmbeelden. Die beïnvloeden wie we zijn. Het is beter dat we ons daar bewust van zijn dan dat we ons passief uitleveren aan die omgeving. Ook als je achter je computer zit en interactief bezig bent speelt die invloed een rol. Als je je onverschillig verhoudt tot dat mechanisme dan word je erin meegenomen. Het is een illusie dat we ons aan die invloeden zouden kunnen onttrekken.

Wij zijn als cultuur gefascineerd door echtheid en authenticiteit. We wandelen in de natuur, zitten bij het kampvuur, eten ‘puur’ voedsel, gebruiken eerlijke materialen. Op de etiketten van producten lees je ‘puur’, ‘eco’ of ‘biologisch’: ‘authenticiteit’ blijkt een goede reclamestrategie. Wat die fascinatie betreft leven we nog altijd in de Romantiek. De vraag is of dat wel verstandig is.”

Welke vraag, welk dilemma, roept dit beeld op over ons mens-zijn?
“Het streven jezelf te zijn is een paradox: Aan de ene kant is het onverstandig om te proberen jezelf te zijn - want het zal je niet lukken - en is het beter om goed na te denken over de rol die je speelt. Maar tegelijkertijd rijst daarbij de vraag: wie is het die die rol verzint? Ben je dat dan niet toch weer zelf?

Als je bijvoorbeeld achter de computer zit moet je ook zelf aan het stuur blijven zitten. Maar wie is die ‘zelf’ dan? We zijn dus niet alleen maar rollen, want die rollen worden wel door mensen gespeeld. Degene die jouw rol speelt moet je niet verloochenen.”

Vul in: Ik …, dus ik ben.
“Ik ben niet wie ik ben, dus ik ben.

Want: je kan alleen maar bestaan door niet te zijn wie je bent.

Eerder citeerde Stephan Sanders Simone de Beauvoir (1908 - 1986) op deze website. ‘Je wordt niet als vrouw geboren, maar je wordt vrouw gemaakt.’ Bij de Beauvoir wordt dit negatief beoordeeld, terwijl de mens als cultureel fenomeen en als liefhebbend wezen niets verkeerds is. Degene die niet ‘gemaakt’ is en dus geen rol speelt zou een dierlijk, primitief en egoïstisch wezen zijn, een monstertje.”

Reacties

  • Leuk stuk van Maarten Doorman, maar het komt wat eenzijdig op me over.
    "Echtheid is uiteindelijk altijd nep"
    Ik geloof best dat in alles wat echt lijkt een element van onechtheid te vinden is, maar door het zo absoluut te stellen verliest het onderscheid echt-onecht zijn waarde. Zolang we begrijpen wat een woord als 'echt' betekent, kunnen we ons best doen daar zo veel mogelijk aan te voldoen. Zolang dit onderscheid geldig is (en die vooronderstelling wordt gedeeld, anders zou het stuk van Doorman niet geschreven kunnen zijn) is er een gradatie van meer of minder authentiek, en is er de kans hierin te falen en te slagen.
    De criteria zijn grotendeels bekend, bijv:
    geen dingen zeggen puur om goede sier te maken, bijv. (al is er waarschijnlijk altijd een element van imago-beheersing, bewust of onbewust);
    lef hebben om dingen te zeggen en te doen die de omgeving niet van je verwacht (al zal er altijd een zekere mildheid zijn met het oog op de ontvangst).
    Etc.
    Meen ik dit? Of wil ik slim, eigenwijs, etc. overkomen? Dat sluit elkaar niet uit. Ik meen echt honderd procent dat ik het deels echt meen.

    Reactie door René van Delft - 9 september 2009 - 12:12
  • In het leven kunnen we niet ontsnappen van het feit dat we toneel moeten spelen. Wat misschien ooit een keuze was geweest is het al lang niet meer het geval. Sterker, er komen telkens nieuwe rollen bij. We zijn acteurs zonder escapes, niet via de hoofdingang, maar welke uitgang dan ook. Heb ik het toneel en de rollen ook zelf ontworpen en vorm gegeven ? Ik ben geneigd om meer in het slachtoffersrol te spelen: nee, ik heb ze niet bedacht. Sterker, vaak walg ik ervan. Daarom is het heerlijk om af en toe, als ik slaap, of als ik bij mijn geliefden of echte vrienden ben, even mijn kostuum en masker af te doen. De volgende ochtend moet ik het toneel weer op, op mijn werk. De volgende avond ook weer, in de sportvereniging. We zijn vervallen in Het Men.

    Het Zelf is de ware Natuur. De natuur botst geregeld met de cultuur of de beschaving. Doorgaans wint de cultuur de strijd, niet in de laatste plaats door middel van straf/beloningssystemen. Heel af en toe schreeuwen de natuurdriften het uit. Over langere tijd gezien heerst er een dynamische evenwicht. Alleen in de individuele, momentane Nu slaat de natuur zijn vleugel wel eens uit. Net als een eruptie of een tsunami, kort maar heftig. Ik ben natuur en cultuur, afwisselend. Gek genoeg vindt vooral de cultuur dat we vaker de natuur moeten volgen ("wees jezelf"). Verwarrend wel.

    Reactie door Ron Sudiono - 4 september 2009 - 15:03
  • Ik wil aan mijn vorige reactie nog toevoegen dat ik de heer Doorman en Willem Visser ten zeerste apprecieer voor hun boek 'Denkers in de Ring' (Vooral Lucianus daarin bewonder ik mateloos) dat ik een aantal jaren geleden kocht en las. Met deze invulling 'Ik ben niet wie ik ben, dus ik ben' kan ik op dit moment, na enig nadenken en (her)lezen van de reacties, helaas niet meer akkoord gaan. Doorman’s argumentatie gaat mijns inziens nu teveel de richting uit van economisch en politiek correcte filosofie. Het mondiale nep-zijn, de schijn, het bedrog en de corruptie zijn inmiddels immers de meest winstgevende, zelfdestructieve basis geworden van onze mondiale economie en politiek, zodat het temporele standaardiseren van de valse, zogenaamde 'naïviteit van zichzelf zijn' alleen nog maar tijdelijke en voorbijgaande financiële winst op korte termijn kan beogen, in plaats van waarheid. Indien de vraag naar de paradox en de ambivalentie van 'zichzelf zijn' uitmondt in het fatalistisch projecteren van persoonlijke, machteloze, lege en zinloze rollenspelen zoals dat van Madame de Merteuil - een zielig, beklagenswaardig juffertje waarvan de identiteit slechts nog bijzonder kortstondig zal aanwezig blijven in haar twee half ontblote, glanzende maar snel verrimpelende dus weer bedekte borsten -, onder het mom van ambivalenties of paradoxen, dan ontbreekt het krachtige, moedige licht van de evoluerende, onverwoestbare, incorrumpeerbare en compromisloze authenticiteit van een Socrates om die projecties zichtbaar te maken. Films verbergen ze. Het overige is slechts filisterij, en zijn sofismen. Zichzelf zijn kan voor mij niet voorbij aan de diepere vraag van het zijn die ik boven reeds stelde, waar Doorman geen antwoord op weet, maar die wel aan de orde blijft omdat zij eerder kinderlijk authentiek dan academisch mechanisch, materialistisch of deterministisch kan beantwoord worden. In die zin verwondert het mij niet dat kleine kinderen nog steeds zonder de minste moeite authentiek zijn en zichzelf zijn, zonder last te hebben van paradoxen, en dat volwassenen nu al spelen met het idee dat zichzelf zijn alleen nog maar ‘naïef’ zou zijn. Met respect, mij lijkt eerder dat deze laatste stelling zelf niet ontbloot is van enige naïviteit.

    Reactie door Jan Braeken - 26 augustus 2009 - 23:11
  • Op 26 augustus doet filosoof en historicus Luuk van Middelaar een bijdrage aan '... dus ik ben' die raakvlakken heeft met de bijdrage van Maarten Doorman. Zie: http://weblogs.hollanddoc.nl/dusikben/2009/08/26/luuk-van-middelaar-over-het-voetbalspel-als-het-leven-in-het-klein/

    Reactie door Redactie - 26 augustus 2009 - 15:03
  • Na deze reactie van Doorman zelf stel ik mij de vraag of sommigen trachten te vluchten van authenticiteit, onder het goedkope voorwendsel dat zij zogenaamd 'onbereikbaar' of 'paradoxaal' is - de nepvrouw Madame de Merteuil zou volgens de interpretatie van Doorman overigens dubbele nep zijn : ze is al nep, en acteert die neprol ook nog eens in een film - , of omdat wij met voldoende angst om gemanipuleerd te worden, ons 'voor eeuwig' gedoemd zouden voelen nepmensen te blijven. Is het niet al te gemakzucht om zich opportunistisch en vooral financieel te wentelen in alle winstgevende rollen die we maar kunnen bedenken of aangereikt krijgen, 'om te overleven' bijvoorbeeld, ook die van een beroep, terwijl het toch zonneklaar is dat authentieke vrijheid geen nep verdraagt, zeker niet op lange termijn ? Ik vraag mij dan ook af hoe lang men rollen en dat hele nepgedoe kan blijven spelen zonder gek te worden of het al te zijn, indien men nog de capaciteit bezit om bewust genoeg te leven. Madame de Merteuil zal alleszins geen last meer hebben van nep indien we haar als existentieel nepvoorbeeld voor de mensheid hier nog langer promoten. Haar portefeuille zal zich dan verder vullen, en ze zal nooit meer nep hoeven te zijn. Dat kan niet van iedereen op deze planeet gezegd worden. Goodbye nep.

    Reactie door Jan Braeken - 26 augustus 2009 - 14:02
  • De reactie van Gerard Nijenbrink isminder flauw dan hij op het eerste gezicht mag lijken. Want de rollen die je speelt, heb je zelf, al dan niet bewust, ontworpen en vorm gegeven. Je bent dus die rollen, hoe geaffecteerd die ook eruit kunnen zien. Zo bekeken is alles wat je bent ook ‘echt’. Toch blijven we telkens een discrepantie ervaren tussen hoe we ons gedragen en hoe we werkelijk denken te zijn, wat we doen en wat we eigenlijk hadden willen doen, tussen hoe iemand zich gedraagt en hoe hij of zij uiteindelijk echt blijkt te zijn. Natuurlijk kun je het ware Zelf definiëren als een organisme dat uit is op eigenbelang, zoals Ron Sudiono terecht suggereert. Het is een opvatting die populair is sinds de achttiende eeuw. Maar dan nog blijft die vreemde ontdekking, of noem het een verzinsel, uit diezelfde eeuw onverwoestbaar aanwezig. Dat is het moment, waarop Rousseau in Discours sur l’origine de l’inégalité parmi les hommes (1755) stelt dat we niet meer geheel onszelf met ons meedragen. Het onderscheid tussen het hele, het echte zelf en het onechte, is sindsdien onuitroeibaar. De hele twintigste-eeuwse existentiefilosofie ging ermee aan de haal. En nog altijd is onze cultuur en zijn wij als individu er mee aan het worstelen, zoals ik in de eerste twee hoofdstukken van mijn boek De romantische orde probeer uiteen te zetten.

    Reactie door Maarten Doorman - 26 augustus 2009 - 11:11
  • Als "ik ben wie de Ander bepaalt wie ik ben", dan is het niet verwonderlijk dat alle mensen naar aandacht, erkenning, waardering, respect, kortom: verbinding met een bepaald (groep) Ander(en) snakken. In eerste instantie dus puur uit eigen belang, namelijk om het Zelf te dienen, om mijzelf te (leren) kennen, mijzelf te ontwikkelen, zeggen we dan.

    Reactie door Ron Sudiono - 21 augustus 2009 - 11:11
  • Eigenlijk ben ik steeds meer geinteresseerd in wat degene bewoog om het begrip Zelf, authenticiteit, of identiteit uberhaupt in deze maatschappij te introduceren. Dat wordt lang graven, denk ik. Ooit had een mens misschien niet eens een Zelf nodig, om te beginnen: geen naam nodig. De naam is de eerste identiteit die mij toegeworpen is door de twee eerste Anderen die bij mijZelf horen: mijn ouders. Daarna kwam ieder belangrijk moment in het leven weer eens een nieuwe identieit bij: mijn juf, mijn vriend/in, mijn hemd, mijn school, beroep, vrouw, soficode, pincode, bankrekening, emailadres, dochter, verzorgingshuis, begraafplaats. Dit noem ik het laagste, fysieke identiteits niveau. Ik vergelijk het leven dan even met een gelaagd model van bijvoorbeeld computer architectuur: op het lage niveau heb je de hardware, op een hogere draait een software. Beide niveau's "werken" tegelijkertijd om het geheel "werkend" te krijgen en te houden.

    De diskussie of iemand bijvoorbeeld puur is of nep speelt niet op het lage, fysieke niveau, maar op een hoger niveau. Wat zijn daarin de termen ? Kenmerkend is dat we in het bepalen van de termen altijd een Ander(en) nodig hebben om onsZelf te kunnen identificeren, of preciezer: waarderen/oordelen. Ben ik lief of gemeen ? Ben ik hard of zacht, leuk of saai ? Ben ik vaak oprecht of doorgaans een leugenaar ? Heb ik een eigen mening en standvastig daaraan of waai ik met alle winden mee ? Handel ik doorgaans uit eigen belang of belangeloos dwz uit een belang van/voor een ander ? In de gegeven antwoorden is mijn Zelf nooit een vaste grootheid of entiteit, want iedereen kan een andere oordelen/waarderingen geven, en doordat hun eigen belangen bijna altijd tegenstrijdig zijn aan elkaar dan is het logisch dat hun invulling tegengestelde uitkomsten hebben aan elkaar. Als we vervolgens niets doen aan beinvloeding of manipulatie dan geldt wellicht de wet van de statistieken. Een derde van alle mensen vinden ons oké, een andere derde deel vinden ons niet oké, en het laatste derde deel heeft geen mening of durft/kan die mening niet te geven. Ergo: het Zelf hangt in eerste instantie van ieder Andere af, en in tweede instantie hangt het af van onze Wil-tot-Macht om zoveel mogelijk die Anderen te beinvloeden. Dus (mijn) identiteit is een zeer rekbaar en maakbaar begrip. Maarten gebruikt hiervoor de deftige woorden ambigu en ambivalent voor om de variabliteit ervan te benoemen. Zijn eenvoudige omkering vind ik zelf minder geslaagd (ik ben niet wie ik ben). Liever: ik ben wie de Ander beoordeelt wie ik ben. Dus ik ben overgeleverd aan elke oordeel van de Ander. Maar niet hopeloos passief overgeleverd, want volgens Nietsche zou de cocktail van de verschillende Willen-tot-Macht in mijn wezen in hun werking treden, met elkaar strijden, en uiteindelijk komt er een winnaar Wil-tot-Macht op, die dan de bewuste Ander naar zijn hand zet, althans pogen en streven dat te doen. Maar de principe blijft wel staande: ik ben wie de Ander bepaalt wie ik ben. Dat het geen vaststaande grootheid of toestand is, is voor mij geen belemmering om het Zelf te kunnen benoemen en definieren. Om te zeggen dat het een illusie is om het Zelf niet te kunnen benoemen is namelijk ietwat te gemakkelijk (puur een taalkundig issue). We roepen, lopend op het strand, immers ook "een golf", terwijl de golven telkens verschillende gedaantes aannemen, dus in feite zijn het veel soorten golven achter elkaar.

    Reactie door Ron Sudiono - 21 augustus 2009 - 10:10
  • Ik wil reageren op de volgende alinea in het interview met Maarten:

    "Echtheid is uiteindelijk altijd nep, de puurheid van een individu is een fictie. Ook een kind is niet puur. Wie je bent wordt al vanaf het eerste moment bepaald door opvoeding en andere culturele factoren. In het sociale verkeer is het onmogelijk om, zoals dat heet, ‘jezelf’ te zijn, terwijl de maatschappij dat wel van je eist.”

    Eigenlijk geeft Maarten zelf de oplossing voor datgene wat hij zich afvraagt. Echtheid is nep, dus wat hij als nep ziet is echt. Echter en puurder dan hoe het is komt het niet. Iedereen is puur en iedereen is heel. Je bent inderdaad wie je bent door alle externe factoren die vanaf je geboorte op je van invloed zijn. Iets 'echters' bestaat niet; dat is het enige (echte) wat bestaat.

    Ook als er geen factoren als opvoeding, culturele factoren of sociaal verkeer op je van invloed zouden zijn (bijvoorbeeld door een denkbeeldige totale afzondering) word je zoals je bent, en ben je niet puurder dan wanneer die factoren wel aanwezig zijn.

    De genoemde omstandigheden en factoren zijn niet nep of gekunsteld, ze zijn het enige echte wat er is of zou kunnen zijn...

    Reactie door Gerard Nijenbrinks - 20 augustus 2009 - 00:12
  • Mooi gezegd door Maarten Doorman; doet me denken aan Martin Heidegger. De mens kan zichzelf alleen vinden en begrijpen door zich locaal te plaatsen in-de-wereld: ik 'ben' mijn naam (een woord), kind van mijn ouders (andere mensen dan ikzelf), werk bij de gemeente, enz, dus zijnden in-de-wereld. Met al zijn rollen, met "het Men" en alledaagsheid. Anders dan Martin echter zegt Maarten dat ontsnappen bijvoorbaat niet mogelijk is. Martin deed een poging: door zijn filosofie wilde hij authentiek worden, zijns-vergetelheid te boven gaan.

    Levinas deed het ook, maar door authenticiteit direkt te verbinden aan de Ander (die mij mijn 'zijn' verschaft).

    Eigenlijk is het een hele vreemde vraag, want zoals we allemaal weten loopt geen enkel mensen leven gelijk aan een ander mensen leven, dus is iedere mens al vanzelfsprekend uniek en authentiek., zonder te moeten aantonen dat het zo is. Als ik slaap ben ik tenminste zeker authentiek want daarin heb ik geen 'last' van culturele en sociale invloeden. Hoewel een bed natuurlijk ook cultureel bepaald is. Slaap ik dan zoals Men slaapt ? Dacht van niet, want hoe kan ik slapend leren hoe ik moet slapen (en leren is een voorwaarde voor een opening naar anderen). Lopen heb ik wel geleerd, zoals alle andere dingen, inclusief denken.

    Reactie door Ron Sudiono - 7 augustus 2009 - 16:04
  • Ik vond dit een schitterende bijdrage van Maarten Doorman, die de inderdaad verraderlijke paradox van het '(niet) zijn' aan de oppervlakte bracht. Ik meen echter dat we ons niet tevreden kunnen stellen met deze paradox om het mysterie van het 'zijn' of 'niet zijn' te doorgronden. Ik kan mij zeer goed voorstellen dat weinig geschoolde of juist zeer erudiete mensen die in een diepe depressie verkeren weinig gebaat zullen 'zijn' met een dergelijke paradox, behalve dan dat ze zich daar (opnieuw) ernstige vragen bij kunnen stellen die niet van gevaar ontbloot zijn voor hun gemoedstoestand. Het zou kunnen dat dergelijke paradoxen, indien zij er diep over nadenken, hen ongewild tot de waanzin drijven. Dat is in het verleden al gebeurd met diepe reflecties. Een grote voorzichtigheid lijkt mij bijgevolg gepast. Uiteraard betekent dit niet dat dergelijke uitputtende reflecties over het '(niet) zijn' zinloos zouden 'zijn'. In tegendeel. Zij moeten ons alleen maar aanzetten tot voorzichtig en kritisch verder reflecteren, in plaats van opnieuw existentieel in slaap te vallen.

    Voor mij lijkt het er op dit moment op dat het specifieke in '(niet) zijn' ontbreekt : de details. Waar, wanneer, waarom, bij wie en hoe manifesteert deze paradox zich, want hij lijkt mij een verregaande veralgemening en idealisering, die de oneindige diversiteit in onze realiteit geen recht doet. Vandaar dat ik er dit aan wil 'toevoegen' (additie) : 'Oneindig kritisch (niet) zijn'.

    Reactie door Jan Braeken - 7 augustus 2009 - 10:10