Zijn films spelen zich af in een nihilistisch moreel universum. Ze gaan over angst voor de dood en gevoelens van schuld veroorzaakt door seks. Desondanks valt iedere nieuwe Woody Allen als een warme denken over je heen. Hoe komt dat?

Ook dit jaar is het weer raak. Zojuist is op het filmfestival van Cannes de ‘untitled Woody Allen summer project’, zoals de filmdatabase imdb.com nieuw werk van hem steevast aanduidt, in premiere gegaan. ‘Irrational Man’, met Joaquin Phoenix en Emma Stone in de hoofdrollen, klinkt naar typisch Woody: ‘Een getormenteerde professor in de filosofie vindt een manier om te leven na een existentiële daad te hebben verricht.’

Een manier vinden om te leven overheerst het leven van Woody Allen, die op 1 december 1935 in de Bronx geboren werd. Naam: Allan Stewart Koningsberg. Zijn ouders waren geboren en getogen New Yorkers, zijn grootouders kwamen uit Rusland. Waar die Schotse voornamen vandaan kwamen, weet niemand.

Melancholie
In biografieën over Allen wordt duidelijk dat hij vanaf zijn vijfde een extreme melancholie over zich had. Zijn moeder was dominant; hij werd geslagen. Op school, waar hij zich dood verveelde, had hij nauwelijks vrienden. In sport, misdaad en de populaire cultuur vond hij een uitlaatklep.

In zijn eerste film, ‘Take The Money And Run’ (1969), speelt Allen de rol van een mislukte crimineel.

Hilarisch is de scène waarin hij tijdens een bankoverval een briefje aan de caissière geeft met erop de tekst: overhandig het geld. Probleem is dat niemand zijn handschrift kan lezen, waarna er een lange discussie volgt tussen bankmedewerkers- en directeur over wat er nu precies van hen wordt verlangd.

De zin van het leven
Al in dit soort films — ‘the early funny ones’, zoals Allen ze noemt — zijn voortekenen aanwezig van thema’s die hij in grote meesterwerken zoals ‘Annie Hall’ (1977) en ‘Manhattan’ (1979) behandelt: de buitenstaander die worstelt met vragen rond de zin van het leven; de kloof tussen vluchtig vermaak en cultuur met echte waarde; de afwezigheid van God; wanhoop ingegeven door het idee van moraliteit als hopeloze exercitie; de noodzaak van kunst als vorm van therapie of analyse.

Misschien is het beste beeld van Woody Allen nog dat van hem als pokerspeler, een spel waarin hij volgens de biografieën excelleert en waarmee hij vooral vroeg in zijn carrière veel geld mee verdiende.

De les? Als het leven vooral absurd is, een dobbelspel waarbij de invloed van mens marginaal is, dat kun je je er maar beter volledig op storten — zelfs door vals te spelen waar je maar kan.

Herkenbaarheid
Zo ligt de herkenbaarheid van Allens levensvisie ten grondslag aan zijn kunstenaarschap en zijn populariteit. Zijn films werken vooral geruststellend. Ooit zei een Parijse taxichauffeur, gevraagd naar waarom hij Woody Allen zo leuk vindt: ‘Hij is kort, hij is kalend, hij is lelijk. Hij kan geen vrouw in bed krijgen. Hij lijkt op mij!’

Vrijdag 22 mei portretteer ik Woody Allen in de serie ‘Raddraaiers van de Redelijkheid’ in het radioprogramma OBA Live, onder leiding van Theodor Holman.

In de zomer komt het filmmuseum EYE met een groot retrospectief van het werk van deze Amerikaanse cineast. Ook gaat ‘Irrational Man’ dan in première.

OBA Live, 22 mei, 19.00 - 20.00 uur op NPO Radio 5.