Lachen, gieren, brullen

woensdag, 12 september 2012
Bookmark and Share

In een brief aan 'Gawie Weet Raad', geschreven nog voordat hij eerder deze week in 'De Wereld Draait Door' uit elkaar werd gescheurd door Peter Pitbull R. De Vries, verzucht SP-voorman en ex-kandidaatpremier Emile Roemer: 'Hoe is het mogelijk dat het Nederlandse volk binnen luttele weken zo kan draaien dat de macht de SP wéér ontglipt?'

Geëerd dat uitgerekend de man die door intellectueel Nederland op de handen wordt gedragen, althans volgens mijn eigen blad 'De Groene Amsterdammer' in een stuk dat achteraf toch meer raadsels bevat dat men had kunnen voorspellen, stort ik me graag op het probleem Roemer.

Samenvat schrijft 'De Groene Amsterdammer': ''De SP scoort goed onder intellectuelen die voorheen niks met de 'radicaal linkse, populistische volkspartij' te maken wilden hebben. De partij onder Emile Roemer is salonfähig, mét steun openlijk, schoorvoetend of stiekem – van de radical chic.''

Een droom: niet alleen de stem van 'het volk’, maar ook van de culturele elite, althans de 'radical chic'. De macht lag voor het oprapen. 'Premier Roemer' werd er geroepen. Een Hollandse Obama of president Jed Barlett uit 'The West Wing'. Politici die met morele legitimiteit de verkiezingen winnen. Althans, dat stond op het punt te gebeuren met u, meneer Roemer.

Uw brief doet mij denken aan het 'wat nu?'-moment aan het einde van Michael Ritchie’s 'The Candidate' (1972), de grote voorloper van 'The West Wing' en een van de beste films ooit gemaakt over de relatie tussen media, politiek en moraal.

Robert Redford speelt de rol van Bill Mckay, een aantrekkelijke rijkeluiszoon die het in de Amerikaanse senaatsverkiezing opneemt tegen een oerconservatieve oude rot in het vak. De sociaal bewuste en maatschappelijk geëngageerde Bill staat aan de extreem linkerzijde van het politieke spectrum. Daarom heeft hij geen schijn van kans. Maar zijn vader, oud-gouverneur, zegt: 'He’s not gonna get his ass kicked. He’s cute.'

Dat gebeurt ook. McKay wint. En dat was juist niet de bedoeling, vandaar de vraag: wat nu? McKay voelde geen enkele druk tijdens de campagne en kon dus van alles roepen, eerlijk zijn, getrouw aan zijn principes.

Maar dat is een droombeeld, meneer Roemer. Neem McKay. Man van het volk, onkreukbaar, gebruik in zijn stijl van politiek vooral zijn gezonde verstand.

Het mocht niet baten. McKay maakt tijdens de verkiezingscampagne kennis met de harde werkelijkheid van partijstrategen en cynische media-adviseurs. Dodelijk accuraat is de wijze waarop hij zijn onschuld verliest terwijl hij onherroepelijk wegglijdt in de cultuur van oppervlakkigheid en absurdisme die eigen is aan de politieke campagne in de tijd van snelgroeiende massamedia. Dat blijkt uit deze scène:

McKay verliest zijn morele legitimiteit en ironisch genoeg wordt hij juist op dit moment, gierend en brullend voor de televisiecamera, een échte politicus. Vanaf nu zal cynisme en pragmatisme zijn agenda bepalen, eerder dan integriteit en idealisme.

Meneer Roemer, u lacht veel, maar een lach-moment had u nooit.

Misschien bent u té goed voor Den Haag, een McKay maar dan zonder het schitterende haar en de sterke juk- en kaakbeenderen van Redford. Ook dus aantrekkelijk voor de radical chic. Helaas heeft de radical chic nog nooit iemand aan een verkiezingsoverwinning geholpen.



kleiner | groter

security image
Schrijf de security code over


busy