Levensles 6: Zonder perversiteit geen liefde

donderdag, 09 augustus 2012
Bookmark and Share

"Hoe valt de perversiteit van Hitchcock te rijmen met het plezier dat we ontlenen aan het kijken naar zijn films?"

Deze vraag kwam aan de orde tijdens een recente discussie rond Hitchcock op de Facebook-pagina van ‘Gawie Weet Raad’.

Aanleiding: het nieuws in De Telegraaf dat actrice Tippi Hedren, bekend als hoofdpersonage in Hitchcocks ‘The Birds’ (1963), de Master of Suspense van seksuele aanranding beschuldigt.
Hedrens problematische relatie met Hitchcock was min of meer bekend, ook gezien het verhaal dat ze ergens in de jaren tachtig vertelde aan cultuurcritica Camille Paglia, auteur van een briljante analyse van ‘The Birds’, gepubliceerd door het British Film Institute.

Tijdens dit incident liet Hitchcock een kistje aan Hedrens dochter Melanie zien, met daarin een pop die sprekend op haar moeder lijkt. Het kind werd doodsbang, maar dat was niet de bedoeling van Hitchcock. Hij wilde het kind gewoon een poppetje van haar moeder, tenslotte een iconische filmster, geven.

Hieruit blijkt dat het cliché van ‘Hitchcock de sadist’ niet helemaal klopt. Auteur Donald Spoto (zie eerdere blogs in de Hitchcock-serie) wijst in het kader van ‘The Birds’ juist op de menselijkheid van de regisseur en de wijze waarop hij in deze apocalyptische horrorfilm momenten van tederheid creëert.

Bijvoorbeeld in de scène waarin het lijk van Annie Hayworth (Suzanne Pleshette) wordt gevonden nadat zij een slachtoffer werd van de tirannieke vogels die een stadje in California terroriseren. Dat gebeurt na de ontmoeting tussen Melanie Daniels (Hedren) en Mitch Brenner (Rod Taylor) die verliefd op elkaar worden.

Het lijk van Annie wordt met zorg en respect behandeld, ook al is de dreiging voortdurend voelbaar. Ook vertelt Cathy, een leerling van Annie, dat Annie haar leven had gered door haar het huis in te duwen op het moment dat de vogels aanvielen.

Hitchcock de humanist? Niet helemaal. Want je zou evenzeer kunnen zeggen dat het accent dat hij op normaliteit en menselijkheid legt juist wrang is, gezien de constante dreiging afkomstig van de destructieve krachten van het kwaad. Ook stelt Hitchcock de vraag of menselijkheid nog van enige waarde is in tijden van onzekerheid en geweld.



In deze scène laveren we tussen angst en hoop doordat Hitchcock een geruststellend, huiselijk tafereel laat zien dat vervolgens volledig wordt opgeblazen door de komst van de vogels.

De scène legt Hitchcocks problematische visie op de mens en de mogelijkheid van intimiteit en liefde en uiteindelijk ook seks bloot. Er is niets geruststellend aan de scène: we zien een abnormaal ‘gezin’, met een afwezige echtgenoot en vader, een alleenstaande vrouw en een man die niet zonder zijn moeder kan (en misschien meer dan dat).

Opnieuw vinden Hitchcock en Freud elkaar; Hitchcock lijkt te suggereren dat perversiteit en liefde minder ver uit elkaar liggen dan volgens geaccepteerde normen wordt aangenomen. Misschien herkennen we deze verboden, wellicht onderdrukte impuls wanneer we met zoveel plezier naar zijn films kijken.


kleiner | groter

security image
Schrijf de security code over


busy