Levensles 4: het fascisme ligt constant op de loer

woensdag, 25 juli 2012
Bookmark and Share

"Heeft de mens anderen nodig om goed te kunnen leven?" aldus GWR-lezeres Irene Beers, tot nadenken gestemd na een bezoekje aan de sportschool.

Ook dit dilemma keert terug in het werk van de Master of Suspense.

Het zoeken naar menselijkheid is een constante bij hem. Beter gezegd: in zijn films stuiten we keer op keer op het idee van de onmogelijkheid van het menselijke – het monstrueuze verpakt in een charmant, aangenaam kader. Norman Bates uit 'Psycho' (1960) bijvoorbeeld. Een op het oog normale man die niemand anders nodig heeft behalve moedertjelief. Een psychopaat, dus. (Meer over 'Psycho' in de komende weken op deze plaats.)

Menselijkheid onder stress en het blootleggen van het onmenselijke wanneer de spanning wordt opgevoerd vormen de rode draad in Hitchcocks rampenfilm 'Lifeboat' uit 1943. In dit buitengewoon politieke werk belandt de kapitein van een Duitse onderzeeër tijdens de oorlog in dezelfde reddingssloep als die van de overlevenden van een schip dat zijn bemanning zojuist had getorpedeerd.

Hier is een korte documentaire over het maken van 'Lifeboat' met fragmenten uit de film: 


Hitchcock focust van meet af aan op de klassenverschillen tussen de schipbreukelingen. Constance Porter (Tallulah Bankhead) is een rijke journaliste die meteen valt voor de charmes van Kovac (John Hodiak), werkzaam in de machinekamer van het schip waarop ze zaten en een man met duidelijk marxistische trekjes. Naast Connie en Kovac bevindt zich een bonte groep overlevenden op de sloep die een microkosmos van de samenleving vormt. De vraag is hoe ze met elkaar overweg zouden moeten.

Volgens een interessante lezing van 'Lifeboat', verwoord door Robin Wood in 'Hitchcock's Films Revisited' (1989), illustreert de film dat het fascisme een 'verlengstuk eerder dan een tegenovergestelde' van het democratisch kapitalisme is. Confronterend is de subtiele, bijna diabolische wijze waarop Hitchcock ons met de neus op de feiten drukt: het fascisme groeit juist door het burgerlijke klassensysteem. 

Neem de wijze waarop de Nazi-kapitein uiteindelijk aan zijn einde komt. Ook al worden de opvarenden eerder door zijn menselijkheid dan het slechte in hem geconfronteerd – door zijn toedoen komt de sloep in de buurt van de bewoonde wereld én hij redt het leven van een van hen – uiteindelijk vermoorden zij hem toch.

Het meest schokkende is de reactie van Rittenhouse (Henry Hull), een opvarende die nog het meest beschaafd en redelijk overkomt, een man die probeert de leiding te nemen en ervoor te zorgen dat er goed voor iedereen wordt gezorgd. Maar wanneer er later in de film nog een Nazi uit de zee wordt gevist die een revolver bij zich blijkt te hebben, is de angst bij Rittenhouse compleet. Hij schreeuwt: "Exterminate them all!"

Dat is de les van Hitchcock: de mens kan niet zonder anderen overleven. Maar tezelfdertijd kan hij nauwelijks mét anderen leven. Tussen deze twee uitersten laveren we bij het zien van 'Lifeboat', een film met 'leven' in de titel. Dat zegt alles.