Geestelijk weerbaar in het pre-humanismetijdperk

maandag, 25 juni 2012
Bookmark and Share

Onlangs vond in Utrecht de jaarlijkse conferentie plaats van de European Humanist Federation (EHF), met als thema 'Humanism and Resilience'. Jaap van Praag werd hierbij terecht genoemd als degene die na de oorlog de grote betekenis beklemtoonde van de humanistische overtuiging en van het humanistisch geestelijk werk om mensen 'geestelijke weerbaarheid' te verlenen. Hij had toen echter al een hele geschiedenis van het omgaan met dit begrip en van het samenwerken met anderen achter de rug.

Historisch onderzoek
Historisch onderzoek naar de Nederlandse vredesbeweging in het Interbellum laat namelijk zien, dat dit concept toen al een centrale plaats innam in de discussies binnen de vooroorlogse vredesbeweging in Nederland, waaraan ook Van Praag zélf overigens actief participeerde. Minstens twee namen moeten in dit verband óók met ere worden genoemd, namelijk die van Bart de Ligt en Garmt Stuiveling. 

De Ligt en Stuiveling
Bart de Ligt, anarchist en antimilitarist, en leidende vaderfiguur voor de hele pacifistische (jeugd)beweging, zocht voor haar acties naar een beter begrip dan 'passief verzet' en 'weerloosheid'. Hij ontwikkelde in 1918 'geweldloosheid' tot een nieuwe actieve strijdmethode, door hem aangeduid als 'geestelijke weerbaarheid'. Ook in de eerste officiële publicatie van de jonge socialist Van Praag, uit 1932, werd de 'geweldsrevolutie van morgen' tegenover de 'geestelijke weerbaarheid van nu' gezet. Hierna volgden nog vele artikelen van zijn hand over dit begrip, o.m. in 'Vredesstrijd', het verenigingsblad van de in 1924 opgerichte Jongeren Vredes Actie.

Stuiveling maakte het meer tot zijn speciale thematiek en verbond de groei van geestelijke weerbaarheid van het volk aan de bijzondere verantwoordelijkheid van kunstenaars om een sleutelrol te spelen in de dringend noodzakelijke versterking van haar cultuurbesef. In 1936 nam hij dan ook de leiding op zich van het 'Kunstenaars Centrum voor Geestelijke Weerbaarheid’.

Van Praag
Van Praag volgde in 1936 Stuiveling op als voorzitter van de JVA. Hij speelde een prominente rol bij het ontwerpen en verdedigen van een eigen concreet model voor geweldloos verzet, 'Pacifistische Volksverdediging' geheten, een coöperatief project van zeven JVA-ers. De 'weerbaarmaking van de massa' vormde de vierde grondslag van het plan. Een omgekeerde volgorde zou overigens logischer zijn geweest: om in staat te zijn tot het uitvoeren van de genoemde verzetsacties moet er m.i. al een stabiele innerlijke weerbaarheid zijn aangekweekt.

Zie hiervoor 'Van jeugdig pacifisme naar geestelijke weerbaarheid' van de hand van Bert Gasenbeek en Chris Hietland (Humanistisch Erfgoed; dl. 16), HHC/Papieren Tijger, 2012.

Door Pieter Edelman, vrijwilliger bij het HHC.