Wint god altijd bij verkiezingen?

dinsdag, 17 januari 2012
Bookmark and Share

Waar we al bang voor waren, is waarheid geworden: de Allahgelovigen hebben de eerste democratische verkiezingen in Tunesië en Egypte gewonnen. Ondanks alle praatjes over nationale harmonie en tolerantie door die islamisten vrezen de religieuze minderheden terecht voor hun hachje. Een meerderheid die van de macht heeft geproefd, wil eenheid.

Zo heeft de ‘democratisering’ van Irak geleid tot een verschrompeling van de christelijke kerken die daar al vanaf de oudheid bestonden. Cultuurhistorisch is het een enorm verlies, dat de fijne christenen Bush en Blair op hun conto kunnen schrijven.

‘Zie je wel dat de islam een gevaarlijke ideologie is?’ roepen sommigen al. Maar juist zij die dwepen met de joods-christelijke wortels, zouden uit de geschiedenis van dit erfgoed moeten weten dat democratisering altijd een onhebbelijke god aan de macht brengt. Toen Nederland nog echte liberalen had, kozen die uit principe voor algemeen kiesrecht hoewel ze wisten dat zij als vrijzinnige heren aan macht zouden inboeten. Omstreeks 1900 verwachtten de sociaaldemocraten een zachte revolutie als het hele volk naar de stembus ging: eindelijk zouden arbeiders zich laten gelden door de macht van het getal. Maar de kiezers kozen voor de geloofszekerheid en nestwarmte van hun eigen kerk.
In feite leidde het algemeen kiesrecht tot een confessionele heerschappij, die zeker tot 1940 duurde of zo men wil tot 1994, toen het wonder van Paars plaatsvond. En wat hebben de Jezusgelovigen niet misbruik gemaakt van hun macht. Door morele wetgeving hebben ze hun normen aan het hele volk opgelegd. Zo kwam er een wet op de godslastering, werd in 1936 de Vrijdenkers het zwijgen in de ether opgelegd en werd het ambtenaren verboden lid te zijn van De Dageraad, tegenwoordig De Vrije Gedachte. Zelfs nu nog gijzelen de gristenen van de SGP de partij die beloofde dat winkels zondags opengingen
God is allesbehalve een democraat, maar hij houdt van de stembus.Waar we al bang voor waren, is waarheid geworden: de Allahgelovigen hebben de eerste democratische verkiezingen in Tunesië en Egypte gewonnen. Ondanks alle praatjes over nationale harmonie en tolerantie door die islamisten vrezen de religieuze minderheden terecht voor hun hachje. Een meerderheid die van de macht geproefd, wil eenheid. Zo heeft de 'democratisering' van Irak geleid tot een verschrompeling van de christelijke kerken die daar al vanaf de oudheid bestonden. Cultuurhistorisch is het een enorm verlies, dat de fijne christenen Bush en Blair op hun conto kunnen schrijven.

"Zie je wel dat de islam een gevaarlijke ideologie is?" roepen sommigen al. Maar juist zij die dwepen met de joods-christelijke wortels, zouden uit de geschiedenis van dit erfgoed moeten weten dat democratisering altijd een onhebbelijke god aan de macht brengt. Toen Nederland nog echte liberalen had, kozen die uit principe voor algemeen kiesrecht hoewel ze wisten dat zij als vrijzinnige heren aan macht zouden inboeten. 

Omstreeks 1900 verwachtten de sociaaldemocraten een zachte revolutie als het hele volk naar de stembus ging: eindelijk zouden arbeiders zich laten gelden door de macht van het getal. Maar de kiezers kozen voor de geloofszekerheid en nestwarmte van hun eigen kerk.

In feite leidde het algemeen kiesrecht tot een confessionele heerschappij, die zeker tot 1940 duurde of zo men wil tot 1994, toen het wonder van Paars plaatsvond. En wat hebben de Jezusgelovigen niet misbruik gemaakt van hun macht. Door morele wetgeving hebben ze hun normen aan het hele volk opgelegd. 

Zo kwam er een wet op de godslastering, werd in 1936 de Vrijdenkers het zwijgen in de ether opgelegd en werd het ambtenaren verboden lid te zijn van 'De Dageraad', tegenwoordig 'De Vrije Gedachte'. Zelfs nu nog gijzelen de gristenen van de SGP de partij die beloofde dat winkels zondags opengingen.

God is allesbehalve een democraat, maar hij houdt van de stembus.


kleiner | groter

security image
Schrijf de security code over


busy