Donderdagochtend 23 september in de zaak Ina Post de tweede termijn van het Openbaar Ministerie (OM). Ina Post verdedigt en geeft haar laatste woord.
Het was het moment voor de advocaten-generaal en de verdediging om de degens te kruisen, maar advocaat-generaal Snijders liet het lopen. Op een venijnige opmerking na. Snijders verweet advocaat Knoops dat hij de getuige Nico van der Geest, de leider van het politieonderzoek in 1986, niet fatsoenlijk was tegemoet getreden. Knoops had Van der Geest geconfronteerd met uitspraken van zijn collega's. 'Twijfel komt in zijn woordenboek niet voor, al helemaal niet aan zichzelf,' was er zo een. Had dat niet hoffelijker gekund?
'Zo gek als een ui'
Wie Knoops een beetje kent, weet dat uitgerekend hij van fatsoen zo ongeveer zijn logo maakte. Lelijk gestoken gaf hij de advocaat-generaal dan ook van jetje. Wie kaatst kan de bal verwachten. Hoe kon het gebeuren dat een woordvoerder van het OM maandag jongstleden een verslaggever van BNR Nieuwsradio toevertrouwde dat Ina Post 'zo gek als een ui' is.
De advocaat-generaal dook achter in zijn stoel en hield zijn mond. Erger dan het onfatsoen dat hier geetaleerd werd, aldus Knoops, is de vooringenomenheid die het OM kennelijk parten speelt.
Advocaat-generaal Snijders nam vanochtend het spreken over van zijn collega De Vries. Het klonk wat vriendelijker, maar de inhoud veranderde er niet door. Snijders nam maar weinig tijd voor zijn reactie op het pleidooi van de verdediging van afgelopen maandag. Zoals hij maandag al aankondigde vond de advocaat-generaal het niet nodig om er diep op in te gaan. Daarmee ging hij de discussie uit de weg. In een zaak als deze, waarin zoveel onderzoek is gedaan en waarover al zoveel is gezegd en geschreven is een uitwisseling van zienswijzen en argumenten in de finale afweging van belang. Maar hij vond het niet de moeite waard.
Knoops reageerde wel op het requisitoir van de advocaten generaal. Hij liep het punt voor punt langs. De daderkennis die Ina Post volgens het OM prijsgaf, lag op straat, kranten hadden er al voor haar aanhouding over geschreven, het was 'the talk of the town'. Zelfs oud-verbalisant Pestman erkende later dat er in zo’n geval geen daderwetenschap meer is.
Geestelijke vermogens
De suggestibiliteit, dat is de geneigdheid om in het verhaal van een ander mee te gaan, van Ina Post was 24 jaar geleden volgens prof. Merkelbach hoog, en dat maakt de kans op een valse getuigenis groot. Maar volgens het OM valt het best mee, afgaande op hoe ze Ina nu in de rechtzaal leerden kennen. De advocaten-generaal lieten na om hun indruk anno 2010 met eigen onderzoek te onderbouwen.
'Zo gek als een deur' noemt het OM Ina Post off the record en negeert daarmee drie hoogleraren die Ina Post onderzochten en tot de conclusie kwamen dat met haar geestelijke vermogens niks mis is. En ten slotte gaat het OM voorbij aan het CEAS-rapport, het resultaat van een langdurig en diepgravend onderzoek. Zo liet de verdediging weinig heel van het requisitoir.
De president van het hof vond het gepast na deze litanie de advocaten-generaal een weerwoord te gunnen, maar opnieuw lieten de magistraten de kans voorbij gaan.
Het laatste woord
Het laatste woord was aan Ina Post. Het maakte indruk op mij. Op een van de procesdagen had de president van het hof haar bemoedigend toevertrouwd: 'Er is meer in het leven dan deze zaak.' Hij had het niet kwaad bedoeld en zo vatte Ina Post het ook niet op, maar de zin was wel blijven hangen. Een paar jaar geleden vroeg een journalist Ina wat ze erger vond, vier jaar zitten of de beschuldiging? ‘Vier jaar is vier jaar, die gaan voorbij, maar de beschuldiging en veroordeling zijn levenslang,’ zegt Ina.
"Ik zit geestelijk nog steeds gevangen en vecht al 24 jaar om daar uit te komen en te ontdekken dat er inderdaad meer in het leven is als deze zaak alleen. Het is voor mij heel belangrijk dat mensen niet denken dat ik een slecht mens ben, want zo voelt de beschuldiging en veroordeling. Ik heb één troost. Wat men ook zegt of denkt, schuldig word ik nooit, om de simpele reden dat ik mevrouw Kolstee niet heb vermoord."
"Ik weet dat er meer is in het leven, maar ik kan het verleden niet achter me laten en zal blijven vechten tot de waarheid zichtbaar wordt. Niet omdat ik zo heldhaftig ben, juist niet. Ik heb uit angst bekend, daarna had ik het liefst in een donker hoekje weggekropen, zo schaamde ik mij. Ik heb moeten vechten om al de angsten - waarom, waardoor en waarvoor heb ik bekend? - onder ogen te zien en ook nog een fatsoenlijk mens te blijven.
Zonder de hulp van mijn tante was dat nooit gelukt. Mijn tante is blijven strijden op het moment dat ik niet meer kon geloven dat deze zaak nog een rechtvaardig einde zou krijgen. Zij heeft de weg vrij gemaakt dat ik weer vertrouwen in mensen kon vinden, weer hoop heb gekregen en angsten heb kunnen overwinnen. Zij is degene die nog vertrouwen had in justitie en dat daar ook mensen werkten die de waarheid wilden zien. Ik sta hier nu omdat zij het geloof in haar medemensen niet verloren had."
De volledige tekst van 'Het laatste woord van Ina Post' is hieronder te lezen. Op 6 oktober 2010 zal het gerechtshof Den Bosch uitspraak doen in de zaak van Ina Post.
'Het laatste woord' door Ina Post
's Hertogenbosch, 23 september 2010
Er zijn zo van die woorden of zinnen en vragen die mij in de af gelopen jaren zijn bij gebleven. Aan de hand van enkele van deze woorden of zinnen wil ik proberen iets uit te legen over mijn dagelijks leven, vaak zwaar, voor al geestelijk. Aan de hand van deze vragen of woorden die men zei wil ik proberen hoe dat voor mij de afgelopen jaren is geweest.
Vorig jaar ben ik gestopt met roken, dat was makkelijker dan deze spanning en onzekerheid te door staan. Ik ga het niet hebben over wat ik de rechercheurs of de beide officieren of andere deskundigen hier tijdens één der zitting dagen heb horen zeggen. Al heeft mij heel veel verbaasd en vind ik dat je zo niet met mensen om mag gaan, maar verder wil ik daar niets over zeggen. Ik wil het enkel hebben over wat ik de afgelopen 24 jaar heb moeten doorstaan. U sprak de zin 'er is meer in het leven dan deze zaak alleen'. Dit is de zin die ik vandaag onder andere wil gebruiken voor mijn laatste woorden als u dat goed vind.
Enkele jaren geleden was er eens een vraag van een journalist, over wat ik erger vond. Vier jaar in de gevangenis of de beschuldiging. Vier jaar zijn vier jaar en gaan voorbij maar de beschuldiging en veroordeling zijn levens lang. Er is niemand die mij de jaren ooit terug kan geven.
Inmiddels zijn er meer dan 24 jaar verstreken en al word ik morgen vrij gesproken niets of niemand kan ooit veranderen wat ik door de beschuldiging en veroordeling heb meegemaakt. Ik heb één troost wat men ook zegt of denkt schuldig word ik nooit om de simpele rede ik heb mevr. Kolstee niet vermoord. U sprak de woorden er is meer in het leven dan deze zaak alleen. Eigenlijk is die zin van u de aan leiding van alles wat ik vandaag wil zeggen. Niet dat ik u de woorden kwalijk neem maar gaf mij meer te denken dat ik misschien hier vandaag moet proberen uit te leggen dat het voor mij weinig anders meer bestaat dan deze zaak. Dat ik maar zelden instaat ben om soms heel even te vergeten wat mij in 86 is overkomen en de gevolgen hiervan.
Ik zit geestelijk nog steeds gevangen en vecht al 24 jaar om daar uit te komen en te ontdekken dat er inderdaad meer in het leven is als deze zaak alleen. Hoe moeilijk het voor mij soms is kan ik het beste vergelijken met een ongeluk dat ik enkele jaren geleden heb meegemaakt met de scooter. Iemand verleende mij geen voorrang en ik had niet gezien dat de bestuurder mij niet had gezien en sloeg over de motorkap. Gelukkig viel de lichamelijke schade erg mee, enkel een gebroken knieschijf. Maar het heeft mij heel veel moeite gekost om weer op een scooter te gaan rijden omdat ik bang was dat het mij weer zou over komen. Zo voel ik mij ook in het dagelijkse leven. Bang dat het mij weer zal over komen, dat maakt dat ik dagelijks moet knokken om mijn leven te leven.
U zei op 7 juli, "er is meer in het leven dan deze zaak alleen". Dat weet ik maar zo lang u denkt dat ik instaat ben om een moord te plegen moet ik vechten. Dit is in mijn ogen het ergste waar een mens van beschuldigd kan worden. Het is voor mij heel belangrijk dat mensen niet denken dat ik een slecht mens ben, want zo voelt de beschuldiging en veroordeling en wat ik nog pijnlijker vind is als ik aan mijn ouders denk. Het is een belediging naar hen toe om te denken dat zij iemand op de wereld hebben gezet die tot zo iets in staat zou zijn en zij kunnen zich niet meer verdedigen. Dan denk ik vooral aan mijn moeder hoe erg het voor haar geweest moet zijn. Hoe zij zich de eerste tijd verstopte en letterlijk gevlucht is uit en van de plaats waar zij haar hele leven gewoond had. En ik kon niets voor haar doen want ik zat immers opgesloten. Ik bewonder haar moed dat zij mij al die jaren iedere week is komen bezoeken. Hoe verschrikkelijk moet dit voor een moeder zijn? Dit kan ik de rest van mijn leven nooit meer vergeten.
Ik weet dat er meer is in het leven, maar ik kan het verleden niet achter me laten en zal blijven vechten tot de waarheid zichtbaar word. Ik blijf vechten niet om dat ik zo heldhaftig ben, juist niet. Ik heb uit angst bekend, daarna had ik het liefs in een donker hoekje weg gekropen zo schaamde ik mij dat ik iets bekend had wat ik niet gedaan heb. Ik heb moeten vechten om hier overheen te komen en te gaan in zien dat het onder de omstandigheden dat ik daar op het politiebureau zat en de manier waarop ik behandeld ben misschien wel veel vreemder was geweest als ik hier tegen bestand was geweest.
Ik heb hard moeten vechten met me zelf om al de angsten van waarom, waardoor en waarvoor ik heb bekend om die onder ogen te zien en dan ook nog een fatsoenlijk mens blijven. Dat was een heel zwaar gevecht wat ik zonder de hulp van mijn tante nooit gelukt zou zijn. Het gevecht met mijzelf en dan ook nog met justitie en vertrouwen vinden in mijn mede mens en de hoop te vinden die nodig is om te gaan knokken, dat was te veel. Mijn tante is blijven strijden op het moment dat ik niet kon en blijven geloven dat deze zaak een rechtvaardig einde zou kunnen krijgen. Zij heeft de weg vrij gemaakt dat ik weer vertrouwen in mensen kon vinden, weer hoop heb gekregen en angsten heb kunnen overwinnen. Deze strijd voer ik tot de dag van vandaag.
Zolang u denkt dat ik mevr. Kolstee vermoord heb moet ik vechten om te proberen alles van mijzelf te laten zien om duidelijk te maken dat ik mevr. Kolstee niet vermoord heb. Niet om dat ik aan mijn zelf twijfel want ik weet waarom ik niet instaat ben om een moord te plegen. Ik heb de afgelopen 24 jaar niets anders gedaan dan in mij zelf te zoeken waarom, waardoor en waarvoor heb ik iets bekend wat ik niet gedaan heb. Ik ben een bange vrouw die zocht naar de makkelijkste weg om weg te komen van mensen die mij bang maakte. Is iemand die bang is instaat een moord te plegen?
Maar dan denk ik heeft het zin om zoveel van mijn leven hier te vertellen want het gaat toch om de feiten. Of in ieder geval zou het daar om moeten gaan. Zo had ik toch ook niet veroordeeld mogen worden op een mening van een rechercheur? Want zo voelt het voor mij. Vingerafdrukken, DNA of handschrift, u weet dat allemaal beter dan ik. Daar gaat het om.
Ik weet dat er meer is in het leven zoals een carrière. Helaas is het beroep wat ik met veel plezier gedaan heb onmogelijk geworden. Ik ben te bang om er door mensen mee geconfronteerd te worden, er bestaat voor mij niets erger dan afgewezen te worden voor iets wat ik niet gedaan heb. Er is een dag geweest dat ik eindelijk de moed weer had gevonden om in de verzorging te gaan werken. Het werd voor mij weer onmogelijk gemaakt om in de verzorging te werken omdat ik een collega tegen kwam die net als ik een tijdelijk contract had en net als ik naar de functie had gesolliciteerd en blijkbaar op de hoogte was van wat er in mijn leven was gebeurd. Ik stond weer op straat en wederom was ik weer zeer gekwetst en wat nu? Zolang de veroordeling bestaat word ik niet geloofd. Hoe moet ik dan kunnen denken dat er meer is in het leven dan deze zaak alleen.
Was wel omgeschoold, maar op het arbeid bureau had men gezegd dat ik als elektromonteur nooit aan de slag zou komen. Ook al moeite voor niets al die jaren van omscholen. Ook via iemand van de gemeente die bemiddelen had ik geprobeerd om werk te vinden. Dat was iemand die tegen mij gezegd had dat ik een kleurrijk leven had. Nou ze mag het hebben. Toen ik zelf kwam met dat er een baan was binnen een instelling kreeg ik als antwoord. “nee, dat kan niet met jouw verleden” voor de zoveelste keer werd ik geconfronteerd met mijn verleden. Ik weet wel dat er meer in het leven is als deze zaak alleen maar het leven zelf dus blijkbaar niet. Het was niet eens een verzorgende baan.
Eindelijk had ik een baan. Zeker niet geweldig of wat ik echt graag wilde maar het was werk en ik kon weer voor me zelf zorgen. Had iemand ontmoet. Ik had weer een huisje boompje beestje leven, 16 jaar na die noodlottige dag. Ik stortte geestelijk helemaal in en waarom?
Ik dacht alles weer te hebben wat in 86 mij is afgenomen, behalve één ding. De beschuldiging en veroordeling, ze bestonden nog steeds. De meeste mensen zeiden dat ik het verleden maar moest vergeten tot aan advocaten aan toe. Behalve mijn tante. Zij is de gene die mijnheer Knoops benaderd heeft. Zij is degene die nog vertrouwen had in justitie en dat daar ook mensen werkte die de waarheid wilde zien. Zij is degene die de hoop had. Ik geloofde niets en niemand meer, geen hoop of vertrouwen in wie dan ook in dit land. Mijn woorden waren toen er is niemand die naar mij wil luisteren of geïnteresseerd zijn in de waarheid. Ze zullen mij weer wegmoffelen alsof ik niet besta. Ik sta hier nu omdat zij het geloof in haar mede mens niet had verloren zoals ik.
Ik geloof niet meer in een rechtvaardigheid van de mens en daarom is mijn leven ook één groot gevecht met mijn zelf geworden om mij mezelf te blijven en niet tegen alles te gaan schoppen. Mijn leven is een gevecht geworden om de moed te vinden om het gevecht aan te gaan. Mijn angst te overwinnen wat mensen met je kunnen doen. Na 24 jaar weet ik niet beter dan dat ik moet vechten. Niet enkel met justitie maar vooral om zelf staande te blijven. En niet te worden wat politie en justitie van mijn dacht. Ik heb moeten vechten om niet verbitterd te worden.
Zo is er een muziek stuk van Blof waarvan de tekst verwoordt wat ik voel. Beter dan dat ik kan verzinnen. Ik wil daar een stukje van deze tekst aan u voor lezen.
Terug. Je wilt terug naar de plek waar je nooit bent geweest.
Terug naar de wereld. En daarmee verder terug.
Voor mij hebben de woorden de volgende betekenis.
Ik wil terug naar de dag dat ik bekende. Als ik niet zo zwak was geweest en bestand was geweest tegen de druk die werd uit geoefend. Dan had deze dag nooit bestaan
Ik wil terug naar de plek waar ik nooit geweest ben. Hoe zou het geweest zijn als ik wel om half 7 was gaan kijken of mevr. Kolstee haar boterham had op gegeten. Wat had ik dan aangetroffen? Had ik dan nog geleefd? Wie was ik tegen gekomen. In ieder geval deze dag had nooit bestaan.
Niet ten onrecht schokt(e) ook deze zaak het publieke vertrouwen in de rechtsstaat, wat abstract geformuleerd.
Rechtsstaat staat in wezen voor een systeem waarin recht moet worden gemaakt, door de rechter, wat krom werd. Zoals de gewelddadige beëindiging van een mensenleven ook aangeduid kan worden.
Het punt is dat ook het systeem van het recht mensenwerk is. En dat dan het maken van, zoals ook in het geval van mevrouw Post, buitengewoon grove fouten in dat systeem iemand -geheel ten onrechte zoals blijkt- door de rechter schuldig bevonden en veroordeeld werd.
Ook al waren de gronden waarop - voorbereid door het Openbaar Ministerie - zelfs voor de niet-specifiek en in niet in detail geïnformeerde buitenwacht, waartoe ik mijzelf reken, uitermate discutabel.
Met niet alleen 'de wijsheid van achteraf' had de rechter in eerste instantie niet mee mógen meegaan in de logica- en gezond verstand-tartende 'bewijsvoering' die hetzelfde Openbaar Ministerie presenteerde.
Inderdaad, gebrek aan onderscheidingsvermogen, wat dramatisch ernstig is.
Dit alles is dan vorig jaar, door de rechtbank van Den Bosch, hersteld. Voor zover van een werkelijk herstel, en niet alleen bij mevrouw Post, sprake kan zijn.
Want de effecten van het Kafka-achtige karakter dat zij in dat systeem aan den lijve heeft ondervonden kan zelfs de meest wijze rechter(s) niet van tafel vegen. Wat een vriendelijke omschrijving wil zijn voor scepsis zo niet wantrouwen jegens het bovengenoemde systeem. En dat tast het veelgeroemde draagvlak ervan aan.
Wat ook nog eens leven wordt gehouden door het feit dat de moordenaar van het slachtoffer van weleer niet is opgespoord en dus nooit voor de rechter is gedaagd.
Dit knaagt pas echt. En zeker niet alleen bij mevrouw Post.
Rob van der Hilst
19 november 2011
Deze zaak brengt relevante herinneringen op bij mij en ik denk dat het ziekelijk is dat de uitkomst van een bekentenis nog steeds kan worden gemanipuleerd door de verdachte persoon onder druk te zetten. Je zou denken dat het civiele recht zo langzamerhand dit soort praktijken is ontgroeid en dat deze wantoestand is uitgeroeid?
M. Flowers
15 oktober 2011
@ A. Bijnoord
Vooringenomen?
Ik zou uw reactie willen kwalificeren als vooringenomen.
Anoniem
25 september 2010
Zelden zo 'n vooringenomen stukken gelezen als hier. Blijkbaar heeft iedereen zijn of haar belang in de zaak Post.
Ik heb hier eerder een reactie gepost, die verdween. Hoe humaan!
A.Bijnoord
25 september 2010
Kees Vlaanderen
Kees Vlaanderen werkt als redacteur en eindredacteur voor de HUMAN. Hij maakte onder andere de film De Nachtmerrie van Ina Post en is nu als eindredacteur betrokken bij Duivelse Dilemma's
Yes, we kill! 2 feb 2012
Als beleid een gezicht krijgt 9 nov 2011
Duivelse Dilemma's & Drones 26 mei 2011
Afscheid van Willem Albert Wagenaar 10 mei 2011Wekelijks overzicht van nieuws, debat, agenda, blogs en HUMAN producties

























