Vierde procesdag Ina Post - tegenstrijdige herinneringen

dinsdag, 13 juli 2010
Bookmark and Share

Enkele uren voor haar bekentenis op 12 september 1986 hadden Nico van der Geest, de leider van het politieonderzoek, en hoofdofficier van justitie Mr. De Wit elkaar nog indringend gesproken.

Van der Geest weet het nog goed. "Wat moet ik morgen met haar", had De Wit aan de rechercheur gevraagd. Het was 'niet vet' wat Van der Geest tegen Ina Post wist in te brengen. 'Een haaltje aan een d', daar bleef het bij. En verder geen enkel bewijs. Als Ina Post een paar uur later niet had bekend, was ze de volgende dag vrijgelaten. "Maar daar wist Ina natuurlijk niets van", herinnert Nico van der Geest zich.

Vrijdag werden de officieren van justitie Mr. De Wit en Mr. Van der Horst door het Hof in Den Bosch als getuigen gehoord. Ina Post was de dag na haar bekentenis aan de officieren voorgeleid. Volgens de officieren herhaalde mevrouw Post die ochtend haar bekentenis. Ina Post ontkent dat, ze had geen woord kunnen uitbrengen, ze had alleen gehuild.

Willem de Haan en ik konden deze dag niet aanwezig konden zijn bij het proces. We vroegen Wim Orbons, gezondheidseconoom en jurist, om een verslag te schrijven.

Verslag van de vierde zittingsdag op vrijdag 9 juli 2010

's Ochtends werden eerst nog drie politiefunctionarissen gehoord. Zij waren alle drie betrokken bij de verhoren maar niet bij de bekentenissen. Volgens de drie was er geen sprake van (psychische) druk geweest bij de verhoren; alle drie konden zich net als hun collegas de dag ervoor nog maar weinig herinneren. Volgens één voormalige verhoorder was Ina Post een vreemde vrouw; een ander vroeg zich af waarom het onderzoek opnieuw moest worden gedaan, na 23 jaar.

Na de middag werden twee voormalige officieren van justitie gehoord.

Meneer De Wit is inmiddels niet meer werkzaam en Meneer Van der Horst is momenteel advocaat-generaal  bij het Gerechtshof in  Den Haag. De Wit was destijds de verantwoordelijke hoofdofficier van justitie, Van der Horst was in 1986 net als plaatsvervangend officier van justitie begonnen en De Wit was zijn begeleider.

Volgens De Wit had het proces-verbaal van de door rechercheur Nico van der Geest opgestelde bekentenis "niet veel aanknopingspunten, het was niet erg concreet" en vanwege de wisselende verklaringen had hij bij de voorgeleiding op woensdag 17 september 1986 meteen aan mevrouw Post de vraag gesteld of zij het nu wel of niet gedaan had. Het korte en bondige antwoord had hij nog goed voor de geest. "Ik zei: heeft u het wel of niet gedaan." Daarop was het antwoord van mevrouw Post geweest: "Ik heb het gedaan." Voor de rest wist De Wit niets meer. Hij had het proces-verbaal van Ina’s eerste bekentenis de avond ervoor gekregen.

Na het verhoor van hoofdofficier De Wit door het hof in Den Bosch vertelde zijn collega Van der Horst een zeer gedetailleerd verhaal. Hij wist zelfs nog de opstelling van het meubilair in de ruimte waar het verhoor plaatsvond. De openingsvraag van De Wit was volgens Van der Horst: "Vertelt u maar'. Daarop had mevrouw Post een uitgebreid verhaal verteld. Ze was bij mevrouw Kolstee, die ging de kamer uit, zij stal cheques, dat zag mevrouw Kolstee en zei dat dit niet mocht, toen vond er een worsteling plaats, toen heeft ze het snoer genomen en haar keel dicht geknepen, ze werd zenuwachtig door het rinkelen van de telefoon enzovoorts.

Hetzelfde verhaal dus zoals dat door van der Geest op papier was gezet in zijn proces-verbaal. Maar wel met een opmerkelijk verschil. Volgens het proces-verbaal van rechercheur Nico van der Geest had Ina Post uit het berghok een stuk elektriciteitssnoer gepakt om het slachtoffer te wurgen, maar volgens Van der Horst had Ina Post daarvoor het snoer van de schemerlamp gebruikt. Helaas vroeg de voorzitter van het Hof en ook Ina’s advocaat Acda daar niet op door. Het snoer van de schemerlamp? Met de schemerlamp er nog aan vast? Het moordwapen was nooit teruggevonden. Was het snoer met schemerlamp incluis verdwenen? Of had Ina Post het snoer losgerukt van de lamp?

De herinneringen van de voormalige officieren lopen uiteen. Mevrouw Post "snikte wel eens", herinnert Van der Horst zich, "maar of ze gehuild heeft kan ik me niet meer herinneren." Hoofdofficier de Wit verklaarde echter dat de sfeer juist heel emotioneel was geweest en dat mevrouw Post continue huilde. Volgens de ene officier was de eerste vraag: "Heeft u het wel of niet gedaan"', volgens de ander: "Vertelt u maar". De ene officier herinnert zich dat het antwoord "kort en bondig" was, volgens de ander was het zeer uitgebreid. Volgens de ene officier snikte ze 'wel eens', volgens de ander huilde Ina Post continue.

De Wit had in totaal 4 of 5 contacten gehad met het rechercheteam. "Er is nooit duidelijkheid gekomen over het moordwapen. Ik kreeg alleen de terugmelding dat het snoer niet was gevonden", aldus De Wit. De Wit vond de bekentenis het belangrijkste gegeven, en van mindere importantie vond hij dat mevrouw als laatste bij mevrouw Kolstee was geweest. De schrijfproef met ‘het haaltje aan de d’ en de zenuwachtigheid van mevrouw Post had hij niet meegewogen.

De Wit vertelde ook dat hij nooit Het Politiejournaal had gezien, waarin de getuige mevrouw Pontvoort aan twee politiefunctionarissen had gemeld dat de deur en het raam bij mevrouw Kolstee vaak op een kier stonden en dat in het gebouw veel inbraken plaatsvonden. Op een vraag van Ina's advocaat Paul Acda zei De Wit dat achteraf gezien het onderzoek "breder, degelijker en nauwkeuriger had gemoeten", maar dat hij toch nog altijd achter de bewezenverklaring staat. Volgens De Wit trekt ook de CEAS geen vergaande conclusies over de daderkennis en is er van grote druk niets gebleken.

Beide officieren van justitie hadden de indruk gehad, dat de voorgeleiding destijds goed tot Ina Post was doorgedrongen. De Wit: "Mevrouw was rustig." Van der Horst: "Mevrouw kwam op mij over dat ze zich in de nesten had gewerkt." Van de voorgeleiding had de Wit later een proces-verbaal opgemaakt, 'een half A4-tje'.

De behandeling van de zaak gaat op 20 september verder. Dan volgen het requisitoir van de advocaat-generaal en het pleidooi van Ina's advocaten. Ook krijgt Ina Post nog een laatste woord. 27 september is nog een reservedag. Ergens in oktober volgt dan de uitspraak (arrest) van het gerechtshof.

Kijk op www.inapost.nl voor meer informatie rondom de zaak Ina Post.

Laatste reacties

Plaats reacties

Various people in every country receive the credit loans in different banks, because this is easy.

0

PattersonNelda

23 december 2011

Vooral de laatste opmerking van de voorzitter (Er is meer in het leven dan deze zaak) doet mij huiveren. Is er dan weer een één tweetje in de maak tussen OM en het Bossche Hof, zoals daar al vaker vertoond.
De argumenten van Knoops zijn valide, er is geen zaak, er was nooit een zaak, maar dat was er bij Louwes en Sweeny ook niet. Verschil is wel dat het nu ook expliciet beargumenteerd zo is betoogd. Toch zijn de gerechtshoven in deze niet te vertrouwen, zij schamen zich niet voor kromme redeneringen en conclusies aangereikt door het OM.
-
Inmiddels heeft men een seriemoordenares te Wassenaar laten lopen en zijn de zaken verjaard. Ook daarvoor schaamt het OM zich niet.

0

hkdh

20 september 2010

Wim Orbons, je sluit je bijdrage af met de opmerking wat doen juristen nu met de opmerkingen van niet-gedragswetenschappers.
Ton Derksen geeft daar in zijn boek De Ware Toedracht een duidelijk antwoord op: ben je zenuwachtig, emotioneel etc dan ben je vast en zeker schuldig!!

Veel rechters zijn blijkbaar het stadium van de heksenprocessen uit de middeleeuwen nog niet ontgroeid.

0

Joop

14 september 2010

Ik heb alle journalisten tijdens de zittingsdagen (uitvoerig) gesproken, onder andere: Adri Vermaat (Trouw); Tobias den Hartog (AD); Raoul du Pré (de Volkskrant); Bert Huisjes (de Telegraaf); Erik Bloem (NRC Handelsblad). Ik heb ook alle berichtgeving van hen dagelijks gelezen. Ik constateer dat in de berichtgeving bij sommige journalisten soms belangrijke informatie waar wel over is gesproken niet terugkomt in hun berichtgeving.
Vrijwel alle genoemde journalisten vonden de houding van het OM discutabel, evenals de houding van de onderzoeksleider van politie en het gegeven dat veel politiefunctionarissen zich weinig konden herinneren. Veel journalisten vonden dat te weinig confronterende vragen werden gesteld.

Tot slot nog enkele algemene opmerkingen over de zaak Ina Post tot nu toe.
Het Hof neemt er de tijd voor (tot nu toe 4 dagen en nog 3 dagen gepland).
De houding van het OM is discutabel, ze hangen er maar bij, agressief tegen bijna alles wat ontlastend is en instemmend tegen alles wat kan worden aangemerkt als bewijslast. Soms zeer ongeïnteresseerd, soms sterk intimiderend (met name tijdens het verhoor van Ina Post op 7 juli 2010). Van alle politiefunctionarissen lijkt het er bijna op dat er een regel is afgesproken, namelijk dat V.d. Geest zich bijna alles kan herinneren (wat hem uitkomt) en alle andere ondergeschikte politiefunctionarissen zich zo goed als niets kunnen herinneren. Een politiefunctionaris vraagt zich zelfs af waarom dit onderzoek nog opnieuw moet worden gedaan. Het optreden van V.d. Geest is zeer opvallend, niet alleen vanwege formele houding en (Haagse) bluf en soms woordgebruik maar ook vanwege zijn uitspraak dat hij er zeker van is dat Ina Post de moord heeft begaan en zelfs van de rechter mag zeggen dat Ina Post ook betrokken is geweest bij de eerder moordzaak in het complex. De houding van V.d. Geest viel mij al op 31 mei 2010 op (toen kende ik hem nog niet) en hij ongeoorloofd in de rechtszaal aanwezig was. De houding van V.d. Geest is des te opvallender omdat hij zich zelf er kennelijk van bewust is dat rechercheurs laag opgeleide mensen zijn. Dat roept tevens de vraag op waarom zoveel waarde wordt gehecht aan dat wat is opgeschreven (en citaten) in een pv (dat is ondertekend). Het schrijven is voor een groot deel gebonden aan de gemoedstoestand van de schrijver op dat moment (en uiteraard kennis en kunde). Mensen ondertekenen vaak stukken en weten niet precies wat in het stuk staat. Bovendien is een reconstructie van de processen-verbaal een ongelijke ‘strijd’ tussen een instabiele laagopgeleide vrouw en de hoogopgeleide juristen met veel ervaring omtrent dit soort juridische steekspelletjes.

Op de voorzitter valt weinig aan te merken. Wel is opvallend zijn andere houding tijdens het verhoor van Ina Post op 7 juli 2010 ten opzichte van alle andere dagen toen hij veel meer de tijd nam voor getuigen (-deskundigen), opvallend zijn ook zijn uitspraken (meerdere malen): als u zich het niet kunt herinneren moet u het ook zeggen (het antwoord van betrokkene was meestal van dezelfde strekking), het is geen kwis, we gaan niet katten enzovoorts. Getuigen mogen tijdens de pauzes niet met elkaar overleggen, maar daar is geen enkele controle op.
Ook opvallend zijn de vragen van de juristen (raadsheren en advocaten-generaal) op het terrein van de gedragswetenschap. De juristen willen bijvoorbeeld weten of Ina Post emotioneel was, of Ina Post heeft gehuild etc. Welke conclusies verbinden juristen aan deze antwoorden van niet-gedragswetenschappers? Ook opvallend waren de afsluitende vragen / opmerkingen van de voorzitter tijdens het verhoor van Ina Post: heeft u werk? Er is meer in het leven dan deze zaak enzovoorts.

Brunssum, 10 juli 2010 (WO)

0

Wim Orbons

13 juli 2010


kleiner | groter

security image
Schrijf de security code over


busy